Invloed van groepsnormen op pestgedrag | Stop Pesten NU

Invloed van groepsnormen op pestgedrag

Pesten is zelden een geïsoleerd incident tussen een dader en een slachtoffer; het is een complex groepsproces waarbij de dynamiek van groepsnormen en individuele status een cruciale en complexe invloed uitoefenen op zowel het ontstaan en voortbestaan van pestgedrag als op de effectieve aanpak ervan. Vaak zijn er veel meer leerlingen aanwezig die op de een of andere manier het pesten beïnvloeden. Observaties op schoolpleinen tonen aan dat in maar liefst driekwart van de gevallen toeschouwers een versterkende rol hadden door mee te doen of de dader aan te moedigen.

Rollen bij pesten

Binnen het groepsproces van pesten nemen verschillende leerlingen diverse rollen aan:

  • Pester (dader):
    De leerling die het initiatief neemt tot pesten en anderen vaak aanzet om mee te doen. Pesters zijn over het algemeen niet geliefd, maar vaak wel populair en sociaal dominant. Ze gebruiken pesten om status en macht te verwerven en te domineren in de klas. In de adolescentie lijken pesters en hun meelopers zelfs populairder te worden dan in de kindertijd. Pesters vertonen veel proactief agressief gedrag en weinig prosociaal gedrag.
     
  • Slachtoffer:
    De leerling die herhaaldelijk en langdurig wordt gepest en vaak moeite heeft zich te verdedigen. Slachtoffers worden vaak afgewezen en hebben een lage status, waardoor ze gemakkelijke doelwitten zijn. Ze kunnen internaliserende (zoals angst en depressie) en externaliserende problemen (zoals agressie) ervaren, die op lange termijn kunnen aanhouden tot in de volwassenheid.
     
  • Actieve meeloper:
    Helpt de pester actief met het pesten van het slachtoffer, bijvoorbeeld door mee te slaan of uit te schelden.
     
  • Passieve meeloper:
    Ondersteunt de pester passief door bijvoorbeeld te lachen of aan te moedigen, en fungeert als publiek. Aanmoedigers dragen bij aan het voortduren van het pesten.
     
  • Helper:
    Komt op voor het slachtoffer door actief in te grijpen, de leerkracht in te schakelen, of het slachtoffer te troosten. Verdedigen kan risicovol zijn, omdat daders zich dan tegen de verdediger kunnen keren. Echter, verdedigers hebben vaak een hoge status en worden meer geaccepteerd dan slachtoffers, en slachtoffers voelen zich beter met verdedigers.
     
  • Omstander:
    Ziet het pesten gebeuren, maar blijft passief en grijpt niet in. Door niets te doen, stemmen buitenstaanders impliciet in met het pesten, wat bijdraagt aan de voortzetting ervan.

Deze rollen zijn niet statisch en kunnen per situatie wisselen; een dader kan bijvoorbeeld ook een verdediger zijn voor zijn eigen vrienden (ingroep-uitgroepgedrag).

Invloed van groepsnormen op pestgedrag

Groepsnormen zijn de ongeschreven regels die bepalen welk gedrag binnen een groep wel of niet wordt geaccepteerd.

  • Impliciete goedkeuring:
    Wanneer een groep stilzwijgend toestemming geeft aan pestgedrag, bijvoorbeeld door te lachen, aan te moedigen of passief te blijven, ontstaat een klimaat waarin pesters hun gedrag kunnen voortzetten zonder consequenties. De stilte en passiviteit van klasgenoten kunnen pesters impliciete goedkeuring geven.
     
  • Sociale identiteitstheorie:
    Kinderen willen graag bij hun eigen groep horen en de groepsnormen handhaven om geaccepteerd te worden. Als pesten de norm is in een klas, kan dit leiden tot afwijzing van kinderen die niet meedoen of gepest worden. Dit principe van "persoon-groepsimilariteit" betekent dat als er een goede match is tussen het individu en de groep (bijvoorbeeld agressieve jongens in een agressieve groep), dit kan leiden tot acceptatie in plaats van afwijzing. Als veel klasgenoten pesten, worden daders aardiger gevonden door de klas als geheel.
     
  • Normbepalers:
    Vooral populaire leerlingen bepalen welk gedrag in de klas wordt geaccepteerd. Als populaire leerlingen pesten, is de acceptatie van pesters in de klas groter dan wanneer populaire leerlingen tegen pesten zijn. In ongeveer 70% van de klassen kan negatief gedrag, zoals pesten, status opleveren en populair worden.
     
  • Psychologische gevolgen van groepsnormen:
    De aanwezigheid van aanmoedigers in een klas leidt tot meer pesten en kan slachtoffers angstiger maken en vaker doen afwijzen. Omgekeerd, de aanwezigheid van meer verdedigers vermindert angst en afwijzing bij slachtoffers.

Invloed van individuele status op pestgedrag

Individuele status binnen een groep, vaak gekoppeld aan populariteit, is een belangrijke drijfveer voor pestgedrag.

  • Status als doel:
    Pesten kan een effectieve manier zijn voor leerlingen om in de klas te domineren en status te verwerven. Pesters zoeken hun slachtoffers strategisch uit: ze kiezen kwetsbare, geïsoleerde kinderen die door belangrijke klasgenoten worden afgewezen. Dit stelt pesters in staat hun status te verhogen zonder de genegenheid van hun belangrijke klasgenoten te verliezen.
     
  • Populariteit van pesters:
    Hoewel pesters vaak niet geliefd zijn, zijn ze vaak wel populair. In de adolescentie neemt de populariteit van pesters zelfs toe. Dit betekent dat pesten op korte termijn voordelen kan opleveren.
     
  • Rol van verdedigers:
    Verdedigers hebben vaak een hoge status en worden meer geaccepteerd, omdat ze opkomen voor slachtoffers. Deze prosociale vriendschappen kunnen leiden tot een veilige sfeer in de klas.
     
  • Verdedigers en risico:
    Hoewel de meeste kinderen tegen pesten zijn, verdedigen ze niet altijd uit angst om zelf het doelwit te worden of om hun status te verliezen. Het verdedigen van slachtoffers kan risicovol zijn, omdat daders hun agressie op de verdedigers kunnen richten.

Het tegengaan van pestgedrag: De rol van groepsdruk en omstanders

Het effectief tegengaan van pesten vereist een aanpak die de hele groep en de groepsdynamiek betrekt, in plaats van alleen de pester en het slachtoffer.

  • Activeren van omstanders:
    Omstanders spelen een cruciale rol in het stoppen van pestgedrag. Onderzoek toont aan dat pesten vaak binnen 10 seconden stopt als omstanders ingrijpen.
     
  • Redenen voor passiviteit aanpakken:
    Veel omstanders aarzelen om in te grijpen uit angst voor represailles, sociale gevolgen, gebrek aan kennis, twijfel over de ernst of scepticisme over de rol van volwassenen. Het is essentieel om deze belemmeringen weg te nemen door training en bewustwording.
     
  • Positieve groepsdruk:
    Groepsdruk kan ook positief en gezond zijn, bijvoorbeeld wanneer leeftijdsgenoten vriendelijk en inclusief gedrag aanmoedigen. Acties van leeftijdsgenoten die elkaar aanmoedigen om uit te reiden naar degenen die het moeilijk hebben, kunnen een positieve invloed hebben op de groep en andere individuen die zich willen uitspreken tegen pesten.
     
  • Rol van populaire jongeren als 'change-makers':
    Populaire jongeren, vooral zij die bekend staan om hun aardige gedrag, kunnen worden ingezet als 'change-makers' om een pro-sociale boodschap uit te dragen en de negatieve pestnorm te verminderen. Zij kunnen als rolmodel dienen en via hun centrale positie in het sociale netwerk de norm bepalen.
     
  • Concrete stappen voor omstanders: Omstanders kunnen bijdragen door:
    • Het slachtoffer te steunen (bijvoorbeeld meelopen of een bericht sturen).
    • Het pestgedrag te doorbreken met een simpele opmerking ("Doe even normaal").
    • De aandacht te verleggen naar een ander onderwerp.
    • Zich uit te spreken in een groep, want samen optreden heeft meer impact.
    • Het melden bij een volwassene als de situatie uit de hand loopt.
       
  • Invloed van afkeurende reacties:
    De aanwezigheid van een afkeurende reactie op een discriminerende uiting beïnvloedt de sociale norm positief, waardoor de uiting eerder als discriminerend wordt gezien en de actiebereidheid van anderen hoger is.
     
  • Bevorderen van positieve relaties:
    Scholen kunnen pesten tegengaan door aandacht te besteden aan het ontwikkelen van positieve relaties, zoals vriendschappen of samenwerking, tussen slachtoffers en potentiële verdedigers.

Rol van leerkrachten en scholen

Leerkrachten spelen een cruciale rol in het beïnvloeden van de groepsdynamiek en het activeren van omstanders.

  • Bewustwording en training:
    Leerkrachten en Anti-Pest Coördinatoren (APC's) moeten getraind worden in het herkennen van groepsdynamiek, de verschillende pestrollen en het activeren van omstanders. Ze moeten leerlingen laten begrijpen dat stilzwijgen pestgedrag indirect ondersteunt.
     
  • Open klasgesprekken:
    Organiseer open gesprekken over de rol van de groep bij pesten en de schadelijke effecten van passiviteit.
     
  • Stimuleren van positieve groepssfeer:
    Werk actief aan het versterken van positieve interacties, respect en samenwerking in de klas, bijvoorbeeld door teambuildingactiviteiten.
     
  • Pestprotocollen aanpassen:
    Schoolprotocollen moeten de focus verleggen naar de hele groep, in plaats van alleen dader en slachtoffer.
     
  • Direct ingrijpen en consequent zijn:
    Leerkrachten moeten toezicht houden in vrije situaties (pauzes, gang) en gesprekken voeren met alle betrokken leerlingen. Het corrigeren van de pester zendt een sterker signaal uit dan enkel troosten van het slachtoffer, en maakt leerlingen meer geneigd toekomstige problemen te melden. Duidelijke regels en consequente sancties zijn noodzakelijk voor een veilig klimaat.
     
  • Vroegtijdige preventie:
    Zet al in de eerste jaren van de basisschool in op de preventie van slachtofferschap en leer kinderen om te gaan met sociale media op een positieve manier.
     
  • Misvattingen wegnemen:
    Leerkrachten onderschatten pesten vaak en hebben onjuiste opvattingen over de ernst ervan en over daders en slachtoffers, wat hun waarneming beïnvloedt. Leerkrachten die zelf slachtoffer zijn geweest, schatten het probleem vaak realistischer in en hebben meer empathie. Het is belangrijk deze misvattingen aan te pakken.