Lesidee MBO bovenbouw Actief ingrijpen: niet afwachten

MBO bovenbouw Actief ingrijpen: niet afwachten, maar handelen

Herkenbaar uit de praktijk

Bij een praktijkopdracht Werktuigbouwkunde werkt een groep van vijf studenten samen aan een constructieproject. Daan neemt binnen het groepje steeds de rol van leider op zich en beslist grotendeels alleen wat er gebeurt. Wanneer Tarek, een van de rustigere studenten, een voorstel doet, reageert Daan met: “Laat maar, dat begrijp jij toch niet.” De rest van de groep lacht mee of zegt niets. Dit gebeurt niet één keer, maar bij vrijwel elke les. Tarek doet steeds minder actief mee, werkt steeds vaker alleen aan een hoekje van de opdracht en vraagt niets meer. De docent Techniek loopt regelmatig langs de groep, ziet dat het “gezellig” oogt en dat het werk vordert, en grijpt niet in. Pas na de derde week, wanneer Tarek een gesprek aanvraagt bij zijn studieloopbaanbegeleider en vertelt dat hij “geen zin meer heeft om naar school te komen”, wordt duidelijk hoe lang dit al speelt. Achteraf vertellen twee andere groepsleden, Lisa en Bram, dat zij het geen prettige sfeer vonden, maar dat ze dachten dat het “wel goed zou komen” en dat het “niet aan hen was om zich ermee te bemoeien”.

Wat leren studenten?

Na deze les kunnen studenten uitleggen waarom vroeg en actief ingrijpen effectiever is dan afwachten. Zij kennen minimaal vijf concrete interventiezinnen die zij zelf kunnen gebruiken als omstander, en zij hebben geoefend met het toepassen daarvan in een rollenspel. Zij kunnen daarnaast benoemen wat de risico’s zijn van de veelgebruikte gedachte “het lost zich vanzelf op” of “het is niet mijn probleem”.

Waarom deze les?

Uit de Teachers4Victims-studie van de KU Leuven blijkt dat leerlingen willen dat leerkrachten actief ingrijpen en niet afwachten: meer dan driekwart van de leerlingen geeft aan dat leerkrachten volgens hen veel tot heel veel kunnen doen om pesten te verminderen. Tegelijk is het beeld gemengd: iets minder dan de helft van de leerlingen geeft aan dat hun leerkracht bijna altijd goed reageert wanneer er gepest wordt, terwijl 36 procent zegt dat hun leerkracht bijna nooit goed reageert. Leerlingen verwachten dus consistent, zichtbaar ingrijpen, niet incidenteel handelen. Diezelfde verwachting geldt niet alleen voor docenten, maar voor iedereen in de groep. Deze les vertaalt dat inzicht naar het eigen handelen van de student: als jij wilt dat een docent niet afwacht, wat betekent dat dan voor jouw eigen gedrag als omstander in de klas, in een projectgroep of op de werkvloer?

Doelgroep en wanneer inzetten

Deze les is bedoeld voor studenten in de bovenbouw van het mbo en is geschikt als vervolg op de les “Pesten is een groepsproces”, tijdens de Week tegen Pesten of als aparte mentorles over samenwerken en groepsgedrag.

Praktische informatie

Onderdeel

Toelichting

Duur

50 minuten

Doelgroep

Mbo bovenbouw, klas van maximaal 28 studenten, werkend in groepjes van vijf

Uitvoerder

Mentor, docent, studieloopbaanbegeleider of stagebegeleider

Benodigde materialen

Whiteboard of digibord, dit lesdocument. Er is geen aanvullend materiaal nodig

Werkvormen

Interactieve uitleg, rollenspel in groepjes van vijf, nabespreking, individuele reflectie

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

00:00–00:07

Opening en uitleg onderzoeksresultaten

Sprekerstekst

00:07–00:15

Interventiezinnen: wat kun je zeggen en doen

Interactieve uitleg

00:15–00:35

Rollenspel: de groep van Daan en Tarek

Groepswerkvorm

00:35–00:45

Nabespreking rollenspel

Klassengesprek

00:45–00:50

Reflectieopdracht en afsluiting

Individueel schrijven

Opening

Lees onderstaande tekst voor. Stel je voor: je bent leerling of student, en je ziet dat een klasgenoot al weken wordt buitengesloten. Wat wil je dan van je docent? Waarschijnlijk niet dat die docent wacht tot iemand het officieel meldt. Je wilt dat die docent het zelf ziet, en dan ook meteen iets doet. Uit onderzoek van de KU Leuven blijkt dat dit precies is wat leerlingen willen: meer dan driekwart vindt dat leerkrachten veel kunnen doen om pesten te verminderen. Maar minder dan de helft van de leerlingen zegt dat hun leerkracht ook echt altijd goed reageert. Vandaag draaien we die vraag om: wat verwacht jij van je docent, en ben jij zelf bereid hetzelfde te doen voor een klasgenoot?

Interventiezinnen: wat kun je zeggen en doen

Bespreek met de klas dat ingrijpen niet betekent dat je een grote confrontatie moet aangaan. Vaak is een korte, duidelijke zin al genoeg om een patroon te doorbreken. Schrijf de volgende voorbeeldzinnen op het bord en bespreek ze kort.

 

 

Bij het doorbreken van een afwijzende opmerking: “Dat vind ik niet oké om te zeggen.” Bij het steunen van iemand die net is afgekapt: “Ik wil wel horen wat jij te zeggen hebt.” Bij het aanspreken van een groep die meelacht: “Ik snap de grap niet, wat is er precies grappig?” Bij het inschakelen van een volwassene: “Ik wil hier iets over vertellen, heb je vijf minuten?” Bij het steunen na afloop, onder vier ogen: “Ik zag wat er gebeurde, en ik vond het niet kunnen. Gaat het wel?”

Benadruk dat lichaamstaal net zo belangrijk is als woorden: rechtop staan, oogcontact houden, niet meelachen, en fysiek naast de gepeste persoon gaan staan zijn allemaal vormen van ingrijpen zonder dat er een woord gezegd hoeft te worden.

Werkvorm: rollenspel de groep van Daan en Tarek

Verdeel de klas in groepjes van vijf studenten. Elk groepje speelt de situatie uit de praktijksituatie na, met de onderstaande vijf volledig uitgewerkte rollen. Deel de rolkaarten uit of lees ze gezamenlijk door voordat het rollenspel start. Geef elk groepje 8 minuten voor de scène en 2 minuten voorbereidingstijd.

Rol 1: Daan (de dominante groepsgenoot). Achtergrond: Daan is een zelfverzekerde student die snel de leiding neemt in groepswerk en moeite heeft om ruimte te geven aan anderen. Tekstkaart: gebruik zinnen als “Laat maar, dat snap jij toch niet” en “We doen het gewoon op mijn manier, dat gaat sneller.” Lichaamstaal: armen over elkaar, niet aankijken van Tarek, wel gericht naar de rest van de groep. Mogelijke reacties op ingrijpen: eerst verdedigend (“Ik bedoelde er niks mee”), daarna eventueel meer open als een groepsgenoot het rustig benoemt.

Rol 2: Tarek (de buitengesloten student). Achtergrond: Tarek is een rustige, inhoudelijk sterke student die zich de afgelopen weken steeds verder heeft teruggetrokken uit de groep. Tekstkaart: begin met een voorzichtig voorstel te doen over de opdracht, en reageer daarna stil en teruggetrokken op de afwijzing van Daan. Lichaamstaal: naar beneden kijken, iets verder van de groep gaan zitten. Mogelijke reactie op steun: aarzelend, maar zichtbaar opgelucht wanneer iemand het voor hem opneemt.

Rol 3: Lisa (de omstander die niets doet). Achtergrond: Lisa vindt de sfeer niet prettig, maar is bang om zelf buiten de groep te vallen als ze iets zegt. Tekstkaart: kijk tijdens het rollenspel bewust weg of lach ongemakkelijk mee wanneer Daan iets afwijzends zegt. Zeg niets, tenzij een medespeler haar direct aanspreekt. Nabespreekvraag voor de speler: hoe voelde het om niets te zeggen?

Rol 4: Bram (de omstander die leert ingrijpen). Achtergrond: Bram is aanvankelijk ook stil, maar krijgt in de tweede helft van de scène de opdracht om een van de interventiezinnen uit het lijstje hierboven te gebruiken. Tekstkaart: gebruik minimaal één interventiezin op het moment dat Daan Tarek afwijst, bijvoorbeeld “Ik wil wel horen wat Tarek te zeggen heeft.” Docentinstructie: geef dit groepje vooraf mee dat Bram na ongeveer de helft van de scène moet ingrijpen, zodat de groep het verschil ervaart tussen de situatie vóór en ná ingrijpen.

Rol 5: Observator. Achtergrond: deze student speelt niet actief mee, maar noteert tijdens de scène wat er gebeurt. Opdracht: noteer welke zinnen en welk lichaamstaal je ziet bij elke rol, en wat er verandert op het moment dat Bram ingrijpt. Deze student rapporteert als eerste tijdens de nabespreking.

Docentinstructie voor tijdens het rollenspel: loop rond, maar grijp niet in tenzij een groepje volledig vastloopt. Laat de groepen zelf de spanning tussen afwachten en ingrijpen ervaren.

Nabespreking rollenspel

Bespreek klassikaal aan de hand van de volgende vragen. Vraag telkens eerst de observatoren om te rapporteren, en vraag daarna de spelers van Tarek en Daan naar hun ervaring.

Vraag 1. Wat veranderde er in de scène op het moment dat Bram ingreep?

Antwoordmodel: de meeste groepen zullen rapporteren dat de sfeer merkbaar verschoof: Daan werd voorzichtiger, Tarek kwam meer naar voren, en de andere omstander (Lisa) voelde zich vrijer om ook iets te zeggen. Dit illustreert een kernpunt uit onderzoek naar omstandersgedrag: één persoon die ingrijpt, verlaagt de drempel voor anderen om hetzelfde te doen.

Vraag 2. Hoe voelde het voor de speler van Lisa om niets te zeggen? En hoe voelde het voor de speler van Bram om wel iets te zeggen?

Antwoordmodel: laat ruimte voor persoonlijke antwoorden, maar stuur richting het inzicht dat niets doen vaak ongemakkelijker aanvoelt dan gedacht, juist omdat je zelf ook merkt dat de sfeer niet klopt. Ingrijpen voelt spannend, maar wordt door spelers vaak als opluchting beschreven zodra het gezegd is.

Vraag 3. Wat was er nodig om Bram te laten ingrijpen: moed, een aanleiding, of een duidelijke zin die hij al klaar had?

Antwoordmodel: in de meeste gevallen is het niet alleen moed, maar vooral het vooraf kennen van een concrete zin die de drempel verlaagt. Dit is precies de reden waarom deze les met kant-en-klare interventiezinnen begint: je hoeft ter plekke niets te verzinnen.

 

 

Reflectieopdracht

Laat iedere student onderstaande vragen individueel beantwoorden. Geef vijf minuten schrijftijd.

  1. Welke interventiezin uit deze les past het beste bij jouw eigen manier van doen?
  2. Beschrijf een situatie uit je eigen klas, projectgroep of stage waarin jij, net als Lisa, liever niets zei. Wat hield je tegen?
  3. Wat zou jij willen dat een klasgenoot doet als jij ooit in de positie van Tarek zit?
  4. Welke concrete actie ga je deze week uitproberen als je merkt dat iemand in een groep wordt afgewezen of genegeerd?

Evaluatie

Sluit af met de volgende vragen.

  1. Waarom is vroeg ingrijpen effectiever dan afwachten tot een situatie escaleert?
  2. Noem twee interventiezinnen die je vandaag hebt geleerd.
  3. Wat is het verschil tussen “het lost zich vanzelf op” en actief ingrijpen, en welk risico loop je met de eerste gedachte?

Differentiatie

Voor studenten die moeite hebben met het spelen van een rol: geef hen de rol van observator, zodat zij via het noteren en rapporteren evengoed actief deelnemen aan het leerproces. Voor studenten die snel klaar zijn met de nabespreking: laat hen in tweetallen een eigen, kortere scène bedenken uit hun eigen stage-ervaring en de interventiezinnen daarop toepassen.

Checklist voorbereiding

Zorg dat de klas in groepjes van vijf kan worden verdeeld met voldoende ruimte om de scène te spelen. Lees dit document vooraf volledig door, inclusief alle vijf de rolbeschrijvingen. Zet de interventiezinnen vooraf op het bord of op een sheet. Reserveer de volledige 50 minuten, zodat de nabespreking niet wordt ingekort.

 

 

Bronnen

Onderwijssoort: 
MBO / Middelbaar beroeps onderwijs