Autisme en pesten, niet onvermijdelijk, wel schadelijk | Stop Pesten NU

084-0035994

Autisme en pesten, niet onvermijdelijk, wel schadelijk

Het is weer de week tegen pesten en het blijft goed om daar aandacht aan te besteden. Pesten treft veel mensen, niet alleen kinderen. Het komt voor op scholen, in sportclubs, in buurten, in families, op het werk, tot en met in bejaardentehuizen -pardon verzorgingsinstellingen. Mensen die gepest worden lopen daarvan niet zelden een stevige knauw op. We zijn immers sociale wezens, we willen ‘erbij horen’. Niet omdat dat gezelliger is, maar omdat we er in ons functioneren van afhankelijk zijn.

Ons zelfbeeld wordt mede bepaald door hoe anderen over ons denken, en iedereen die nu beweert dat je je daarvan niets moet aantrekken, heeft er niks van begrepen. Pesten komt immers vooral voor in omgevingen waarvan je niet zomaar weg kunt lopen, je moet elke dag opnieuw naar school of naar je werk. Je kunt van sport of clubje af, maar dan ben je wel alleen. Gepest worden ondermijnt je zelfbeeld, maar ook je hele mogelijkheid tot ontwikkelen en functioneren, omdat dat steeds in een sociale context plaatsvindt. Wie we zijn lezen we af aan de reacties van anderen.

Autisme en pesten

Volgens onderzoek lopen mensen met autisme een vier keer hogere kans om slachtoffer te worden van pesten. Dat lijkt me nog een voorzichtige schatting, ik ken wel een paar autisten die nooit gepest zijn, maar veel zijn het er niet. Dit geldt voor pesten op scholen, maar ook op het werk.

Dat autisten vaak slachtoffer zijn van pesten, wordt vaak geweten aan sociale onhandigheid. Sterker nog, in de huidige definities van autisme (volgens de DSM 5, hét handboek van de psychiatrie) wordt autisme onder meer gekenmerkt door problemen in de sociale communicatie en sociale interactie. De kernsymptomen van autisme zijn ‘Deficiënties in de wederkerigheid, in de non-verbale communicatie en in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties’. Daarbij wordt vaak gesteld dat autisten problemen hebben met het inschatten van het standpunt en de gedachten van anderen (dit wordt een beperkte Theory of Mind genoemd) en dat autisten moeite hebben met empathie.

Zo bezien is autisme in zijn diepste wezen een sociaal disfunctioneren en dé potentiële bron van slachtofferschap van pesten en sociale uitsluiting. Geen wonder dat anti-pestprogramma’s, voor zover ze überhaupt aandacht hebben voor autisten, zich voornamelijk richten op het aanleren of verbeteren van sociale vaardigheden van het slachtoffer.

Maar klopt dit wel?

Een belangrijk misverstand (dat zo hardnekkig is omdat het iedereen beter uitkomt) is dat pesten wordt veroorzaakt of verklaard kan worden vanuit eigenschappen van het slachtoffer. Dat lijkt logisch, maar toch klopt het niet. Niet alle dikke mensen worden gepest. Zelfs niet alle autisten worden gepest. Het blijkt enorm van de groep en de kwaliteit van de sociale omgeving af te hangen of pesten ontstaat. Pesten komt voort uit spanningen en gevoelens van sociale onveiligheid en afwezigheid van positief leiderschap (bijvoorbeeld in een nieuwe klas in een nieuw schooljaar, bij wisseling van leerkrachten, of in een bedrijf met een angstcultuur). Een normale, gezonde sociale groep is redelijk horizontaal en streeft naar harmonie. Spanningen en onveiligheid maken dat mensen op zoek gaan naar bondgenoten én naar een zondebok, een bliksemafleider. Gezamenlijk optreden tegen een ‘vijand’ geeft een gevoel van macht en saamhorigheid.

De behoefte aan pesten ontstaat dus vanuit de spanning en het slachtoffer wordt erbij gezocht. Het kind of de medewerker met de minste vrienden en de grootste onzekerheid is daarvoor het ideale mikpunt. Vervolgens wordt het excuus erbij bedacht: hij is homo, zwart, lang, zij heeft flaporen, andere kleren of een ander accent, of is ‘anders’, bijvoorbeeld vanwege autisme. Omdat iedereen dit steeds herhaalt (en in de samenleving vaak dezelfde patronen van uitsluiting voorkomen) wordt aannemelijk gemaakt dat het pesten logisch is, omdat het slachtoffer anders is en het niet verdient om met respect behandeld te worden. Het slachtoffer gaat dit, omdat de boodschap telkens herhaald wordt en in tientallen mini-agressies dagelijks terugkomt, geloven.

Het pesten is niet normaal

Maar pesten zelf is géén normaal gedrag. Dat weet iedereen: het is niét oké om een ander te treiteren, uit te lachen, te beschadigen, spullen kapot te maken, spottende bijnamen te geven. En wie zijn het die pesten? Meestal niét de autistische kinderen of medewerkers, maar de niet-autisten oftewel neurotypische mensen. Hun pestgedrag wordt echter nergens beschreven als afwijkend, als deficiëntie in sociale communicatie, als een gebrek aan empathie, als een probleem in de sociale wederkerigheid. Neurotypische mensen zijn de norm en zo kan pesten een van de meest hardnekkige sociale deficiënties blijven waarbij de slachtoffers als verklaring, ja zelfs als oorzaak worden gezien.

Dat is schadelijk voor de slachtoffers, maar ook voor de groep als geheel. Pesten is immers symptoom van een sociale onveiligheid die in wezen voor alle betrokkenen ongezond is. Dat betekent ook dat pesten er ‘niet bij hoort’ maar als probleem van de sociale omgeving moet worden aangepakt door degenen die op het werk of op school verantwoordelijk zijn.

Autisten zijn ánders

Maar autisten zíjn toch anders, denk je nu. Dat klopt. Zij ervaren de wereld op een fundamenteel andere manier. Deze manier wordt door niet-autisten maar slecht (of helemaal niet) begrepen. Het gebrek aan ‘theory of mind’ is daarom een wederzijds probleem, tussen autisten en niet-autisten, betoogt de Britse ontwikkelingspsycholoog dr. Damian Milton. Het blijkt bovendien dat autisten onderling elkaar prima begrijpen, net als niet-autisten. De misverstanden ontstaan tussen de groepen, waarbij autisten in een dagelijkse setting vaak een minderheid zijn of alleen staan, terwijl de neurotypische sociale groep in de meerderheid is, definitiemacht heeft over hun eigen superioriteit en vanuit de stigmatiserende omschrijvingen van autisme in de DSM nog eens bevestigd worden in hun onbegrip en pestgedrag.

Autisme is in zijn diepste wezen een andere manier van informatieverwerking. Om te beginnen is er veel minder sprake van een filter in geluiden, geuren, beelden: alles komt even hard binnen. Er is daarom al snel sprake van overprikkeling, zeker op scholen of op het werk. Vanuit overprikkeling ontstaat dan gedrag dat als ‘anders’ wordt aangemerkt maar wat geen reden is om te gaan pesten - eerder zou er begrip voor moeten zijn bij de groep mensen aan wie zoveel empathie wordt toegedicht.

De informatie wordt niet op standaardmanieren verwerkt, zoals bij neurotypici, maar via andere denksystemen. Hierdoor ontstaan juist nieuwe ideeën, of bouwen ze een indrukwekkende hoeveelheid kennis op over één onderwerp. Maar juist door de overload aan informatie en de andere verwerking, kunnen zij moeilijker schakelen tussen de systemen, tussen verschillende soorten input.

Je ziet bij autisten daarom vaak een focus op een bepaald onderwerp, maar ook een enorm gevoel van rechtvaardigheid, eerlijkheid en medeleven voor anderen. Het zijn de autistische kinderen die als eerste in de gaten hebben dat juf eigenlijk heel verdrietig is (en daardoor enorm uit hun doen zijn). Het zijn de autisten die benoemen dat bepaald gedrag onrechtvaardig is of ronduit verkeerd, waarbij ze de sociale norm van de neurotypische groep niet kennen, even over het hoofd zien of zelfs expliciet ondergeschikt vinden aan universele waarden- denk hierbij aan Greta Thunberg.

Koester je autisten

Dat de neurotypische groep dit niet altijd kan waarderen is begrijpelijk vanuit de eigen groepsdynamiek en -belangen, maar daarmee nog niet gerechtvaardigd. Waar zouden we zijn zonder kunstenaars, zonder wetenschappers en zonder meisjes die roepen dat wereldleiders falen in de bescherming van ons klimaat? Autisten kunnen, juist vanuit hun andere manier van informatieverwerking, een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van de sociale omgeving, indien hun veiligheid en het begrip voor hun anders-zijn gewaarborgd worden door positief leiderschap en werkelijke kennis van autisme. Koester ze.

Mieke van Stigt is socioloog en pedagoog

 

 

Bron Sociale Vraagstukken

Tip van de redactie

Tip van onze redactie met interessante informatie over pesten en online pesten (cyberpesten):