Tijdens de pauze op de mbo-afdeling Zorg en Welzijn zit een groepje van acht studenten elke dag aan dezelfde tafel. Sanne wordt steeds als laatste bij het gesprek betrokken. Maakt zij een grapje, dan blijft het stil; maakt een ander een minuut later exact dezelfde grap, dan zorgt die wel voor gelach. In de klassen-app wordt een foto van Sanne gedeeld met een sarcastisch bijschrift. Twaalf klasgenoten reageren met een lachende emoji; niemand verwijdert het bericht of spreekt de afzender erop aan. De docent Nederlands merkt dat Sanne de laatste weken vaker te laat binnenkomt en steeds achteraan gaat zitten, maar schrijft dit toe aan “puberaal gedrag” en grijpt niet in. Twee klasgenoten, Youssef en Merel, voelen zich ongemakkelijk bij de sfeer aan tafel, maar zeggen niets: “Het is toch niet zo erg, en ik wil niet zelf het volgende doelwit worden.” Pas wanneer een andere medestudent de situatie na enkele weken meldt bij de studieloopbaanbegeleider, komt aan het licht hoeveel er intussen is gebeurd.
Wat leren studenten?
Na deze les kunnen studenten uitleggen waarom pesten een groepsproces is en welke rollen daarbij een rol spelen. Zij herkennen hun eigen, meest voorkomende rol in groepsprocessen rond pesten en kunnen benoemen welk effect stilzwijgen, wegkijken en meelachen heeft op het voortbestaan van pestgedrag. Ten slotte kunnen zij minimaal drie concrete, haalbare acties benoemen die zij zelf als omstander kunnen inzetten.
Waarom deze les?
Pesten wordt vaak voorgesteld als een zaak tussen twee personen: de pester en het slachtoffer. Wetenschappelijk onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen laat zien dat dit beeld niet klopt: pesten is een groepsproces waarin naast de pester en de gepeste ook meelopers, aanmoedigers, buitenstaanders en verdedigers een cruciale rol spelen (Huitsing, van der Meulen-van Dijk, & Veenstra, 2012). Zolang studenten en docenten alleen naar de “dader” en het “slachtoffer” kijken, blijft de rest van de groep buiten beeld, terwijl die groep het verschil maakt tussen pesten dat voortduurt en pesten dat stopt. Deze les legt de basis voor alle volgende lessen in deze reeks: zonder besef van het groepsproces is geen enkele andere interventie houdbaar.
Doelgroep en wanneer inzetten
Deze les is ontwikkeld voor studenten in de bovenbouw van het mbo (niveau 2 tot en met 4, ongeacht studierichting) en is uitstekend geschikt als openingsles van de Week tegen Pesten, als eerste mentorles van een nieuw cursusjaar of als introductieles bij groepsvorming.
Praktische informatie
Onderdeel | Toelichting |
Duur | 50 minuten |
Doelgroep | Mbo bovenbouw, klas van maximaal 28 studenten |
Uitvoerder | Mentor, docent, studieloopbaanbegeleider of stagebegeleider |
Benodigde materialen | Whiteboard of digibord, dit lesdocument. Er is geen aanvullend materiaal nodig |
Werkvormen | Interactieve uitleg, duo-analyse van een casus, klassengesprek, individuele reflectie |
Lesopbouw
Tijd | Onderdeel | Werkvorm |
00:00–00:05 | Opening en doel van de les | Sprekerstekst |
00:05–00:15 | Uitleg groepsrollen bij pesten | Interactieve uitleg met digibord |
00:15–00:30 | Casus Sanne: analyse in tweetallen | Duo-opdracht |
00:30–00:40 | Klassikale bespreking en denkfouten | Klassengesprek |
00:40–00:47 | Reflectieopdracht | Individueel schrijven |
00:47–00:50 | Afsluiting en evaluatie | Klassikaal |
Opening
Lees onderstaande tekst voor of gebruik hem als leidraad voor je eigen inleiding. Wanneer we het over pesten hebben, denken de meeste mensen automatisch aan twee personen: iemand die pest en iemand die gepest wordt. Vandaag laat ik jullie zien waarom dat beeld niet klopt. Pesten gebeurt bijna nooit tussen twee mensen alleen. Het gebeurt in een groep, met publiek, en dat publiek — jullie dus, in de klas, op de stage, in een appgroep — bepaalt voor een groot deel of het pesten doorgaat of stopt. Aan het eind van dit lesuur weten jullie welke rol jullie zelf het vaakst innemen, en wat je morgen al anders zou kunnen doen.
Uitleg: groepsrollen bij pesten
Leg met behulp van het digibord het volgende model uit. Schrijf de zes rollen op het bord en licht ze stuk voor stuk toe.
De gepeste is degene die herhaaldelijk en systematisch wordt blootgesteld aan negatief gedrag van anderen, in een situatie waarin de machtsverhoudingen ongelijk zijn. De pester is degene die het pestgedrag initieert. De aanmoedigers zijn de studenten die niet zelf pesten, maar die het gedrag versterken door te lachen, mee te kijken, een bericht te liken of het door te sturen. De meelopers doen actief mee zodra iemand anders begint, maar nemen zelf zelden het initiatief. De buitenstaanders zien wat er gebeurt, maar doen niets: zij kijken weg, lopen door of zeggen tegen zichzelf dat het hen niets aangaat. De verdedigers zijn de studenten die de gepeste steunen, het gedrag benoemen of hulp inschakelen.
Benoem expliciet: in de praktijk is bijna niemand voor honderd procent één rol. Dezelfde student kan op maandag buitenstaander zijn en op vrijdag verdediger. Vraag de klas: “Welke rol herken je het meest bij jezelf, de afgelopen maand?” Laat een paar studenten kort reageren, zonder te oordelen.
Leg vervolgens uit dat onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (Huitsing, van der Meulen-van Dijk, & Veenstra, 2012) laat zien dat de reactie van de groep bepaalt of pestgedrag blijft bestaan. Een pester die merkt dat de groep meelacht of zwijgt, krijgt daarmee impliciet toestemming om door te gaan. Een pester die merkt dat de groep het gedrag afkeurt of er iets van zegt, stopt veel vaker. Internationaal observatieonderzoek van de Canadese onderzoekers Hawkins, Pepler en Craig (2001), waarbij pestepisodes op schoolpleinen live werden geobserveerd, laat zien dat pestgedrag in 57 procent van de gevallen binnen tien tot twaalf seconden stopt zodra een omstander ingrijpt. Ingrijpen werkt dus aantoonbaar snel — het probleem is niet dat ingrijpen niet werkt, het probleem is dat de meeste omstanders het niet doen.
Werkvorm: casusanalyse in tweetallen
Laat de studenten in tweetallen de casus van Sanne (zie hierboven, onder “Herkenbaar uit de praktijk”) herlezen en de onderstaande vragen beantwoorden. Geef hiervoor 15 minuten.
Vraag 1. Welke rollen uit het model herken je in deze casus? Koppel elke rol aan een persoon of groep uit de casus.
Antwoordmodel: Sanne is de gepeste. De afzender van het bericht in de klassen-app is de pester. De twaalf klasgenoten die met een lachende emoji reageren, zijn aanmoedigers: zij pesten zelf niet actief, maar versterken het gedrag door te reageren en het bericht niet te verwijderen. Youssef en Merel zijn buitenstaanders: zij zien de situatie, voelen zich ongemakkelijk, maar grijpen niet in. De medestudent die de situatie na enkele weken meldt bij de studieloopbaanbegeleider, is de verdediger. De docent Nederlands is een volwassene die het signaal mist doordat zij het toeschrijft aan puberaal gedrag in plaats van aan een groepsproces.
Uitleg: deze verdeling laat zien dat er in deze ene casus minstens vijf verschillende rollen actief zijn, terwijl een oppervlakkige blik alleen “de dader” en “het slachtoffer” zou benoemen.
Veelgemaakte denkfout: studenten wijzen vaak alleen de afzender van het bericht aan als verantwoordelijke en zien de twaalf reagerende klasgenoten niet als onderdeel van het probleem. Bespreek dit expliciet: meelachen en niet-reageren zijn geen neutrale handelingen, het zijn keuzes met een effect.
Vraag 2. Wat doet het stilzwijgen van de twaalf klasgenoten met de situatie?
Antwoordmodel: hun stilte en hun lachende reacties werken als een impliciete goedkeuring. De pester krijgt het signaal dat de groep het gedrag accepteert of zelfs leuk vindt, waardoor het pesten waarschijnlijker doorgaat. Voor Sanne betekent het bovendien dat zij niet alleen door één persoon wordt gepest, maar het gevoel krijgt dat de hele groep tegen haar is.
Verdiepingsvraag: wat zou er waarschijnlijk gebeuren als drie van de twaalf klasgenoten het bericht met een kritische reactie zouden beantwoorden in plaats van met een emoji? Laat de tweetallen dit kort bespreken.
Vraag 3. Youssef en Merel voelen zich ongemakkelijk, maar doen niets. Wat zou voor hen een kleine, haalbare eerste stap kunnen zijn?
Antwoordmodel: een kleine stap hoeft geen directe confrontatie te zijn. Voorbeelden zijn: apart tegen Sanne zeggen dat ze het niet oké vinden wat er gebeurt, het bericht in de app niet liken en niet doorsturen, een neutrale opmerking maken zoals “zullen we het over iets anders hebben”, of de situatie na afloop melden bij de mentor. Het gaat niet om heldendom, maar om een duidelijk signaal dat niet iedereen meedoet.
Veelgemaakte denkfout: studenten denken vaak dat ingrijpen betekent dat je de pester publiekelijk moet aanspreken. Benadruk dat steun aan de gepeste, of het simpelweg niet meedoen aan de groepsdruk, ook telt als ingrijpen.
Vraag 4. De docent Nederlands schrijft het gedrag van Sanne toe aan “puberaal gedrag” en grijpt niet in. Wat is het risico van deze manier van denken?
Antwoordmodel: onderzoek van de Teachers4Victims-studie van de KU Leuven laat zien dat leerlingen vinden dat leerkrachten meer moeten doen om pesten te verminderen, en dat leerkrachten die pestgedrag toeschrijven aan factoren buiten hun eigen invloed — zoals de thuissituatie, of in dit geval “puberaal gedrag” — minder geneigd zijn om in te grijpen, met als gevolg dat er in hun klas meer wordt gepest. Het risico is dus niet alleen dat deze ene situatie escaleert, maar dat het patroon zich herhaalt zolang de volwassene in de ruimte gelooft dat ingrijpen toch geen zin heeft.
Klassikale bespreking
Bespreek de antwoorden klassikaal. Vraag expliciet: “Wie herkent bij zichzelf dat hij of zij weleens de rol van aanmoediger of buitenstaander heeft gehad, zonder dat als pesten te beschouwen?” Normaliseer dat dit bij vrijwel iedereen weleens voorkomt, en leg de nadruk op dat het besef daarvan de eerste stap is naar verandering.
Reflectieopdracht
Laat iedere student onderstaande vragen individueel en schriftelijk beantwoorden. Geef hiervoor vijf minuten schrijftijd.
- Welke rol uit het model herken je het meest bij jezelf, in de klas, op stage of in een appgroep?
- Noem een concrete situatie waarin je zelf buitenstaander of aanmoediger was, ook al vond je dat destijds niet erg.
- Welke kleine, haalbare actie wil je de komende week bewust uitproberen als je merkt dat iemand wordt buitengesloten of belachelijk gemaakt?
- Wat zou jij willen dat klasgenoten doen als jij ooit in de positie van Sanne zou zitten?
Evaluatie
Sluit de les af met de volgende vragen, klassikaal of met een korte handopsteek-inventarisatie.
- Kun je in eigen woorden uitleggen waarom pesten een groepsproces is?
- Welke rol vind je het lastigst om te doorbreken bij jezelf: aanmoedigen, meelopen of wegkijken? Waarom?
- Welke ene actie ga je deze week concreet toepassen?
Differentiatie
Voor studenten die de stof snel oppakken: laat hen een eigen, zelfbedachte casus uit hun eigen opleiding of stage opschrijven en analyseren volgens hetzelfde rollenmodel. Voor studenten die moeite hebben met het abstraheren van rollen: werk de casus samen klassikaal uit aan het bord voordat zij zelfstandig aan de slag gaan, en gebruik concretere voorbeelden uit hun eigen leefwereld ter ondersteuning.
Checklist voorbereiding
Zorg dat het whiteboard of digibord beschikbaar is. Lees dit document vooraf volledig door. Zet de zes groepsrollen eventueel al op het bord voorafgaand aan de les. Zorg voor een klasopstelling waarin tweetallen rustig kunnen overleggen. Reserveer de volledige 50 minuten, zodat de reflectieopdracht niet wordt overgeslagen.
Bronnen
- Huitsing, G., van der Meulen-van Dijk, M., & Veenstra, R. (2012). Pesten als groepsproces. In F. Goossens, M. Vermande, & M. van der Meulen (Red.), Pesten op school: Achtergronden en interventies (pp. 81–97). Boom Lemma. Digitaal beschikbaar via: https://research.rug.nl/en/publications/pesten-als-groepsproces
- Onderzoeksteam Teachers4Victims (KU Leuven, schooljaar 2018–2019). Onderzoeksrapport: hoe leerkrachten pesten op school kunnen helpen voorkomen en verminderen. Samenvatting: https://www.stoppestennu.nl/2021-ku-leuven-teachers4victims-onderzoeksra...
- Hawkins, D. L., Pepler, D. J., & Craig, W. M. (2001). Naturalistic observations of peer interventions in bullying. Social Development, 10(4), 512–527.
- Stichting Stop Pesten Nu. Pesten en groepsdruk: waarom pesten een groepsprobleem is. https://www.stoppestennu.nl/pesten-en-groepsdruk-waarom-pesten-een-groep...
- Stichting Stop Pesten Nu. Rollen bij pesten. https://www.stoppestennu.nl/rollen-bij-pesten-1
- Stichting Stop Pesten Nu. Week tegen Pesten 2026. https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

