Jacco wordt gepest door zijn collega’s in zijn droombaan. ‘Soms denk ik erover om me ziek te melden’ | Stop Pesten NU

Jacco (29, Wajong) wordt gepest door zijn collega’s in zijn droombaan. ‘Soms denk ik erover om me ziek te melden’

Jacco (29, Wajong) kan na jaren thuiszitten aan de slag in het magazijn van een groot modebedrijf. Een droom komt uit. Het blijkt van korte duur. Jacco vindt er zijn draai niet en wordt gepest door zijn collega’s. ‘Soms denk ik erover om me ziek te melden’ ‘Zolang heb ik geknokt om aan het werk te kunnen. Mijn ouders waren vroeger, toen ik klein was, bang dat ik nooit een baan zou vinden en altijd thuis zou blijven ‘hangen’. Naar school gaan was al dikke strijd. De juf vroeg zich af of ik ooit normaal aan het werk zou komen. Toen ik ooit eens op een zorgboerderij was, wist ik meteen dat ik daar nooit wilde werken. Het leek me verschrikkelijk. Dat wilde ik echt niet. Maar wat wel? Dat wist ik ook niet. Als het maar een gewone baan was, zoals andere mensen hebben.’

SOLLICITATIEGESPREK

‘Opeens ging het heel snel. UWV gaf aan dat er een vacature was voor mij. Ik zou bij een groot kledingbedrijf mogen werken, in het magazijn. Ik was meteen enthousiast, maar vond het ook spannend. Ik rekende nergens op, want ik moest eerst een sollicitatiegesprek doen. Dat had ik nog niet vaak gedaan. Ik had me goed voorbereid door te oefenen met mijn moeder. Ze stelde me vragen alsof zij mijn baas was. Daardoor was ik lang niet zo zenuwachtig als ik verwacht had. Eigenlijk was het echte gesprek een stuk makkelijker dan met mijn moeder. Iedereen was aardig en ik zag het helemaal zitten.’

KAT UIT DE BOOM

‘De eerste week moest ik ontzettend wennen. Wat ik allemaal moest doen, hoe de pauzes gingen, hoe de collega’s met elkaar omgingen. De kat uit de boom kijken, zo noemt mijn moeder dat. Leo, mijn begeleider, liet me zien wat ik allemaal moest doen. Zo kwamen er veel telefoontjes binnen vanuit de winkels om bijvoorbeeld een broek in een maat te bestellen die bij hen op was. Of in een andere kleur. Als Leo die gesprekken deed, klonk het heel makkelijk en gezellig. 

Toen ik het na een week ook eens mocht doen, was dat helemaal niet zo. Iedereen was haastig en soms moest ik even rustig kijken in de computer of we dat jasje wel hadden. Elk kledingstuk heeft een code, die bestaat uit een lange rij van veel getallen. Dan draaide ik ze soms om. En ik wist niet meteen hoelang het nog zou duren voordat het in de betreffende winkel was. Daar werden flauwe grappen over gemaakt. Aan de telefoon, maar ook door de collega’s die al heel lang in het magazijn werken. Zo zei een meisje dat ze me dan wel een laag salaris betaalden, maar dat het geen reden was om dan ook maar langzaam te werken. Ook lachten ze heel erg hard als ik niet precies wist wat ze bedoelden met bijvoorbeeld een chino. Nu weet ik natuurlijk hoe dat model broek eruitziet. Eén keer hebben ze me een hele middag laten zoeken naar een orkaanjas. Even dacht ik dat het 1 april was, omdat ik er nog nooit van gehoord had en omdat ik het niet kon vinden in de computer. Thuis heb ik ook nog gezocht in Google, pas toen had ik door dat het niet bestaat.’

GEKKE VRAGEN

‘Ik heb er wel eens over gepraat met mijn jobcoach, maar die zegt dat ik het me niet aan moet trekken. En dat die dames ver weg in de winkel zitten. Maar ja, ik word nu al zenuwachtig als de telefoon gaat. En dan ga ik nog meer gekke vragen stellen. Of moet ik 3 keer vragen welke maat ze zoeken. Ik zou willen dat ik net zo ben als Leo en gewoon weet dat mijn werk goed genoeg is. Maar als ik me slecht voel, wordt dat gevoel alleen nog maar erger. 

En ik heb mijn jobcoach nog niet eens verteld over de collega’s hier in het gebouw. Boven zit een andere afdeling, waar de kleding bedacht wordt en waar ze posters en advertenties maken. Als ik ze zie, in de gang of in de kantine, hoor ik altijd gegniffel. En dan hoor ik ze geintjes maken over mijn broek of zo. Of ze gaan met de rug naar me toe staan en beginnen heel hard te lachen. Laatst zat er ook een briefje op mijn fiets. Daarop stond dat ik een pannenkoek was. En een dag later had ik een lekke band. Ik vraag me af of dat toeval is.

Ik werk hier nu 5 maanden maar het voelt als 5 jaar. Ik wil dit niet. Maar ja, wat moet ik dan? Niet werken vind ik ook niet leuk. Ik wil eigenlijk niet meer naar het werk. Soms denk ik erover om me ziek te melden. Maar ja, als ik niet ga, dan ben ik echt een pannenkoek en ik wil niet dat ze gelijk krijgen.’ 

EN NU?

Jacco’s jobcoach schrok ervan dat Jaco zich ziek wilde melden en nam na een gesprek met Jacco de pesterijen serieus. Jacco weet nu dat zijn jobcoach hem begrijpt en steunt en dat hij er niet alleen voor staat. De jobcoach gaat binnenkort in gesprek met Jacco’s werkgever. Hoe dat afloopt, lees je over een maand op deze site.

STOP PESTEN

Op het werk wordt 1 op de 10 mensen gepest. Daarom is er een paar keer per jaar extra aandacht voor pesten en de gevolgen ervan. Pestgedrag moet stoppen. 23 januari is de landelijke dag voor pesten bij mensen met een (licht) verstandelijke beperking. 19 april is de landelijke dag tegen pesten en de 4e week van september is de Week tegen pesten. Kijk voor meer informatie op: 

Illustratie: stop pesten

PESTPROTOCOLLEN GEVEN DE VOLGENDE TIPS:

  • Trek een grens. Hoe eerder je aangeeft dat je ergens niet van gediend bent, hoe groter de kans dat het pestgedrag stopt.
  • Spreek de pestkop aan op zijn gedrag. Zeg: ‘Ik vind het vervelend dat …’
  • Als dat niet lukt of helpt, blijf er niet alleen mee zitten. Praat erover met iemand die je vertrouwt. 
  • Schrijf de pestsituaties voor jezelf op en zoek hulp. Dat kan intern, bijvoorbeeld bij je leidinggevende of een vertrouwenspersoon. Of extern, bij je huisarts, een familielid of vriend(in).
  • En als dat allemaal nog niet helpt, doe dan een formele melding. Bij de bedrijfsarts, vakbond of ondernemingsraad (or) bijvoorbeeld. 

Illustraties: Linda Roelofs (Wajong)

Bron UWV

 

Doelgroep: 
Pesten op het werk

Tip van de redactie

Tip van onze redactie met interessante informatie over pesten en online pesten (cyberpesten):