Feiten & Cijfers | Online Pesten | Cyberpesten

084-0035994

Foutmelding

You may not view this site from your current location.

Feiten & Cijfers | Online Pesten | Cyberpesten

2021 - LHBTI en cyberpesten 

In het debat van 22 januari 2020 over sociale veiligheid is gesproken over onderzoek van het CBS waaruit naar voren kwam dat LHBTI-jongeren twee keer vaker te maken hebben met online incidenten.1 Ik heb toen toegezegd u in de eerst volgende brief over sociale veiligheid in het onderwijs te informeren over de uitkomsten van de bestuurlijke gesprekken met de PO Raad en de VO-raad waarbij ik het onderwerp pesten van LHBTI-leerlingen en cyberpesten heb geagendeerd. Ik heb de raden daarbij gevraagd extra aandacht te hebben voor dit thema en hun leden daar ook expliciet op aan te spreken. Daarnaast heb ik Stichting School en Veiligheid (SSV) gevraagd het ondersteuningsaanbod op dit punt (waar nodig) aan te vullen. Duidelijk is dat ook op scholen de aandacht voor en het gesprek over thema’s rondom seksuele diversiteit, genderidentiteit en mediawijsheid de afgelopen jaren is toegenomen. Dit is een positieve ontwikkeling. 

1 Meisjes vaker dan jongens last van online stalken of laster (cbs.nl) 

2 Disparities in Perpetrators, Locations, and Reports of Victimization for Sexual and Gender Minority Adolescents - Journal of Adolescent Health (jahonline.org) 

Het is zorgelijk dat de actuele pestcijfers in de factsheet laten zien dat er sprake is van een stijging van het aantal leerlingen dat aangeeft gepest te worden omdat zij zich identificeren als LHBTI. In 2018 gold dit voor 11 procent van de gevallen vergeleken met 15 procent in 2021. Daarnaast werd in 2021 7 procent gepest omdat zij zich identificeren als transpersoon. Dit geldt overigens ook voor het aantal leerlingen dat zegt gepest te worden in verband met hun gender. Ik vind deze cijfers zorgelijk. Zeker als we daarnaast de zeer verontrustende resultaten van recent onderzoek van de Universiteit Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen zien, waaruit ook blijkt dat LHBTI-leerlingen aanzienlijk meer gepest worden dan niet LHBTI-leerlingen. Uit het onderzoek blijkt verder dat LHBTI-leerlingen twee keer vaker door docenten worden gepest dan hetero-leerlingen, eveneens een zeer zorgelijk signaal.2 De toename in het aantal leerlingen dat aangeeft gepest te worden vanwege hun seksuele oriëntatie en/of genderidentiteit kan te maken hebben met het feit dat steeds meer leerlingen open zijn over die oriëntatie of identiteit. Dit maakt dat LHBTI-leerlingen wellicht zichtbaarder zijn en dat kan ook leiden tot negatieve reacties. Het is dan ook voor scholen (maar eigenlijk breder, voor iedereen om jongeren heen) extra belangrijk om deze negatieve reacties te ondervangen en duidelijk te maken dat pesten onacceptabel is. Immers, alle leerlingen, ook LHBTI-leerlingen, moeten zich veilig voelen om te kunnen zijn wie ze willen zijn op school. In de beleidsreactie op de veiligheidsmonitor 2021 zal ik nader op ingaan deze ontwikkeling en de cijfers. Daarnaast zal ik de komende tijd verder onderzoek uitzetten om te duiden wat hier precies aan de hand is en wat we eraan zouden kunnen doen. 

Een effectieve aanpak van pesten maakt het verschil in de levens van kinderen. De afgelopen jaren is het pesten in het algemeen afgenomen, dankzij de inzet van alle scholen. Het is nu de opdracht aan ons allen deze aandacht vast te houden. We zijn nog niet klaar, want ik zie nog zorgelijke ontwikkelingen. Daarom moeten we alert in blijven zetten op het verminderen van pesten. 

Mede namens de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 

De minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, 

Arie Slob

Download Kamerbriief Nieuwe cijfers over Pesten in het funderend Onderwijs d.d. 28 september 2021 als PDF

Factsheet Pesten in het Voortgezet Onderwijs 2021 

Download bovenstaande factsheet over Pesten in het Voortgezet Onderwijs 2021 in PDF

Factsheet Pesten in het Basis Onderwijs 2021 Factsheet Pesten in het Basis Onderwijs 2021

Download bovenstaande factsheet over Pesten in het Basis Onderwijs 2021 in PDF

 

 

 

Bullying has been a part of life since people first started living in sedentary communities. For some reason, people have always found it comforting to put other people down, even if the comments they make are mean and hurtful.

This can help explain why, in 2020, 73 percent of students (https://cyberbullying.org/new-national- bullying-cyberbullying-data) feel they have been bullied in their lifetime, and why 44 percent say it has happened in the last 30 days. However, the emergence of and universal adoption of social media has opened the door for a new type of bullying: cyberbullying. Cyberbullying (in het Nederlands lezen over online pesten of cyberpesten, >> klik hier <<) is bullying that takes place over digital devices such as cell phones, computers, and tablets, which includes, but is not limited to, SMS and text messages, social media, forums, online gaming and any other app that allows people to view, participate and share content. [StopBullying.gov and the National Crime Prevention Center]

A Growing Problem in 2020

Cyberbullying is a real problem in today's society. Consider that:

\

 

Download hier het volledige rapport "51 Critical Cyberbullying Statistics in 2020 - BroadbandSearch"

 

2019 Cyberbullying Data

This study surveyed a nationally-representative sample of 4,972 middle and high school students between the ages of 12 and 17 in the United States. Data were collected in April of 2019. Click on the thumbnail images to enlarge

 

Source Cyberbullying Prevention Center 

 

5,3 procent van de 12- tot 25-jarige internetgebruikers is in 2018 naar eigen zeggen wel eens online gepest, gestalkt of bedreigd. Dat zijn ruim 140 duizend jongeren. Meisjes hadden hier bijna twee keer zo vaak mee te maken als jongens (7,1 procent tegen 3,6 procent). Dat meldt het CBS op basis van het onderzoek Digitale Veiligheid & Criminaliteit.

Aan dit onderzoek uit het najaar van 2018 deden ruim 38 duizend personen mee. Een van de vragenblokken ging over interpersoonlijke incidenten. Internetgebruikers is gevraagd of ze de afgelopen twaalf maanden wel eens last hebben gehad van laster (online roddels, getreiter, pesten), stalking (herhaaldelijk lastigvallen) of bedreiging.

TotaalLasterStalkingBedreiging02468Online incidenten 12- tot 25-jarigen, 2018
Meisjes
Jongens
% van internetgebruikers

Vooral laster

Online laster kwam met 3,9 procent het vaakst voor. 1,9 procent van de jongeren kreeg naar eigen zeggen te maken met online stalking en 1,0 procent met bedreiging met geweld. Meisjes kregen vaker te maken met online stalking en laster. Bedreiging met geweld kwam bij jongens en meisjes even vaak voor. In de jongste groep (12 tot 18 jaar) komen online incidenten met 6,4 procent vaker voor dan bij jongeren van 18 tot 25 jaar, waarvan 4,4 procent hier last van had.

3 procent meisjes slachtoffer seksueel getinte incidenten

Van de jongeren kreeg 1,6 procent te maken met een seksueel getint incident en 4,0 procent met een niet seksueel getint incident. Seksueel getinte incidenten kwamen aanzienlijk vaker voor bij meisjes (2,8 procent) dan bij jongens (0,5 procent).

Homo- of biseksuele jongeren vaker last

Van de homo- of biseksuele jongeren kreeg 11,4 procent in 2018 te maken met online incidenten. Dat is ruim twee keer zo vaak als heteroseksuele jongeren. Met name seksueel getinte incidenten werden door homo- of biseksuele jongeren (5,3 procent) vaker gerapporteerd dan door heteroseksuele jongeren (1,6 procent).

Meestal geen melding of aangifte

Van de jongeren die te maken kregen met online incidenten voelde 43,4 procent na het laatste incident de emotionele gevolgen. Zij dachten er regelmatig aan terug, sliepen er slecht van of waren er erg boos over. Desondanks gaf bijna de helft van de slachtoffers (48,9 procent) aan dat ze het incident weliswaar als verkeerd zagen, maar niet als een misdrijf. 11,3 procent omschreef het incident als toeval en 7,5 procent gaf zichzelf de schuld van het incident. Een kleine groep van 4,1 procent vond het incident wel een misdrijf. 

Van de jongeren meldde 8,0 procent het incident bij de politie of een ander instantie en 36,7 procent vertelde over het incident aan familie, vrienden of een leerkracht. 4,8 procent deed uiteindelijk aangifte bij de politie.


In 2016 gaf 3 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder aan wel eens online gepest te zijn. Omgerekend gaat het om ruim 400 duizend personen. Dit aantal is sinds 2012 niet wezenlijk veranderd. Jongeren worden veel vaker online gepest dan ouderen. 

Van de 15- tot 18 jarigen had 9 procent in 2016 ermee te maken, tegen 1 procentvan de 65-plussers. Meisjes van 15 tot 18 jaar zijn duidelijk vaker slachtoffer van online pesten dan jongens in die leeftijdsgroep (12 tegen 7 procent). Ook bij jongvolwassenen bestaat een verschil, al is dit minder groot. Bij 25-plussers zijn de verschillen naar geslacht veel kleiner.

Vooral laster

De meest voorkomende vorm van online pesten bij jongeren van 15 tot 18 jaar is laster. Het gaat dan bijvoorbeeld om het plaatsen van kwetsende teksten op internetfora of profielsites, of het verspreiden van foto’s, films of roddels via het internet. Ruim 4 procent van hen werd hiermee naar eigen zeggen geconfronteerd. Daarna volgen stalken, bedreiging met geweld, en chantage.

02468101214Online gepest, 2016
Totaal
Mannen
Vrouwen
Totaal15 tot 18 jaar18 tot 25 jaar25 tot 45 jaar45 tot 65 jaar65 jaar of ouder
%
15 tot 18 jaar :
Vrouwen 12,4%
 

 

02468101214Online pesten naar soort, 2016
Totaal
15 tot 18 jaar
18 tot 25 jaar
25 jaar of ouder
TotaalLasterChantageStalkenBedreiging met geweldAnders
%
 
 

Meestal niet gemeld

Minder dan een op de zeven online gepeste jongeren van 15 tot 18 jaar maakte in 2016 hiervan melding bij de politie of een andere instantie. Dit verschilt niet wezenlijk van de jaren daarvoor. Het leeuwendeel van de slachtoffers is dus niet bekend bij instanties en wordt niet geregistreerd. Slachtoffers van online pesten van 25 jaar of ouder melden dit vaker dan jongeren.

 

051015202530Melding online pesten, 2016
Totaal gemeld
Bij politie
Bij andere instantie
Totaal15 tot 18 jaar18 tot 25 jaar25 jaar of ouder
%
25 jaar of ouder:
Bij andere instantie10,9%
 

Doctoraatsonderzoek over cyberpesten (1 oktober 2015) toont aan: duidelijke link tussen cyberpesten en school

De helft van de cyberpesters zit op dezelfde school als zijn of haar slachtoffer”, zegt Denis Wegge van de UAntwerpen. Hij adviseert scholen een online meldpunt in te richten.

In zijn doctoraatsonderzoek heeft Denis Wegge van het Departement Communicatiewetenschappen aan de UAntwerpen als eerste de patronen van het cyberpesten in kaart heeft gebracht. In bijna vijftig procent van de gevallen vindt het cyberpesten plaats tussen leerlingen van eenzelfde school. En bijna zeventig procent van de slachtoffers geeft aan offline en online door eenzelfde persoon te worden gepest.

“Het problematische aan deze cijfers is dat ze aantonen dat pestslachtoffers nergens meer aan het pestgedrag kunnen ontsnappen: op school niet, en ook daarbuiten niet. Via hun smartphone of computer worden ze immers door dezelfde pesters belaagd als dat op school het geval is.”

Bijna twee derde van de jongeren die vorig jaar te maken hebben gehad met cyberpesten is bekend met de dader. In 2014 is bijna 8 procentvan de jongeren van 15 tot 25 jaar geconfronteerd met cyberpesten. Dit is ruim twee keer zo vaak als bij alle Nederlanders (3 procent) van 15 jaar en ouder. Laster is de meest voorkomende vorm van cyberpesten onder jongeren. Dat maakt CBS bekend.

In 2014 gaven ruim 400 duizend mensen van 15 jaar en ouder aan wel eens gepest te zijn op internet. Ruim 11 procent van de jongeren tussen de 15 en 18 jaar werd geconfronteerd met cyberpesten, tegenover ruim 5 procent van de 21- tot 25-jarigen. Naarmate de leeftijd vordert krijgen Nederlanders minder met cyberpesten te maken. Eén procent van de ouderen zegt geconfronteerd te zijn met cyberpesten.

Bijna twee derde van de jongeren die vorig jaar te maken hebben gehad met cyberpesten is bekend met de dader. In 2014 is bijna 8 procentvan de jongeren van 15 tot 25 jaar geconfronteerd met cyberpesten. Dit is ruim twee keer zo vaak als bij alle Nederlanders (3 procent) van 15 jaar en ouder. Laster is de meest voorkomende vorm van cyberpesten onder jongeren. Dat maakt CBS bekend.

In 2014 gaven ruim 400 duizend mensen van 15 jaar en ouder aan wel eens gepest te zijn op internet. Ruim 11 procent van de jongeren tussen de 15 en 18 jaar werd geconfronteerd met cyberpesten, tegenover ruim 5 procent van de 21- tot 25-jarigen. Naarmate de leeftijd vordert krijgen Nederlanders minder met cyberpesten te maken. Eén procent van de ouderen zegt geconfronteerd te zijn met cyberpesten.

Bron

 

Een op tien jongeren gepest op internet

24-7-2013 09:30

In 2012 werd ruim 10 procent van de jongeren van 15 tot 18 jaar wel eens gepest op internet. Laster, roddel en achterklap komen het meest voor, gevolgd door stalken, bedreiging en chantage. De meeste slachtoffers melden dit niet bij politie of andere instanties.

Jongeren tien keer meer gepest dan ouderen

In 2012 gaf 3 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder aan weleens gepest te zijn via internet. Dit zijn naar schatting ruim 400 duizend personen. Jongeren worden veel meer met cyberpesten geconfronteerd dan ouderen. Van de 15- tot 18-jarigen had 10 procent in 2012 te maken met pesten via internet, tegen minder dan 1 procent van de 65-plussers.  Natuurlijk maken jongeren ook meer gebruik van het internet en zijn ze actiever op sociale media, die vaak als platform voor pestgedrag dienen. Vrijwel alle 15- tot 18-jarigen gebruiken sociale media, terwijl van de 65-plussersbijna een op de zes hierop te vinden is.

Slachtofferschap cyberpesten naar leeftijd, 2012

Slachtofferschap cyberpesten naar leeftijd, 2012

Laster meest voorkomende vorm cyberpesten

De meest voorkomende vorm van cyberpesten onder jongeren is laster. Het gaat dan bijvoorbeeld om het plaatsen van kwetsende teksten op internetfora of profielsites, of het verspreiden van foto’s, filmpjes of roddel via het web. Ruim 4 procent van de 15- tot 18-jarigen werd hiermee naar eigen zeggen geconfronteerd in 2012. Daarna volgen stalken, bedreiging met geweld, en chantage via internet. 

Slachtofferschap cyberpesten naar soort en leeftijd, 2012

Slachtofferschap cyberpesten naar soort en leeftijd, 2012

Meeste slachtoffers melden cyberpesten niet

Minder dan een op de tien jongeren die geconfronteerd werden met pesten via internet maakte hiervan melding bij de politie of een andere instantie. Het leeuwendeel van de slachtoffers is dus niet bekend bij instanties en wordt niet geregistreerd. Slachtoffers van cyberpesten van 25 jaar of ouder melden dit vaker dan jongeren.

Melding cyberpesten naar leeftijd, 2012

Melding cyberpesten naar leeftijd, 2012

Math Akkermans

 

051015
18 tot 21 jaar:
 
 
%7,3
Slachtofferschap cyberpesten naar leeftijd , 2014
TotaalJongeren totaal: 15 tot 25 jaar15 tot 18 jaar18 tot 21 jaar21 tot 25 jaar25 tot 45 jaar45 tot 65 jaar65 jaar en ouder
%
 

Vorm cyberpesten

Op nummer één van de meest voorkomende vormen van cyberpesten onder jongeren van 15 tot 18 jaar staat laster. Laster is bijvoorbeeld het plaatsen van kwetsende teksten op internetfora of profielsites, of het verspreiden van foto’s, filmpjes of roddel via het web. Bijna 5 procent van hen geeft aan hiermee te maken te hebben gehad. Dat is ruim 2,5 keer zo vaak als in de groep van 21- tot 25-jarigen. Ook stalken en bedreiging met geweld worden genoemd. Chantage als vorm van cyberpesten wordt het minst opgegeven. Dat laatste geldt ook voor alle Nederlanders. Bij ouderen komen alle vormen van cyberpesten ongeveer even vaak voor.

012345
Anders:
 
 
15 tot 18 jaar3,7
Slachtofferschap cyberpesten naar soort bij jongeren, 2014
Totaal 15 tot 25 jaar
15 tot 18 jaar
18 tot 21 jaar
21 tot 25 jaar
LasterStalkenBedreiging met geweldChantageAnders
%
 

Bekendheid dader

Twee derde  van de jongeren in de leeftijdscategorie van 15 tot 25 jaar geeft aan de dader te kennen. Dat is iets meer dan onder alle Nederlanders (61,7 procent). Bij ruim één op de vijf van de jongeren is de dader een studiegenoot of iemand van het werk. In bijna 29 procentwas de dader een andere bekende, zoals een vriend of kennis. In de leeftijdsgroep van 65 jaar en ouder was de dader met ruim 45 procentminder vaak een bekende dan in de andere leeftijdscategorieën. Vaak gaat het om een buurtgenoot (ruim 20 procent) of een andere bekende (ruim 13 procent).

010203040506070
 
Slachtofferschap cyberpesten bekendheid dader naar leeftijd, 2014
Bekendheid dader
Partner
Ex-partner
Ander familielid
Buurtgenoot
Iemand van werk of studie
Andere bekende
totaalTotaal jongeren: 15 tot 25 jaar25 tot 45 jaar45 tot 65 jaar65 jaar en ouder
%
 

Aangifte

Ruim 14 procent van de jongeren van 15 tot 25 jaar die geconfronteerd werden met pesten via internet maakte hiervan melding bij de politie of een andere instantie. Bijna 4 procent van hen deed daadwerkelijk aangifte van cyberpesten. Alleen 45- tot 65-jarigen doen met ruim 9 procentvaker aangifte dan jongeren. Van de onderzochte Nederlanders maakt ruim 23 procent melding van cyberpesten, waarvan 15 procent bij de politie. Ruim 6 procent doet daadwerkelijk aangifte.

Bron: StatLine, Slachtofferschap delicten; persoonskenmerken