Thema: Online buitensluiten in groepsapps
Lees alle theorie en achtergrondinformatie bij Theorie bij lesmateriaal Online Pesten VO en MBO (gratis)
Duur: 50 minuten
Doel: Leerlingen leren (1) herkennen dat online buitensluiten pesten is, (2) begrijpen wat de impact is, en (3) oefenen hoe je als klas positief kunt ingrijpen.
1. Introductie (5 minuten)
Docent leest voor:
“Vandaag gaan we het hebben over online buitensluiten. Dat gebeurt bijvoorbeeld als een klas een WhatsAppgroep maakt en sommige leerlingen expres niet worden toegevoegd. Of als iemand zonder uitleg uit een groep wordt gezet. Dit lijkt misschien klein, maar het kan heel veel pijn doen. We gaan samen onderzoeken: hoe voelt dit, waarom gebeurt het, en wat kunnen wij doen om het te voorkomen.”
Mogelijke leerlingreacties:
“Het is toch maar een appgroep, boeit toch niet?”
“Als je er niet in zit, dan maak je zelf toch gewoon een groep?”
Docentantwoord:
“Dat klinkt alsof het niet zo erg is. Maar stel je eens voor: je mist opdrachten of afspraken omdat je niet in de groep zit. Of je hoort achteraf dat er grappen over je worden gemaakt. Dan voel je je buitengesloten, ook al gaat het ‘maar’ om een appgroep.”
2. Stellingen-discussie (10 minuten)
Instructie: Zet leerlingen aan één kant van de klas als ze het eens zijn, en aan de andere kant als ze het oneens zijn. Laat daarna enkele leerlingen hun keuze toelichten.
Stellingen:
Als je niet in een groepsapp zit, is dat je eigen probleem.
Online buitensluiten is minder erg dan buitensluiten in de klas.
Alleen de beheerder van een groepsapp is verantwoordelijk.
Als je niets zegt als iemand wordt buitengesloten, doe je mee.
Docentvragen bij elke stelling:
“Waarom kies je deze kant?”
“Kun je een voorbeeld geven?”
“Wat zou jij willen dat een ander doet als jij er niet bij zit?”
Mogelijke leerlingreacties & docentantwoorden:
Leerling: “Online is niet echt, dus maakt minder uit.”
Docent: “Stel dat jij huiswerk mist of niet uitgenodigd wordt voor iets leuks. Dan voel je dat toch echt. Dus ook online kan het heel pijnlijk zijn.”
Leerling: “De beheerder beslist, niet de rest.”
Docent: “Wie in de groep zit en niks zegt, gaat eigenlijk mee in de beslissing. Dat maakt het een groepsproces.”
Leerling: “Ik zou er niks van zeggen, ik heb geen zin in gedoe.”
Docent: “Dat is begrijpelijk. Maar bedenk: als niemand iets zegt, verandert er ook niks. Soms is een klein gebaar, zoals iemand toevoegen of privé een berichtje sturen, al heel belangrijk.”
3. Casusbespreking (10 minuten)
Casus (voorlezen):
“In klas 3B maken leerlingen een WhatsAppgroep voor huiswerk. Twee leerlingen worden expres niet toegevoegd. Als één van hen vraagt: ‘Mag ik erbij?’, zegt iemand: ‘Nee joh, te laat, jij hoeft er niet bij.’ De rest zegt niets.”
Vragen aan de klas:
Hoe voelt dit voor de twee leerlingen?
Waarom zegt de rest niets?
Wat zou jij kunnen doen in deze situatie?
Mogelijke reacties leerlingen:
“Je voelt je gewoon kut, alsof je niet meetelt.”
“Mensen zeggen niks omdat ze zelf niet buiten de groep willen vallen.”
“Ik zou niks doen, want anders krijg ik zelf gezeik.”
Docentantwoord:
“Precies, groepsdruk maakt dit moeilijk. Maar stel dat één iemand wél zegt: ‘Voeg hem/haar gewoon toe’, dan verandert de sfeer meteen. Dat laat zien dat je ook met kleine daden een groot verschil kunt maken.”
4. Rollenspel met script (15 minuten)
Instructie: Zet groepjes van 5 leerlingen. Geef ieder een rol. Laat eerst versie 1 spelen (fout), daarna versie 2 (goed).
Rolverdeling:
2 beheerders van de groepsapp
1 buitengesloten leerling
2 omstanders
Script versie 1 – fout gedrag
Beheerder 1: “Nee, we voegen je niet toe, groep zit vol.”
Beheerder 2: “Ja joh, jij snapt toch niks van huiswerk.”
Slachtoffer: “Maar ik mis nu alle info. Dit voelt niet eerlijk.”
Omstander 1: kijkt weg, zegt niets.
Omstander 2: “Tja, zo gaat dat nou eenmaal.”
Script versie 2 – goed gedrag
Beheerder 1: “Oh, we voegen je meteen toe, was geen goed idee om je eruit te laten.”
Omstander 1: “Wacht even, dit klopt niet. Iedereen moet erin.”
Omstander 2: “Precies, buitensluiten is niet oké. We doen dit samen.”
Slachtoffer: “Dankjewel, nu hoor ik er ook bij.”
Bespreek na afloop:
Hoe voelde het om buitengesloten te worden?
Hoe voelde het om in te grijpen?
Welke versie past bij de afspraken die wij in onze klas willen maken?
Tip voor docent bij weerstand:
Als leerlingen lachen of het bagatelliseren: “Lachen mag, maar dit gebeurt in het echt ook. Stel je voor dat jij die leerling bent, hoe voelt het dan?”
5. Klasafspraak maken (7 minuten)
Instructie docent:
“Stel je voor: we zien nú dat iemand uit de klas niet in de groepsapp zit of eruit is gezet. Het gebeurt terwijl wij hier samen zitten. Wat doen we dan?”
Werkvorm:
Zet drie situaties op het bord:
Situatie A: iemand ontdekt dat een klasgenoot er niet bij zit.
Situatie B: iemand wordt eruit gezet.
Situatie C: iemand zegt in de klas: ‘Ik zit er niet bij.’
Vraag per situatie: Wat zeggen of doen wij NU, direct op dat moment?
Laat leerlingen letterlijk zinnen formuleren die ze zouden kunnen gebruiken.
Schrijf deze zinnen op het bord.
Voorbeeldzinnen die als klasafspraak kunnen gelden:
“Voeg hem/haar er meteen bij, dit klopt niet.”
“Waarom is hij/zij eruit gezet? Dit hoort niet.”
“Ik stuur je de informatie even door zodat je niks mist.”
“We spreken af dat we dit soort dingen altijd meteen zeggen in de groep.”
Docententip bij weerstand:
Als een leerling roept: “Ik zeg niks, straks word ik zelf eruit gegooid”:
Antwoord docent: “Dat gevoel van angst is precies waarom dit zo moeilijk is. Maar stel dat één iemand wél iets zegt, dan voelt degene die buitengesloten wordt zich niet alleen. Het gaat niet om grote heldendaden, maar om kleine signalen: een appje sturen, een vraag stellen, of gewoon zeggen: dit is niet oké.”
Resultaat:
De klas hangt geen vage poster op, maar een lijst met direct bruikbare zinnen die zij zelf hebben bedacht.
Reflectievraag (slot)
“Welke zin of actie van vandaag zou jij zelf durven gebruiken als iemand online buitengesloten wordt?”
Laat leerlingen één ding kiezen en opschrijven.
Op deze manier worden afspraken niet abstract, maar situatiegebonden handelingsperspectieven. Dat maakt het veel realistischer en bruikbaar in de praktijk.
Veiligheidsinstructies voor de docent
Zorg dat dit niet gaat over echte groepsapps van deze klas, maar over een fictief voorbeeld.
Als een leerling persoonlijke ervaringen deelt: erken dit (“Dankjewel dat je dit zegt, dat is moedig”) en bied na de les eventueel een apart gesprek aan.
Houd het gesprek kort en krachtig, zodat het veilig blijft en niet uitloopt in persoonlijke ruzies.
Kernboodschap voor de docent
Blijf steeds benadrukken: buitensluiten is pesten, ook online. Niet ingrijpen = meedoen. Iedereen kan met kleine stappen verschil maken.

