Doel: Pestrollen bespreekbaar maken zonder beschuldiging.
Gebruik: In kleine groepen of klassikaal, met nabespreking.
Aanpak: Laat leerlingen kaart trekken, gesprek voeren en reflecteren.
Kaarten (vraag + toelichting + voorbeeldantwoord)
Kaart 1 – Wat zou jij doen als je iemand ziet pesten, maar het is je beste vriend?
Toelichting: Leerlingen denken na over loyaliteit vs. rechtvaardigheid.
Voorbeeldantwoord: “Ik zou hem apart aanspreken. Niet in de groep, maar zeggen dat ik het niet oké vond. Vriend of niet.”
Kaart 2 – Waarom lachen mensen vaak mee als er gepest wordt?
Toelichting: Normgedrag, groepsdruk, angst om zelf doelwit te worden.
Voorbeeldantwoord: “Ik denk dat mensen bang zijn dat ze zelf worden gepest. Dus lachen ze maar mee, dan lijkt het alsof ze erbij horen.”
Kaart 3 – Wat gebeurt er als niemand iets zegt?
Toelichting: Zwijgende meerderheid houdt pestproces in stand.
Voorbeeldantwoord: “Dan denkt de pester dat het oké is. En de gepeste voelt zich alleen.”
Kaart 4 – Heb jij ooit gezien dat iemand het opnam voor een ander? Wat gebeurde er toen?
Toelichting: Positief voorbeeldgedrag versterken.
Voorbeeldantwoord: “Ja, in de pauze. Iemand zei dat het moest stoppen en toen ging de rest ook ineens iets zeggen.”
Kaart 5 – Wat maakt het moeilijk om op te komen voor iemand die gepest wordt?
Toelichting: Normaliseren dat het spannend is, én dat je het kunt leren.
Voorbeeldantwoord: “Ik ben bang dat ik dan zelf gepest word. Maar misschien helpt het als iemand anders ook wat zegt.”

