► Lees Leraren willen geen klikcultuur maar dat versterkt juist het zwijgen
Doel van de les
Leerlingen begrijpen het verschil tussen snitchen en melden.
Leerlingen onderzoeken hoe groepsdruk hen tegenhoudt om iets te zeggen.
De klas maakt samen een afspraak over hoe ze omgaan met pestgedrag.
Tijdsduur
1 mentoruur (45 minuten)
Benodigdheden
Bord of digibord
Papier/pennen of devices
Optioneel: beamer
Achtergrondinformatie - Essentiële uitleg snitchen is iets anders dan melden
De term snitchen wordt vaak gebruikt om mensen stil te houden. Vooral bij pesten. Leerlingen zeggen dan:
- “Als je dit vertelt, ben je een snitch.”
- “Je verpest zijn leven.”
- “Jij zorgt ervoor dat iemand geschorst wordt.”
Maar deze redenering is precies hoe pesters hun macht houden. Ze keren de situatie om: niet de pester is het probleem, maar degene die het durft te benoemen. Zoals één leerling het verwoordde:
“This is a bully’s favorite term. It’s how they keep their power. If you tell someone you’re being harassed, you’re labeled a snitch. It doesn’t make any sense. You ask them to stop, the bullying continues. What else are you supposed to do? How am I the bad guy because I hate being bullied?”
Deze logica klopt niet. Zodra er sprake is van herhaald kwetsend gedrag, van uitsluiting, van dreiging, van sociale of fysieke schade, dan gaat het niet meer over ‘iets doorvertellen’. Dan gaat het over melden van onveilig gedrag.
En melden van pestgedrag valt nooit onder snitchen. Ook niet als pesters doen alsof het wél zo is.
Een leerling die pest, heeft geen recht op geheimhouding van zijn of haar gedrag. Een groep die pest, heeft geen recht om anderen het zwijgen op te leggen.
Snitchen en melden zijn twee totaal verschillende dingen.
- Snitchen is iets doorvertellen wat niet over jou gaat, met als doel een ander erin te laten lopen. Het gaat om kleine of persoonlijke zaken waar geen schade of gevaar bij komt kijken.
- Melden is iets zeggen omdat je ziet dat iemand pijn, schade of onrecht ervaart zoals bij pesten. Het gaat over situaties waarin mensen gekleineerd, buitengesloten of bedreigd worden – en jij besluit daar niet aan mee te doen. Zodra er sprake is van pesten, is er géén sprake van snitchen. Dan spreek je over melden. Dat is niet optioneel, dat is noodzakelijk voor een veilige schoolomgeving.
Lesopbouw
1. Start: stelling op het bord (5 min)
“Als je zegt dat iemand pest, dan snitch je.”
Vraag aan de klas:
Wie is het hiermee eens? Waarom?
Wie is het er niet mee eens? Waarom?
Laat leerlingen kort reageren. Herstel daarna het onderscheid feitelijk en zonder oordeel:
Snitchen is iets doorvertellen om iemand in de problemen te brengen.
Melden doe je als je ziet dat iemand wordt buitengesloten, gekleineerd of bedreigd.
Pesten melden is nooit snitchen. Het is aangeven dat er iets gebeurt wat niet hoort.
2. Rollenspel – ‘Snitch of support?’ (20 min)
Verdeel de klas in groepjes van 4–5 leerlingen. Ieder groepje krijgt één scène.
Scènes (1 per groep):
In de groepsapp wordt een leerling zwartgemaakt met screenshots en roddels.
Bij een opdracht wordt een leerling steeds genegeerd en buitengesloten.
Iemand krijgt dagelijks opmerkingen over uiterlijk of gedrag.
In de pauze wordt een leerling fysiek weggeduwd door een groepje anderen.
Opdracht per groep:
Speel de situatie uit met vier verschillende reacties:
Iemand meldt het bij de mentor of een docent.
Iemand spreekt de pester aan.
Iemand lacht of stuurt het door.
Iemand zegt niks en kijkt weg.
Voorbereiding: 5–7 min
Speeltijd per groep: 1–2 min
3. Nabespreking (15 min)
Vervolg op ‘Wat helpt om tóch iets te doen?’
Vertel leerlingen ook dat pesters bijna altijd proberen te voorkomen dat hun gedrag naar buiten komt. Ze gebruiken woorden als “snitch” om anderen klein te houden. Niet omdat ze bang zijn voor onterechte straf, maar omdat ze de controle niet willen verliezen.
Herinner leerlingen eraan dat melden niet betekent dat iemand direct wordt gestraft, maar dat een docent of mentor de situatie zichtbaar krijgt en kan handelen. Zolang het onder de radar blijft, blijft het pesten doorgaan.
Bespreek per scène de volgende vragen:
1. Wat gebeurt er als niemand iets zegt?
Voorbeeldantwoorden:
“De pester denkt dat het oké is.”
“Het slachtoffer raakt geïsoleerd.”
“De groep raakt gewend aan grensoverschrijdend gedrag.”
2. Wat maakt het moeilijk om in te grijpen?
Voorbeeldantwoorden:
“Je bent bang voor reacties van anderen.”
“Je weet niet zeker of het pesten is.”
“Je denkt: dit is mijn zaak niet.”
3. Wat helpt om tóch iets te doen?
Voorbeeldantwoorden:
“Duidelijke afspraken in de klas.”
“Een docent die altijd serieus luistert.”
“Weten dat melden iets anders is dan snitchen.”
Herhaal dan deze kern:
Snitchen is nooit aan de orde als iemand gekleineerd, buitengesloten of herhaaldelijk beledigd wordt.
Zodra er sprake is van schade, pesten of dreiging, spreken we over melden.
4. Klasafspraak maken (5 min)
Laat de klas reageren op deze zin:
“Als je iets ziet dat niet klopt, meld je het.
Dat is geen snitchen. Dat zeggen pesters en meelopers uit angst een straf voor hun gedrag te krijgen”
Vraag:
Past dit bij onze klas?
Willen jullie het anders formuleren?
Voorbeelden van klasafspraken:
“We melden pesten. Altijd.”
“Zwijgen is ook kiezen.”
“We spreken elkaar aan. Ook als het spannend is.”
Laat de afspraak op papier zetten of als klasregel zichtbaar maken.
Afronding
Sluit af met deze zin:
“Wegkijken houdt pesten in stand.
Melden helpt om het te stoppen.
Dat is geen verraad, maar verantwoordelijkheid.”
Optioneel: individuele reflectie (huiswerk of afsluiting)
Vraag: Denk aan een moment waarop je iets zag wat niet oké was. Wat deed je? Wat zou je een volgende keer willen doen? En wat heb je daarvoor nodig?

