Werkwijze:
- Docent noemt situaties uit stage, klas of online omgeving.
- Groep benoemt mogelijke signalen van onveiligheid en sociaal ongemak.
- Studenten schrijven op:
- Wat zou dit kunnen zijn?
- Heb ik dit ooit meegemaakt of gezien?
- Wat zou ik willen dat een klasgenoot deed?
Voorbeeldsituaties:
- Een student krijgt op stage altijd klusjes alleen
- Iemand komt steeds met hoofdpijn/geen zin
- In de groepsapp wordt iemand steeds genegeerd of afgeblaft

