Herkenbaar uit de praktijk
Niemand in klas 1C heeft ooit officieel gemeld dat Daan wordt gepest. Er is geen ruzie, geen scheldpartij, geen incident dat een docent zo zou kunnen aanwijzen. Toch merkt Daan zelf dat hij bij groepsopdrachten steevast als laatste wordt gekozen, dat berichten van hem in de klasapp onbeantwoord blijven terwijl andere berichten wel reacties krijgen, en dat er wordt gezucht als hij iets voorstelt tijdens overleg. Voor een buitenstaander lijkt er niets aan de hand: er wordt niet geschreeuwd, niemand wordt geslagen. Voor Daan voelt het alsof hij dagelijks een klein beetje minder meetelt.
Wat leren studenten in deze les?
- Studenten herkennen subtiele signalen van pesten die niet direct zichtbaar zijn als openlijk conflict.
- Studenten leggen uit waarom pesten vaak pas laat wordt opgemerkt door docenten, en wat dit betekent voor hun eigen rol als medestudent.
- Studenten weten hoe zij een signaal laagdrempelig kunnen delen, zonder dat dit aanvoelt als een officiële melding of verraad.
Waarom deze les?
Pesten gebeurt bijna per definitie op een manier die lastig te zien is: subtiel, herhaald, en vaak juist op plekken of momenten waarop geen docent aanwezig is. Wachten tot iemand het zelf meldt, is daarom geen betrouwbare strategie: onderzoek laat zien dat een aanzienlijk deel van de gepeste leerlingen er zelf met niemand over praat. Deze les leert studenten dat zij, als degenen die het dichtst bij de dagelijkse groepsdynamiek staan, vaak eerder signalen opvangen dan een docent, en dat zij daar iets mee kunnen doen.
Doelgroep en wanneer inzetten
Mbo-onderbouw, leerjaar 1, alle niveaus. Deze les bouwt voort op "Pesten is een groepsproces" en "Ingrijpen mag geen toeval zijn" en is goed te combineren met een moment waarop de klas net een tijd samen is (na de eerste weken), zodat groepspatronen al zichtbaar beginnen te worden.
Praktische informatie
Onderdeel | Informatie |
|---|---|
Duur | Maximaal 40 minuten |
Doelgroep | Mbo-onderbouw, leerjaar 1, alle niveaus |
Uitvoerder | Mentor, SLB'er of docent loopbaanoriëntatie en burgerschap |
Benodigde materialen | Dit document; geen aanvullende voorbereiding nodig |
Werkvormen | Klassengesprek, signalen-sorteeropdracht, casusanalyse, individuele reflectie |
Wetenschappelijke onderbouwing
Stop Pesten Nu beschrijft, onder verwijzing naar onderzoek van onder meer Pepler en collega's (1994), Oldenburg en collega's (2014) en Mishna, Scarcello, Pepler en Wiener (2005), dat leerkrachten lang niet altijd op de hoogte zijn van pesten in hun klas: pesten gebeurt vrijwel altijd stiekem, en juist op plekken waar een docent niet bij is, zoals het schoolplein of de kleedkamer. Dit betekent niet dat een docent tekortschiet, maar dat pesten simpelweg moeilijk te herkennen is. Uit de Teachers4Victims-studie (KU Leuven, 2021) blijkt daarnaast dat één op de vijf gepeste leerlingen aangeeft met niemand over het pesten te praten. Van de leerlingen die er wel met iemand over spraken, deed bijna 40 procent dit bij hun leerkracht, en het merendeel bij hun ouders. Wachten op een melding is dus geen sluitende strategie: actief signaleren is nodig.
Lesopbouw
Tijd | Onderdeel | Werkvorm |
|---|---|---|
5 min | Opening: de situatie van Daan | Klassikaal voorlezen |
8 min | Uitleg subtiele signalen | Sprekerstekst docent |
12 min | Signalen-sorteeropdracht | Klassikaal of in groepjes |
10 min | Casus analyseren | Tweetallen |
5 min | Reflectie en afsluiting | Individueel, schriftelijk |
Uitleg: zien is meer dan kijken
Pesten dat je meteen kunt zien, is meestal niet het probleem waar het langst mee wordt doorgegaan: als iemand duidelijk wordt uitgescholden of geslagen, grijpt bijna iedereen in. Het probleem zit in de signalen die je alleen opmerkt als je goed oplet. Denk aan oogrollen zodra iemand iets zegt, een zucht na een opmerking, gefluister dat stopt zodra iemand dichterbij komt, iemand die stelselmatig als laatste wordt gekozen bij groepswerk, berichten in een groepsapp die van iedereen een reactie krijgen behalve van één persoon, of iemand die structureel buiten beeld blijft bij foto's en verhalen die rondgaan. Geen van deze dingen is op zichzelf bewijs van pesten. Maar een patroon van dit soort kleine dingen, steeds gericht op dezelfde persoon, is wel een signaal. Onderzoek laat zien dat docenten dit soort patronen vaak niet zien, simpelweg omdat pesten meestal juist gebeurt op de momenten en plekken waar geen docent bij is. Jullie, als klasgenoten, zitten wel op die plekken en momenten. Dat maakt jullie de eersten die iets kunnen opmerken, lang voordat een docent er iets van meekrijgt.
Signalen-sorteeropdracht
Lees onderstaande signalen één voor één hardop voor. Laat studenten steeds kort aangeven: is dit op zichzelf altijd een teken van pesten, kan het een teken van pesten zijn afhankelijk van het patroon, of is het meestal onschuldig? Bespreek na elk signaal kort waarom een patroon meer zegt dan één losse gebeurtenis.
- Iemand rolt één keer met de ogen tijdens een presentatie.
- Dezelfde persoon wordt bij elke groepsopdracht van de afgelopen maand als laatste gekozen.
- Een klasgenoot krijgt structureel geen enkele reactie in de groepsapp, terwijl anderen dat wel krijgen.
- Twee klasgenoten fluisteren en stoppen zodra een derde persoon dichterbij komt.
- Iemand maakt één keer een sarcastische opmerking tegen een ander.
- Iemand wordt bij vrijwel elke pauze alleen gezien, terwijl dat drie maanden geleden nog anders was.
Docentnotitie: de bedoeling van deze opdracht is niet om tot één "goed" antwoord te komen, maar om studenten te laten ervaren dat herhaling en patroon het verschil maken tussen een incident en een signaal van pesten.
Casus: het stille signaal
Laat de casus in tweetallen lezen en de analysevragen samen beantwoorden.
Daan zit in leerjaar 1 van de opleiding Handel en Ondernemen. Sinds een paar maanden merkt hij dat hij bij elke groepsopdracht als laatste wordt gekozen, ook al is de samenstelling van de groepjes steeds anders. In de klasapp reageert bijna niemand op zijn berichten, terwijl dezelfde groep binnen enkele minuten wel op elkaars berichten reageert. Vera, die naast Daan zit tijdens de lessen, merkt het patroon ook op: ze ziet hoe Daan een paar keer geprobeerd heeft mee te doen aan een gesprek in de pauze, en hoe het gesprek dan stilvalt of iemand overdreven zucht. Vera zegt er niets over, ook niet tegen Daan zelf: ze weet niet zeker of ze het wel goed ziet, en is bang dat ze overdrijft als ze het bij de mentor meldt. Robin, een andere klasgenoot, heeft wel iets gezegd tegen de groep ("doe even normaal tegen Daan"), maar kreeg als reactie alleen een lach en een opmerking dat hij het "te serieus" neemt. De mentor van de klas heeft niets gemeld gekregen en heeft in de lessen ook niets opvallends gezien: er wordt niet geschreeuwd of gescholden, de sfeer lijkt "gewoon rustig". Daan zelf heeft nog met niemand gepraat over hoe het voor hem voelt.
Analysevragen
- Welke concrete signalen in de casus zou een buitenstaander gemakkelijk kunnen missen, en waarom?
- Waarom meldt Vera niets, ook al ziet ze het patroon? Wat zou haar kunnen helpen om dit toch te doen?
- Wat is het verschil tussen wat Robin doet en wat Vera doet, en welke van de twee helpt Daan het meest?
- Hoe zou jij, als klasgenoot van Daan, een signaal kunnen delen zonder dat het meteen als officiële melding voelt?
Antwoordmodel en uitleg
Vraag 1. Het steeds als laatste gekozen worden, het uitblijven van reacties in de groepsapp, en het stilvallen van gesprekken zijn stuk voor stuk op zichzelf onopvallend, maar vormen samen een duidelijk patroon. Een buitenstaander die één moment ziet, mist het patroon; alleen wie de klas dagelijks meemaakt, zoals Vera, kan het verband leggen.
Veelgemaakte denkfout: "er wordt niet gescholden of geschreeuwd, dus het is geen pesten." Herhaald buitensluiten en negeren is net zo goed pesten als openlijke agressie, en is vaak juist moeilijker te herkennen én schadelijker om te ondergaan doordat het zo lang onopgemerkt blijft.
Vraag 2. Vera twijfelt aan haar eigen waarneming en is bang overdreven te reageren op iets dat misschien toeval is. Dit is een veelvoorkomende drempel: signalen voelen vaak "te klein" om serieus te melden. Wat haar kan helpen, is te weten dat ze niet hoeft te bewijzen dát er wordt gepest: ze mag het patroon delen als observatie ("ik zie dit al een tijdje gebeuren") in plaats van als beschuldiging.
Vraag 3. Robin spreekt de groep direct aan, wat moedig is, maar gebeurt in het bijzijn van de groep zelf, waardoor de reactie (lachen, wegwuiven) het risico vergroot dat hij zich de volgende keer inhoudt. Vera zegt niets, waardoor er voor Daan niets verandert. Het meest effectief voor Daan zou zijn als het signaal ook bij een volwassene terechtkomt die er iets mee kan doen zonder dat het voor Daan voelt als een aanklacht, bijvoorbeeld doordat Vera het patroon rustig bij de mentor beschrijft.
Vraag 4. Een signaal delen kan laagdrempelig, bijvoorbeeld door na de les kort tegen de mentor te zeggen: "ik zie al een tijdje dat Daan bij groepswerk altijd als laatste wordt gekozen, wilde dat even benoemen." Dat is geen beschuldiging aan iemands adres en geen officiële klacht, maar wel bruikbare informatie voor een docent die het patroon zelf niet ziet.
Interventiezin voor de docent: "Je hoeft niet zeker te weten dat het pesten is om het toch te melden. Een patroon benoemen is al genoeg, de rest zoeken we samen uit."
Reflectieopdracht
Laat elke student onderstaande vragen individueel beantwoorden. Geef vijf minuten schrijftijd.
- Herken jij een van de subtiele signalen uit deze les in jouw eigen klas of stagegroep?
- Wat houdt jou tegen om zo'n signaal te delen, als je dat nog niet hebt gedaan?
- Bij wie zou jij terechtkunnen om een signaal laagdrempelig te delen?
Evaluatie
- Noem drie subtiele signalen van pesten die niet meteen op openlijk conflict lijken.
- Waarom weten docenten pesten vaak niet, ook als zij hun best doen?
- Wat ga jij doen als je zo'n signaal de komende weken opmerkt?
Differentiatie
Niveau 1 en 2: werk de signalen-sorteeropdracht uit als klassikale kaartjesronde in plaats van individueel: laat studenten fysiek naar een kant van het lokaal lopen ("altijd", "soms", "meestal onschuldig").
Niveau 3 en 4 of gevorderde groepen: laat tweetallen naast de analysevragen ook een eigen voorbeeld van een subtiel signaal uit hun eigen omgeving beschrijven (zonder namen) en beoordelen volgens hetzelfde onderscheid tussen incident en patroon.
Checklist voorbereiding
- Dit document beschikbaar voor jezelf als docent
- Ruimte om de signalen-sorteeropdracht klassikaal te bespreken
- Klas verdeeld in tweetallen voor de casusanalyse
Bronnen
- Stop Pesten Nu, "Voor scholen | Leerkrachten | Het signaleren van pesten", met verwijzing naar Pepler e.a. (1994), Oldenburg e.a. (2014) en Mishna, Scarcello, Pepler & Wiener (2005). https://www.stoppestennu.nl/voor-scholen-leerkrachten-het-signaleren-van...
- Van Gils, F., Demol, K., ten Bokkel, I., Verschueren, K. & Colpin, H. (2021). Hoe staat het met pesten op Vlaamse lagere scholen? Resultaten uit de Teachers4Victims studie. EOS Wetenschap. https://www.eoswetenschap.eu/psyche-brein/hoe-staat-het-met-pesten-op-vl...
- Demol, K., ten Bokkel, I.M., van Gils, F.E., Colpin, H. & Verschueren, K. (2021). Teachers4Victims. Onderzoeksrapport voor scholen en ouders. KU Leuven. https://jeugdonderzoeksplatform.be/project/teachers4victims-onderzoeksra...
- Stop Pesten Nu, kenniscentrum en lesmateriaal Week tegen Pesten 2026: https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0 en https://www.stoppestennu.nl

