Pesten stopt niet vanzelf
Veel leerkrachten grijpen pas in wanneer pestgedrag zichtbaar wordt: opmerkingen, buitensluiten, lichamelijke agressie. Toch zijn deze zichtbare signalen vaak slechts het topje van de ijsberg. Wat daaronder zit, is een complex groepsproces waarin rollen zijn verdeeld, normen ontstaan en de groep — vaak onbedoeld — het pesten in stand houdt.
Om effectief te kunnen handelen tegen pesten, is het cruciaal om te begrijpen hoe pesten werkt als groepsproces. Want pesten is geen individueel probleem tussen dader en slachtoffer, maar een samenspel waarin meerdere leerlingen — en de leraar zelf — een rol spelen.
In dit artikel lees je:
- hoe groepsdynamiek pesten in stand houdt,
- welke pestrollen er zijn,
- waarom ‘niets doen’ in de groep ook een rol is,
- en wat je als leraar kunt doen om het groepsproces te keren.
Praktijkvoorbeeld: “Iedereen keek, maar niemand deed iets”
In groep 7 wordt een leerling herhaaldelijk uitgelachen als hij iets zegt. De grappen komen steeds van dezelfde twee kinderen. De rest van de klas lacht mee, kijkt weg of zegt niets. De leerkracht merkt op dat het kind stiller wordt, maar hoort van niemand concrete signalen. Pas na weken vertrouwt de leerling hem toe: “Ik wil liever niet meer naar school.”
Wat de leerkracht meemaakt is een klassiek voorbeeld van pesten als groepsproces: de daders bepalen de toon, de meelopers versterken het gedrag, de zwijgers normaliseren het, en de gepeste voelt zich alleen. De oplossing ligt niet alleen in het aanspreken van de pesters, maar in het veranderen van het groepsklimaat waarin dit gedrag ontstaat en blijft bestaan.
Pesten als sociaal systeem
Pesten ontstaat niet in een vacuüm. Het ontstaat in groepen waarin:
- hiërarchie belangrijk is (wie is populair, wie niet),
- afwijkend gedrag wordt bestraft,
- grenzen niet goed bewaakt worden door volwassenen.
In die context ontstaat pestgedrag als middel om:
- status te verwerven (dominantie),
- controle te houden over groepsdynamiek,
- af te leiden van eigen onzekerheid.
Pesten werkt dus als een sociaal systeem waarbij meerdere mensen een functie vervullen — al is het maar door niets te doen.
De zes pestrollen volgens Salmivalli
Onderzoeker Christina Salmivalli beschreef zes verschillende rollen in het pestproces (1996). Deze rollen zijn observeerbaar in klas- of groepsverband:
- Pester – Initiatiefnemer, zoekt controle of aandacht.
- Assistent – Helpt actief mee (meedoen, aanmoedigen).
- Meeloper/versterker – Lacht mee, kijkt toe, bevestigt gedrag.
- Buitenstaander – Doet niets, kijkt weg, zwijgt.
- Verdediger – Neemt het op voor het slachtoffer, probeert te helpen.
- Slachtoffer – Doelwit van het pestgedrag.
Elke rol beïnvloedt het geheel. Een sterke rolverdeling ontstaat vaak in onveilige groepen, waarin de normen onduidelijk zijn of niet gehandhaafd worden.
Waarom zwijgen geen neutrale positie is
Veel leerlingen zeggen: “Ik heb niks gedaan.” Maar in een pestproces is niets doen nooit neutraal. Wie wegkijkt, zegt onbewust: ‘Ik laat het gebeuren.’ Dit versterkt het gevoel van machteloosheid bij het slachtoffer én geeft de pester ruimte om door te gaan.
Daarom is het belangrijk om ook de stille meerderheid aan te spreken. Niet vanuit schuld, maar vanuit verantwoordelijkheid: “Hoe zorgen wij dat dit stopt?” of “Wat vinden wij normaal gedrag?”
Hoe herken je pestrollen in de klas?
Let op deze signalen:
Rol | Gedrag | Signalen in de klas |
|---|---|---|
Pester | dominante houding, kleineren | verstoort les, zoekt volgers |
Assistent | kopieert gedrag pester | lacht hard mee, bevestigt |
Meeloper | volgt, lacht maar zegt niets | zoekt aansluiting bij pesters |
Buitenstaander | passief, onzichtbaar | reageert niet, kijkt weg |
Verdediger | probeert te helpen | neemt het op, zoekt leraar op |
Slachtoffer | teruggetrokken, angstig | wordt vermeden of genegeerd |
Let op: rollen kunnen wisselen per situatie en per groep. Een kind dat in groep 6 verdediger was, kan in groep 7 meeloper worden.
Wat kun je doen als leerkracht?
1. Groepsrollen zichtbaar maken
Gebruik werkvormen of gesprekken waarin je pestrollen bespreekt zonder namen te noemen:
- “Welke rollen zie je in films of series?”
- “Hoe voelt het om te zwijgen als je iets ziet?”
- “Wie zorgt ervoor dat de groep veilig voelt?”
2. De norm in de klas expliciet maken
- “Wat vinden wij normaal gedrag?”
- “Wat doen we als iemand wordt buitengesloten?”
- “Hoe reageren wij als we iets zien dat niet oké is?”
Maak duidelijk dat de groep medeverantwoordelijk is voor een veilige sfeer.
3. Positieve rolmodellen versterken
- Benoem en beloon verdedigersgedrag.
- Maak ‘je mond opendoen’ de norm in de klas.
- Gebruik coöperatieve werkvormen waarin andere groepsstructuren ontstaan.
4. Ondersteun het slachtoffer – zonder slachtofferschap te vergroten
- Geef veiligheid: “Je bent niet de enige.”
- Vermijd etiket: “We gaan kijken hoe dit anders kan.”
- Werk aan groepsherstel, niet alleen aan individuele steun.
Veelgestelde vragen
- Hoe herken je pestrollen in de klas?
Let op gedragingen zoals meedoen met grappen, niets zeggen terwijl iets duidelijk gebeurt, of het verdedigen van een gepeste leerling. Gebruik observatielijsten en werkvormen waarin groepsgedrag bespreekbaar wordt.
- Wat is het verschil tussen een meeloper en een assistent?
Een assistent helpt actief de pester, bijvoorbeeld door opdrachten uit te voeren of anderen mee te trekken. Een meeloper bevestigt het gedrag passief, bijvoorbeeld door te lachen of stilzwijgend toe te kijken.
- Kun je meerdere pestrollen tegelijk hebben?
Ja. Een leerling kan in de ene groep verdediger zijn en in de andere meeloper. Ook binnen één klas kunnen rollen wisselen afhankelijk van de situatie.
Wat kun je morgen al doen?
- Bespreek een scène uit een film of boek waarin iemand wordt buitengesloten.
- Gebruik een lege kring: “Wat gebeurt er als iemand in het midden komt te staan?”
- Laat leerlingen in tweetallen bespreken: “Wat zou jij doen als je iets ziet dat niet oké is?”
- Benoem een positief voorbeeld van iemand die opkwam voor een ander.

