Doel: leerlingen laten nadenken over hun eigen rol bij pesten
Vorm: kaartjes voor groepsgesprekken, kring of mentoruur
Niveaus: PO (groep 6-8), VO, MBO
Gesprekskaarten (voorbeeld VO/MBO)
Kaart 1 – “Ik ben niet de pester, dus het is mijn probleem niet.”
→ Wat gebeurt er als iedereen dat denkt?
Kaart 2 – “Als ik iets zeg, word ik zelf gepest.”
→ Wat zou je nodig hebben om tóch iets te kunnen doen?
Kaart 3 – “Ik wist niet zeker of het pesten was.”
→ Hoe kun je dan tóch zorgen dat iemand zich gezien voelt?
Kaart 4 – “We hebben toch al sorry gezegd?”
→ Wanneer is ‘sorry’ niet genoeg? Wat moet er dan gebeuren?
Kaart 5 – “We gingen erover praten met de mentor, maar toen werd het erger.”
→ Wat zou je mentor de volgende keer anders kunnen doen?
PO-variant (groep 6-8):
Gebruik pictokaarten of situatieschetsen, bijvoorbeeld:
- “Jesse wordt steeds niet gekozen bij gym. Wat kun jij doen?”
- “Sara wordt online uitgelachen. Jij ziet het. Wat nu?”
- “Een groepje noemt iemand bij een bijnaam. Wat vind jij daarvan?”
Laat leerlingen keuzes aankruisen en erover praten:
v = Zeggen dat het niet oké is
v = Erbij gaan staan
v = Naar de juf/meester/mentor
x = Wegkijken

