Waarom afwezigheid van zichtbare pesterijen niet betekent dat het veilig is
Voor wie is dit artikel?
Voor docenten, mentoren, intern begeleiders, teamleiders en antipestcoördinatoren die zich afvragen:
- Hoe weet ik of er echt iets speelt in mijn groep?
- Kun je pesten ook ‘niet zien’?
- Wat zegt het eigenlijk als niemand iets meldt?
Het hardnekkige misverstand
“In mijn groep wordt niet gepest. Ik zie niks, dus er is niks.”
Dit is een veelgehoorde overtuiging bij leraren, vaak gebaseerd op een rustige klas, geen meldingen of geen directe incidenten. Maar:
Geen zichtbaar pestgedrag betekent niet dat er geen pesten is.
Wat zegt het onderzoek?
Beau Oldenburg (RUG) en collega’s beschrijven in meerdere studies dat pesten in 70% van de gevallen niet direct herkenbaar is voor volwassenen. Leerlingen houden het bewust buiten zicht of verschuiven het naar:
- pauzes
- online omgevingen
- gangen, kleedkamers, WhatsAppgroepen
- of ze vermijden fysiek gedrag en gebruiken subtiele uitsluiting, blikken of geruchten
“Leraren onderschatten vaak de invloed van onzichtbaar sociaal uitsluiten.
Dat is geen conflict — dat ís pesten.”
– Oldenburg et al., 2020
Wat leraren vaak missen
- Subtiele signalen worden niet herkend
- stille blikken, onopvallend lachen, strategisch iemand buitensluiten
- leerlingen weten hoe ze uit zicht blijven
- Geen meldingen = geen probleem
– zwijgcultuur of groepsdruk zorgt ervoor dat niemand iets durft te zeggen
- Verwarring tussen conflict en pesten
- leraren denken: “Ze moeten leren het zelf op te lossen”
- maar: machtsverschillen en structureel buitensluiten maken dat onmogelijk
Wat je kunt doen: signaleren voorbij het zichtbare
De sleutel ligt in een combinatie van:
- alert observeren van groepsdynamiek,
- regelmatige reflectie met de groep,
- en het creëren van een klimaat waarin leerlingen durven te praten.
Praktische aanpak per niveau
Primair Onderwijs (PO)
Voorbeeld:
Een leerling uit groep 6 heeft steeds niemand om mee te werken bij duo-opdrachten. Er wordt niet openlijk gepest, maar het gebeurt elke les.
Actie voor de leerkracht:
- Observeer: Wie kiest wie? Wie wordt vermeden?
- Benoem het patroon neutraal in de klas:
“Ik zie dat X steeds geen maatje heeft. Dat gebeurt vaker. Hoe komt dat?”
- Bespreek groepsafspraken:
“Hoe zorgen wij ervoor dat niemand buitengesloten wordt, ook zonder woorden?”
Let op: Pesten op deze leeftijd uit zich vaak in vriendschapsdynamiek: ‘jij mag er vandaag niet bij’.
Voortgezet Onderwijs (VO)
Voorbeeld:
Een leerling meldt zich steeds vaker ziek. In de klas lijkt hij ‘gewoon rustig’, maar maakt nauwelijks contact.
Wat kun je doen:
- Vraag collega’s of zij signalen herkennen buiten jouw les
- Benoem wat je wél ziet:
“Ik zie dat je de laatste tijd stil bent, minder contact zoekt. Klopt dat?”
- Check of de leerling zich buitengesloten voelt — zonder direct het woord ‘pesten’ te gebruiken
Let op: VO-leerlingen zeggen vaak niets uit angst voor sociale gevolgen (bv. ‘snitch’ genoemd worden).
Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO)
Voorbeeld:
Een student wordt niet uitgenodigd voor groepsopdrachten, buiten de lessen om gebeurt er ‘grapjes maken’ waar de student niet om lacht. Niemand meldt het.
Wat werkt:
- Reflecteer klassikaal op groepsveiligheid:
“Voel jij je vrij om in te brengen als iets niet goed voelt?”
- Geef woorden aan subtiele uitsluiting:
“Grapjes zijn alleen leuk als iedereen lacht. Anders zijn het signalen dat iets niet klopt.”
Let op: Op het MBO wordt pesten vaak niet herkend als zodanig — het krijgt een naam als ‘gewoon plagen’, ‘humor’ of ‘werkdruk afreageren’.
Inzichten van leerlingen (VO en MBO)
Wat volgens hen niet werkt
- “Ze denken dat er niks is als je niks zegt.”
- “Ze vragen altijd te laat: waarom zei je niks?”
- “Als je ergens wat van zegt, word je snitch genoemd.”
Wat wél werkt:
- “Leraren die zeggen: ‘Ik zie dat je anders kijkt dan normaal’ – dat helpt.”
- “Als ze checken of iemand alleen staat in de pauze.”
- “Docenten die zeggen: je mag altijd iets melden, ook al weet je niet of het ‘echt’ is.”
Wat je standaard kunt doen als leraar
- Vraag regelmatig: “Is er iemand die zich anders voelt in deze groep?”
- Leg uit dat plagen alleen leuk is als het van twee kanten komt
- Bespreek groepsgedrag ook als er niets mis lijkt te zijn
- Herken kleine signalen: uitstel, vermijden, ‘grapjes’, ziekteverzuim
- Laat leerlingen weten: “Je hoeft het niet zeker te weten om iets te melden”

