900+ gratis lesmaterialen pesten | PO VO MBO | Stop Pesten Nu

Grip op de groep, vanaf het eerste lesuur, gratis lesmaterialen

Elke klas kent dat ene moment: een appgroep die ontspoort, een leerling die net iets te vaak alleen aan de kant staat, een nieuwe klas die nog moet wennen aan elkaar. Precies daar maak jij het verschil — en daarvoor geven we je vandaag nog de materialen in handen.Ruim 900 gratis lesmaterialen voor PO, VO en MBO scholen over Pesten & Cyberpesten van Stichting Stop Pesten Nu

Bij Stop Pesten Nu vind je ruim 900 gratis lesmaterialen over pesten en online pesten. Voor PO, VO, MBO en SO, zonder registratie, direct te downloaden en te gebruiken — niet alleen tijdens de Week tegen Pesten of de Landelijke Dag tegen Pesten, maar het hele schooljaar door.

Elk jaar een nieuw thema, een nieuwe slogan, nieuwe materialen voor de Landelijke Week tegen Pesten — en zelden ruimte om echt te verdiepen. Wij kiezen voor het tegenovergestelde: één doorlopende lijn die je jaar op jaar verdiept, gebouwd rond de vragen die scholen ons het vaakst stellen. Hoe merk ik dat er iets speelt in de groep? Wat helpt volgens leerlingen zelf? Hoe pak je groepsdruk aan zonder met de vinger te wijzen?

Gratis lesmateriaal en artikelen voor het primair onderwijs (PO)

Gratis lesmateriaal en artikelen voor het voortgezet onderwijs (VO)

Gratis lesmateriaal en artikelen voor het middelbaar beroepsonderwijs (MBO)

Grijp het moment

  • Start van het schooljaar & Gouden Weken — leg de basis voor een veilige groep, nog vóór groepsdruk en pikorde de overhand nemen.
  • Zilveren Weken — herstel de groepssfeer na de kerstvakantie, als de verhoudingen vaak weer schuiven.
  • Week tegen Pesten — ga verder dan een thema-week met lesmateriaal dat écht blijft hangen.
  • De rest van het schooljaar — pesten stopt niet na oktober, en onze materialen ook niet: blijf bouwen aan groepsvorming, digitaal burgerschap en sociale veiligheid.

Casussen, escape rooms, filmpjes met gespreksvragen, rollenspellen en werkvormen over online pesten en groepsdruk — allemaal gebouwd vanuit één overtuiging: pesten is geen probleem van één dader, maar van een hele groep. Onze materialen helpen leerlingen dat proces te doorzien en samen verantwoordelijkheid te nemen voor een veilige klas. 

Ga direct naar de materialen die je zoekt

Meer kennis voor onderwijsprofessionals

Gebruik deze als reflectiemoment, in een klassikaal gesprek of mentoruur.

Laat leerlingen per tweetal één kaart kiezen en laat hen bespreken:

“Wat vinden jullie hiervan? Herkenbaar? Wat zouden wij anders kunnen doen?”

 

Kaartje 1:

“In de groepsapp gebeurt het echte pesten. In de les houden we gewoon ons mond.”

 

Kaartje 2:

“Ze zeggen: kom naar me toe als er wat is. Maar dan wordt het erger.”

 

Kaartje 3:

“De populaire leerlingen bepalen wie erbij hoort — niet de docent.”

 

Gebruik maximaal 2 vragen per moment.

Doel: Leerlingen leren observeren zonder oordeel, en leren dat zwijgen ook meedoen is.

Doel: Leerlingen leren sociale signalen herkennen die kunnen wijzen op buitensluiten of pesten.

Benodigdheden: Print met situaties (zie onder), stiften, groot vel of digibord

Laat de klas reageren op deze situaties:

  • “Een klasgenoot wil meedoen, maar niemand maakt ruimte.”
  • “Tijdens een spel zegt iemand: ‘nee, niet met jou.’”
  • “Op het bord staat een bijnaam geschreven.”

Vraag:

  • Wat kunnen we als klas doen?
  • Wie heeft hier een rol?
  • Wat zegt het over een groep als niemand iets zegt?

Toelichting: begeleid het gesprek vanuit het groepsproces (niet: wie deed wat fout, maar: wat gebeurde er in de groep?)

Doel: leerlingen laten nadenken over wat gedrag betekent binnen een groepsproces.

Situatie:

“Iemand maakt in de klas een harde grap over een ander. De klas lacht. Jij ook.”

Vragen:

  • Waarom lach je mee?
  • Wat gebeurt er als je niks zegt?
  • Wat zou je kunnen doen zónder de held te spelen?

Toelichting docent:

Deze opdracht helpt om het ‘meelachen’ en ‘niets doen’ niet te veroordelen, maar te duiden. Van daaruit ontstaat ruimte voor verandering.

 

 

Doel: kinderen leren onderscheid maken tussen echte betrokkenheid en sociaal wenselijk gedrag.

Kaarten met uitspraken (voorbeeldkaarten, printen of projecteren):

  • “Je bent slim”
  • “Je was goed met rekenen”
  • “Jij bent grappig”
  • “Je hebt vandaag niemand gepest”

Gespreksvragen:

  • Is dit een echt compliment?
  • Wat maakt een compliment oprecht?
  • Wat zou je liever horen?

Doel: laat kinderen op een veilige manier reflecteren op wie er écht meedoet in de groep.

Opdracht:

Doel: Studenten bespreken situaties waarin groepsdruk, uitsluiting of online pesten een rol spelen, en maken actie-afspraken.

Stap 1 – Scenario’s bespreken (rollenskaarten)

Voorbeeldkaarten (3 leerlingen per groepje):

Doel: Leerlingen concreet laten benoemen wat zij kunnen doen als er iets gebeurt dat niet fijn is in de groep.

Opbouw:

Laat studenten kiezen uit deze zinnen:

  • “Iedereen maakt wel eens een grapje.”
  • “Hij/zij kan wel tegen een stootje.”
  • “Zij doet ook wel lullig.”
  • “Ik bedoelde het niet zo.”

Vragen:

  • Wanneer heb jij dit zelf gezegd of gedacht?
  • Wat was de impact op de ander?
  • Wat is jouw verantwoordelijkheid in zo’n situatie?

Laat studenten hierover schrijven of erover praten in duo’s

 

 

Mini-gespreksronde: “Wat betekent veiligheid voor jou?”

Vraag:

  • Wanneer voel jij je echt veilig in de klas?
  • Wat verpest dat gevoel?
  • Wat kunnen we als klas afspreken?

Morele keuze: “Stel, je ziet dit…”

Situatie:

In een groepsapp wordt een klasgenoot voor ‘aandachtstrekker’ uitgemaakt omdat die een diagnose deelt. Sommigen sturen lachende emoji’s. Jij leest het, maar reageert niet.

Vraag:

  • Wat is jouw rol in deze situatie?
  • Waarom is niks doen ook iets doen?
  • Wat zou je kunnen doen als je het lastig vindt om iets te zeggen?

Voorbeeldreacties:

  • “Ik zeg: dit vind ik niet oké.”
  • “Ik stuur de persoon privé een bericht.”
  • “Ik meld het bij de mentor.”

Doel: Handelingsperspectief bieden

Laat groepjes zinnen afmaken:

  • “Als ik zie dat iemand wordt uitgelachen, dan…”
  • “Als iemand iets gemeens zegt, dan kan ik…”
  • “Als ik het niet durf, dan kan ik…”

Maak een klasposter met de beste zinnen!

Bijvoorbeeld:

  • “Ik zeg: hé, stop even, dit is niet grappig.”
  • “Ik haal een juf of meester.”
  • “Ik ga naast iemand staan die buitengesloten wordt.”

Basisonderwijs (groep 6-8)

Doel: Kinderen leren het verschil tussen plagen, pesten en uitsluiting

1. Signalen & spanningsmeter – wat gebeurt er in de groep?

Doel: Studenten en leerlingen leren alert te zijn op groepssfeer en gedrag.

Gebruik: Individueel of klassikaal als stemactiviteit / check-in.

Stellingen – hoe herken je dat het niet goed zit?

Stelling

Eens

Oneens

Twijfel

Er wordt vaak gelachen om één specifieke persoon.

VOORTGEZET ONDERWIJS (VO)

Doel: Halverwege het jaar reflecteren op veiligheid en groepsdynamiek.

Stellingen – laat leerlingen stemmen (mentimeter, handen, kaartjes):

  • “In deze klas kan ik mezelf zijn.”
  • “Ik voel me op school sociaal veilig.”
  • “Ik weet bij wie ik terecht kan als iets misgaat.”
  • “Als iemand buitengesloten wordt, wordt dat besproken.”

Bespreek open:

“Wat viel jullie op? Wat zeggen deze uitslagen over onze groep?”

Laat leerlingen in groepjes formuleren:

Ontwerp in groepjes een actieplan voor je klas of opleiding:

  • Hoe zorgen we dat niemand buitengesloten raakt?
  • Wat spreken we af over hoe we met elkaar omgaan, ook online?
  • Hoe maken we het melden makkelijk?

Output

  • Afsprakenlijst
  • Plan voor anoniem meldpunt
  • Idee voor een poster of slogan

Doel: leerlingen eigenaar maken van hun eigen groepscultuur

Denk terug aan een situatie waarin je zag dat iemand werd buitengesloten, uitgelachen of online gepest. Je deed (nog) niets.

Schrijf op:

  • Waarom greep je niet in?
  • Wat voelde je op dat moment?
  • Wat had je geholpen om tóch iets te doen?
  • Wat wil je de volgende keer anders doen?

Laat leerlingen die willen iets delen. Of anoniem via post-its op een muur.

Situatie 1:

Emma wordt steeds overgeslagen bij het kiezen van groepjes. Ze zegt er niks van. Sommige kinderen giechelen.

Situatie 2:

De hele klas noemt Tobias “Toeter” omdat hij hard praat. Zelfs op het schoolplein.

Rolverdeling:

  • Pester
  • Versterker (lacher)
  • Buitenstaander
  • Verdediger
  • Doelwit

Doel: kinderen leren zich verplaatsen in verschillende rollen

Doel: Oefenen met ingrijpen als je iets verdachts ziet.

Gebruik: Speel na in groepjes. Geef rollen: zien, doen, reageren.

Situatie:

Een kind zegt iets in de klas. Eén leerling trekt gekke gezichten. Twee anderen giechelen. Het kind zegt niets meer.

Vragen na het rollenspel:

  • Wat zag je gebeuren?
  • Wat zou jij kunnen doen in het echt?
  • Wat helpt jou om iets te durven zeggen?

Voorbeeldreacties leerling:

Doel: Veilig groepsgesprek starten over gedrag zonder beschuldiging.

Gebruik: Kies 1-2 kaartjes per dag of per week.

Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO)

Opdracht:

Neem 3 studenten in gedachten die zich vaak stil houden of weinig contacten hebben.

Beantwoord samen met een collega:

  • Wat weet ik over hun sociale positie?

  • Heb ik signalen gezien die kunnen wijzen op uitsluiting?

  • Zou ik dit bespreken als het mijn eigen klas was?

Doel: Schoolbreed leren kijken naar stille signalen.

 

 

Studentenwerkvorm – “Wat niemand ziet”

Situatie:

Laat de klas zélf nadenken over wat ze willen afspreken. Niet algemeen (“We zijn lief”), maar:

  • “Als wij zien dat iemand gepest wordt, dan …”
    • spreken we samen degene aan die pest
    • gaan we erbij staan
    • melden we het bij een docent of mentor
    • zorgen we dat diegene niet alleen blijft
    • zorgen we dat het gesprek bij de hele groep terugkomt

VO/MBO extra:

Bespreek ook het verschil tussen ‘snitchen’ en verantwoordelijkheid nemen.

Laat ze zelf posters of statements maken zoals:

Doel: inzicht geven in pestrollen en groepsdynamiek

Vorm: rollenspel met reflectievragen

Niveaus: apart voor PO, VO en MBO

 

 

VOORBEELD VO/MBO:

Situatie: Een leerling wordt herhaaldelijk genegeerd in de pauze.

Rollen:

  • Pester (maakt grapjes en kleine opmerkingen)
  • Meeloper (lacht mee)
  • Zwijger (doet niets)
  • Redder (probeert subtiel iets te doen)
  • Slachtoffer
  • Docent (komt na afloop langs)

Laat het rollenspel 2x spelen:

Doel: klas laten ervaren dat ‘niets doen’ ook een keuze is met gevolgen

Vorm: simulatie of situatiespel, aanpasbaar voor PO, VO, MBO

 

 

Stap 1 – Geef een herkenbare situatie

Bijvoorbeeld:

  • PO: “Iemand wordt steeds nageroepen op het schoolplein”
  • VO: “In de groepsapp wordt iemand belachelijk gemaakt”
  • MBO: “Een student wordt genegeerd in projectgroepjes”

 

Doel: leerlingen laten nadenken over hun eigen rol bij pesten

Vorm: kaartjes voor groepsgesprekken, kring of mentoruur

Niveaus: PO (groep 6-8), VO, MBO

 

 

Gesprekskaarten (voorbeeld VO/MBO)

 

Kaart 1 – “Ik ben niet de pester, dus het is mijn probleem niet.”

→ Wat gebeurt er als iedereen dat denkt?

 

Kaart 2 – “Als ik iets zeg, word ik zelf gepest.”

→ Wat zou je nodig hebben om tóch iets te kunnen doen?

 

Kaart 3 – “Ik wist niet zeker of het pesten was.”

Doel: Oefenen met het aangeven van grenzen en het reageren op ‘grapjes’.

Gebruik: Speel klassikaal of in tweetallen met korte scènes.

 

Rollenspel 1:

Jij zegt iets, iemand anders lacht hard en zegt: “Je zegt ook altijd gekke dingen!”

Vraag: Wat kun je zeggen als je dit niet leuk vindt?

 

Voorbeeldantwoord leerling:

“Stop, ik vond dat niet grappig.”

 

Voorbeeldantwoord klasgenoot:

“Oh, sorry. Ik dacht dat het een grapje was.”

 

 

Doel: Samen nadenken over waar de grens ligt.

Benodigd: Bord, plakbriefjes of een touw in de klas.

Opdracht

  1. Teken op het bord een lijn van 0 (gewoon leuk) tot 10 (heel naar).
  2. Lees situaties voor, laat leerlingen aangeven waar zij het op de lijn zouden zetten. Laat daarna bespreken waarom.

Situaties:

Doel: Gesprek op gang brengen over gevoel, grenzen en gedrag.

Gebruik: Trek kaartjes, bespreek klassikaal of in kleine groep.

Doel: Leerlingen helpen het verschil te begrijpen tussen plagen en pesten.

Gebruik: Klassikaal of in tweetallen. Laat ze nadenken en overleggen.

Opdracht

Lees de situaties. Kruis aan of je denkt dat het plagen of pesten is. Leg uit waarom je dat denkt.

Situatie

Plagen

Pesten

Waarom denk je dat?

Twee kinderen maken een grap over elkaars rare sokken en lachen samen.

Doel: Bewustwording van rollen en impact.

Gebruik: In tweetallen of groepjes van 4-6.

Aanpak: Eén situatie per groep, rollenspel spelen, daarna reflectie.

Voorbeeldsituatie 1 (PO/VO)

Situatie: Tijdens het buitenspelen wordt een leerling consequent als laatste gekozen bij een spel. Eén leerling zegt: “Jij mag van mij wel in het andere team, hoor… als ze je daar wíllen.”

Rolverdeling:

Doel: Pestrollen bespreekbaar maken zonder beschuldiging.

Gebruik: In kleine groepen of klassikaal, met nabespreking.

Aanpak: Laat leerlingen kaart trekken, gesprek voeren en reflecteren.

 

Kaarten (vraag + toelichting + voorbeeldantwoord)

 

Kaart 1 – Wat zou jij doen als je iemand ziet pesten, maar het is je beste vriend?

Toelichting: Leerlingen denken na over loyaliteit vs. rechtvaardigheid.

Voorbeeldantwoord: “Ik zou hem apart aanspreken. Niet in de groep, maar zeggen dat ik het niet oké vond. Vriend of niet.”

 

Doel: Laat leerlingen zelf reflecteren op hoe leraren reageren, en wat wel/niet werkt

Vorm: klassikaal gesprek, klein groepje of mentorgesprek

Onderwijssoort: PO (groep 6-8), VO, MBO

Aantal kaarten: 5 

 

 

Situatie

Je hoort in de kantine dat iemand geen ‘klikker’ moet zijn als er iets gemeld wordt.

Toelichting: Maakt groepsdruk zichtbaar en geeft aanleiding om ‘beroepshouding’ te koppelen aan pesten.

Antwoordindicatie: Dit is groepsdruk en leidt tot onveilige situaties. Een professionele houding betekent: veiligheid boven status of angst voor oordeel.

Gesprekssuggestie:

Situatie

Iemand stuurt een lelijke meme over een klasgenoot in de groepsapp.

Toelichting:

Deze situaties zijn vaak onzichtbaar voor de docent, maar zwaar voor het slachtoffer.

Antwoordindicatie:

  • Niet reageren = meedoen.
  • Doorsturen = versterken.
  • Iemand melden bij mentor = support.
  • Of: privé zeggen dat je het niet oké vindt = laagdrempelig alternatief.

Gesprekssuggestie:

Docentenhulp – Melden is geen klikken

Vraag:  Je ziet dat Lisa expres wordt overgeslagen bij het doorgeven van de bal.

Toelichting voor de leerkracht: Dit lijkt klein, maar is vaak het begin van structurele buitensluiting. Door dit bespreekbaar te maken, leren kinderen alert zijn op sociaal uitsluiten.

Antwoordindicatie: Dit is helpen, niet klikken. Het gaat om uitsluiten, en dat moet je melden.

Gesprekssuggestie:

Deze werkvorm helpt om binnen het team open te praten over onderlinge omgang, veiligheid en respect. Het doel is samen duidelijke en gedragen afspraken maken, zodat iedereen weet wat gewenst gedrag is en zich verantwoordelijk voelt.

Inleiding (voorleestekst)

“Vandaag gaan we oefenen hoe we kunnen helpen als we pesten zien gebeuren. Soms weet je niet goed wat je moet doen of wat je kunt zeggen. Daarom gaan we samen een toneelstukje maken. In dit toneelstukje spelen we situaties na waarin iemand wordt gepest. Zo kunnen we samen oefenen hoe je kunt ingrijpen en hoe je iemand kunt helpen.”

Instructie voor leerkrachten in het MBO

Voorbereiding

Onderwerp: professioneel omgaan met grensoverschrijdend gedrag

Waarom deze les belangrijk is

► Lees Leraren willen geen klikcultuur maar dat versterkt juist het zwijgen

Doel van de les

  • Leerlingen begrijpen het verschil tussen snitchen en melden.

  • Leerlingen onderzoeken hoe groepsdruk hen tegenhoudt om iets te zeggen.

  • De klas maakt samen een afspraak over hoe ze omgaan met pestgedrag.

Tijdsduur

1 mentoruur (45 minuten)

Benodigdheden

  • Bord of digibord

Instructie voor leerkrachten in het primair onderwijs

Voorbereiding

Onderwerp: Het verschil tussen klikken en melden (bij pesten)

Doel: Bespreken wat leerlingen meemaken als het gaat om ‘positieve sfeer houden’ terwijl er pesten speelt. Doorbreken van zwijgcultuur.

Doel: Leerlingen helpen het verschil te begrijpen tussen plagen en pesten.

Gebruik: Klassikaal of in tweetallen. Laat ze nadenken en overleggen.

 

Opdracht

Lees de situaties. Kruis aan of je denkt dat het plagen of pesten is. Leg uit waarom je dat denkt.

Situatie

Plagen

Pesten

Doel van de les

Studenten leren wat samenwerken betekent en oefenen hiermee in een opdracht.

Duur van de les

50 minuten

Benodigde materialen

Whiteboard of groot vel papier

Kaartjes met korte samenwerkingsopdrachten, zoals:

Doel van de les

Leerlingen oefenen met samenwerken en ontdekken hoe ze elkaar beter kunnen begrijpen.

Duur van de les

50 minuten

Benodigde materialen

  • Whiteboard of groot vel papier
  • Korte samenwerkingsopdrachten voor VO

    • Samen een probleem oplossen

Studenten maken samen afspraken over hoe ze willen omgaan met elkaar, zodat iedereen zich veilig voelt.

Duur van de les 50 minuten

Benodigde materialen

  • Groot vel papier
  • Stiften

Stap-voor-stap instructie voor de docent

Zeg: “Vandaag maken we samen afspraken om een fijne en veilige sfeer te hebben, in de klas en op stage.”

Doel van de les

Leerlingen maken samen afspraken voor een klas waarin iedereen zich veilig voelt en pesten geen kans krijgt.

Duur van de les

50 minuten

Benodigde materialen

  • Groot vel papier
  • Stiften

 

Pagina's