Herkenbaar uit de praktijk
Kevin meldt via de digitale leeromgeving bij zijn mentor dat hij al weken wordt nagedaan en uitgelachen door twee klasgenoten zodra hij een vraag stelt tijdens de les. Twee weken lang gebeurt er niets zichtbaars: geen gesprek, geen reactie, niets. Diezelfde week grijpt een andere docent, die het pesten toevallig zelf ziet gebeuren tijdens een praktijkles, meteen in en spreekt beide klasgenoten er direct op aan. Kevin vraagt zich af waarom de ene docent wel meteen reageert en de andere niet, en of het aan hem ligt dat er niets gebeurt.
Wat leren studenten in deze les?
- Studenten kennen de belangrijkste onderzoeksresultaten over wat leerlingen van docenten verwachten bij pesten, en herkennen het verschil tussen incidenteel en consistent ingrijpen.
- Studenten kunnen het verschil benoemen tussen bemiddelen en straffen als reactievorm, en beoordelen welke reactie in een situatie passend is.
- Studenten weten wat ze kunnen doen wanneer een melding geen zichtbaar gevolg krijgt, in plaats van het daarbij te laten.
Waarom deze les?
Onderzoek laat zien dat studenten veel vertrouwen hebben in de rol van docenten bij het verminderen van pesten, maar dat de ervaring met hoe docenten daadwerkelijk reageren sterk uiteenloopt. Die inconsistentie zorgt voor onzekerheid: moet ik het nog een keer melden, of heeft het toch geen zin? Deze les leert studenten dat een uitblijvende reactie niet betekent dat hun signaal onterecht was, en wat zij kunnen doen als een eerste melding niet zichtbaar wordt opgepakt.
Doelgroep en wanneer inzetten
Mbo-onderbouw, leerjaar 1, alle niveaus. Deze les sluit aan op lesmateriaal "Pesten is een groepsproces" en is goed inzetbaar in de tweede of derde week van de Week tegen Pesten, of op een moment dat er in de klas onduidelijkheid is over hoe meldingen worden opgepakt.
Praktische informatie
Onderdeel | Informatie |
|---|---|
Duur | Maximaal 40 minuten |
Doelgroep | Mbo-onderbouw, leerjaar 1, alle niveaus |
Uitvoerder | Mentor, SLB'er of docent loopbaanoriëntatie en burgerschap |
Benodigde materialen | Dit document; geen aanvullende voorbereiding nodig |
Werkvormen | Klassengesprek, casusanalyse in tweetallen, stellingenronde, individuele reflectie |
Wetenschappelijke onderbouwing
Uit de Teachers4Victims-studie van de KU Leuven (2021), waaraan 1051 leerlingen en 61 leerkrachten uit het vierde tot zesde leerjaar van het basisonderwijs deelnamen, blijkt dat ruim driekwart van de leerlingen (77 procent) vindt dat leerkrachten (heel) veel kunnen doen om pesten op school te verminderen. Tegelijk gaf iets minder dan de helft van de leerlingen (46 procent) aan dat hun leerkracht vaak of altijd goed reageert op pesten, terwijl 36 procent aangaf dat hun leerkracht (bijna) nooit goed reageert. Leerlingen zagen bemiddeling als de meest toegepaste reactievorm, terwijl leerkrachten zelf aangaven vaker disciplinaire maatregelen te nemen. Onderzoek naar de bereidheid van leerkrachten om in te grijpen (gepubliceerd in het International Journal of Bullying Prevention, 2024) laat zien dat onder meer zelfvertrouwen, empathie, tijdsdruk en de steun vanuit de schoolleiding bepalen of een docent daadwerkelijk ingrijpt. Ingrijpen is dus niet vanzelfsprekend, en verschilt van persoon tot persoon en van moment tot moment.
Lesopbouw
Tijd | Onderdeel | Werkvorm |
|---|---|---|
5 min | Opening: de situatie van Kevin | Klassikaal voorlezen |
8 min | Uitleg onderzoeksresultaten en reactievormen | Sprekerstekst docent |
15 min | Casus analyseren | Tweetallen |
7 min | Stellingenronde | Klassikaal, eens/oneens |
5 min | Reflectie en afsluiting | Individueel, schriftelijk |
Uitleg: waarom ingrijpen niet vanzelfsprekend is
Uit onderzoek onder ruim duizend leerlingen blijkt dat bijna iedereen vindt dat een docent veel kan doen tegen pesten. Maar diezelfde leerlingen zijn het lang niet altijd eens over de vraag of hun eigen docent dat ook daadwerkelijk goed doet. Iets minder dan de helft zegt dat hun docent bijna altijd goed reageert, en meer dan één op de drie zegt juist dat hun docent bijna nooit goed reageert. Dat verschil zit niet alleen in de docent zelf, maar ook in hoe zichtbaar het pestgedrag is, hoeveel tijd een docent heeft, hoeveel vertrouwen die docent heeft in zijn eigen aanpak, en hoeveel steun die docent van school krijgt. Er zijn ruwweg twee soorten reacties. Bemiddelen betekent dat de docent de betrokken leerlingen helpt om het probleem samen op te lossen. Disciplinaire maatregelen betekent dat de docent de pester een consequentie geeft, zoals een officiële waarschuwing. Beide kunnen op hun moment goed werken, maar geen van beide werkt als het incidenteel blijft. Wat jullie mogen verwachten is niet dat elke docent hetzelfde reageert, maar wel dat elke melding serieus wordt genomen en een zichtbaar vervolg krijgt.
Casus: het meldpunt dat leeg lijkt te blijven
Laat de casus in tweetallen lezen en de analysevragen samen beantwoorden.
Kevin zit in leerjaar 1 van de opleiding Zorg en Welzijn. Al een paar weken wordt hij door Denzel en Rick nagedaan zodra hij een vraag stelt tijdens de theorieles: ze trekken overdreven gezichten en fluisteren daarna hardop iets over "het weer een domme vraag stellen". Andere klasgenoten, waaronder Priscilla, lachen er soms hardop om mee, terwijl Loïs juist wegkijkt en snel iets anders gaat doen zodra het gebeurt. Kevin stuurt via de digitale leeromgeving een bericht naar zijn mentor, meneer Aarts, waarin hij beschrijft wat er gebeurt. Twee weken lang gebeurt er niets zichtbaars: geen gesprek met Kevin, geen aanspreken van Denzel en Rick, geen vervolgbericht. Kevin twijfelt of meneer Aarts het bericht wel heeft gelezen, of dat hij het gewoon niet belangrijk genoeg vond. Diezelfde week ziet een andere docent, mevrouw Faber, tijdens een praktijkles hoe Denzel Kevin nadoet. Zij grijpt meteen in: ze onderbreekt de les, spreekt Denzel er kort en duidelijk op aan, en checkt na de les nog even kort bij Kevin hoe het met hem gaat. Kevin merkt het verschil en vraagt zich af of hij nog een keer bij meneer Aarts moet aankloppen, of dat hij het er maar bij moet laten zitten.
Analysevragen
- Wat is het verschil tussen de manier waarop meneer Aarts en mevrouw Faber reageren op signalen van pesten?
- Waarom is het volgens jou lastiger voor meneer Aarts om te reageren dan voor mevrouw Faber, ook al gaat het om hetzelfde pestgedrag?
- Welke rol spelen Priscilla en Loïs in deze situatie, en wat zou er veranderen als één van hen iets anders zou doen?
- Wat zou jij Kevin adviseren te doen nu de eerste melding geen zichtbaar gevolg heeft gehad?
Antwoordmodel en uitleg
Vraag 1. Meneer Aarts krijgt een melding via een bericht en moet daarop nog actie ondernemen: hij moet het lezen, het serieus nemen en er zelf een moment voor inplannen. Mevrouw Faber ziet het gedrag rechtstreeks gebeuren en kan direct en zichtbaar reageren. Beide reacties kunnen goed zijn, maar Kevin ervaart het verschil vooral als "de één doet wel iets, de ander niet", terwijl het eigenlijk gaat om het verschil tussen direct waargenomen gedrag en een melding die nog opgevolgd moet worden.
Veelgemaakte denkfout: leerlingen concluderen vaak dat een docent die niet meteen reageert het pesten niet belangrijk vindt. Vaak is de werkelijke reden dat het lastiger is om te reageren op iets dat je zelf niet hebt gezien, of dat de docent geen tijd heeft ingepland om het gesprek goed te voeren.
Vraag 2. Meneer Aarts moet eerst geloofwaardig vaststellen wat er precies is gebeurd, een moment plannen om Kevin, Denzel en Rick apart te spreken, en een aanpak kiezen. Mevrouw Faber hoefde dat niet: zij was er zelf getuige van. Dit verschil verklaart voor een deel waarom docenten niet altijd even snel reageren op meldingen als op dingen die ze zelf zien, ook al willen ze allebei hetzelfde: dat het pesten stopt.
Vraag 3. Priscilla is aanmoediger: door mee te lachen bevestigt ze voor Denzel en Rick dat het gedrag "grappig" wordt gevonden. Loïs is buitenstaander: door weg te kijken doet ze niets, en juist dat niets-doen zorgt ervoor dat er geen tegengeluid in de klas ontstaat. Als Loïs bijvoorbeeld na de les kort tegen Kevin zou zeggen dat ze het ook niet oké vindt, of als ze het zelf bij de mentor zou melden, zou Kevin zich minder alleen voelen en zou er een duidelijker signaal richting Denzel en Rick gaan dat de klas hier niet achter staat.
Vraag 4. Kevin kan het beste niet afwachten, maar actief navragen: bijvoorbeeld door meneer Aarts persoonlijk aan te spreken en te vragen of hij het bericht heeft gezien, of door het (als dat niet lukt) bij een andere vertrouwenspersoon op school te melden, zoals een SLB'er, decaan of vertrouwenspersoon. Een melding die geen zichtbaar gevolg krijgt, betekent niet dat het probleem niet klopt of niet belangrijk is: het betekent dat er nog een keer, eventueel bij iemand anders, aan de bel getrokken mag worden.
Interventiezin voor de docent: "Als je het gevoel hebt dat er niets met jouw melding is gebeurd, mag je dat gewoon navragen. Dat is geen zeuren, dat is checken of je gehoord bent."
Stellingenronde
Lees onderstaande stellingen één voor één voor. Laat studenten kiezen voor eens of oneens en licht kort mondeling toe.
- "Als een docent niet meteen reageert op een melding, betekent dat dat hij het pesten niet serieus neemt."
- "Je mag een melding een tweede keer doen, ook als je bang bent dat je dan zeurt."
- "Alleen de docent die het pesten ziet gebeuren, kan er echt iets aan doen."
Reflectieopdracht
Laat elke student onderstaande vragen individueel beantwoorden. Geef vijf minuten schrijftijd.
- Heb jij weleens meegemaakt dat een melding geen zichtbaar gevolg kreeg? Wat deed dat met jou?
- Bij wie op school zou jij het melden als je mentor niet zichtbaar reageert?
- Wat zou jij zelf kunnen doen als klasgenoot, zoals Priscilla of Loïs in de casus, om het verschil te maken?
Evaluatie
- Kun je het verschil uitleggen tussen bemiddelen en disciplinaire maatregelen?
- Noem twee redenen waarom een docent niet altijd meteen zichtbaar reageert op een melding.
- Wat doe jij de volgende keer als jouw melding geen zichtbaar gevolg krijgt?
Differentiatie
Niveau 1 en 2: werk de stellingenronde klassikaal uit met een fysieke kant van het lokaal voor "eens" en een kant voor "oneens", zodat de keuze zichtbaar en actief wordt in plaats van alleen mondeling.
Niveau 3 en 4 of gevorderde groepen: laat tweetallen naast de analysevragen ook een korte formulering opstellen van wat zij als klas zouden willen afspreken met hun mentor over hoe meldingen worden opgevolgd.
Checklist voorbereiding
- Dit document beschikbaar voor jezelf als docent
- Klas verdeeld in tweetallen voor de casusanalyse
- Ruimte in het lokaal om bij de stellingenronde fysiek een kant te kiezen (optioneel)
Bronnen
- Demol, K., ten Bokkel, I.M., van Gils, F.E., Colpin, H. & Verschueren, K. (2021). Teachers4Victims. Onderzoeksrapport voor scholen en ouders. KU Leuven, Schoolpsychologie en Ontwikkeling in Context. https://jeugdonderzoeksplatform.be/project/teachers4victims-onderzoeksra...
- Van Gils, F., Demol, K., ten Bokkel, I., Verschueren, K. & Colpin, H. (2021). Hoe staat het met pesten op Vlaamse lagere scholen? Resultaten uit de Teachers4Victims studie. EOS Wetenschap. https://www.eoswetenschap.eu/psyche-brein/hoe-staat-het-met-pesten-op-vl...
- Understanding Teachers' Likelihood of Intervention in Bullying Situations: Testing the Theory of Planned Behavior (2024). International Journal of Bullying Prevention. https://link.springer.com/article/10.1007/s42380-024-00209-w
- Stop Pesten Nu, kenniscentrum en lesmateriaal Week tegen Pesten 2026: https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0 en https://www.stoppestennu.nl

