Lesidee MBO bovenbouw Laagdrempelig melden: niet wachten tot het slachtoffer het zelf zegt

MBO bovenbouw Laagdrempelig melden: niet wachten tot het slachtoffer het zelf zegt

Herkenbaar uit de praktijk

Op de opleiding Horeca merkt Femke al enkele weken dat een klasgenoot, Dylan, structureel wordt buitengesloten door een groepje uit de klas. Ze ziet dat hij bij de lunch vaak alleen zit, dat er grapjes over zijn stagebedrijf worden gemaakt die net iets te ver gaan, en dat hij steeds stiller wordt tijdens de praktijklessen. Femke twijfelt: is dit erg genoeg om te melden? Ze is bang dat ze wordt gezien als een “klikker” als ze er iets van zegt bij de mentor, en ze weet eigenlijk niet precies bij wie ze terecht zou moeten. Ze overweegt om het aan Dylan zelf te vragen, maar durft dat niet goed, uit angst dat ze zich ermee bemoeit met iets dat haar niet aangaat. Uiteindelijk zegt ze niets, wetend dat de situatie eigenlijk niet oké is. Pas wanneer de mentor tijdens een individueel voortgangsgesprek toevallig doorvraagt naar de sfeer in de klas, vertelt Femke wat ze heeft gezien — drie maanden nadat het begon.

Wat leren studenten?

Na deze les kunnen studenten uitleggen waarom melden laagdrempelig moet zijn en niet mag afhangen van het initiatief van het slachtoffer. Zij kennen de verschillende meldroutes die binnen een mbo-opleiding en op de stage- of werkplek beschikbaar zijn, en zij kunnen het verschil benoemen tussen “klikken” en “melden”. Zij hebben geoefend met concrete dilemma’s over wanneer en hoe je iets meldt.

Waarom deze les?

Onderzoek laat zien dat leerkrachten vaak niet zien dat er sprake is van pesten en niet goed weten hoe ze erachter moeten komen, terwijl ongeveer een derde van de leerlingen er zelf niets over zegt. Melden moet daarom laagdrempelig worden gemaakt en mag niet afhankelijk zijn van het initiatief van de gepeste persoon zelf. Voor mbo-studenten is dit extra relevant: zij bevinden zich in een levensfase waarin het beeld van “klikken” als iets negatiefs sterk aanwezig kan zijn, terwijl zij tegelijk, via stage en bijbaan, ook al te maken krijgen met formele meldstructuren zoals een vertrouwenspersoon. Deze les leert studenten dat melden geen verraad is, maar een vorm van zorgen voor elkaar, en laat concreet zien hoe en bij wie dat kan.

Doelgroep en wanneer inzetten

Deze les is bedoeld voor studenten in de bovenbouw van het mbo en is geschikt tijdens de Week tegen Pesten, als mentorles voorafgaand aan een stageperiode, of als onderdeel van een lessenreeks over sociale veiligheid.

Praktische informatie

Onderdeel

Toelichting

Duur

50 minuten

Doelgroep

Mbo bovenbouw, klas van maximaal 28 studenten

Uitvoerder

Mentor, docent, studieloopbaanbegeleider of stagebegeleider

Benodigde materialen

Whiteboard of digibord, dit lesdocument. Er is geen aanvullend materiaal nodig

Werkvormen

Interactieve uitleg, dilemma-opdracht in kleine groepjes, klassengesprek, individuele reflectie

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

00:00–00:07

Opening en casus Femke en Dylan

Sprekerstekst

00:07–00:17

Melden versus klikken, en de meldroutes

Interactieve uitleg

00:17–00:37

Dilemma’s: wat zou jij doen

Groepsopdracht

00:37–00:45

Klassikale bespreking

Klassengesprek

00:45–00:50

Reflectieopdracht en afsluiting

Individueel schrijven

Opening

Lees onderstaande tekst voor, eventueel aan de hand van de casus van Femke en Dylan hierboven. Veel mensen wachten met melden tot ze honderd procent zeker weten dat er iets ergs aan de hand is. Maar zekerheid krijg je vaak pas als het al veel te lang heeft geduurd. Onderzoek laat zien dat ongeveer een derde van de leerlingen die worden gepest, dit zelf nooit meldt. Dat betekent dat er in elke klas waarschijnlijk situaties spelen waar niemand iets van zegt, ook al zien meerdere mensen dat het niet klopt. Vandaag gaat het niet over het slachtoffer dat zou moeten melden, maar over jou: wat doe jij als je iets ziet, ook als het niet honderd procent duidelijk is?

Melden versus klikken, en de meldroutes

Bespreek met de klas het onderscheid tussen klikken en melden. Klikken is iets vertellen om een ander in de problemen te brengen, vaak over iets kleins, met als doel jezelf in een beter daglicht te zetten. Melden is iets vertellen omdat je bezorgd bent over de veiligheid of het welzijn van iemand anders, met als doel dat er hulp komt. Het verschil zit dus niet in de handeling zelf, maar in de bedoeling en het effect: melden is een vorm van zorgen voor elkaar, geen verraad.

 

 

Bespreek vervolgens de meldroutes die voor mbo-studenten beschikbaar zijn. Op school: de mentor of studieloopbaanbegeleider, de vertrouwenspersoon van de opleiding, en eventueel een decaan of zorgcoördinator. Op de stage- of werkplek: de praktijkopleider of leidinggevende, en bij organisaties met meer dan vijftig medewerkers is een vertrouwenspersoon en een meldprocedure wettelijk verplicht. Benoem ook dat melden niet altijd via een groot, formeel gesprek hoeft te gaan: een korte opmerking tegen de mentor na de les, een appje, of een aantekening op een voortgangsformulier zijn allemaal manieren om een melding laagdrempelig te maken.

Leg uit dat een goede vertrouwenspersoon vooral goed luistert, geen oordeel velt, en samen met de melder bekijkt welke vervolgstappen passend zijn: dat betekent niet automatisch dat de situatie meteen groot wordt gemaakt of dat namen meteen worden genoemd.

Werkvorm: dilemma’s, wat zou jij doen

Verdeel de klas in groepjes van drie of vier studenten. Bespreek per groepje de onderstaande vier dilemma’s en laat de groepjes een keuze maken met een onderbouwing. Geef hiervoor 20 minuten.

Dilemma 1. Je ziet dat een klasgenoot al een paar weken steeds als laatste wordt gekozen bij groepswerk, maar niemand zegt er iets over. Je weet niet zeker of het expres is. Meld je dit, en zo ja, hoe?

Antwoordmodel: je hoeft niet zeker te weten dat het “expres” is om het toch te melden. Je kunt het melden als een observatie, niet als een beschuldiging: “Ik merk dat er steeds hetzelfde patroon is bij het kiezen van groepjes, en ik wilde dat even benoemen.” Zo leg je geen schuld neer, maar geef je wel een signaal door dat de mentor verder kan onderzoeken.

Dilemma 2. Een klasgenoot vertelt je in vertrouwen dat ze wordt gepest via WhatsApp, maar vraagt je nadrukkelijk om het aan niemand te vertellen. Wat doe je?

Antwoordmodel: je kunt beloven dat je zorgvuldig omgaat met wat ze vertelt, maar je kunt niet garanderen dat je helemaal niets doet als de situatie ernstig is of aanhoudt. Een goede aanpak is: bespreek eerst met je klasgenoot zelf dat je je zorgen maakt en dat je denkt dat melden bij de mentor kan helpen, en vraag of je samen met haar naar de mentor gaat. Zo neem je haar mee in het proces in plaats van achter haar rug om te melden, maar laat je de situatie ook niet onopgemerkt voortbestaan.

 

 

Dilemma 3. Tijdens je stage zie je dat een collega structureel harde grappen maakt over een andere, nieuwe collega. Je bent zelf ook nieuw en bang om als “moeilijk” bekend te staan. Wat doe je?

Antwoordmodel: in een werkomgeving kun je een melding vaak doen bij je praktijkopleider of, als die er is, bij de vertrouwenspersoon van het bedrijf, zonder dat dit meteen bekend hoeft te worden bij de collega in kwestie. Je kunt ook eerst je stagedocent op school inlichten, die vaak ervaring heeft met dit soort situaties en kan meedenken over een aanpak die voor jou veilig aanvoelt.

Dilemma 4. Je merkt dat je zelf twijfelt of wat je ziet wel “erg genoeg” is om te melden. Wanneer is de drempel te hoog gelegd?

Antwoordmodel: de drempel is te hoog gelegd op het moment dat je wacht tot je volledig zeker bent, want die zekerheid komt vaak pas als de situatie al is geëscaleerd. Een vuistregel is: als je twijfelt of iets normaal is, is dat twijfelmoment zelf al een goede reden om het te bespreken met een volwassene die kan meedenken, zonder dat dit meteen grote consequenties hoeft te hebben.

Klassikale bespreking

Bespreek de dilemma’s klassikaal. Vraag welke keuzes het lastigst waren om te maken, en waarom. Benoem expliciet dat twijfel normaal is, en dat het delen van die twijfel met een mentor of vertrouwenspersoon al een vorm van melden is: je hoeft niet vooraf zeker te zijn van je zaak.

Reflectieopdracht

Laat iedere student onderstaande vragen individueel beantwoorden. Geef vijf minuten schrijftijd.

  1. Wie is voor jou op dit moment de persoon bij wie je het snelst iets zou melden: een mentor, een studieloopbaanbegeleider, een vertrouwenspersoon, of iemand anders? Waarom die persoon?
  2. Wat houdt jou het meest tegen om iets te melden: angst om te klikken, onzekerheid over de ernst, of iets anders?
  3. Beschrijf een situatie waarin je achteraf denkt dat je iets had kunnen melden, maar het niet deed.
  4. Welke eerste, kleine stap zou jij kunnen zetten als je twijfelt of iets meldenswaardig is?

 

 

Evaluatie

Sluit af met de volgende vragen.

  1. Wat is het verschil tussen klikken en melden?
  2. Noem twee meldroutes die voor jou als mbo-student beschikbaar zijn, op school en op de stage- of werkplek.
  3. Waarom is het een probleem als melden alleen afhangt van het initiatief van de gepeste persoon zelf?

Differentiatie

Voor studenten die moeite hebben met de dilemma’s: laat hen eerst gezamenlijk klassikaal dilemma 1 doorlopen aan de hand van het antwoordmodel, voordat ze zelfstandig aan de overige dilemma’s beginnen. Voor studenten die snel klaar zijn: laat hen een vijfde, eigen dilemma bedenken op basis van hun eigen stage-ervaring, inclusief een onderbouwd antwoord, en laat dit dilemma klassikaal bespreken.

Checklist voorbereiding

Zorg dat het whiteboard of digibord beschikbaar is voor het onderscheid klikken versus melden en de meldroutes. Ga vooraf na wie voor jouw opleiding de actuele vertrouwenspersoon en meldroute is, zodat je dit concreet kunt benoemen tijdens de les. Lees dit document vooraf volledig door, inclusief de vier dilemma’s en antwoordmodellen. Reserveer de volledige 50 minuten.

Bronnen

Onderwijssoort: 
MBO / Middelbaar beroeps onderwijs