Aan het begin van het schooljaar krijgt een nieuwe klas Sport en Bewegen te maken met een reeks kleine incidenten: grappen die over iemands accent gaan, een groepje dat consequent apart blijft zitten, en opmerkingen over kleding die “gewoon een geintje” moeten voorstellen. Niemand heeft dit gedrag ooit besproken; het is er gewoon, van de eerste schoolweek af aan, en niemand grijpt in omdat niemand precies weet of dit “mag” of niet. Halverwege het jaar neemt een van de studenten, Amara, het initiatief: tijdens een mentorles stelt zij voor om samen als klas te bespreken hoe ze eigenlijk met elkaar willen omgaan. In eerste instantie reageren een paar klasgenoten lacherig, maar naarmate het gesprek vordert, blijkt dat vrijwel iedereen dezelfde irritaties herkent, alleen niemand had het hardop benoemd. Aan het eind van het gesprek stelt de klas gezamenlijk een aantal concrete afspraken op. Drie maanden later merkt de mentor dat de sfeer merkbaar is veranderd: grappen die over de grens gaan, worden nu vaker direct benoemd door studenten zelf, niet meer alleen door de docent.
Wat leren studenten?
Na deze les kunnen studenten uitleggen waarom expliciete groepsnormen effectiever zijn dan impliciete, ongeschreven regels. Zij hebben in groepsverband concrete klasafspraken opgesteld over respectvol gedrag, en zij kunnen minimaal drie concrete voorbeelden van voorbeeldgedrag benoemen die zij zelf kunnen laten zien.
Waarom deze les?
Leerlingen willen dat leerkrachten het goede voorbeeld geven en de hele groep erbij betrekken. Uit onderzoek blijkt dat leerkrachten proactief kunnen laten zien hoe leerlingen respectvol met elkaar omgaan, en zo samen een goede klassfeer creëren waarbij alle leerlingen worden betrokken zodat zij voor elkaar kunnen opkomen. Diezelfde logica geldt voor de groep zelf: een klas waarin normen nooit hardop worden benoemd, laat die normen ontstaan door toeval, vaak bepaald door de student die toevallig het hardst praat. Een klas die haar eigen normen bewust vaststelt en er samen eigenaar van wordt, creëert een cultuur waarin het makkelijker wordt om elkaar aan te spreken en voor elkaar op te komen. Deze les geeft studenten een concrete, herhaalbare manier om dat zelf te doen, in plaats van te wachten tot een docent de norm oplegt.
Doelgroep en wanneer inzetten
Deze les is bedoeld voor studenten in de bovenbouw van het mbo en is bij uitstek geschikt aan het begin van een cursusjaar, bij de vorming van een nieuwe klas of projectgroep, of als onderdeel van de Week tegen Pesten wanneer een klas haar eerder gemaakte afspraken wil evalueren en aanscherpen.
Praktische informatie
Onderdeel | Toelichting |
Duur | 50 minuten |
Doelgroep | Mbo bovenbouw, klas van maximaal 28 studenten |
Uitvoerder | Mentor, docent of studieloopbaanbegeleider |
Benodigde materialen | Whiteboard of digibord, dit lesdocument. Er is geen aanvullend materiaal nodig |
Werkvormen | Interactieve uitleg, normenwerkplaats in kleine groepjes, klassikale consensusvorming, reflectie |
Lesopbouw
Tijd | Onderdeel | Werkvorm |
00:00–00:07 | Opening en casus Amara | Sprekerstekst |
00:07–00:15 | Uitleg: impliciete versus expliciete normen en voorbeeldgedrag | Interactieve uitleg |
00:15–00:33 | Normenwerkplaats in groepjes | Groepsopdracht |
00:33–00:45 | Klassikale consensusvorming: onze klasafspraken | Klassengesprek |
00:45–00:50 | Reflectieopdracht en afsluiting | Individueel schrijven |
Opening
Lees onderstaande tekst voor, eventueel aan de hand van de casus van Amara hierboven. In elke groep ontstaan vanzelf regels: wat normaal gevonden wordt, wat als grap geldt, wie het voor het zeggen heeft. Het probleem is dat die regels meestal nooit hardop worden uitgesproken. Ze ontstaan gewoon, en degene die toevallig het hardst praat of het populairst is, bepaalt vaak onbewust de toon voor de rest. Vandaag draaien we dat om: in plaats van de norm te laten ontstaan, gaan we hem samen, bewust, vaststellen.
Uitleg: impliciete versus expliciete normen en voorbeeldgedrag
Leg uit dat elke groep normen heeft, of die nu wel of niet zijn uitgesproken. Impliciete normen zijn ongeschreven regels die je pas merkt als je ze overtreedt: bijvoorbeeld dat het “normaal” is om grapjes te maken over iemands accent, zonder dat iemand ooit heeft gezegd dat dit oké is. Expliciete normen zijn normen die de groep bewust en hardop heeft vastgesteld, bijvoorbeeld: “In deze klas maken we geen grappen over iemands afkomst, uiterlijk of geloof.” Het verschil is groot: bij een impliciete norm moet iemand die zich ongemakkelijk voelt zelf het risico nemen om als eerste te zeggen dat iets niet oké is. Bij een expliciete norm kan diegene simpelweg verwijzen naar een afspraak die de hele klas samen heeft gemaakt.
Bespreek vervolgens wat voorbeeldgedrag concreet betekent. Voorbeeldgedrag is niet alleen zeggen wat je van anderen verwacht, maar het zelf laten zien: als je vindt dat er geen grappen ten koste van anderen horen, maak die grappen dan zelf ook niet. Als je vindt dat iedereen gehoord moet worden, zorg dan zelf dat je ook doorvraagt bij stillere klasgenoten. Voorbeeldgedrag werkt aanstekelijk: onderzoek naar groepsprocessen laat zien dat gedrag van invloedrijke groepsleden sterk bepalend is voor wat de rest van de groep als normaal gaat beschouwen.
Werkvorm: normenwerkplaats
Verdeel de klas in groepjes van vier of vijf studenten. Elk groepje krijgt een van de volgende vijf thema’s toegewezen: communicatie en grappen, sociale media en groepsapps, samenwerken in projectgroepen, omgaan met verschil van mening, en nieuwe klasgenoten of stagiairs verwelkomen. Laat elk groepje binnen 12 minuten twee tot drie concrete afspraken formuleren voor hun thema, geformuleerd als heldere gedragsafspraak, niet als vaag goed voornemen. Geef als voorbeeld: niet “we zijn aardig tegen elkaar” (te vaag), maar “als iemand een grap maakt die over de grens gaat, benoemen we dat direct, ook als het een vriend is” (concreet en toepasbaar).
Loop tijdens de werkvorm langs de groepjes en stuur bij waar afspraken te vaag blijven. Vraag door: “Wat zou je concreet zien of horen als deze afspraak wordt nageleefd? En wat zou je zien als hij wordt overtreden?”
Klassikale consensusvorming: onze klasafspraken
Laat elk groepje hun afspraken kort voorlezen. Schrijf alle voorgestelde afspraken op het bord. Vraag de klas vervolgens om samen, met een korte stemming of door consensus, de vijf tot acht afspraken te kiezen die zij als klas daadwerkelijk willen vasthouden. Rond af met de afspraak dat dit document na deze les wordt vastgelegd, bijvoorbeeld door de mentor, en op een zichtbare plek in het lokaal of digitaal wordt gedeeld, zodat er in de rest van het jaar naar verwezen kan worden.
Docenttip: benoem expliciet dat deze afspraken geen eenmalige exercitie zijn. Kom er als mentor in latere lessen op terug, bijvoorbeeld door aan het begin van een volgende mentorles kort te vragen: “Lukt het ons nog om ons aan de afspraak over grappen te houden?”
Reflectieopdracht
Laat iedere student onderstaande vragen individueel beantwoorden. Geef vijf minuten schrijftijd.
- Welke van de klasafspraken die vandaag zijn opgesteld, vind jij persoonlijk het belangrijkst? Waarom?
- Bij welke afspraak merk je dat jij zelf soms nog de verkeerde kant op zou kunnen gaan, bijvoorbeeld door mee te lachen met een grap die eigenlijk niet kan?
- Wat is één concreet ding dat jij zelf als voorbeeldgedrag kunt laten zien de komende week?
- Wie in je klas of projectgroep laat volgens jou al goed voorbeeldgedrag zien, en wat doet die persoon precies?
Evaluatie
Sluit af met de volgende vragen.
- Wat is het verschil tussen een impliciete en een expliciete groepsnorm?
- Noem twee van de klasafspraken die vandaag zijn vastgesteld.
- Geef een voorbeeld van voorbeeldgedrag dat verder gaat dan alleen iets zeggen.
Differentiatie
Voor studenten die moeite hebben met het formuleren van concrete afspraken: geef hen het voorbeeld uit de uitleg (“we benoemen een grap die over de grens gaat direct”) als startpunt, en laat hen dit voorbeeld aanpassen aan hun eigen thema in plaats van vanaf nul te beginnen. Voor studenten die snel klaar zijn: laat hen per afspraak ook noteren wat een passende, niet-beschuldigende manier is om iemand te herinneren aan de afspraak op het moment dat die wordt overtreden.
Checklist voorbereiding
Zorg dat het whiteboard of digibord beschikbaar is om alle voorgestelde afspraken te verzamelen. Lees dit document vooraf volledig door. Bereid een manier voor om de uiteindelijke klasafspraken na de les vast te leggen en te delen, bijvoorbeeld digitaal of op een poster in het lokaal. Reserveer de volledige 50 minuten, aangezien de consensusvorming tijd kost.
Bronnen
- Onderzoeksteam Teachers4Victims (KU Leuven, schooljaar 2018–2019). Onderzoeksrapport: hoe leerkrachten pesten op school kunnen helpen voorkomen en verminderen. Samenvatting: https://www.stoppestennu.nl/2021-ku-leuven-teachers4victims-onderzoeksra...
- Huitsing, G., van der Meulen-van Dijk, M., & Veenstra, R. (2012). Pesten als groepsproces. In F. Goossens, M. Vermande, & M. van der Meulen (Red.), Pesten op school: Achtergronden en interventies (pp. 81–97). Boom Lemma. https://research.rug.nl/en/publications/pesten-als-groepsproces
- Stichting Stop Pesten Nu. Pesten aanpakken als groepsproces. https://www.stoppestennu.nl/pesten-aanpakken-als-groepsproces
- Stichting Stop Pesten Nu. Pesten en groepsdruk: waarom pesten een groepsprobleem is. https://www.stoppestennu.nl/pesten-en-groepsdruk-waarom-pesten-een-groep...
- Stichting Stop Pesten Nu. Week tegen Pesten 2026. https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

