Hoe herken je pesten? | Stop Pesten NU

Hoe herken je pesten?

Pesten herkennen is cruciaal, aangezien het een complex groepsproces is waarbij zelden alleen daders en slachtoffers betrokken zijn. Om pesten te herkennen, is het belangrijk om de kernkenmerken, de verschillende vormen en de dynamiek van betrokken rollen te begrijpen.

Definitie en kernkenmerken van pesten

De meest geaccepteerde definitie van pesten, oorspronkelijk van de Noorse onderzoeker Dan Olweus, beschrijft het als doelbewust agressief gedrag dat zich herhaaldelijk voordoet en waarbij slachtoffers zich moeilijk kunnen verdedigen.

De drie centrale aspecten om pesten te herkennen zijn:

  • Negatief gedrag: Het gedrag is gemeen of kwetsend.
  • Herhaling: Het gedrag gebeurt meerdere keren of herhaaldelijk over een bepaalde periode. Dit onderscheidt het van incidenteel negatief of agressief gedrag of ruzies. Veel studies hanteren de regel dat gedrag minstens twee tot drie keer per maand moet voorkomen om als pesten te worden beschouwd.
  • Machtsongelijkheid: Er is sprake van een ongelijkheid in macht tussen de dader(s) en het slachtoffer(s), waarbij het slachtoffer zich moeilijk kan verdedigen. Deze machtsongelijkheid kan fysiek sterker zijn of een sociaal sterkere positie inhouden.

Het is belangrijk te benadrukken dat het bij pesten vooral gaat om de beleving of ervaring van het slachtoffer, en niet zozeer om de intentie van de dader. Iemand kan zich slachtoffer voelen, ongeacht de intenties van de dader.

Vormen van pesten

Pesten kan zich in verschillende vormen uiten:

  • Fysiek pesten:
    Dit omvat slaan, schoppen, duwen, trekken, stampten, bedreigen, of het afpakken van persoonlijke spullen. Jongens zijn vaker betrokken bij fysieke vormen van pesten.
     
  • Verbaal pesten:
    Dit uit zich in uitschelden, bedreigen, belachelijk maken, of het geven van kwetsende namen. Dit kan ook gepaard gaan met non-verbale uitingen zoals gezichtsuitdrukkingen, dreigende gebaren of intonatie.
     
  • Relationeel pesten:
    Hierbij brengt de dader schade toe via sociale relaties, zoals het uitsluiten van iemand, roddelen, geruchten verspreiden, of het manipuleren van vriendschappen. Hoewel lang werd gedacht dat dit vooral bij meisjes voorkwam, toont recent onderzoek aan dat jongens net zo vaak relationeel pesten als meisjes.
     
  • Cyberpesten:
    Dit is pesten via sociale media, websites, tekstberichten of games. Het omvat agressief en schadelijk online gedrag, zoals het verspreiden van vervelende berichten of foto's.

Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen direct pesten (gedrag is direct gericht op het slachtoffer die aanwezig is) en indirect pesten (gedrag vindt buiten het slachtoffer om plaats, zoals bij relationele agressie). Indirecte vormen zijn vaak moeilijker waar te nemen voor leerkrachten.

Rollen bij pesten

Pesten is een groepsproces waarbij verschillende rollen kunnen worden ingenomen:

  • Pester (dader):
    De leerling die het initiatief neemt tot pesten en anderen aanzet tot meepesten. Pesters zijn vaak populair, maar niet noodzakelijkerwijs geliefd. Ze gebruiken pesten vaak om status te verwerven en te domineren.
     
  • Slachtoffer:
    De leerling die herhaaldelijk en langdurig wordt gepest en moeite heeft om zichzelf te verdedigen. Slachtoffers zijn vaak geïsoleerd en hebben een lage status.
     
  • Actieve meeloper:
    Helpt de pester actief mee met het pesten, bijvoorbeeld door te slaan of uit te schelden.
     
  • Passieve meeloper (bekrachtiger):
    Moedigt de pester aan door te lachen, aan te moedigen of positief te reageren, en dient als publiek.
     
  • Verdediger:
    Grijpt actief in om het pesten te stoppen, schakelt de leerkracht in of troost het slachtoffer. Verdedigers hebben vaak een hogere status en worden meer geaccepteerd.
     
  • Omstander:
    Is getuige van het pesten, maar grijpt niet in en blijft passief. Hoewel ze niets doen, dragen ze door hun stilzwijgen impliciet bij aan het voortduren van het pesten.

Deze rollen zijn dynamisch en kunnen per situatie wisselen; bijvoorbeeld, een dader kan in een andere context ook een verdediger zijn voor zijn eigen vrienden.

Uitdagingen bij het herkennen van pesten

Het herkennen van pesten is niet altijd eenvoudig, zelfs voor leerkrachten:

  • Onderschatting door leerkrachten:
    Leerkrachten onderschatten pesten vaak aanzienlijk en zijn beperkt in staat om de omvang van pesten en de betrokken leerlingen correct te identificeren.
     
  • Verborgen aard:
    Sociaal uitsluiten en digitaal pesten zijn moeilijker te signaleren omdat ze vaak buiten het gezichtsveld van de leerkracht plaatsvinden. Echter, pesten vindt vaak wel in het klaslokaal plaats.
     
  • Misvattingen:
    Veel leerkrachten hebben onjuiste opvattingen over pesten, bijvoorbeeld dat het erbij hoort of dat relationeel pesten minder ernstig is dan fysiek pesten. Dit kan hun waarneming negatief beïnvloeden.
     
  • Weinig meldingen door leerlingen:
    Leerlingen melden pesten vaak niet aan leerkrachten (slechts ongeveer 20%). Dit komt mede doordat ze denken dat leerkrachten niet adequaat zullen ingrijpen of de situatie zelfs kunnen verergeren.
     
  • Gebrek aan kennis/training:
    Soms weten leerkrachten niet hoe ze effectief kunnen helpen of herkennen ze pesten niet altijd correct.
     
  • Interpretatie van gedrag:
    Leerkrachten kunnen de reacties van leerlingen als ze gepest worden, ten onrechte als pesten interpreteren, wat leidt tot overschatting van daders en onderschatting van slachtoffers.

Signalen en aanwijzingen om pesten te herkennen

Ondanks de uitdagingen zijn er manieren om pesten beter te herkennen:

  • Actief observeren:
    Leerkrachten moeten toezicht houden in vrije situaties zoals pauzes en gangen. Pesten komt vaker voor op het schoolplein dan in het klaslokaal.
     
  • Open communicatie en gesprekken:
    Voer gesprekken met alle betrokken leerlingen. Creëer een cultuur waarin leerlingen zich veilig voelen om te praten over pesten.
     
  • Focus op de beleving van het slachtoffer:
    Neem een leerling die aangeeft gepest te worden altijd serieus, ongeacht de intenties van de dader of de zichtbaarheid van het gedrag.
     
  • Signalen van isolatie of terugtrekking:
    Slachtoffers zijn vaak geïsoleerd en hebben weinig tot geen vrienden. Een kind dat altijd alleen staat in de pauzes en geen vrienden heeft, is een indicatie.
     
  • Consistentie in regels en grenzen:
    Duidelijke klassenregels en consequente sancties voor pesters dragen bij aan een veilige sfeer en maken ongewenst gedrag herkenbaarder.
     
  • Bewustzijn van groepsdynamiek:
    Begrijpen dat pesten een groepsproces is en dat stilzwijgen van omstanders pestgedrag ondersteunt, is essentieel voor herkenning en aanpak.
     
  • Anonieme enquêtes:
    Regelmatige monitoring van het sociale klimaat in de klas via anonieme enquêtes kan vroegtijdig pestgedrag opsporen.
     
  • Eigen ervaring van de leerkracht:
    Leerkrachten die zelf in het verleden gepest zijn, lijken pesten beter waar te nemen en schatten het probleem realistischer in. Dit kan leiden tot meer empathie en een grotere alertheid voor signalen.