De Rijksuniversiteit Groningen gaat de komende jaren een anti-pestprogramma voor het voortgezet onderwijs testen. | Stop Pesten NU

084-0035994

De Rijksuniversiteit Groningen gaat de komende jaren een anti-pestprogramma voor het voortgezet onderwijs testen.

Anti-pestprogamma voor het voortgezet onderwijs?

De Rijksuniversiteit Groningen ontwikkelt en test de komende jaren (2019-2021) een preventief programma gericht op het versterken van de sociale veiligheid en het tegengaan van pesten in het voortgezet onderwijs. Het programma zet in op positieve groepsvorming en het stimuleren van sociale vaardigheden en de sociaalemotionele ontwikkeling van jongeren. De nadruk van het programma ligt op de groep als geheel. 
 
Op dit moment ontwikkelen we innovatief en uitgebreid materiaal voor de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs, waarmee scholen vanaf de eerste week van het schooljaar kunnen werken. Het materiaal bestaat uit themalessen die binnen het mentoraat gegeven worden, verdeeld over de vijf periodes tussen de vakanties.
 
Met een subsidie van het NRO (Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek) is het mogelijk om in de periode van 2019-2021 samen met scholen te testen in hoeverre het programma pesten tegengaat door een goede groepssfeer te creëren. We zoeken dan ook scholen die een jaar lang met dit programma aan de slag willen gaan. Komend schooljaar (2019-2020) zoeken we vier scholen voor een pilot om het programma uit te proberen. 

Het onderzoek

In de pilotfase (schooljaar 2019-2020) evalueren we of het lesmateriaal, de werkvormen, de leerlingmonitor en de trainingen werkbaar zijn voor scholen. Reguliere middelbare scholen in Nederland kunnen zich opgeven voor de pilot. Scholen kunnen met elke locatie afzonderlijk meedoen.

Deelname tijdens het onderzoek kost niets. Gedurende de onderzoeksperiode ontvangen scholen alle materialen en trainingen gratis. Als u meer informatie wilt kunt u contact met ons opnemen via het contactformulier. Uw interesse voor het programma kunt u laten blijken via het inschrijfformulier. Dit is nog geheel vrijblijvend - een van de trainers zal contact opnemen voor een telefonisch intakegesprek.

!  Let op: Dit project is in ontwikkeling. Het kan zijn dat er wijzigingen optreden in de planning of het materiaal. In zulke gevallen zullen wij scholen hierover informeren. 

Wat doen scholen die het programma testen?

Pilotscholen werken in het schooljaar 2019-2020 als eerste met het programma en kijken kritisch naar de opzet. Dit is een belangrijke stap in de verdere verfijning van het lesmateriaal. Het is gebruikelijk bij wetenschappelijk onderzoek om een pilot te doen om te onderzoeken of het programma in de praktijk loopt zoals gepland. Daarom zijn wij benieuwd naar de feedback op het programma en willen graag met docenten samenwerken.

Programma in het kort:

Alle activiteiten binnen het programma worden uitgevoerd binnen vijf thema’s die starten na elke vakantie (na de zomervakantie; herfstvakantie; kerstvakantie; voorjaarsvakantie; meivakantie). Thema’s zijn bijvoorbeeld ‘interactie binnen de groep’ en ‘diversiteit’.

>  Het programma is vooralsnog zo opgezet dat de mentor twee mentorlessen (van 45-50 minuten) besteedt aan elk thema met behulp van de aangeleverde themalessen. Daarnaast voert de mentor in elke periode nog twee kortere thematische activiteiten uit (ongeveer een kwartier per keer) met de mentorklas. Ook hiervoor krijgen docenten materiaal aangeleverd. Zij kunnen kiezen tussen verschillende lesvormen die bij hen en de klas passen. 

>  Naast het mentoraat werkt een van tevoren bepaalde sectie (bijvoorbeeld sectie ‘talen’) één keer per jaar mee aan het thema. Dit doet de vakgroep door gebruik te maken van coöperatieve werkvormen die ondersteunend zijn aan het thema en die een link hebben met de lesstof. 

>  We vragen aan mentoren en docenten van pilotscholen om kritische feedback op het materiaal bij te houden. Docenten delen en bespreken deze feedback tijdens vier ingeplande evaluatiemomenten per jaar. Deze groepsgesprekken duren ongeveer anderhalf uur per keer. 

Trainingen:

Om een goede gezamenlijke start te maken (met het complete team voor de eerste twee leerjaren) en het aangeleverde materiaal goed in te kunnen zetten ontwikkelen wij starttrainingen, in samenwerking met ervaren en gekwalificeerde trainers: 
>  Trainingsdag 1: Op de eerste trainingsdag leren deelnemers wat het programma inhoudt en oefenen docenten met het beschikbare materiaal. Deze training bestaat uit twee dagdelen. Dagdeel 1 is voor het gehele team dat betrokken is bij klassen 1 en 2. Het verdiepende dagdeel 2 is voor mentoren en vakgroepcoördinatoren. 

>  Trainingsdagen 2 en 3: Tijdens deze trainingsdagen (van elk vier uren) geven de trainers uitleg over het analyseren van de rapportage van de leerlingmonitor en de mogelijke activiteiten die docenten inzetten in de klas. Deze training bestaat uit twee afzonderlijke trainingsmiddagen, voor mentoren en vakgroepcoördinatoren. Trainingsdag 2 gaat over gespreksvaardigheden en de steungroepaanpak die de school in kan zetten bij pesten en andere onprettige situaties in de klas. Trainingsdag 3 gaat over de leerlingmonitor. 

Leerlingmonitor:

Leerlingen vullen drie keer per jaar een vragenlijst in over sociale relaties en situaties in de klas. De vragenlijst invullen duurt ongeveer een half uur per keer en leidt in november en mei tot een rapport dat inzicht geeft in de sociale relaties van elke klas (vergelijkbaar met een sociogram), inclusief pestrelaties. 

 

Voorwaarden voor deelname

>  De school heeft de intentie om een volledig schooljaar mee te doen aan het onderzoek. Daarvoor vraagt de school instemming en ondersteuning van betrokken docenten en instemming van ouders van leerlingen die meedoen. 

>  De school start tijdens het onderzoek geen vergelijkbare interventie of methode naar het bevorderen van de groepssfeer. 

>  Er wordt minimaal 1 uur mentoraat per week gegeven aan 1e en 2e klassen.

>  In de jaarplanning neemt de school de trainingsdagen en mentorlessen op.

>  De school is bereid om leerlingen drie keer per jaar een online vragenlijst te laten invullen. Daarnaast is de school bereid om een actieve toestemmingsprocedure van ouders/verzorgers faciliteren. Dit betekent dat de school aan ouders/verzorgers vraagt om in te stemmen met deelname van hun kind aan het onderzoek. Ouders krijgen hiervoor een informatiebrief van de Rijksuniversiteit Groningen.  

>  Tijdens de leerlingbesprekingen maken docenten ook ruimte en tijd vrij om de klassen groepsdynamisch (sfeer en ontwikkeling in de klas) te bespreken. 

>  De school is bereid om kritisch te kijken hoe het programma in de visie van de school en de schoolregels past. 

 

Neem contact met ons op!

Voor vragen over of interesse in het programma kunt u contact met ons opnemen via onderstaand contactformulier of door te bellen met onderstaand telefoonnummer. Wilt u uw interesse laten blijken voor deelname aan het onderzoek, laat dit dan vrijblijvend blijken via het inschrijfformulier.

E: nro-vo@rug.nl
T: 050 363 6296 (Elsje de Vries, promovenda)

 

Bron NRO-VO

 

 

 

Doelgroep: 
Professionals

Tip van de redactie

Tip van onze redactie met interessante informatie over pesten en online pesten (cyberpesten):