Docenten spelen een centrale en integrale rol bij het voorkomen, signaleren en verminderen van pesten. Hun gedrag en houding vormen een voorbeeldrol voor leerlingen en beïnvloeden de sociale normen en waarden in de klas.
Docenten tonen voorbeeldgedrag bij pesten op de volgende manieren
- Pesten serieus nemen en niet tolereren:
Leerkrachten mogen pesten niet negeren of bagatelliseren, aangezien dit door leerlingen als een teken van tolerantie kan worden opgevat. Een afkeurende reactie op pestgedrag is cruciaal. Als de groep duidelijk maakt dat pestgedrag niet wordt getolereerd, kan het pesten snel stoppen.
- Actief en adequaat ingrijpen:
Leerkrachten moeten ingrijpen wanneer pesten plaatsvindt. Hoewel veel leerkrachten het idee hebben dat ze actief ingrijpen, toont observationeel onderzoek aan dat dit in de praktijk vaak minder gebeurt. Het corrigeren van de pester geeft een sterker signaal dan alleen het troosten van de gepeste leerling, en leerlingen zijn eerder geneigd toekomstige pestproblemen te melden bij een leerkracht die corrigeert.
- Duidelijke normen en regels stellen:
Het is essentieel om duidelijke sancties op te stellen voor pesters en meelopers en deze consequent toe te passen. Dit draagt bij aan een gevoel van veiligheid en zekerheid in de groep. Een leerkracht met gezag die geen groepsnormen tolereert die pesten omvatten, heeft een positieve invloed op het gedrag van kinderen.
- Bewustzijn creëren over de rol van omstanders:
Docenten moeten met hun klas bespreken wat de cruciale rol van omstanders is en hoe zij kunnen bijdragen aan het stoppen van pesten. Leerlingen moeten begrijpen dat hun stilzwijgen pestgedrag indirect ondersteunt. Door omstanders bewust te maken van hun kracht als groep, kunnen zij een cruciale rol spelen in het beëindigen van pestgedrag.
- Groepsdynamiek positief beïnvloeden:
Leerkrachten moeten preventief werken aan een positieve omgang en sociaal-emotionele ontwikkeling binnen de groep. Dit omvat het bevorderen van groepsvorming, inzicht in elkaars wensen, inleven in gevoelens van anderen, en het stimuleren van samenwerking en verantwoordelijkheid voor de groep.
- Zelfvertrouwen uitstralen en expertise tonen:
Leerlingen pikken signalen van zelfvertrouwen, adequaat ingrijpen en voorbeeldgedrag van de leerkracht op, wat het sociale klimaat in de klas positief beïnvloedt. Leerkrachten moeten kennis hebben van pesten om pestsituaties te herkennen, inclusief de verschillende vormen en het onderscheid tussen plagen en pesten.
- Een veilige haven en klankbord zijn:
Docenten moeten beschikbaar zijn, in gesprek blijven met jongeren, en vertrouwen hebben in hun kunnen. Dit helpt leerlingen om zich gehoord en gesteund te voelen en pestproblemen te melden.
- Populaire jongeren inzetten als "change-makers":
In het voortgezet onderwijs, waar leraren minder directe invloed hebben, kunnen populaire jongeren gecoacht worden om positief en sociaal verantwoordelijk gedrag voor te leven. Zij kunnen een prosociale boodschap verspreiden en fungeren als rolmodel, wat een grote impact heeft op groepsnormen. Dit benadrukt de ondersteunende en faciliterende rol van de leraar.
Samengevat is het cruciale voorbeeldgedrag van docenten gelegen in hun vermogen om pesten niet te negeren, actief in te grijpen, duidelijke normen te stellen, een positieve groepsdynamiek te bevorderen en, indien nodig, leerlingen te empoweren om zelf positieve veranderaars te zijn.

