Doel: Gesprek op gang brengen over gevoel, grenzen en gedrag.
Gebruik: Trek kaartjes, bespreek klassikaal of in kleine groep.
Voorbeeldkaartjes:
- Hoe kun je zien dat iemand een grapje niet leuk vindt?
- Wat kun je zeggen als jij iets zei en iemand anders vindt het niet leuk?
- Hoe voelt het als mensen om je lachen terwijl jij iets serieus bedoelt?
- Mag je altijd zeggen dat je iets niet leuk vindt? Waarom?
- Wat kun je doen als je ziet dat iemand wordt gepest?
Voorbeeldantwoorden voor de leerkracht:
- “Je kunt aan iemand zijn gezicht zien dat hij het niet leuk vindt.”
- “Ik zou zeggen: sorry, ik dacht dat je het grappig vond.”
- “Soms lijkt het grappig, maar dan voel je je vanbinnen klein.”

