In dit document vind je kant-en-klare materialen en voorbeelden waarmee je direct aan de slag kunt om pesten en online pesten aan te pakken als groepsproces in het primair onderwijs. Het bevat eenvoudige spreekteksten, een visueel schema, werkvormen, herkenbare situaties, gezamenlijke afspraken en een checklist voor jezelf. Zo werk je elke dag aan een veilige klas waar iedereen zich gezien en gesteund voelt.
1. Eenvoudige spreekteksten voor leerkrachten
Vandaag praten we over pesten en over hoe we samen kunnen zorgen dat het stopt. Pesten gebeurt niet alleen tussen twee kinderen. Het is iets dat in de hele groep gebeurt. Ook als je niet meedoet, kun je toch helpen om het te stoppen.
Ik wil dat jullie allemaal weten: als je iets ziet of hoort, kun je dat altijd aan mij vertellen. Dat is niet klikken. Dat is zorgen dat iedereen zich fijn voelt in de klas.
We gaan ook oefenen hoe we kunnen helpen als we zien dat iemand gepest wordt. Zo maken we de klas samen sterker en veiliger.
2. Visueel schema van de rollen
Op het bord hang ik een tekening met zes poppetjes. Elk poppetje heeft een rol:
– De pester, die anderen buitensluit of pest.
– Het slachtoffer, die wordt gepest.
– De actieve meelopers, die meedoen met pesten.
– De passieve meelopers, die niks zeggen of doen.
– De omstanders, die kijken en niet weten wat ze moeten doen.
– De helper, die iets zegt of doet om te helpen.
Ik laat dit schema zien en leg uit dat iedereen een rol heeft en dat we allemaal samen kunnen zorgen dat pesten stopt.
3. Werkvormen om het groepsproces te bespreken
– Kringgesprek
Ga met de klas in een kring zitten. Vraag:
“Wat kun je doen als je ziet dat iemand wordt buitengesloten of gepest?”
Laat kinderen om de beurt iets zeggen. Herhaal steeds dat het niet klikken is, maar dat we zo samen zorgen voor een fijne klas.
– Rollenspel
Lees een kort verhaaltje voor, bijvoorbeeld:
“Lotte speelt alleen op het plein. Een paar kinderen lachen haar uit omdat ze een andere jas aan heeft. Pietje ziet het gebeuren, maar zegt niks.”
Laat de kinderen dit naspelen in groepjes. Vraag na afloop:
“Wat voelde je? Wat kun je doen om te helpen?”
Laat de kinderen zelf oplossingen bedenken en speel dat opnieuw uit.
– Tekenopdracht
Laat de kinderen een tekening maken van de klas als team. Vraag:
“Hoe ziet het eruit als iedereen samenwerkt en niemand wordt buitengesloten?”
Laat ze daarna aan elkaar uitleggen wat ze hebben getekend.
4. Herkenbare situaties en voorbeelden
– Pietje wordt niet gevraagd om mee te spelen.
– Lotte wordt uitgelachen omdat ze een andere jas draagt.
– Sam speelt vaak alleen en mag niet meedoen met het voetbalspel.
– In de groepsapp wordt een kind steeds uitgescholden.
Lees deze situaties hardop voor en laat de kinderen steeds zeggen:
“Wat voel je als je dit hoort? Wat kun je doen om te helpen?”
Schrijf de antwoorden op het bord zodat iedereen het kan zien.
5. Afspraken die je samen met de klas kunt maken
– “Wij laten niemand alleen.”
– “Wij zeggen het altijd als we zien dat iemand gepest wordt.”
– “We praten daarover met de meester of juf.”
– “We helpen elkaar en zorgen dat iedereen erbij hoort.”
Schrijf deze afspraken op een groot vel papier. Laat alle kinderen er hun naam bij zetten of een tekening bij maken. Hang het op een plek waar iedereen het elke dag ziet.
6. Checklist voor leerkrachten
– Heb ik vandaag duidelijk verteld dat pesten niet alleen tussen twee kinderen gebeurt?
– Heb ik uitgelegd dat pesten een groepsproces is en dat iedereen daar iets aan kan doen?
– Heb ik het visuele schema van de rollen laten zien?
– Heb ik besproken hoe kinderen iets kunnen zeggen of doen als ze pesten zien?
– Heb ik voorbeelden gegeven die herkenbaar zijn voor deze klas?
– Heb ik samen met de klas afspraken gemaakt en deze zichtbaar opgehangen?
– Heb ik verteld dat meldingen geen klikken zijn, maar zorgen voor een fijne klas?

