Doel: Oefenen met het aangeven van grenzen en het reageren op ‘grapjes’.
Gebruik: Speel klassikaal of in tweetallen met korte scènes.
Rollenspel 1:
Jij zegt iets, iemand anders lacht hard en zegt: “Je zegt ook altijd gekke dingen!”
Vraag: Wat kun je zeggen als je dit niet leuk vindt?
Voorbeeldantwoord leerling:
“Stop, ik vond dat niet grappig.”
Voorbeeldantwoord klasgenoot:
“Oh, sorry. Ik dacht dat het een grapje was.”
Rollenspel 2:
Iemand zegt: “Je mag vandaag niet bij ons zitten, alleen voor grapjes hoor!”
Vraag: Wat kun je doen of zeggen?
Voorbeeldantwoord leerling:
“Dat is geen leuke grap. Ik wil er gewoon bij zitten.”
Rollenspel 3:
Je hoort dat iemand een andere leerling elke dag een ‘stommerik’ noemt.
Vraag: Wat kun je doen?
Voorbeeldantwoord leerling:
“Ik zeg tegen de meester of juf dat het moet stoppen.”
Docententip:
Gebruik deze situaties om te oefenen met zinnen als:
- “Stop, ik wil dit niet.”
- “Dat is geen fijne grap.”
- “Wat je zegt doet pijn.”

