Elsje de Vries, MSc De oplossing voor pesten ligt bij de groep (vo) | Stop Pesten NU

084-0035994

Elsje de Vries, MSc De oplossing voor pesten ligt bij de groep (vo)

Waarom is dat zo ingewikkeld? Bij pesten zijn er verschillende rollen die leerlingen kunnen innemen: pester, assistent, meeloper, buitenstaander, slachtoffer en verdediger. Dit laat zien dat pesten een groepsproces is en niet alleen een fenomeen tussen pesters en slachtoffers. De oplossing voor pesten ligt dus ook bij de groep als geheel. In het voortgezet onderwijs blijft het een grote uitdaging om invloed uit te kunnen oefenen op de groepsdynamiek. Dat heeft verschillende redenen.

Onderzoek laat zien dat pesten aanpakken in het voortgezet onderwijs veel lastiger is dan in het basisonderwijs.

Leerlingen in het voortgezet onderwijs komen allereerst op de leeftijd dat ze meer behoefte hebben aan autonomie en sociale status. Leeftijdsgenoten worden hierdoor belangrijker en de rol van volwassenen wordt juist minder belangrijk. Het is dus moeilijker voor docenten om het groepsproces te begeleiden. Leerlingen zoeken het liever zelf uit. Hierdoor verandert de groepsdynamiek.

Jongeren vertonen meer normoverschrijdend, antisociaal gedrag om te laten zien dat ze volwassen zijn. Voor docenten is het de uitdaging om dit gedrag niet de norm te laten zijn.

Daarnaast beïnvloeden jongeren elkaar sterk. Het is op de middelbare school makkelijker om gelijkgestemden te vinden die een sterk front vormen dat de groepsdynamiek niet ten goede komt.

Gedrag verandert in het voorgezet onderwijs, dat zie je ook terug ook bij pesten. Directe (zichtbare) vormen van pesten zoals slaan en uitschelden komen steeds minder voor. Indirecte (minder zichtbare) vormen van pesten, zoals buitensluiten en cyberpesten, juist meer. Deze vormen van pesten zijn complexer omdat leerlingen meerdere rollen kunnen vervullen.

Indirecte vormen van pesten nemen toe in het voortgezet onderwijs. Voor docenten is dit gedrag lastiger te signaleren.

De manier waarop middelbare scholen zijn georganiseerd maakt het ook ingewikkelder dan op de basisschool. Klassen in het voortgezet onderwijs wisselen vaak qua samenstelling, dat maakt het onduidelijk wat nou ‘de groep’ is. Daarnaast staan in het voortgezet onderwijs meerdere docenten voor de klas. Over het algemeen zijn meer vakinhoudelijk gericht en hebben ze minder aandacht hebben voor de groepsdynamiek. De meest aangewezen persoon voor het begeleiden van het groepsproces in het voortgezet onderwijs is de mentor. Maar deze is vaak beperkt ingeroosterd.

In het voortgezet onderwijs is de verantwoordelijkheid voor het begeleiden van de groepsdynamiek en het aanpakken van pestsituaties verdeeld over meerdere medewerkers. Het is onduidelijk wie de regie heeft of moet hebben.

In het voortgezet onderwijs blijft het voor docenten daarom een grote uitdaging om invloed uit te oefenen op de groepsdynamiek. De docent heeft handvatten nodig om, net als op basisscholen, van de klas weer een groep te kunnen maken. Mijn onderzoek richt zich hier de komende jaren op. Om alvast één handvat te bieden kunt u hieronder een werkvorm downloaden gericht op het verbeteren van de groepsdynamiek: de lijnoefening.


De lijnoefening (pdf)

Tip voor de docent: let goed op het gedrag van leerlingen tijdens deze werkvorm. Wie neemt de leiding? Wie blijft passief? Op deze manier valt al veel te leren over de groepsdynamiek!

Auteur Elsje de Vries, MSc
Promovenda Rijksuniversiteit Groningen. Doet onderzoek naar een nieuw anti-pestprogramma voor het voortgezet onderwijs
 

Tip van de redactie

Tip van onze redactie met interessante informatie over pesten en online pesten (cyberpesten):