Mentoren spelen een uiterst belangrijke en complexe rol in het voorkomen, signaleren en aanpakken van pesten, aangezien pesten vaak een groepsproces is en niet slechts een incident tussen dader en slachtoffer. De aanpak van pesten vereist een benadering die verder gaat dan de traditionele focus op alleen de pester en het slachtoffer. Hieronder staat een overzicht van wat mentoren wel en niet moeten doen, gebaseerd op de informatie in de bronnen:
Wat mentoren wel moeten doen
Pesten serieus nemen en correct herkennen:
- Mentoren moeten diepgaande kennis hebben van pesten, inclusief de verschillende vormen ervan (fysiek, verbaal, relationeel, digitaal) en het onderscheid tussen plagen en pesten. Pesten wordt gedefinieerd als negatief gedrag dat herhaaldelijk plaatsvindt en gericht is op een slachtoffer dat zich niet gemakkelijk kan verdedigen, waarbij sprake is van machtsongelijkheid.
- Neem de beleving van het slachtoffer altijd serieus, onafhankelijk van de intentie van de dader of hoe anderen het waarnemen. De subjectieve ervaring van het slachtoffer is bepalend voor diens welzijn.
- Wees je ervan bewust dat cyberpesten, hoewel vaak buiten het directe gezichtsveld, een reëel probleem is en moeilijker te signaleren is dan direct pesten.
- Ontwikkel empathie voor slachtoffers. Leraren die zelf slachtoffer zijn geweest, kunnen pesten vaak beter waarnemen en hebben meer empathie.
- Zelfs bij het kleinste vermoeden van pesten, of het zien van de minste tekenen, moeten mentoren al ingrijpen.
Groepsdynamiek positief beïnvloeden en omstanders activeren:
- Erken pesten als een groepsproces en richt de aanpak op de hele klas, niet alleen op de pester en het slachtoffer. De stilzwijgende goedkeuring van omstanders draagt bij aan de voortzetting van pesten.
- Activeer omstanders om positief in te grijpen. Onderzoek toont aan dat pesten vaak stopt binnen 10 seconden als omstanders ingrijpen.
- Creëer bewustzijn over de invloed van groepsdynamiek en de rol van omstanders. Laat leerlingen begrijpen dat hun stilzwijgen pestgedrag indirect ondersteunt.
- Train leerlingen met praktische tools en rollenspellen om in te grijpen in veilige, gecontroleerde situaties, wat hen helpt vertrouwen op te bouwen om daadwerkelijk actie te ondernemen.
- Moedig omstanders aan om altijd een leerkracht of mentor te informeren wanneer zij pesten signaleren.
- Organiseer open klasgesprekken over de rol van de groep bij pesten en de schadelijke effecten van passiviteit.
- Creëer een cultuur waarin de groep verantwoordelijkheid neemt voor het welzijn van al haar leden.
- Bevorder een veilige en inclusieve leeromgeving door positieve interacties, respect en samenwerking te stimuleren. Werk aan groepsvorming en inzicht in elkaars wensen, intenties en gedrag. Help kinderen om te gaan met social media op een positieve manier.
- Zet populaire jongeren in als 'change-makers', aangezien zij de norm bepalen en een belangrijke invloed hebben op het klassenklimaat. Coach hen om rolmodellen te zijn en status te verwerven via positief gedrag.
Actief ingrijpen en ondersteunen:
- Houd toezicht in pauzes, op de gang en in andere vrije situaties zoals bij het omkleden voor gym.
- Voer gesprekken met alle betrokken leerlingen (pester, slachtoffer, omstanders). Bied het slachtoffer een vertrouwenspersoon aan.
- Bespreek met pesters welk gedrag onacceptabel is en laat ze indien nodig deelnemen aan sociale vaardigheidstrainingen. Correctie van de pester zendt een sterker signaal uit dan enkel troosten van het slachtoffer.
- Hanteer duidelijke klassenregels en grenzen en pas sancties consequent toe. Dit draagt bij aan een gevoel van veiligheid en zekerheid.
- Overweeg een maatjessysteem of steungroep voor slachtoffers.
- Meld het bij een volwassene als de situatie uit de hand loopt. Leerlingen vertellen het vaker aan ouders of vrienden dan aan leerkrachten, dus een proactieve houding van de mentor is essentieel.
- Blijf in gesprek met jongeren en wees beschikbaar als mentor; heb vertrouwen in hun kunnen.
Preventieve maatregelen en beleidsaanpassingen:
- Zorg voor continue monitoring van het sociale klimaat in de klas door middel van anonieme enquêtes of vertrouwelijke gesprekken om vroegtijdig pestgedrag op te sporen.
- Creëer vaste momenten voor evaluatie en discussie over pesten in de klas, zoals wekelijkse of maandelijkse klassenvergaderingen.
- Formuleer een duidelijk omstandersprotocol met een stappenplan voor leerlingen.
- Pas pestprotocollen aan om de focus te verleggen naar de hele groep, in plaats van alleen de dader en het slachtoffer.
- Bied training en professionalisering voor leerkrachten en anti-pestcoördinatoren (APC's) aan. Deze trainingen moeten gebaseerd zijn op wetenschappelijke inzichten over pesten als groepsproces en concrete handvatten bieden.
- Communiceer met ouders over het pestprotocol van de school en hoe zij hun kinderen kunnen ondersteunen.
- Bevorder prosociale vriendschappen tussen slachtoffers en potentiële verdedigers.
- Begin vroegtijdig met preventie van slachtofferschap, al in de eerste jaren van de basisschool.
Wat mentoren niet moeten doen:
Pesten negeren of tolereren:
- Negeer pestgedrag niet, want dit zendt het signaal uit dat het gedrag getolereerd wordt en kan slachtoffers het gevoel geven dat de mentor aan de kant van de pester(s) staat. Observationeel onderzoek toont aan dat leraren veel minder vaak ingrijpen dan ze zelf denken.
- Denk niet dat "een beetje pesten erbij hoort". Pesten is een destructief proces met vaak langdurige negatieve gevolgen voor alle betrokkenen.
- Wees je bewust van het "verborgen trauma" dat leraren zelf leerlingen pesten, wat de waarneming van pesten negatief kan beïnvloeden.
Het probleem onderschatten of versimpelen:
- Onderschat de complexiteit van pesten niet. Pesten is een complex samenspel van factoren, en het is zelden een enkelvoudig probleem.
- Geloof niet dat pesten gemakkelijk op te lossen is, want dit kan leiden tot onderschatting van de complexiteit.
- Schrijf pesten niet uitsluitend toe aan externe factoren (zoals de thuissituatie), waardoor je denkt geen invloed te kunnen uitoefenen. Zelfs als er externe factoren zijn, hebben mentoren wel degelijk invloed op het pesten in hun klas.
- Neem niet aan dat je van alle pestsituaties op de hoogte bent. Leraren onderschatten de omvang van pesten aanzienlijk. Veel leerlingen vertellen het namelijk niet aan hun leraren.
- Verwar de reacties van slachtoffers niet met pesten.
- Denk niet dat een eigen pestverleden als dader je beter uitrust; leraren met een pestverleden als dader kunnen een nonchalantere houding hebben en pesten minder goed waarnemen.
Ineffectieve benaderingen:
- Richt je aanpak niet uitsluitend op de pester en het slachtoffer. Zonder de groepsdynamiek aan te pakken, blijft pestgedrag vaak voortduren.
- Vertrouw niet alleen op leerlingen die pesten melden, aangezien veel leerlingen dit niet aan leraren vertellen.
- Ondermijn je eigen autoriteit niet door regels te versoepelen of inconsistent te zijn, dit creëert een onveilig klimaat.
In essentie is de rol van de mentor cruciaal bij het creëren van een veilige schoolomgeving door het actief herkennen, interveniëren en positief beïnvloeden van groepsdynamieken, en door te fungeren als een toegankelijk en vertrouwd rolmodel voor leerlingen.

