Herkenbaar uit de praktijk
Tijdens een groepsopdracht vormen leerlingen of studenten direct vaste groepjes. Eén leerling blijft zichtbaar over. Niemand zegt iets. Uiteindelijk vraagt de docent wie er nog een groepsgenoot nodig heeft. De leerling sluit aan, maar merkt dat er nauwelijks contact wordt gemaakt. In de pauze wordt hierover niets gezegd. In de groepsapp verschijnen later wel reacties op een grap over die leerling. Enkele klasgenoten sturen lachende emoji’s, anderen lezen het bericht zonder te reageren. Niemand spreekt uit dat dit eigenlijk niet prettig is.
Op het eerste gezicht lijkt er weinig aan de hand. Toch laten deze kleine momenten zien hoe groepsnormen ontstaan. Niet alleen degene die buitensluit heeft invloed. Ook meelachen, zwijgen, wegkijken of niets doen maken duidelijk wat binnen de groep blijkbaar acceptabel is. Juist daarom is het veranderen van groepsnormen één van de krachtigste manieren om pesten te voorkomen.
Wat leren leerlingen of studenten?
Na deze lessen kunnen de deelnemers:
- uitleggen dat pesten een groepsproces is;
- onderscheid maken tussen helpende en schadelijke groepsnormen;
- herkennen welke rol omstanders spelen;
- benoemen welke kleine acties bijdragen aan een sociaal veilige groep;
- samen nieuwe groepsafspraken formuleren en toepassen;
- oefenen met het doorbreken van negatieve groepsnormen;
- regelmatig reflecteren op de sociale veiligheid binnen de groep.
Waarom deze les?
Veel mensen denken dat pesten vooral wordt veroorzaakt door één pester en één slachtoffer. Wetenschappelijk onderzoek laat echter zien dat pesten vooral blijft bestaan doordat een groep het gedrag bewust of onbewust ondersteunt. Dat gebeurt bijvoorbeeld door mee te lachen, niets te zeggen, iemand te negeren of buitensluiting normaal te vinden.
Wanneer groepsnormen veranderen, verandert ook het gedrag binnen de groep. Iedere leerling of student kan hier invloed op uitoefenen. Kleine moedige acties van omstanders blijken hierbij vaak belangrijker dan grote ingrepen.
Doelgroep
- Primair onderwijs (bovenbouw)
- Voortgezet onderwijs
- Middelbaar beroepsonderwijs
De voorbeelden kunnen eenvoudig worden aangepast aan de leeftijd van de groep.
Wanneer inzetten?
- Tijdens de Week tegen Pesten 2026.
- Aan het begin van een schooljaar.
- Na signalen van buitensluiting of pestgedrag.
- Als onderdeel van burgerschap, mentorlessen of sociaal-emotionele ontwikkeling.
- Als terugkerende groepsactiviteit gedurende het schooljaar.
Praktische informatie
Onderdeel | Informatie |
|---|---|
Totale duur | Drie afzonderlijke werkvormen van 30 tot 50 minuten |
Uitvoerder | Docent, mentor, trainer, SLB’er of stagebegeleider |
Groepsgrootte | Eén klas of groep |
Benodigde materialen | Whiteboard of digibord, stiften, A3-papier of flap-overvellen, losse A4-vellen, post-its (optioneel), pennen |
Werkvormen | Individuele reflectie, groepsanalyse, klassengesprek, rollenspel, gezamenlijke besluitvorming en cyclische evaluatie |
Wetenschappelijke onderbouwing
Pesten is een groepsproces. Onderzoek laat zien dat pestgedrag niet alleen wordt beïnvloed door degene die pest, maar vooral door de reacties van de groep. Wanneer klasgenoten meelachen, zwijgen, wegkijken of buitensluiting accepteren, ontstaat de indruk dat dit gedrag normaal is. Daardoor blijft het pestgedrag bestaan.
Groepsnormen zijn de vaak onuitgesproken regels over wat binnen een groep wel en niet acceptabel wordt gevonden. Positieve groepsnormen zorgen ervoor dat leerlingen elkaar ondersteunen, terwijl negatieve groepsnormen buitensluiting en pestgedrag versterken.
Onderzoek laat eveneens zien dat kleine, zichtbare interventies van omstanders en volwassenen een belangrijke bijdrage leveren aan het veranderen van groepsnormen. Wanneer meerdere groepsleden laten zien dat respect, inclusie en behulpzaamheid de norm zijn, neemt de sociale veiligheid toe.
Daarnaast is het belangrijk onderscheid te maken tussen plagen en pesten.
Plagen
- gebeurt incidenteel;
- is wederzijds;
- beide partijen kunnen ermee stoppen;
- er is geen machtsverschil.
Pesten
- gebeurt herhaaldelijk;
- is bedoeld om te kwetsen;
- kent een ongelijke machtsverhouding;
- wordt vaak in stand gehouden door de groep.
Lesopbouw
Tijd | Onderdeel | Werkvorm |
|---|---|---|
45 minuten | Werkvorm 1 | Normen op de weegschaal |
50 minuten | Werkvorm 2 | Kleine moed – Normen in actie |
30-40 minuten | Werkvorm 3 | Normenmonitor |
Werkvorm 1 – Normen op de weegschaal
Duur: 45 minuten
Doel
De groep ontdekt welke ongeschreven regels bijdragen aan een veilige of juist onveilige groepscultuur en formuleert gezamenlijk nieuwe positieve groepsnormen.
Voorbereiding docent
Teken vooraf een grote weegschaal op het bord of op een flap-over.
- Linkerkant: Normen die pesten in stand houden
- Rechterkant: Normen die bijdragen aan een veilige groep
Sprekerstekst introductie (10 minuten)
“Elke groep heeft ongeschreven regels. Niemand heeft ze officieel afgesproken, maar toch weten we vaak precies wat normaal is. Bijvoorbeeld of je iemand helpt die alleen staat, of je lacht om een gemene opmerking, of je iets zegt wanneer iemand wordt buitengesloten. Die ongeschreven regels noemen we groepsnormen. Soms zorgen ze voor veiligheid. Soms zorgen ze ervoor dat pesten ongemerkt blijft bestaan.
Vandaag gaan we onderzoeken welke normen wij herkennen en welke normen we eigenlijk liever zouden willen hebben. Onthoud één belangrijke gedachte: kleine moedige acties kunnen een hele groep veranderen.”
Individuele opdracht (10 minuten)
Iedere leerling of student beantwoordt schriftelijk onderstaande vragen.
Vraag 1 Welke dingen gebeuren er in onze groep die niet prettig voelen?
Vraag 2 Wanneer voelt een groep voor jou echt veilig?
Mogelijke leerlingantwoorden
Niet prettig:
- Mensen lachen wanneer iemand een fout maakt.
- Sommige leerlingen worden nooit gekozen.
- Er wordt geroddeld.
- In de groepsapp wordt iemand genegeerd.
- Er worden sarcastische opmerkingen gemaakt.
- Mensen rollen met hun ogen.
- Er wordt gefluisterd zodra iemand langsloopt.
Veilige groep:
- Iedereen hoort erbij.
- Je mag fouten maken.
- Mensen helpen elkaar.
- Niemand wordt buitengesloten.
- Er wordt respectvol gesproken.
- Mensen komen voor elkaar op.
Kleine groepsopdracht (15 minuten)
Laat leerlingen in groepjes van drie of vier hun antwoorden bespreken.
Iedere uitspraak wordt op de weegschaal geplaatst.
Linkerkant Normen die pesten versterken.
Bijvoorbeeld:
- We lachen mee.
- We zeggen niets.
- Iedereen zoekt zijn eigen vrienden op.
- Het is grappig als iemand zich schaamt.
Rechterkant Normen die veiligheid vergroten.
Bijvoorbeeld:
- We halen iemand erbij.
- We spreken elkaar respectvol aan.
- We zeggen iets wanneer iemand wordt buitengesloten.
- We laten iedereen meedoen.
Klassikale afronding (10 minuten)
Vraag de groep gezamenlijk maximaal vijf nieuwe groepsnormen te formuleren.
Bijvoorbeeld:
- We zorgen dat niemand alleen hoeft te staan.
- We lachen niet om iemand maar met elkaar.
- We spreken elkaar respectvol aan.
- We helpen wanneer iemand buitengesloten wordt.
- We spreken pestgedrag rustig aan.
Schrijf deze zichtbaar op en bespreek hoe de groep elkaar hieraan kan herinneren.
Antwoordmodel
- Goede antwoorden
Antwoorden waarin zichtbaar wordt dat de hele groep invloed heeft. - Minder sterke antwoorden
Antwoorden waarin uitsluitend één pester of één slachtoffer centraal staat.
Veelgemaakte denkfouten
- “Alleen de pester is verantwoordelijk.”
- “Als niemand iets zegt is er geen probleem.”
- “Het was maar een grap.”
Uitleg
Ook zwijgen en meelachen geven een boodschap af aan de groep. Daardoor lijkt het alsof buitensluiting normaal is.
Observatiepunten docent
Let tijdens de gesprekken op:
- wie initiatief neemt;
- wie nauwelijks spreekt;
- wie anderen laat uitpraten;
- wie wegkijkt bij gevoelige onderwerpen;
- welke voorbeelden vaak terugkomen.
Gebruik deze observaties uitsluitend om de groepsdynamiek beter te begrijpen, niet om leerlingen aan te wijzen.
Omgaan met weerstand
Mogelijke opmerking:
- “Bij ons gebeurt dit helemaal niet.”
Passende reactie:
- “Dat is prettig om te horen. Stel dat het toch een keer gebeurt. Welke afspraak zou dan helpen?”
Mogelijke opmerking:
- “Dit is kinderachtig.”
Passende reactie:
- “Juist in oudere groepen zijn groepsnormen vaak minder zichtbaar, terwijl ze nog steeds veel invloed hebben.”
Werkvorm 2 – Kleine moed: Normen in actie
Duur: 50 minuten
Doel
Leerlingen oefenen met kleine interventies waarmee zij negatieve groepsnormen kunnen doorbreken.
Sprekerstekst introductie (10 minuten)
“Veel mensen denken dat je iets heel groots moet doen om pesten te stoppen. Uit onderzoek weten we juist dat kleine acties vaak het meeste verschil maken.
Niet meelachen.
Iemand erbij halen.
Een rustige opmerking maken.
Naast iemand gaan zitten.
Vragen hoe het gaat.
Vandaag oefenen we zulke kleine acties.”
Casus
Tijdens een projectweek worden groepen samengesteld. Amir blijft opnieuw als laatste over. Niemand zegt dat hij niet mee mag doen, maar verschillende groepjes kijken bewust een andere kant op wanneer de docent vraagt wie nog een groepsgenoot nodig heeft. Tijdens het samenwerken worden zijn ideeën nauwelijks besproken. Wanneer Amir iets zegt, reageert iemand met een sarcastisch: “Ja hoor, goed idee.” Enkele groepsleden lachen zachtjes.
Twee studenten horen het maar reageren niet. Na afloop wordt in de groepsapp een foto gedeeld waarop Amir toevallig onhandig staat afgebeeld. Er verschijnen lachende emoji’s. Eén student twijfelt of hij moet reageren, maar denkt: “Anderen zeggen ook niets.” De volgende dag sluit Amir zich tijdens de pauze steeds vaker af. Niemand heeft openlijk gepest, maar de groep heeft wel duidelijk gemaakt wie er niet helemaal bij hoort.
Analysevragen
- Welke groepsnorm zie je in deze situatie?
Antwoordmodel
Dat buitensluiten blijkbaar normaal wordt gevonden.
Uitleg
Niemand grijpt in.
- Welke groepsrollen herken je?
Antwoordmodel
- degene die buitensluit;
- meelopers;
- zwijgende omstanders;
- mogelijke helper;
- degene die wordt buitengesloten.
- Welke kleine actie zou jij kunnen doen?
Mogelijke antwoorden
- “Kom bij ons.”
- “Wat vind jij ervan?”
- “Laten we iedereen mee laten doen.”
- Niet meelachen.
- De groepsapp een andere richting geven.
Rollenspel (15 minuten)
Rol 1
Je ziet dat iemand wordt buitengesloten.
Je wilt iets doen maar vindt dat spannend.
Voorbeeldzinnen
- “Kom erbij.”
- “Volgens mij hoort hij er ook bij.”
- “Zullen we iedereen laten meedoen?”
Lichaamstaal
Rustig.
Open houding.
Oogcontact.
Rol 2
Je merkt niet direct dat jouw gedrag buitensluit.
Voorbeeldreacties
- “Dat bedoelde ik niet.”
- “Oh, daar had ik niet aan gedacht.”
Rol 3
Je bent omstander.
Je twijfelt.
Je besluit uiteindelijk toch iets te zeggen.
Nabespreking
Bespreek:
- Wat voelde gemakkelijk?
- Wat voelde spannend?
- Welke zin werkte het beste?
- Welke reactie maakte verschil?
Veelgemaakte denkfouten
- “Iemand anders zegt vast wel iets.”
- “Het was maar een grap.”
- “Ik wil geen ruzie.”
Docentinstructies
Wanneer leerlingen lachen tijdens het oefenen:
- “Dat is begrijpelijk. Nieuw gedrag oefenen voelt soms ongemakkelijk. Juist daarom oefenen we het hier.”
Geef eerst complimenten voor moed voordat verbeterpunten worden besproken.
Werkvorm 3 – Normenmonitor
Duur: 30-40 minuten
Deze werkvorm wordt regelmatig herhaald.
Doel
Samen volgen hoe de groepsnormen zich ontwikkelen en steeds kleine verbeteringen afspreken.
Sprekerstekst
“Een veilige groep ontstaat niet in één les. Daarom kijken we regelmatig hoe het gaat. Niet om elkaar te beoordelen, maar om samen beter te worden.”
Stap 1 – Veiligheidsscan (10 minuten)
Iedere leerling geeft individueel antwoord op onderstaande vragen.
Vraag 1
Op een schaal van 1 tot en met 10:
- Hoe veilig voel jij je in deze groep?
Vraag 2
- Waarom geef je dit cijfer?
Vraag 3
- Wat doet onze groep al goed?
Vraag 4
- Wat kunnen wij als groep komende week verbeteren?
Vraag 5
- Welke kleine actie ga jij zelf deze week uitvoeren?
Mogelijke antwoorden
- “Ik geef een 6 omdat sommige mensen vaak worden genegeerd.”
- “Ik geef een 8 omdat mensen elkaar meestal helpen.”
- “Ik ga deze week bewust naast iemand zitten die vaak alleen zit.”
- “Ik ga niet meer meelachen wanneer iemand wordt nagebootst.”
Gezamenlijk actieplan (10 minuten)
Laat de groep maximaal twee concrete acties kiezen.
Bijvoorbeeld:
- Iedereen zorgt dat niemand alleen werkt.
- We begroeten elkaar.
- We reageren respectvol in de groepsapp.
- We spreken elkaar rustig aan.
- We halen iemand erbij die alleen staat.
Evaluatie na één week (5-10 minuten)
Bespreek gezamenlijk:
- Welke actie hebben we uitgevoerd?
- Wat zagen we veranderen?
- Wat ging goed?
- Wat was lastig?
- Welke actie houden we vast?
- Welke nieuwe stap zetten we?
Observatiepunten docent
Let op:
- neemt het aantal positieve interacties toe;
- worden leerlingen sneller betrokken;
- wordt minder gelachen om kwetsende opmerkingen;
- spreken leerlingen elkaar vaker aan;
- neemt samenwerking toe.
Vier iedere positieve ontwikkeling, hoe klein ook.
Reflectieopdracht
Laat iedere leerling of student individueel onderstaande vragen beantwoorden.
- Welke situatie uit deze les vond jij het meest herkenbaar?
- Welke groepsrol herken jij het vaakst bij jezelf?
- Welke kleine moedige actie wil jij deze week bewust uitvoeren?
- Wat hoop jij dat klasgenoten doen wanneer jij of iemand anders wordt buitengesloten?
- Welke groepsnorm zou volgens jou als eerste moeten veranderen?
- Hoe kun jij daar zelf aan bijdragen?
Geef hiervoor vijf minuten schrijftijd en bespreek daarna vrijwillig enkele antwoorden.
Evaluatie
Sluit de les af met de volgende vragen.
- Wat heb je vandaag geleerd over groepsnormen?
- Welke nieuwe afspraak vind jij het belangrijkst?
- Welke kleine actie ga jij morgen al toepassen?
- Waaraan merken we over een maand dat onze groep veiliger is geworden?
- Hoe kunnen wij elkaar helpen om deze afspraken vol te houden?
Checklist voorbereiding docent
Controleer vooraf:
☐ Whiteboard of flap-over beschikbaar.
☐ Stiften aanwezig.
☐ A4- of A3-papier beschikbaar.
☐ Pennen aanwezig.
☐ Weegschaal vooraf op het bord getekend.
☐ Casus gelezen.
☐ Rollenspel voorbereid.
☐ Tijdsplanning bekeken.
☐ Ruimte ingericht voor kleine groepjes.
Bronnen
- Salmivalli, C. (Universiteit van Turku). Onderzoek naar groepsrollen en omstanders bij pesten.
- Veenstra, R., Rijksuniversiteit Groningen. Onderzoek naar groepsdynamiek, sociale netwerken en pestgedrag.
- Huitsing, G., Rijksuniversiteit Groningen. Onderzoek naar sociale netwerken, groepsprocessen en pesten.
- Universiteit van Amsterdam. Onderzoek naar sociale veiligheid, groepsnormen en schoolklimaat.
- Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Werken aan sociale veiligheid in het onderwijs.https://www.nro.nl
- Stop Pesten Nu. Visie: pesten is een groepsproces. https://www.stoppestennu.nl
Wetenschappelijke toelichting
De inhoud van deze les sluit aan bij de huidige wetenschappelijke consensus dat pestgedrag een groepsproces is waarin groepsnormen, omstanders, meelopers en helpers gezamenlijk invloed hebben op het ontstaan, voortbestaan én stoppen van pesten. Daarom ligt in alle werkvormen de nadruk op gezamenlijke verantwoordelijkheid, sociale veiligheid en het versterken van positieve groepsnormen in plaats van uitsluitend op de pester of degene die gepest wordt.

