Lesidee MBO onderbouw Casus groepsapp 2B

MBO onderbouw Casus groepsapp 2B

Herkenbaar uit de praktijk

Sanne zit in leerjaar 1 van de opleiding Sport en Bewegen. Al vanaf de tweede lesweek is er in de klas een appgroep ontstaan waar zij niet in zit. Youssef plaatst er regelmatig screenshots van haar Instagram met spottende opmerkingen over haar kleding. Milan reageert nooit zelf, maar zet steevast een lachende emoji onder elk bericht. Fenna vindt het eigenlijk niet kunnen, maar zegt niets: ze is bang zelf buitengesloten te worden. Sanne merkt dat ze steeds vaker alleen zit tijdens de pauze, en de praktijkdocent schrijft haar stille gedrag toe aan verlegenheid. Zo blijft iets doorgaan waar bijna niemand achter staat, en toch houdt bijna niemand het tegen.

Wat leren studenten in deze les?

  • Studenten kunnen de zes rollen bij pesten benoemen (pester, slachtoffer, assistent, aanmoediger, verdediger, buitenstaander) en herkennen deze in een praktijksituatie.
  • Studenten leggen uit waarom pestgedrag blijft bestaan door het gedrag van de hele groep, niet alleen door de pester.
  • Studenten benoemen minstens één concrete actie die zij zelf, vanuit hun eigen rol, kunnen inzetten om bij te dragen aan een veiligere groep.

Waarom deze les?

Studenten in het eerste leerjaar van het mbo komen terecht in een nieuwe klas, een nieuwe stagegroep en vaak een nieuwe digitale groepsapp. Groepsnormen worden in deze fase snel gevormd en zijn daarna lastig te veranderen. Deze les legt het fundament voor de rest van de reeks: pesten is geen zaak tussen twee personen, maar een proces waarin iedereen in de groep een rol speelt, ook wie zelf niets doet.

Doelgroep en wanneer inzetten

Deze les is ontwikkeld voor mbo-onderbouw (leerjaar 1, niveau 1 tot en met 4) en is geschikt als openingsles van de Week tegen Pesten of als eerste les in een reeks over sociale veiligheid. De les werkt ook goed bij de start van een nieuw cohort, wanneer groepsnormen nog volop in beweging zijn.

Praktische informatie

Onderdeel

Informatie

Duur

Maximaal 40 minuten

Doelgroep

Mbo-onderbouw, leerjaar 1, alle niveaus

Uitvoerder

Mentor, SLB'er of docent loopbaanoriëntatie en burgerschap

Benodigde materialen

Dit document (bevat alle teksten, casus en antwoordmodellen); geen aanvullende voorbereiding nodig

Werkvormen

Klassengesprek, korte uitleg, analyse in viertallen, individuele reflectie

 

Wetenschappelijke onderbouwing

De indeling in zes groepsrollen bij pesten (pester, slachtoffer, assistent, aanmoediger, verdediger en buitenstaander) is afkomstig uit onderzoek van Salmivalli en collega's en wordt in Nederland en Vlaanderen verder uitgewerkt door onderzoekers verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Onderzoek van Gijs Huitsing en René Veenstra (RUG) laat zien dat pesten zich pas goed laat begrijpen vanuit het groepsproces: pesters zoeken bewust andere pesters op en zetten vrienden aan tot meedoen. Promotieonderzoek van onder meer Beau Oldenburg en Johannes Ashwin Rambaran (verbonden aan de RUG) toont aan dat meelopers en aanmoedigers ervoor zorgen dat daders zich gesterkt voelen, en dat het uitblijven van ingrijpen door buitenstaanders feitelijk werkt als stilzwijgende instemming. Verdedigers kunnen het pesten niet altijd volledig stoppen, maar slachtoffers voelen zich aantoonbaar beter in een klas met veel verdedigers.

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

5 min

Opening: de situatie van Sanne

Klassikaal voorlezen (zie hierboven)

10 min

Uitleg zes groepsrollen bij pesten

Sprekerstekst docent + kort klassengesprek

15 min

Casus "Groepsapp 2B" analyseren

Werken in viertallen aan analysevragen

5 min

Nabespreking met antwoordmodel

Klassikaal

5 min

Individuele reflectie en afsluiting

Individueel, schriftelijk

 

Uitleg: zes rollen, één groep

Lees onderstaande tekst voor of vertel het in eigen woorden aan de klas.

Als we het over pesten hebben, denken de meesten van jullie meteen aan twee mensen: degene die pest en degene die gepest wordt. Maar onderzoek naar pesten op school laat al jaren zien dat er meestal veel meer mensen bij betrokken zijn, en dat die andere mensen minstens zo bepalend zijn voor of het pesten doorgaat of stopt. Onderzoekers onderscheiden zes rollen. De pester begint met het gedrag en zet vaak ook anderen aan om mee te doen. Het slachtoffer wordt herhaaldelijk gepest en heeft daar vaak moeite mee zich tegen te verweren. Assistenten pesten niet uit zichzelf, maar helpen de pester wel actief mee zodra die begint. Aanmoedigers doen niet actief mee, maar belonen de pester door te lachen, mee te kijken of berichten leuk te vinden. Verdedigers grijpen in: ze troosten het slachtoffer, spreken de pester aan of halen er een docent bij. En dan zijn er de buitenstaanders: zij kiezen geen partij en doen niets, maar juist dat niets-doen zorgt ervoor dat het pesten door kan gaan. Het belangrijkste om te onthouden: deze rollen liggen niet vast. Dezelfde persoon kan in de ene situatie buitenstaander zijn en in de andere verdediger.

Waarom stopt pesten niet vanzelf?

Onderzoek laat zien dat pesten blijft bestaan doordat de meerderheid van de groep het gedrag ongewild in stand houdt. Aanmoedigers geven de pester een gevoel van steun en status. Buitenstaanders die zwijgen, bevestigen zonder het te willen dat "dit blijkbaar mag" binnen de groep. Verdedigers kunnen het pesten vaak niet in hun eentje stoppen, maar hun aanwezigheid maakt wel aantoonbaar verschil: slachtoffers in een klas met meerdere verdedigers voelen zich minder angstig en somber en hebben meer zelfvertrouwen. Status en erbij willen horen spelen hierin een grote rol, ook bij pesters zelf: pesten kan voor hen een manier zijn om aanzien te krijgen binnen de groep.

Casus: groepsapp 2B

Laat de casus klassikaal voorlezen of lees hem zelf voor. Verdeel de klas daarna in viertallen voor de analysevragen.

Sanne zit in leerjaar 1 van de opleiding Sport en Bewegen, klas 2B. Al vanaf de tweede lesweek bestaat er een aparte groepsapp van de klas, zonder Sanne erin. Youssef, een van de populairdere jongens uit de klas, plaatst er regelmatig screenshots van Sanne's Instagram met spottende opmerkingen over haar kleding. Milan, die tijdens de praktijklessen naast Sanne zit, stuurt zelf nooit een bericht, maar reageert wel steevast met een lachende emoji zodra Youssef iets plaatst. Fenna ziet de berichten voorbijkomen, vindt het eigenlijk niet kunnen, maar doet niets: ze is bang zelf uit de groep gezet te worden als ze er iets van zegt. Tijdens de pauze hoort Sanne twee klasgenoten fluisteren en giechelen wanneer ze langsloopt, en ze merkt dat ze de laatste weken vaker alleen aan een tafeltje zit. Bram, die op dezelfde opleiding zit maar in een andere klas, merkt dat Sanne de laatste tijd stiller is tijdens gezamenlijke lessen en vraagt er in de pauze naar. Sanne vertelt wat er speelt, maar vraagt Bram nadrukkelijk om er niets mee te doen: ze is bang dat het erger wordt als de docent het hoort. Bram twijfelt: hij wil Sanne niet in verlegenheid brengen, maar kan het ook niet meer negeren nu hij het weet. De praktijkdocent heeft gemerkt dat Sanne minder actief meedoet aan groepsopdrachten, maar schrijft dit toe aan verlegenheid. Inmiddels zitten elf van de zestien klasgenoten in de aparte groepsapp, en niemand van hen heeft ooit gezegd dat het genoeg is geweest.

Analysevragen

  1. Welke van de zes groepsrollen herken je bij Youssef, Milan, Fenna en Bram? Onderbouw je antwoord met gedrag uit de casus.
  2. Waarom houdt het gedrag van Milan en Fenna het pesten in stand, ook al pesten zij zelf niet actief mee?
  3. Bram krijgt van Sanne te horen dat hij niets mag doen. Welke twee opties heeft hij, en wat zijn de voor- en nadelen van elke optie?
  4. De praktijkdocent ziet wel iets, maar trekt de verkeerde conclusie. Wat had de docent kunnen doen om beter te signaleren wat er speelde?

 

 

Antwoordmodel en uitleg

Vraag 1. Youssef is de pester: hij initieert het gedrag en plaatst de screenshots. Milan is assistent of aanmoediger: hij pest zelf niet actief, maar bekrachtigt Youssef met zijn reactie, en dat is precies het gedrag dat deze rol kenmerkt. Fenna is buitenstaander: ze keurt het gedrag af, maar grijpt niet in, waardoor haar zwijgen als stilzwijgende instemming werkt. Bram is een mogelijke verdediger: hij heeft de intentie om iets te doen, maar weet nog niet hoe.

Veelgemaakte denkfout: studenten denken vaak dat alleen degene die actief pest verantwoordelijk is voor het probleem. Benoem expliciet dat onderzoek laat zien dat meelopers en buitenstaanders het pestgedrag mede in stand houden.

Vraag 2. Milans reactie werkt als beloning: Youssef voelt zich gesteund en zal eerder doorgaan. Fenna's zwijgen zorgt ervoor dat er geen enkel tegengeluid in de groep is; voor Youssef en de rest lijkt het daardoor alsof niemand er moeite mee heeft, wat de ongeschreven norm "dit mag hier" versterkt.

Veelgemaakte denkfout: "ik doe toch niets, dus ik ben ook niet verantwoordelijk". Leg uit dat het ontbreken van tegengeluid al bijdraagt aan het in stand houden van pesten.

Vraag 3. Optie 1: Bram houdt zich aan Sannes wens en doet niets. Risico: het pesten gaat door en kan verergeren, en Sanne blijft er alleen voor staan. Optie 2: Bram zoekt op een andere manier hulp, bijvoorbeeld door zelf het gesprek met een mentor aan te gaan over de sfeer in de klasapp, zonder meteen namen te noemen, of door in de chat zelf kort aan te geven dat hij het niet gepast vindt. Voordeel van optie 2: er ontstaat een tegengeluid en mogelijk hulp; nadeel: een mentor kan pas gericht ingrijpen als hij weet wat er precies speelt.

Interventiezin voor de docent: "Hulp vragen is geen verraad. Je kunt altijd bij mij komen zonder dat ik meteen namen hoef te weten."

Vraag 4. De docent had het teruggetrokken gedrag van Sanne kunnen navragen in een kort individueel gesprek in plaats van er zelf een verklaring voor te bedenken. Pesten gebeurt vaak juist op plekken waar een docent het niet ziet; alleen observeren is daarom niet genoeg, navragen is nodig. Dit onderwerp komt uitgebreid terug in het lesmateriaal "Zien is meer dan kijken".

Reflectieopdracht

Laat elke student onderstaande vragen individueel beantwoorden, op papier of in de digitale leeromgeving. Geef vijf minuten schrijftijd.

  1. Welke rol herken jij het vaakst bij jezelf in groepen waar jij deel van uitmaakt?
  2. Kun je een moment noemen waarop jij zweeg terwijl je zag dat iets niet oké was? Wat hield je tegen?
  3. Welke kleine actie zou jij deze week kunnen doen om vaker de rol van verdediger te pakken?
  4. Wat zou jij willen dat jouw klasgenoten doen als jij ooit in de situatie van Sanne zou zitten?

Evaluatie

Stel onderstaande vragen kort klassikaal, of laat ze schriftelijk beantwoorden om te controleren of de leerdoelen zijn behaald.

  • Kun je in eigen woorden uitleggen waarom pesten een groepsproces is?
  • Noem twee rollen naast pester en slachtoffer, en geef bij elke rol een voorbeeld uit de casus.
  • Wat ga jij deze week concreet anders doen?

Differentiatie

Niveau 1 en 2: lees de casus in kortere stukken voor en beperk de analyse tot vraag 1 en 2. Laat studenten de rollen hardop benoemen bij elke alinea in plaats van ze zelfstandig te laten schrijven.

Niveau 3 en 4 of gevorderde groepen: laat studenten in viertallen zelf een vergelijkbare situatie uit hun eigen klas of stage beschrijven (zonder namen) en analyseren volgens hetzelfde model van zes rollen.

Checklist voorbereiding

  • Dit document uitgeprint of digitaal beschikbaar voor jezelf als docent
  • Klas verdeeld in viertallen voor de casusanalyse
  • Pen en papier, of device, beschikbaar voor de reflectieopdracht

Bronnen

Onderwijssoort: 
MBO / Middelbaar beroeps onderwijs