Yusuf loopt zijn tweede BPV-periode bij een technisch installatiebedrijf. De eerste weken gaat het goed, maar geleidelijk merkt hij dat twee vaste monteurs hem stelselmatig de minst interessante klussen geven, ook wanneer hij aangeeft graag iets nieuws te willen leren. Belangrijke informatie over de planning van de volgende dag krijgt hij vaak pas te horen als de anderen al weten wat er gaat gebeuren. Tijdens de pauze wordt er in de kantine gezellig gepraat, maar zodra Yusuf aanschuift, verstomt het gesprek of verandert het onderwerp. Een van de monteurs maakt geregeld opmerkingen als “stagiaires kunnen toch niks” en “we moeten hem overal bij de hand nemen”, ogenschijnlijk als grap, maar altijd wanneer er anderen bij zijn. Yusuf twijfelt of hij dit moet melden: hij is bang dat hij als “moeilijk” bekendstaat, dat zijn beoordeling eronder lijdt, of dat hij zijn stageplek kwijtraakt. Hij zegt tegen zijn BPV-docent dat het “wel goed gaat”, terwijl hij inmiddels met tegenzin naar zijn stage vertrekt.
Wat leren studenten?
Na deze les kunnen studenten benoemen welke vormen pesten op de werkvloer kan aannemen, en waarom stagiairs hierbij extra kwetsbaar zijn vanwege de machtsverhouding met vaste medewerkers. Zij kennen de meldroutes die specifiek gelden tijdens een stage of bijbaan, en zij hebben geoefend met het herkennen en analyseren van een realistische stagecasus.
Waarom deze les?
Pesten stopt niet bij de schooldeur. Uit de Monitor Sociale Veiligheid in de mbo-sector blijkt dat 4,4 procent van de mbo-studenten aangeeft te zijn gepest of gediscrimineerd tijdens de beroepspraktijkvorming, een stijging ten opzichte van 3,5 procent in 2014, en dat vooral wat oudere studenten hier vaker mee te maken krijgen. Diezelfde monitor laat zien dat ruim driekwart van de slachtoffers een klasgenoot of medestudent als dader noemt, maar dat ongeveer 30 procent van de slachtoffers ook een medewerker aanwijst. Op de werkvloer gelden bovendien andere machtsverhoudingen dan in de klas: een stagiair is afhankelijker van goodwill, beoordeling en een mogelijke baan na de opleiding, wat het extra lastig maakt om iets te zeggen. Deze les vertaalt de kennis over groepsprocessen en pesten naar de context waar mbo-studenten een groot deel van hun opleiding doorbrengen: de stage- en werkvloer.
Doelgroep en wanneer inzetten
Deze les is bedoeld voor studenten in de bovenbouw van het mbo en is bij uitstek geschikt kort voor of tijdens een stageperiode, tijdens de Week tegen Pesten, of als onderdeel van de voorbereiding op de beroepspraktijkvorming.
Praktische informatie
Onderdeel | Toelichting |
Duur | 50 minuten |
Doelgroep | Mbo bovenbouw, klas van maximaal 28 studenten |
Uitvoerder | Mentor, BPV-docent, studieloopbaanbegeleider of stagebegeleider |
Benodigde materialen | Whiteboard of digibord, dit lesdocument. Er is geen aanvullend materiaal nodig |
Werkvormen | Interactieve uitleg met cijfers, casusanalyse in tweetallen, klassengesprek, reflectie |
Lesopbouw
Tijd | Onderdeel | Werkvorm |
00:00–00:07 | Opening en cijfers over pesten tijdens de BPV | Sprekerstekst |
00:07–00:17 | Vormen van pesten op de werkvloer en machtsverhoudingen | Interactieve uitleg |
00:17–00:35 | Casus Yusuf: analyse in tweetallen | Duo-opdracht |
00:35–00:45 | Klassikale bespreking en meldroutes tijdens de stage | Klassengesprek |
00:45–00:50 | Reflectieopdracht en afsluiting | Individueel schrijven |
Opening
Lees onderstaande tekst voor. Veel lessen over pesten gaan over de klas, maar een groot deel van je opleiding breng je door op een stageplek of bijbaan, niet in het klaslokaal. Uit landelijk onderzoek onder mbo-studenten blijkt dat 4,4 procent van de studenten aangeeft te zijn gepest of gediscrimineerd tijdens de beroepspraktijkvorming, en dat dit percentage de afgelopen jaren is gestegen. Vandaag kijken we naar wat pesten op de werkvloer anders maakt dan pesten in de klas, en wat je kunt doen als het jou overkomt of als je het bij een collega-stagiair ziet gebeuren.
Vormen van pesten op de werkvloer en machtsverhoudingen
Bespreek met de klas dat pesten op de werkvloer vaak subtieler is dan op school, juist omdat volwassenen beter weten hoe ze grenzen kunnen verdoezelen als “grapje” of “gewoonte op de werkvloer”. Veelvoorkomende vormen zijn: iemand structureel de minst interessante of zinloze taken geven, belangrijke informatie achterhouden zodat iemand slechter functioneert, iemand buitensluiten van informele sociale momenten zoals de pauze, systematisch badinerende opmerkingen maken over iemands functioneren waar anderen bij zijn, en iemands werk onterecht bekritiseren of net iets te streng beoordelen in vergelijking met collega’s.
Leg uit waarom stagiairs extra kwetsbaar zijn: zij hebben meestal minder ervaring, zijn afhankelijk van een beoordeling die meetelt voor hun opleiding, hebben nog geen vast netwerk op de werkvloer, en zijn vaak bang dat een klacht hun kansen op een baan na de stage schaadt. Deze afhankelijkheid maakt de machtsverhouding tussen stagiair en vaste medewerker structureel ongelijk, wat precies de voedingsbodem is waarop pestgedrag kan ontstaan en voortduren.
Werkvorm: casusanalyse in tweetallen
Laat de studenten in tweetallen de casus van Yusuf (zie hierboven) herlezen en de onderstaande vragen beantwoorden. Geef hiervoor 18 minuten.
Vraag 1. Welke vormen van pesten op de werkvloer herken je in deze casus?
Antwoordmodel: Yusuf krijgt structureel de minst interessante taken, ondanks dat hij aangeeft iets anders te willen leren. Belangrijke informatie over de planning wordt hem onthouden. Hij wordt buitengesloten van het informele gesprek in de pauze. En er worden badinerende opmerkingen over stagiairs gemaakt, telkens wanneer er publiek bij is. Dit zijn vier verschillende, herkenbare vormen die elk op zichzelf klein lijken, maar die samen een patroon vormen.
Vraag 2. Waarom is het voor Yusuf moeilijker om hierover te praten dan voor een klasgenoot in een vergelijkbare situatie op school?
Antwoordmodel: Yusuf is afhankelijk van een positieve beoordeling voor zijn opleiding en mogelijk van een toekomstige baan bij het bedrijf. Hij heeft geen vast netwerk van collega’s om op terug te vallen, en hij is nieuw in een omgeving met een bestaande groepscultuur waar hij part noch deel aan heeft. Deze afhankelijkheid vergroot het risico dat hij, net als in de casus, tegen zijn BPV-docent zegt dat het “wel goed gaat” terwijl dat niet zo is.
Vraag 3. Wat zou jij Yusuf adviseren als eerste, haalbare stap?
Antwoordmodel: een goede eerste stap is niet meteen een formele klacht, maar het bespreken van zijn ervaring met zijn BPV-docent of stagebegeleider vanuit school, die als tussenpersoon kan optreden zonder dat Yusuf zelf direct de confrontatie met het bedrijf hoeft aan te gaan. Ook kan hij concrete voorbeelden noteren (welke dag, welke situatie, wat er precies gebeurde), zodat een eventueel gesprek met de praktijkopleider op feiten gebaseerd is in plaats van op een vaag gevoel.
Vraag 4. Stel dat jij een medestagiair bent en dit ziet gebeuren bij Yusuf. Wat kun jij doen?
Antwoordmodel: je kunt Yusuf apart aanspreken en laten weten dat je het ook hebt opgemerkt en dat je het niet oké vindt, zodat hij weet dat hij het zich niet inbeeldt. Je kunt hem aanmoedigen om het te bespreken met de BPV-docent, en desgewenst aanbieden om mee te gaan naar dat gesprek. Je kunt er daarnaast voor kiezen om zelf niet mee te lachen met badinerende opmerkingen over stagiairs, ook al ben je zelf op dat moment geen doelwit.
Klassikale bespreking en meldroutes tijdens de stage
Bespreek de antwoorden klassikaal. Leg vervolgens uit welke meldroutes specifiek gelden tijdens een stage of bijbaan: de BPV-docent of stagebegeleider vanuit school is altijd een aanspreekpunt, ook voor zaken die op de externe werkplek spelen. Daarnaast hebben bedrijven met meer dan vijftig medewerkers wettelijk een vertrouwenspersoon en een meldprocedure. Benadruk dat een melding via school vaak als veiliger wordt ervaren, omdat de student daarmee niet direct afhankelijk is van het bedrijf zelf om iets in beweging te zetten, en dat de school in overleg met de student kan bepalen hoe een probleem wordt aangekaart.
Reflectieopdracht
Laat iedere student onderstaande vragen individueel beantwoorden. Geef vijf minuten schrijftijd.
- Herken je een van de vier vormen van pesten op de werkvloer uit deze les, uit je eigen stage-ervaring of die van een medestudent?
- Wat maakt het voor jou persoonlijk lastig om iets te zeggen op een stageplek, in vergelijking met in de klas?
- Wie is voor jou het eerste aanspreekpunt als er tijdens je stage iets misgaat?
- Welke concrete actie zou jij ondernemen als je merkt dat een medestagiair wordt buitengesloten of onderschat?
Evaluatie
Sluit af met de volgende vragen.
- Noem twee vormen van pesten op de werkvloer die in deze les zijn besproken.
- Waarom zijn stagiairs extra kwetsbaar voor pestgedrag op de werkvloer?
- Bij wie kun je terecht als je tijdens je stage te maken krijgt met pestgedrag?
Differentiatie
Voor studenten zonder eigen stage-ervaring: laat hen de casus van Yusuf als uitgangspunt gebruiken en de vragen daarop baseren in plaats van op een eigen voorbeeld. Voor studenten met stage-ervaring: laat hen, indien zij dit prettig vinden, in het tweetal kort een eigen, geanonimiseerde stage-ervaring bespreken en toetsen aan de vier vormen van pesten op de werkvloer uit deze les.
Checklist voorbereiding
Zorg dat het whiteboard of digibord beschikbaar is voor de cijfers en de vier vormen van pesten op de werkvloer. Lees dit document vooraf volledig door, inclusief de casus en antwoordmodellen. Ga na wie voor jouw opleiding het actuele aanspreekpunt is bij problemen tijdens de BPV, zodat je dit concreet kunt benoemen. Reserveer de volledige 50 minuten.
Bronnen
- ECBO, in samenwerking met de MBO Raad en het Platform Veiligheid mbo. Monitor Sociale Veiligheid mbo-sector, meting 2017–2018. Samenvatting: https://www.stoppestennu.nl/cijfers-monitor-sociale-veiligheid-de-mbo-se...
- Stichting Stop Pesten Nu. Pesten op de werkvloer: 12 veelvoorkomende vormen en hoe je ze herkent. https://www.stoppestennu.nl/pesten-op-de-werkvloer-12-veelvoorkomende-vo...
- Stichting Stop Pesten Nu. Factoren die het risico op pesten op het werk kunnen vergroten. https://www.stoppestennu.nl/factoren-die-het-risico-op-pesten-op-het-wer...
- Stichting Stop Pesten Nu. 7 tips om pesten op het werk te stoppen. https://www.stoppestennu.nl/7-tips-om-pesten-op-het-werk-te-stoppen
- Stichting Stop Pesten Nu. Ervaringsverhaal: gepest tijdens de stage. https://www.stoppestennu.nl/nabila-26-werd-gepest-op-haar-stage-werkplek...
- Stichting Stop Pesten Nu. Week tegen Pesten 2026. https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

