Adviezen van jongeren hoe te reageren bij pesten

084-0035994

Foutmelding

You may not view this site from your current location.

Jongeren geven adviezen hoe volwassenen, peer en de gepeste kunnen reageren bij het pesten | Kenniscentrum Pesten

Wat kan ik doen als ik zie dat iemand gepest wordt? Jongeren geven adviezen hoe volwassenen, peer en de gepeste kunnen reageren bij het pesten en wat je vooral niet zou moeten doen.

Acties uitgevoerd door volwassenen (leerkrachten, leerlingbegeleiders, secretariaatsmedewerkers of directie) 

De actie uitgevoerd door volwassenen die volgens de jongeren het meeste vooruitzicht op succes heeft en het kleinste risico inhoudt, is ‘het gedrag van de pester in ’t oog houden’.

  • Jongeren vinden het belangrijk dat het niet blijft bij een eenmalige straf of een preek, maar dat er echt gewerkt wordt aan gedragsverandering van de pester. Dat kan volgens hen het beste door systematisch gesprekken te voeren met de pester en die van dichtbij op te volgen.
  • Jongeren viinden het helpend als er in een pestsituatie ook ‘gezagsfiguren’ bij gehaald worden.
  • Jongeren vinden het belangrijk dat ouders op de hoogte gebracht worden, zodat zij hun kind indien nodig straffen of natuurlijk van dichtbij opvolgen.
  • Als de directie praat met de pester zou ook succesvol zijn volgens de jongeren als deze het mandaat heeft om te straffen, wat pesters wel kan afschrikken.

Het valt op dat jongeren het helpend vinden als pesters opgevolgd én mogelijk streng aangepakt worden (door ouders en/of directie). We begrijpen dat het voor veel scholen niet evident is om in elke pester veel tijd te investeren (want dat is wat jongeren voorstellen). Toch zou het volgens de jongeren veel opleveren om pesters op te volgen, hun ouders op de hoogte te brengen en hen eventueel naar de directie te sturen.

Navigeer snel naar de onderstaande onderdelen

Wat moeten volwassenen dan vooral niet doen? Meteen straffen of een preek geven.

Acties uitgevoerd door volwassenen (leerkrachten, leerlingbegeleiders, secretariaatsmedewerkers of directie) 

  • Groene acties: veel vooruitzicht op succes, klein risico
  • Rode acties: weinig vooruitzicht op succes, groot risico
  • Gele acties: gemiddeld vooruitzicht op succes, klein tot gemiddeld risico
  • Blauwe acties: weinig vooruitzicht op succes, klein risico 
     

Peeracties uitgevoerd door medeleerlingen

  • Groene acties: veel vooruitzicht op succes, klein risico
  • Rode acties: weinig vooruitzicht op succes, groot risico
  • Gele acties: gemiddeld vooruitzicht op succes, klein tot gemiddeld risico
  • Blauwe acties: weinig vooruitzicht op succes, klein risico 

Zelfacties door gepeste

  • Groene acties: veel vooruitzicht op succes, klein risico
  • Rode acties: weinig vooruitzicht op succes, groot risico
  • Gele acties: gemiddeld vooruitzicht op succes, klein tot gemiddeld risico
  • Blauwe acties: weinig vooruitzicht op succes, klein risico 
     

Conclusies

 

Groene acties: veel vooruitzicht op succes, klein risico

  • De ouders van de pester uitnodigen voor een gesprek op school
  • De directie praat met de pester
  • Het gedrag van de pester in ‘t oog houden (wekelijkse gesprekken, volgkaart, begeleidingscontract, …)

Rode acties: weinig vooruitzicht op succes, groot risico

  • De sociale media (Instagram, Snapchat, WhatsApp, ...) van de pester controleren
  • De pester laten nablijven
  • Samen met pester en gepeste praten over de pestsituatie
  • Tegen de pester zeggen dat die moet stoppen
  • Aan heel de school duidelijk maken dat iemand een pester is 
  • De pester en gepeste samen aan een taak laten werken in de klas

Gele acties: gemiddeld vooruitzicht op succes, klein tot gemiddeld risico

  • De politie laten komen
  • De pester tijdelijk schorsen
  • De leerlingenbegeleider praat met de pester
  • Pester leren begrijpen dat pesten kwetsend is
  • Te weten komen waarom iemand pest
  • Meer toezicht op de speelplaats en in de gangen
  • Meteen reageren als iemand iets gemeens zegt in de klas of op de speelplaats
  • Vrienden van de gepeste vragen om op te komen voor de gepeste
  • directiie praat met de pester

Blauwe acties: weinig vooruitzicht op succes, klein risico

  • Een groepsgesprek doen met de klas over de pestsituatie
  • Klasafspraken maken om het pesten te doen stoppen
  • Tegen de hele klas zeggen dat pesten niet oké is

Wat moeten volwassenen dan vooral niet doen? Meteen straffen of een preek geven.

  • Acties in de rode zone bestaan uit een eenmalige kortetermijnstraf: de pester laten nablijven, sociale media controleren, de pester een taak laten maken over pesten, enzovoort. Dat zijn allemaal eenmalige, kortdurende acties waarbij er niet geluisterd wordt naar het verhaal van de pester. Voor scholen zijn die wel snel en gemakkelijk uit te voeren.
    • Dergelijke acties zouden pesters ertoe aanzetten om hun pestgedrag verder te zetten, om boos te worden op de persoon die de melding heeft gedaan en die terug te pakken.
    • Pesters worden daarbij niet uitgedaagd om na te denken over hun gedrag en stil te staan bij de gevolgen ervan.
    • Ze moeten gewoon wachten tot hun straf voorbij is, tot de strafstudie voorbij is, hun taak snel afwerken en klaar.
    • Wat hebben ze uit de straf geleerd?
  • Gele acties
    • De politie laten komen en de pester schorsen zijn gele acties. Die moeten volgens de jongeren alleen ingezet worden in heel ernstige pestsituaties. Zulke acties onderneem je als school ook niet zomaar. 
    • Gesprekken voeren met de pester en separate gesprekken ook met de meelopers, de pester en meelopers leren begrijpen dat pesten niet oké is, te weten komen waarom iemand pest 
    • Zet de pester en een gepeste niet samen in gesprek, zeggen jongeren dit kan leiden tot neptranen bij de pester en valse spijtbetuigingen en pesters spelen toneel in het gesprek, gepeste leerlingen stellen zich kwetsbaar op en het pestgedrag gaat nadien gewoon (meer verborgen) door
    • Meteen reageren op signalen van pestgedrag leek ons een evidente actie die zou helpen. Jongeren schatten het succes van die actie matig in, omdat ze niet het vertrouwen hebben dat elke leerkracht dat (op een uniforme manier) doet. Jammer, want volgens Englander zou dat een grote stap in de goede richting kunnen zijn.

Wat weinig succesvol lijkt maar ook weinig risico inhoudt, zijn acties als tegen de hele klas zeggen dat pesten niet oké is, klasafspraken maken en zeggen dat iedereen in de klas verantwoordelijk is om de pestsituatie te stoppen. Je doet er als leerkracht geen kwaad mee, maar het lost zeker geen pestproblemen op.

Zoals hierboven al vermeld, kunnen jongeren goed formuleren wat ze nodig hebben van een volwassene om de pestsituatie mee aan banden te leggen. Bepaalde eigenschappen en vaardigheden zoals natuurlijke autoriteit en empathische gespreksvaardigheden zijn voor jongeren essentieel. Het is daarom onzes inziens belangrijk om binnen het beleid oog te hebben voor de vaardigheden van de volwassenen. Hebben maar weinig volwassenen in de school die vaardigheden, is er eventueel nog training nodig of moeten verantwoordelijkheden binnen het pestbeleid goed verdeeld worden?

 

Peeracties uitgevoerd door medeleerlingen

  • De acties waarvan het vooruitzicht op succes het positiefst ingeschat wordt, zijn:
    • opkomen voor de gepeste
    • zelf de pestsituatie melden aan de leerlingenbegeleider/leerkracht
    • samen met de gepeste gaan melden aan de leerlingenbegeleider/leerkracht.

Opkomen voor een gepeste leerling kan volgens jongeren helpend zijn om verschillende redenen 

Gepeste leerlingen komen zo te weten ze niet alleen zijn, en dat het niet hun schuld is dat ze gepest worden, en ze doen inspiratie op over hoe ze zelf kunnen reageren op het pestgedrag.

Peeracties: acties uitgevoerd door medeleerlingen

Groene acties: veel vooruitzicht op succes, klein risico

  • Opkomen voor de gepeste
  • Melden aan de leerlingenbegeleider/leerkracht
  • Samen met de gepeste gaan melden aan de leerlingenbegeleider/leerkracht

Rode acties: weinig vooruitzicht op succes, groot risico

  • De pestsituatie negeren en erover zwijgen
  • Boos zeggen tegen de pester om ermee te stoppen
  • De pester terugpakken (bv. slaag geven)
  • Een grove reactie terugsturen via sociale media
  • Roddelen over de pester
  • Sturen via sociale media naar de pester dat die moet stoppen

Gele acties: gemiddeld vooruitzicht op succes, klein tot gemiddeld risico

  • Een online pestsituatie melden bij de leerlingenbegeleider/leerkracht
  • Tijdens de pestsituatie de gepeste weghalen
  • Samen met pester en gepeste praten over de pestsituatie
  • Eigen mening geven tijdens een klasgesprek over de pestsituatie

Blauwe acties: weinig vooruitzicht op succes, klein risico

  • De pester afleiden terwijl die aan het pesten is
  • Vriendelijk vragen aan de pester om ermee te stoppen

We leerden in de gesprekken echter ook dat opkomen voor een andere een actie is die voor interpretatie vatbaar is. Sommige jongeren interpreteren het melden aan een leerkracht ook als ‘opkomen voor’. Andere jongeren zien opkomen voor de gepeste als praten met de pesters, zeggen dat het gedrag niet gepast is en dat ze moeten stoppen. Nog andere jongeren zien dat als verbaal en fysiek geweld, zoals de pester afdreigen (alleen of in groep, binnen of buiten de schoolpoort). Zeker als we kijken naar dat laatste, ligt dat in lijn met andere rode/risicovolle acties zoals: de pester terugpakken, boos zeggen om te stoppen. Als jongeren in de gesprekken hierover praatten, hadden ze het over ‘de macht terugkrijgen’, op welke manier dan ook. Het lijkt ons interessant om die reacties te vermijden, omdat ze het risico op pesten volgens de jongeren eigenlijk vergroten.Daar preventief mee bezig zijn, aandacht geven aan wat ‘opkomen voor een ander’ eigenlijk kan betekenen, lijkt ons daarop een mogelijk antwoord. Eén school had bij het terugkoppelingsgesprek als idee om die oefening te integreren in een vak over sociale vaardigheden. Jongeren zouden op voorhand kunnen nadenken over wat opkomen voor elkaar kan betekenen en daarop oefenen in rollenspelen. Sommige jongeren gaven bovendien in de focusgroepsgesprekken aan dat ze het eigenlijk niet comfortabel vinden om te reageren op de pester.

Andere alternatieven om op te komen voor een gepeste kunnen ook groene acties zijn, zoals het pestgedrag gaan melden. Die succesvolle actie is laagdrempeliger en kan door meer jongeren uitgevoerd worden. Omdat opkomen voor een gepeste leerling volgens jongeren zoveel verschillende dingen kan betekenen, is het als leerkracht of leerlingenbegeleider heel belangrijk om geen standaardadvies of standaardtips te geven aan gepeste leerlingen en de omstanders. Wat kan je dan wel doen? In plaats van een advies te geven, kan je de opties overlopen. Bijvoorbeeld: als je wilt opkomen voor een medeleerling die gepest wordt, kan je samen de pestsituatie melden, samen uit de buurt van de pester blijven, tegen de pester zeggen dat die moet stoppen, tegen de gepeste zeggen dat wat de pester zegt niet waar is, enzovoort. Zo hebben leerlingen een soort menukaart waar ze uit kunnen kiezen, in plaats van een niet-gepersonaliseerd advies dat voor alle omstanders zou moeten gelden.

 

Zelfacties acties uitgevoerd door de gepeste

Als we kijken naar de zelfacties zien we dat slechts één actie volgens de jongeren succesvol genoeg lijkt om als groene actie te worden gelabeld: een printscreen maken van een online pestsituatie en dat aan volwassenen geven. Opvallend daaraan is dat het melden van een online pestsituatie als peeractie slechts een gele actie is. 

Zelfacties: acties uitgevoerd door gepeste jongeren zelf

Groene acties: veel vooruitzicht op succes, klein risico

  • Een printscreen maken (bewijs verzamelen) van online pesten en die aan volwassenen geven

Rode acties: weinig vooruitzicht op succes, groot risico

  • De pester terugpakken
  • Boos zeggen tegen de pester om ermee te stoppen
  • Een grove reactie terugsturen via sociale media
  • Roddelen of slechte dingen zeggen over de pester
  • Grapjes maken over de pestsituatie
  • Sturen via sociale media naar de pester dat die moet stoppen

Gele acties: gemiddeld vooruitzicht op succes, klein tot gemiddeld risico

  • Een pestsituatie op school melden bij de leerlingenbegeleider/leerkracht
  • Medeleerlingen zoeken die aan jouw kant staan
  • Iemand online blokkeren
  • Weggaan uit de pestsituatie (geen contact meer hebben met de pester, geen contact op de speelplaats, niet meer naast zitten in de klas)
  • Weggaan uit de pestsituatie (van klas veranderen, van school veranderen)
  • Een online pestsituatie melden bij de leerlingenbegeleider/leerkracht

Blauwe acties: weinig vooruitzicht op succes, klein risico

  • De pester negeren
  • Een persoon of bericht melden/rapporteren op sociale media
  • Luisteren naar de gepeste
  • Vriendelijk vragen aan de pester om ermee te stoppen

Jongeren beschrijven de nood om door volwassenen ernstig genomen te worden. Ze zijn bezorgd dat pesters neptranen gebruiken of weten wat ze moeten zeggen om niet verantwoordelijk gesteld te worden voor hun pestgedrag. In online pestsituaties is bewijs verzamelen makkelijker dan in offline situaties doordat je printscreens of chatconversaties kunt tonen. Daar komt wel de kanttekening bij dat sommige jongeren bezorgd zijn dat in die online situaties conversaties vervalst kunnen worden. Hierin lezen we ook een verwachting naar volwassenen toe om kritisch te zijn ten opzichte van de pester. Volwassenen moeten streng maar rechtvaardig zijn, en mogen niet manipuleerbaar zijn. Jongeren geven ook aan dat ze zelf voelen welke volwassenen die vaardigheden hebben. Dat zijn de volwassenen aan wie ze zelf ook graag hun pestsituatie gaan melden. Jongeren testen ook volwassenen uit in hoeverre ze reageren op pestgedrag.

 

Op basis van de resultaten en de analyse ervan kunnen we ook de volgende conclusies trekken.

Autoriteit: streng maar rechtvaardig

  • Als we kijken naar de acties uitgevoerd door volwassenen en de toelichting van de jongeren in de focusgroepsgesprekken leren we dat jongeren mensen zoeken die autoriteit uitstralen en die in actie schieten bij een pestsituatie. Die autoriteit vinden ze bij de directie en bij ouders. Dat komt voornamelijk doordat zowel directie als ouders het mandaat hebben om straffen uit te delen en omdat jongeren ervan overtuigd zijn dat pesters schrik hebben van zowel directie als van hun ouders. In de focusgroepsgesprekken geven jongeren daarnaast aan dat ze ook sommige andere volwassenen op school vertrouwen om op een adequate manier om te gaan met een pestsituatie. Dat zijn volwassenen die ook een natuurlijke autoriteit uitstralen en zich niet laten manipuleren door ‘neptranen’ of door jongeren die hen naar de mond praten. Ze hebben in het beste geval expertise op het vlak van omgaan met pestproblemen én kunnen zich goed verplaatsen in de leefwereld van jongeren. • Jongeren willen echter niet alleen straffen en autoriteit. Ze vinden gesprek en opvolging ook belangrijk. Ze verwachten dat volwassenen in een gesprek proberen te weten te komen waarom pesters pestgedrag vertonen (misschien ligt er wel een ander probleem aan de basis?). Volgkaartsystemen worden daarom als succesvol ervaren. Een langere opvolging van het gedrag van een pester verkleint ook het risico op represailles.
  • Jongeren hebben in een pestsituatie een drang naar het verzamelen van bewijs. Dat komt voort uit angst om niet geloofd te worden door volwassenen. Ze zoeken naar volwassenen die kritisch zijn en rechtvaardig. Ook hier weten ze heel goed welke volwassenen die vaardigheden hebben en welke niet. Onzes inziens lijkt het daarom belangrijk dat jongeren zelf kunnen kiezen welke volwassene 125 voor hen geschikt is om pestproblemen mee te delen. Daarnaast lijkt het belangrijk dat volwassenen die aanspreekpunt zijn, gekozen worden op basis van hun vaardigheden en niet op basis van hun functie.
  • Jongeren die een positieve band hebben met een volwassene kijken positiever naar het succes van de actie uitgevoerd door die volwassene.

Angst voor represailles

  • Er is een meldingsdrempel omdat jongeren bang zijn voor represailles. Ze zijn bang dat de pester te weten komt dat ze de pestsituatie gemeld hebben aan een volwassene, dat ze een verklikker genoemd zullen worden en dat ze daarna ook gepest zullen worden. Er is daarbij vraag naar manieren om anoniem en laagdrempelig pestsituaties te melden aan volwassenen, bij voorkeur digitaal. Die angst voor represailles zien we ook bij de peeracties en de zelfacties. Die acties worden over het algemeen als risicovoller ingeschat dan de acties uitgevoerd door volwassenen. In een pestbeleid lijkt het ons daarom essentieel om bewust bezig te zijn met het verlagen van de meldingsdrempel en om het risico op represailles zo klein mogelijk te maken. Offline versus online pesten • Jongeren verwachten dat volwassenen op dezelfde manier omgaan met cyberpestproblemen als met ‘offline’ pestproblemen. Ze weten alleen niet goed of dat altijd (en wanneer dan wel) de verantwoordelijkheid is van de school. Jongeren willen daar graag duidelijkheid over.

Opkomen of afdreigen?

  • Jongeren weten niet goed hoe ze voor zichzelf of voor anderen moeten opkomen. ‘Opkomen voor’ kan betekenen een machtsstrijd voeren met de pester, door verbaal en fysiek agressief gedrag te vertonen, alleen en in groep. Die acties zijn zeer risicovol. Jongeren geven aan dat ze inspiratie halen uit hoe anderen op een positieve manier opkomen voor zichzelf. Daar preventief aandacht aan besteden, zodat jongeren dat niet ad hoc moeten bedenken als er een pestsituatie is, lijkt ons daarop een antwoord te bieden. Die visie wordt ook gestaafd door het feit dat de peeracties en zelfacties die jongeren het meest meegemaakt hebben ook niet de meest succesvolle zijn. Jongeren kunnen dus wel formuleren wat er het beste gedaan moet worden in een pestsituatie maar kunnen dat niet meteen in praktijk omzetten als er een acuut probleem is. Nood aan transparantie
  • De acties die door volwassenen volgens de jongeren het meest uitgevoerd worden op school in een pestsituatie zijn ook niet de meest succesvolle noch risicovrije. Anderzijds geven leerlingenbegeleiders aan dat dat volgens hen niet de meest prominente acties zijn. We leerden uit de gesprekken met jongeren dat ze na het melden van een pestprobleem niet altijd weten wat ermee zal gebeuren. Maar ook leerlingenbegeleiders weten niet precies hoe elke volwassene omgaat met een pestprobleem. We horen hierin voornamelijk nood aan transparantie. Dat kan door de jongeren te informeren na het melden van een pestsituatie, of op voorhand door via een pestbeleid zowel jongeren als alle volwassenen in de school te informeren.
  • Die visie wordt ondersteund door het feit dat jongeren die al eens een actie meegemaakt hebben (hetzij direct, hetzij indirect), het resultaat van die actie positiever inschatten dan jongeren die de actie nog nooit hebben meegemaakt. Weten welke gevolgen een actie kan hebben, verlaagt opnieuw ook de drempel. Als jongeren er namelijk al op voorhand van overtuigd zijn dat een actie niet zal werken of het pesten zelfs erger zal maken, is de kans klein dat ze daarin mee zullen stappen. 126

Nood aan diversifiëren

  • Op basis van de resultaten concluderen we dat het interessanter is om niet één standaardpestbeleid op te stellen, maar eerder een ‘dynamisch’ gediversifieerd beleid dat rekening houdt met de achtergrond en de vaardigheden van alle betrokken partijen in de pestsituatie (pester, gepeste, omstanders en volwassenen die de situatie opvolgen). Die conclusie is gesteund op de volgende resultaten. ½ In de analyse van het kwantitatief onderzoek zien we dat bepaalde achtergrondvariabelen significante verbanden geven met het ingeschatte succes van acties. ➔ Van de acties die een significant verband geven met de variabele geslacht schatten meisjes acties als risicovoller in dan jongens. ➔ Van de acties die een significant verband geven met de variabele A- of B-stroom schatten jongeren uit de B-stroom ze positiever in en jongeren uit de A-stroom risicovoller. ➔ Bij de meeste acties geven de variabelen ‘al eens gepest geweest zijn’ en ‘al eens gepest hebben’ geen significant verband. Van de acties die wel een significant verband opleveren met al dan niet gepest geweest zijn, zien we dat jongeren die al gepest geweest zijn de acties als risicovoller inschatten dan jongeren die nog niet gepest geweest zijn. ½ Uit het kwalitatief onderzoek leren we de volgende zaken: ➔ Jongeren weten niet altijd hoe ze moeten opkomen voor zichzelf. Los van de nood aan preventieve training, is het nodig om te kijken naar welke vaardigheden de gepeste jongere zelf heeft om eventueel op te komen voor zichzelf. Is de persoon op dat moment niet weerbaar genoeg, dan vergroot volgens jongeren het risico om meer of harder gepest te worden. ➔ Jongeren weten ook niet goed hoe ze het beste moeten opkomen voor anderen. Opnieuw los van de nood aan preventieve training is het ook hier (vóór je jongeren aanmoedigt om op te komen voor een ander) belangrijk om te weten hoe het netwerk van de gepeste jongere (of van de pester) eruitziet. Jongeren die niet weerbaar genoeg of juist te agressief zijn, zullen er niet in slagen de pestsituatie te stoppen. Door op die manier op te komen voor een ander wordt ook hier het risico op represailles groter. ➔ Zoals hierboven al vermeld, kunnen jongeren goed formuleren wat ze nodig hebben van een volwassene om de pestsituatie mee aan banden te leggen. Bepaalde eigenschappen en vaardigheden zoals natuurlijke autoriteit en empathische gespreksvaardigheden zijn voor jongeren essentieel. Het is daarom belangrijk om het beleid aan te passen aan de vaardigheden van de volwassenen. Hebben maar weinig volwassenen in de school die vaardigheden, dan is er eventueel nog training nodig of moeten verantwoordelijkheden binnen het pestbeleid goed verdeeld worden.

Het zijn de eerste regels van de afscheidsbrief van de 15-jarige Tharukshan uit Heerlen. Op de laatste dag van de kerstvakantie pleegde hij zelfmoord omdat hij niet langer met het pesten op school om kon gaan

"Mijn droom was om te vloggen op YouTube en om te zingen. Om een goed leven te hebben met mijn familie. Maar ik kan het niet". 

Een vreselijke gebeurtenis die je doet beseffen hoe groot de impact van pesten is. En Tharukshan is niet de enige, pesten gebeurt (bijna) overal. Op school, op het werk, op de sportvereniging. Iedereen heeft er weleens mee te maken gehad. Misschien ben je zelf gepest. Of was je een pester. Of stond je erbij en keek je er naar.

Wat doe jij?

Maar wat doe jij als je collega belachelijk wordt gemaakt? Of als je teamgenoot wordt getreiterd? Of je klasgenoot wordt uitgescholden? Houd je je mond of kom je voor ze op? Of zou je er wel iets van willen zeggen, maar durf je niet? Uit onderzoek blijkt dat pesten met ruim 50% kan worden verminderd als omstanders ingrijpen. Om jou te helpen, hier een aantal tips als je ziet dat iemand wordt gepest. 

1. Verplaats je in degene die wordt gepest

Stel je eens voor hoe het is om in de schoenen te staan van iemand die wordt gepest. Om niet naar school of je werk te durven. Om keer op keer belachelijk gemaakt te worden. Om geen vrienden te hebben en er helemaal alleen voor te staan. Pesten kan je leven in een nachtmerrie veranderen. Niet alleen op het moment van pesten zelf, maar ook nog lange tijd daarna. Veel mensen die zijn gepest, kampen jaren later nog met depressies en angsten en soms leidt pesten zelfs tot zelfmoord. 

2. Praat met degene die gepest wordt

Als je ziet dat iemand wordt gepest, probeer daar dan met hem of haar over te praten. Vertel dat je ziet dat er gepest wordt en hoe erg je dat vindt. Alleen al het feit dat iemand ziet wat er gebeurd, kan voor een pestslachtoffer enorm veel betekenen. 

3. Doe je mond open tegen pesters

Als je getuige bent van pesterijen, confronteer de pester dan met zijn of haar gedrag en zeg wat je ervan vindt. Dat is spannend, maar kan heel effectief zijn. Hoe meer mensen pesters vertellen hoe belachelijk het is wat ze doen, des te eerder ze er mee zullen stoppen. En denk daarbij dan weer even aan puntje 1: hoe zou jij het vinden als je zou worden gepest?

Hoe zou jij het vinden als je zou worden gepest?

4. Geef pesters niet de aandacht waar ze om vragen

Pesten is vooral 'leuk' als er veel mensen getuige van zijn. Pesters voelen zich ver verheven boven hun slachtoffer en aan die status hebben ze natuurlijk niets als het niet wordt gezien. Ga er dus niet als een ramptoerist bij staan als je ziet dat iemand wordt gepest en ga ook niet heel hard lachen als er beledigende grappen worden gemaakt. Wijs de pesters op hun gedrag en laat ze vervolgens gewoon links liggen. 

5. Zoek medestanders om pesten tegen te gaan

Pestgedrag los je vaak niet in je eentje op. Vertel het aan leraren, leidinggevenden of andere volwassenen en vraag ze om in te grijpen. Als je bang bent om zelf het volgende slachtoffer van de pesters te worden, vraag dan of de inhoud van het gesprek vertrouwelijk mag blijven. Ook door anderen te vragen om het pesten te stoppen, help je mee om het probleem te verhelpen. 

6. Geloof niet alles wat er over iemand wordt gezegd

Ook online wordt er flink gepest. 11% van de jongeren tussen 15 en 25 jaar geeft aan weleens online te zijn gepest. Cyberpesten gebeurt vaak door het verspreiden van roddels via WhatsApp, SnapChat of Facebook. Roddels die vervolgens klakkeloos worden overgenomen. Doe niet mee aan het verspreiden van dit soort verhalen en vertel degene over wie het gaat wat je hebt gehoord. 

 

Bron

Bron Pimento be (lees volledig onderzoeksrapport)