Lesidee MBO bovenbouw Signalen herkennen: pesten is vaak stil

MBO bovenbouw Signalen leren herkennen: pesten is vaak stil

Herkenbaar uit de praktijk

Op de opleiding ICT & Media werkt Kaylee al het hele cursusjaar in dezelfde projectgroep. Niemand in de klas zou zeggen dat Kaylee wordt gepest: er valt geen scheldwoord, er wordt niemand geduwd, en op papier lijkt de sfeer prima. Toch verandert er iets. Als Kaylee een idee inbrengt tijdens het overleg, rollen twee groepsgenoten zichtbaar met hun ogen voordat iemand anders het overneemt. In de groepsapp wordt vaak niet gereageerd op haar berichten, terwijl berichten van anderen binnen een minuut een duim of een reactie krijgen. Bij het verdelen van presentatietaken wordt Kaylee standaard als laatste gekozen, ook al is de indeling in theorie willekeurig. Twee klasgenoten fluisteren regelmatig terwijl ze naar Kaylee kijken, en stoppen daarmee zodra ze merken dat iemand het opmerkt. Wanneer de docent vraagt hoe het gaat, antwoordt Kaylee “prima, hoor” met een glimlach, en de docent noteert daarmee dat er niets aan de hand is. Pas na maanden, wanneer Kaylee’s cijfers dalen en zij zich vaker ziek meldt, wordt in een gesprek met de studieloopbaanbegeleider duidelijk dat zij zich al maanden buitengesloten voelt, maar dit nooit uit zichzelf heeft gemeld.

Wat leren studenten?

Na deze les kunnen studenten minimaal acht subtiele signalen van pesten benoemen, zowel in fysieke situaties als online. Zij begrijpen waarom deze signalen vaak over het hoofd worden gezien door docenten én door klasgenoten, en zij kunnen uitleggen waarom je niet kunt wachten tot iemand het zelf meldt. Zij hebben geoefend met het herkennen van signalen in een realistische casus.

Waarom deze les?

Onderzoek laat zien dat leerkrachten vaak niet zien dat er sprake is van pesten en ook niet goed weten hoe ze erachter moeten komen, terwijl ongeveer een derde van de leerlingen er zelf niets over zegt. Pesten dat bestaat uit klappen of scheldpartijen is voor iedereen zichtbaar. Maar veruit de meeste pestervaringen bestaan uit subtielere signalen: een opgetrokken wenkbrauw, een bericht dat onbeantwoord blijft, een taak die net iets minder eerlijk verdeeld wordt. Wie alleen let op de zichtbare, harde vormen van pesten, mist het grootste deel van wat er werkelijk gebeurt. Deze les leert studenten om net als een goede observator te kijken naar wat er tussen de regels door gebeurt, zodat zij niet hoeven te wachten tot een slachtoffer zelf om hulp vraagt.

Doelgroep en wanneer inzetten

Deze les is bedoeld voor studenten in de bovenbouw van het mbo en is geschikt tijdens de Week tegen Pesten, als mentorles over sociale veiligheid, of als voorbereiding op een stage waarin studenten leren letten op groepsdynamiek.

Praktische informatie

Onderdeel

Toelichting

Duur

50 minuten

Doelgroep

Mbo bovenbouw, klas van maximaal 28 studenten

Uitvoerder

Mentor, docent, studieloopbaanbegeleider of stagebegeleider

Benodigde materialen

Whiteboard of digibord, dit lesdocument. Er is geen aanvullend materiaal nodig

Werkvormen

Interactieve uitleg, signalendetective-opdracht in kleine groepjes, klassengesprek, reflectie

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

00:00–00:07

Opening en uitleg waarom signalen worden gemist

Sprekerstekst

00:07–00:17

De twaalf subtiele signalen

Interactieve uitleg

00:17–00:35

Signalendetective: logboek van Kaylee

Groepsopdracht

00:35–00:45

Klassikale bespreking

Klassengesprek

00:45–00:50

Reflectieopdracht en afsluiting

Individueel schrijven

Opening

Lees onderstaande tekst voor. De meeste mensen denken bij pesten aan schelden, duwen of buitensluiten dat je meteen ziet. Maar het grootste deel van pesten is stil. Het zit in een blik, een bericht dat niet wordt beantwoord, een taak die net iets oneerlijker wordt verdeeld. Onderzoek laat zien dat leerkrachten vaak niet doorhebben dat er wordt gepest, en dat zoiets als één op de drie leerlingen die worden gepest, daar zelf nooit iets over zegt. Dat betekent dat wachten tot iemand het meldt, niet werkt. Vandaag train je jezelf om te kijken als een detective: niet naar wat luid en duidelijk is, maar naar wat stil en subtiel is.

De twaalf subtiele signalen

Bespreek met de klas de volgende signalen. Schrijf ze in twee kolommen op het bord: fysieke signalen en digitale signalen.

Fysieke en sociale signalen: oogrollen wanneer iemand iets zegt, hoorbaar zuchten als iemand in de buurt komt, fluisteren terwijl er naar iemand gekeken wordt, iemand buitensluiten uit een gesprek of activiteit, iemand structureel negeren, cynische opmerkingen maken die net iets te scherp zijn om als grap te gelden, sarcasme dat systematisch tegen dezelfde persoon wordt gericht, en passief-agressief gedrag zoals expres traag reageren of dingen “vergeten” door te geven.

 

 

Digitale signalen: niet reageren op berichten in een groepsapp terwijl andere berichten wel snel reacties krijgen, iemand digitaal buitensluiten door diegene uit een groep te verwijderen zonder uitleg, status afpakken door iemands ideeën pas serieus te nemen zodra een ander ze herhaalt, en iemand structureel als laatste kiezen bij het verdelen van taken of teams.

Leg uit dat geen van deze signalen op zichzelf bewijs is van pesten: iedereen zucht weleens of is weleens te laat met reageren. Het gaat om het patroon: hetzelfde signaal, gericht op dezelfde persoon, herhaald over een langere periode.

Werkvorm: signalendetective, het logboek van Kaylee

Verdeel de klas in groepjes van drie of vier studenten. Elk groepje krijgt (via het voorlezen of op het scherm) onderstaand logboek van een fictieve lesweek. Laat de groepjes de signalen onderstrepen of noteren die zij herkennen uit de lijst hierboven, en laat hen aangeven bij welke categorie elk signaal hoort. Geef hiervoor 15 minuten.

Logboek, week 14, projectgroep ICT & Media.

Maandag: bij de opstart van het project stelt Kaylee voor om te beginnen met een schema. Twee groepsgenoten rollen met hun ogen en gaan verder met hun telefoon. Tien minuten later stelt een ander hetzelfde voor, en de groep gaat direct akkoord.

Dinsdag: in de groepsapp stuurt Kaylee een voorstel voor de taakverdeling. Er komt geen enkele reactie. Een uur later stuurt een groepsgenoot een vergelijkbaar voorstel, en binnen vijf minuten reageren drie mensen met een duim omhoog.

Woensdag: tijdens het overleg wordt de presentatie verdeeld in onderdelen. Iedereen kiest om de beurt een onderdeel; Kaylee wordt, zoals gebruikelijk, als laatste gevraagd en krijgt het onderdeel dat niemand anders wilde.

Donderdag: twee groepsgenoten fluisteren tijdens de pauze terwijl ze regelmatig richting Kaylee kijken. Zodra Kaylee dichterbij komt, stoppen ze abrupt en doen alsof ze het over iets anders hebben.

Vrijdag: de docent vraagt aan de groep hoe de samenwerking gaat. Iedereen antwoordt “goed”. Kaylee zegt ook “prima, hoor”, met een glimlach die niet helemaal overtuigend oogt, en kijkt daarbij naar beneden.

 

 

Vragen bij het logboek.

Vraag 1. Welke signalen uit de lijst herken je in dit logboek? Noem er minimaal vijf en benoem bij elk signaal op welke dag het gebeurt.

Antwoordmodel: maandag, oogrollen bij het voorstel van Kaylee, gevolgd door acceptatie van hetzelfde voorstel wanneer een ander het doet — dit is een vorm van status afpakken. Dinsdag, het uitblijven van reacties op haar bericht in de groepsapp terwijl een vergelijkbaar bericht van iemand anders wel snel reacties krijgt — een digitaal signaal van buitensluiting. Woensdag, structureel als laatste worden gekozen bij taakverdeling. Donderdag, fluisteren terwijl er naar iemand gekeken wordt, met het abrupt stoppen zodra die persoon in de buurt komt. Vrijdag, het signaal dat een geruststellend antwoord (“prima, hoor”) niet per se betekent dat het ook goed gaat: lichaamstaal en gezichtsuitdrukking spreken dat tegen.

Vraag 2. Waarom is het lastig voor een docent om deze signalen op te merken tijdens een gewone les?

Antwoordmodel: elk signaal apart is klein en op zichzelf onschuldig te verklaren: iemand kan gewoon druk zijn met zijn telefoon, een bericht kan per ongeluk gemist zijn, een fluistergesprek kan over iets heel anders gaan. Pas wanneer je de signalen over een langere periode bij elkaar optelt en ziet dat ze zich steeds op dezelfde persoon richten, wordt het patroon zichtbaar. Een docent die maar één moment ziet, mist dat patroon bijna automatisch.

Vraag 3. Kaylee antwoordt op vrijdag dat het “prima” gaat. Betekent dit dat er niets aan de hand is? Wat zou jij doen als klasgenoot of als docent?

Antwoordmodel: nee, een gerust antwoord is geen garantie dat het ook echt goed gaat. Onderzoek laat zien dat een aanzienlijk deel van de gepeste leerlingen er zelf niets over zegt, vaak uit schaamte of angst dat melden de situatie erger maakt. Een passende reactie is om het niet bij het korte antwoord te laten, maar op een rustig moment, apart, nog eens te vragen hoe het echt gaat, en te benoemen wat je zelf hebt opgemerkt: “Ik zag dat er dinsdag niet werd gereageerd op je bericht, hoe voelde dat voor jou?”

Klassikale bespreking

Bespreek de antwoorden klassikaal. Vraag de groepjes welke signalen zij het lastigst vonden om te herkennen, en waarom. Benadruk dat het trainen van deze blik een vaardigheid is die met oefening beter wordt, net als een technische vaardigheid binnen hun opleiding.

 

 

Reflectieopdracht

Laat iedere student onderstaande vragen individueel beantwoorden. Geef vijf minuten schrijftijd.

  1. Welk signaal uit de lijst heb je weleens bij jezelf of bij een klasgenoot opgemerkt, zonder dat je het toen als een teken van pesten herkende?
  2. Beschrijf, zonder namen te noemen, een situatie in je klas, projectgroep of appgroep waarin je achteraf denkt: dat was eigenlijk een signaal.
  3. Wat zou jij willen dat een klasgenoot doet als hij of zij een van deze signalen bij jou opmerkt?
  4. Welk signaal ga je de komende week bewust proberen op te merken bij anderen in je omgeving?

 

Evaluatie

Sluit af met de volgende vragen.

  1. Noem drie subtiele signalen van pesten die je vandaag hebt geleerd.
  2. Waarom is een gerust antwoord als “het gaat wel” niet altijd betrouwbaar?
  3. Wat is het verschil tussen een eenmalig voorval en een patroon, en waarom is dat onderscheid belangrijk?

Differentiatie

Voor studenten die moeite hebben met het logboek: laat hen de signalen één voor één doorlopen met behulp van de lijst van twaalf signalen als checklist, in plaats van zelfstandig te laten zoeken. Voor studenten die snel klaar zijn: laat hen een eigen, kort logboek van drie dagen schrijven over een fictieve of geanonimiseerde eigen ervaring, met minimaal vier verwerkte signalen, en laat een ander groepje dit logboek analyseren.

Checklist voorbereiding

Zorg dat het whiteboard of digibord beschikbaar is voor de lijst met twaalf signalen. Lees dit document vooraf volledig door, inclusief het logboek en de antwoordmodellen. Zorg dat het logboek goed leesbaar is voor alle groepjes, bijvoorbeeld door het te projecteren. Reserveer de volledige 50 minuten.

 

 

Bronnen

Onderwijssoort: 
MBO / Middelbaar beroeps onderwijs