Deze volledig uitgewerkte les voor het basisonderwijs (groep 5-8) helpt leerkrachten op een leuke en interactieve manier met leerlingen te praten over pesten. De les duurt ongeveer 60 minuten en is geschikt voor de Week tegen Pesten 2026. Centraal staat het inzicht dat pesten een groepsproces is. Leerlingen ontdekken spelenderwijs hun eigen rol en leren dat kleine moedige acties het verschil maken.
Theorie (wetenschappelijk onderbouwd)
Volgens onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Amsterdam ontstaat en blijft pesten bestaan binnen de groep. Wanneer omstanders meelachen, zwijgen of wegkijken, houdt pestgedrag stand. Niet ingrijpen draagt bij aan het probleem. Plagen is onschuldig en incidenteel; pesten is structureel, gemeen en gaat gepaard met een machtsverschil. Kleine moedige acties, zoals iemand erbij halen of een grens aangeven, kunnen de groepsnorm positief veranderen.
Praktijkvoorbeelden
- Tijdens het buitenspelen wordt een kind steeds niet gekozen voor een team. Andere kinderen kijken weg of lachen mee.
- Een leerling krijgt steeds vervelende bijnamen. De groep doet niks of lacht mee.
Vertaling naar praktijk
De les combineert beweging, creativiteit en gesprek zodat leerlingen zich veilig voelen om mee te doen.
Werkvormen en tools
Hoofdwerkvorm: “Groepsdierenspel” (60 minuten)
Doel: Leerlingen op een speelse manier laten ervaren hoe groepsprocessen werken bij pesten en hoe kleine moed de groep veiliger maakt.
Volledige instructie:
- Inleiding (10 min): Zit in een kring. Vertel: “Vandaag doen we een spel over hoe we samen een veilige klas kunnen maken. Pesten is geen probleem van één kind, maar van de hele groep. Kleine moed maakt het verschil.”
- Spelronde 1 – Dierengroepen (15 min): Verdeel de klas in kleine groepen. Iedere groep kiest een diersoort (bijv. leeuwen, konijnen, vogels). Geef opdrachten zoals: “Maak een geluid en beweging van je dier.” Daarna: “Een dier mag niet meedoen – wat gebeurt er in de groep?” (Eén kind speelt even ‘buitenstaander’.)
- Gespreksronde (15 min): Terug in de kring. Stel vragen:
- Hoe voelde het om buiten te staan?
- Wat deden de anderen? (meelachen, wegkijken, helpen?)
- Wat kun je doen als je ziet dat iemand niet meedoet?
- Creatieve opdracht (15 min): In groepen maken leerlingen een “Veilig Klasdier” – een tekening van een dier dat symbool staat voor hun klas met 3 regels voor veiligheid (bijv. “Iedereen mag meedoen”, “We zeggen het als iets niet fijn is”).
- Afsluiting (5 min): Iedere leerling noemt één kleine moedige actie voor deze week. Hang de tekeningen op.
Voorbeeldantwoorden leerlingen:
- “Het voelde niet fijn om alleen te staan. Iedereen lachte of deed niks.”
- “Ik kan zeggen: ‘Kom bij ons team!’”
Uitleg waarom antwoorden juist/onjuist zijn:
Juist: Antwoorden die laten zien dat de groep invloed heeft (bijv. meedoen of helpen). Dit versterkt het groepsproces-denken.
Onjuist: Antwoorden die alleen zeggen “de juf moet het oplossen” of “de pester moet stoppen” – deze negeren de rol van de groep. Leg uit: “Als iedereen wacht tot een ander iets doet, verandert er niks.”
Docentinstructies inclusief omgaan met weerstand:
- Zorg voor een veilige sfeer: “Alles wat we zeggen blijft hier, er zijn geen domme antwoorden.”
- Bij weerstand (“Dit is saai” of “Bij ons gebeurt het niet”): Erken het en vraag: “Stel dat het toch gebeurt, wat zou jij dan kunnen doen? Dat is kleine moed.”
- Beloon actief meedoen en moed. Herhaal regelmatig: “Niet ingrijpen = bijdragen aan het probleem.”
- Differentiatie: Voor jongere leerlingen meer beweging, voor oudere meer gespreksdiepgang.
Benodigd materiaal: Tekenpapier, stiften, eventueel muziek voor beweging.
Deze les is direct uitvoerbaar en kosteloos beschikbaar dankzij donaties. Stichting Stop Pesten Nu ontvangt geen subsidies.

