Lesidee MBO onderbouw Van toekijken naar helpen

MBO onderbouw Van toekijken naar helpen

Herkenbaar uit de praktijk

Onder een Instagram-post van Lynn, waarop ze een outfit van haarzelf laat zien, verschijnen binnen een uur tientallen spottende reacties, aangevoerd door twee jongens uit haar klas. Meer dan twintig klasgenoten hebben de post gezien. Vier van hen hebben een reactie geplaatst die meelacht. De rest heeft niets gedaan: niet gereageerd, niet geliket, niet gemeld. Eén klasgenoot, Amir, twijfelt of hij iets moet zeggen. Hij is niet bevriend met Lynn, kent haar eigenlijk amper, en vraagt zich af of het wel aan hem is om iets te doen.

Wat leren studenten in deze les?

  • Studenten leggen uit welke factoren maken dat omstanders wel of niet ingrijpen bij pesten.
  • Studenten benoemen concrete, haalbare acties waarmee een omstander van rol kan wisselen naar verdediger, ook zonder directe band met het slachtoffer.
  • Studenten herkennen dat verdedigen niet betekent dat je het pesten in je eentje moet stoppen, maar dat je al verschil maakt door iets te doen.

Waarom deze les?

De meeste leerlingen keuren pesten af, maar verdedigen blijft vaak toch uit. Onderzoek laat zien dat angst om zelf slachtoffer te worden, en het ontbreken van een persoonlijke band met het slachtoffer, belangrijke redenen zijn waarom omstanders zwijgen. Deze les leert studenten dat verdedigen niet groots hoeft te zijn en niet afhankelijk is van vriendschap, en dat hun invloed als omstander groter is dan ze vaak denken.

Doelgroep en wanneer inzetten

Mbo-onderbouw, leerjaar 1, alle niveaus. Deze les bouwt voort op "Pesten is een groepsproces" en is een logisch vervolg wanneer een klas de zes groepsrollen al kent en toe is aan de vraag: wat kan ik daar zelf concreet mee?

Praktische informatie

Onderdeel

Informatie

Duur

Maximaal 40 minuten

Doelgroep

Mbo-onderbouw, leerjaar 1, alle niveaus

Uitvoerder

Mentor, SLB'er of docent loopbaanoriëntatie en burgerschap

Benodigde materialen

Dit document; geen aanvullende voorbereiding nodig

Werkvormen

Klassengesprek, casusanalyse, actielijst opstellen, individuele reflectie

Wetenschappelijke onderbouwing

Promotieonderzoek van onder meer Loes Pouwels en Johannes Ashwin Rambaran, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, laat zien dat verdedigers een belangrijke rol spelen bij het tegengaan van pesten: zij kunnen de situatie voor slachtoffers aanzienlijk verbeteren, en slachtoffers in een klas met meerdere verdedigers voelen zich aantoonbaar minder angstig en somber en hebben meer zelfvertrouwen, ook als het pesten daarmee niet volledig stopt. Tegelijk blijft verdedigen in de praktijk vaak uit: een veelgehoorde reden is dat omstanders bang zijn zelf slachtoffer te worden als ze ingrijpen, vooral in een klas waarin pesten de norm is geworden. De sociale band met het slachtoffer speelt eveneens een rol: onderzoek laat zien dat slachtoffers met een positieve band met klasgenoten eerder worden verdedigd, zelfs in klassen waar veel wordt gepest.

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

5 min

Opening: de situatie van Lynn

Klassikaal voorlezen

8 min

Uitleg drempels om te verdedigen

Sprekerstekst docent

15 min

Casus analyseren

Tweetallen

7 min

Actielijst opstellen: kleine moedige acties

Klassikaal

5 min

Reflectie en afsluiting

Individueel, schriftelijk

 

Uitleg: waarom blijft verdedigen uit?

Vrijwel iedereen vindt pesten fout, maar dat betekent niet dat vrijwel iedereen ook ingrijpt als het gebeurt. Onderzoek naar dit verschil laat twee dingen zien. Ten eerste speelt angst een grote rol: als je bang bent dat je zelf het volgende doelwit wordt, is zwijgen de veiligere keuze, zeker in een groep waarin pesten al de norm is geworden. Ten tweede blijkt de band die je met het slachtoffer hebt uit te maken: mensen komen eerder op voor iemand met wie ze al een band hebben dan voor een relatieve onbekende. Dat verklaart waarom Amir in de opening twijfelt: hij kent Lynn niet goed, en dat maakt de drempel om iets te zeggen hoger. Het goede nieuws is dat onderzoek ook laat zien dat je het verschil niet in je eentje hoeft te maken. Een verdediger stopt het pesten niet altijd volledig, maar zorgt er wel voor dat het slachtoffer zich aantoonbaar minder angstig en somber voelt en meer zelfvertrouwen behoudt. Verdedigen is dus geen alles-of-nietskeuze: elke kleine actie telt, ook als het pesten daarmee niet meteen stopt.

Casus: de reacties onder de post

Laat de casus in tweetallen lezen en de analysevragen samen beantwoorden.

Lynn zit in leerjaar 1 van de opleiding Uiterlijke Verzorging en plaatst op een avond een Instagram-post met een nieuwe outfit. Binnen een uur verschijnen er tientallen spottende reacties, aangevoerd door Dean en Milo, twee jongens uit haar klas. Meer dan twintig klasgenoten hebben de post op dat moment al gezien. Iris en Noor plaatsen een reactie die meelacht met Dean en Milo. De overige klasgenoten die de post zagen, waaronder Amir, doen niets: niet reageren, niet liken, niet melden. Amir kent Lynn eigenlijk amper, ze zitten weliswaar in dezelfde klas maar hebben nog nooit echt met elkaar gesproken. Hij twijfelt of het wel aan hem is om iets te zeggen, en is ook een beetje bang dat Dean en Milo zich dan tegen hém gaan keren. De volgende ochtend op school merkt hij dat Lynn stiller is dan normaal en haar telefoon een aantal keer wegstopt zodra die een melding geeft. Niemand in de klas heeft het er met haar over gehad.

Analysevragen

  1. Welke rol vervullen Dean en Milo, welke rol vervullen Iris en Noor, en welke rol vervult Amir op dit moment?
  2. Waarom twijfelt Amir om iets te doen, terwijl hij het gedrag van Dean en Milo niet goedkeurt?
  3. Moet Amir bevriend zijn met Lynn om iets te kunnen doen? Onderbouw je antwoord.
  4. Bedenk twee acties die Amir zou kunnen ondernemen, variërend van heel klein tot iets groter.

Antwoordmodel en uitleg

Vraag 1. Dean en Milo zijn pesters: zij starten de spottende reacties. Iris en Noor zijn aanmoedigers: ze pesten niet zelf, maar bekrachtigen het gedrag door mee te lachen. Amir is op dit moment buitenstaander: hij doet niets, ook al keurt hij het gedrag af.

Vraag 2. Amir twijfelt om twee redenen: hij heeft geen persoonlijke band met Lynn, waardoor de drempel om voor haar op te komen hoger voelt, en hij is bang dat Dean en Milo zich tegen hem gaan keren als hij iets zegt. Beide redenen zijn volgens onderzoek de belangrijkste verklaringen waarom omstanders vaker zwijgen dan verdedigen, ook als ze het gedrag zelf afkeuren.

Veelgemaakte denkfout: "ik ken diegene niet goed genoeg, dus het is niet aan mij." Onderzoek laat zien dat een band met het slachtoffer de drempel verlaagt, maar dat is geen voorwaarde: ook zonder vriendschap kun je een verschil maken, bijvoorbeeld door iets te zeggen zonder dat je daarmee een persoonlijke relatie hoeft te claimen.

Vraag 3. Nee. Onderzoek laat zien dat een persoonlijke band het makkelijker maakt om te verdedigen, maar dat is geen vereiste. Verdedigen kan ook via kleine, laagdrempelige acties die geen vriendschap veronderstellen, zoals het melden van de reacties bij een moderator, het aankaarten bij een mentor van "wat ik onder deze post zie gebeuren", of simpelweg niet meedoen aan het meelachen en dat aan een ander laten merken.

Vraag 4. Kleine actie: de reacties van Dean en Milo melden bij het platform, of tegen Iris en Noor zeggen dat hij het zelf niet grappig vindt, zonder daarbij Lynn direct te betrekken. Grotere actie: rechtstreeks een appje sturen naar Lynn om te laten weten dat hij het niet oké vindt wat er gebeurt, of het bij de mentor melden zodat die het gesprek met de klas kan aangaan.

Interventiezin voor de docent: "Je hoeft geen beste vriend te zijn van iemand om te laten merken dat je iets niet oké vindt. Een klein signaal is al een verschil."

Actielijst: kleine moedige acties

Stel samen met de klas een lijst op van kleine, haalbare acties die een omstander kan inzetten om verdediger te worden, zonder dat dit een grote confrontatie hoeft te zijn. Gebruik onderstaande voorbeelden als startpunt en vul samen met de klas aan.

  • Niet meelachen of meeliken bij een spottende opmerking, ook al doet de rest van de groep dat wel.
  • Een kort, neutraal berichtje sturen naar degene die het slachtoffer is: "ik zag wat er gebeurde, het is niet oké."
  • Een spottende reactie onder een bericht melden bij het platform, ook zonder daar verder iets bij te zeggen.
  • Een patroon rustig benoemen bij een mentor, zonder dat dit als officiële klacht hoeft te voelen.
  • Het gesprek in de groep ombuigen naar iets anders zodra een spottende opmerking valt.
  • Achteraf, buiten de groep om, aan het slachtoffer laten weten dat je het gedrag niet steunt.

Reflectieopdracht

Laat elke student onderstaande vragen individueel beantwoorden. Geef vijf minuten schrijftijd.

  1. Welke actie uit de actielijst zou jij het makkelijkst kunnen inzetten, en welke het moeilijkst?
  2. Is er een moment geweest waarop jij, net als Amir, twijfelde om iets te doen? Wat hield je tegen?
  3. Wat zou jij willen dat een klasgenoot voor jou zou doen als jij ooit in de situatie van Lynn zat?

Evaluatie

  • Noem twee redenen waarom omstanders vaak niet ingrijpen, ook als ze pesten afkeuren.
  • Waarom is een persoonlijke band met het slachtoffer geen vereiste om te kunnen verdedigen?
  • Welke actie uit de actielijst ga jij deze week zelf toepassen als de kans zich voordoet?

Differentiatie

Niveau 1 en 2: beperk de analysevragen tot 1, 2 en 4, en laat de actielijst grotendeels door de docent aandragen met de klas alleen laten kiezen welke drie het meest passend zijn.

Niveau 3 en 4 of gevorderde groepen: laat tweetallen bij vraag 4 ook een concreet berichtje uitschrijven zoals Amir dat aan Lynn zou kunnen sturen, en bespreek klassikaal welke toon daarbij passend is.

Checklist voorbereiding

  • Dit document beschikbaar voor jezelf als docent
  • Klas verdeeld in tweetallen voor de casusanalyse
  • Whiteboard, flip-over of digitaal document om de actielijst gezamenlijk vast te leggen

Bronnen

Onderwijssoort: 
MBO / Middelbaar beroeps onderwijs