Online buitensluiten gebeurt wanneer een leerling bewust niet mag deelnemen aan online contact, groepsgesprekken, activiteiten of informatie die voor andere leerlingen uit de groep wel toegankelijk zijn. Dit kan plaatsvinden via WhatsApp, Snapchat, TikTok, Instagram, Discord, online games, schoolplatforms en andere digitale omgevingen.
Een leerling wordt bijvoorbeeld niet toegevoegd aan de klassenapp, steeds opnieuw uit een groepsapp verwijderd, genegeerd of als enige niet geïnformeerd over afspraken. Soms wordt naast de officiële groepsapp een tweede, verborgen groep aangemaakt waarin bijna iedereen zit, behalve één of enkele leerlingen.
Online buitensluiten kan op zichzelf staan, maar kan ook onderdeel zijn van een breder groepsproces waarin een leerling offline én online steeds verder buiten de groep komt te staan. Voor docenten is deze vorm van cyberpesten vaak moeilijk te zien. Het gedrag speelt zich meestal af buiten het directe zicht van volwassenen, terwijl de gevolgen in de klas zichtbaar kunnen worden.
Wat is online buitensluiten?
Online buitensluiten is het bewust beperken of blokkeren van iemands deelname aan digitale groepscommunicatie, contacten of activiteiten.
Niet iedere gemiste uitnodiging of onbeantwoorde boodschap is direct cyberpesten. Om te beoordelen wat er aan de hand is, moet worden gekeken naar de context:
- Gebeurt het bewust?
- Gebeurt het vaker?
- Is steeds dezelfde leerling het doelwit?
- Is er sprake van een machtsverschil?
- Heeft de leerling moeite om het gedrag zelfstandig te stoppen?
- Doen meerdere leerlingen mee of kijken zij toe zonder in te grijpen?
- Heeft het gedrag gevolgen voor de positie en veiligheid van de leerling in de groep?
Bij pesten is er sprake van herhaald negatief gedrag, een machtsverschil en moeite om het gedrag zelfstandig te stoppen. Online kan herhaling ook ontstaan doordat een uitsluiting zichtbaar blijft, wordt gedeeld of telkens opnieuw wordt bevestigd.
Online buitensluiten is vaak relationeel pesten: gedrag waarmee sociale relaties, groepslidmaatschap, reputatie of de positie van een leerling worden beschadigd. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen beschrijven dat relationeel pesten, zoals roddelen en buitensluiten, en cyberpesten in de adolescentie vaker voorkomen. Deze indirecte vormen zijn minder zichtbaar en daardoor moeilijker te signaleren.
Voorbeelden van online buitensluiten
Online buitensluiten kan heel duidelijk zijn, maar gebeurt vaak subtiel. Het afzonderlijke gedrag lijkt soms klein. Het patroon en de groepsreactie bepalen echter wat het met een leerling doet.
- Buitensluiten uit een groepsapp
Een leerling wordt niet toegevoegd aan de groepsapp van de klas, het vriendengroepje, het projectgroepje of het sportteam. Andere leerlingen bespreken daar afspraken, activiteiten en gebeurtenissen waar de leerling niets van weet. - Steeds verwijderen en opnieuw toevoegen
Een leerling wordt herhaaldelijk uit een groepsapp verwijderd. Soms wordt de leerling later weer toegevoegd om reacties uit te lokken of om te laten merken dat anderen bepalen of de leerling erbij mag horen. - Een tweede groepsapp zonder één leerling
Naast de zichtbare groepsapp wordt een tweede groep aangemaakt waarin bijna alle leerlingen zitten. Eén leerling of een klein aantal leerlingen wordt bewust niet toegevoegd. In die groep worden gesprekken, grappen, foto’s en afspraken gedeeld. - Niet reageren op één leerling
Berichten van één leerling worden structureel genegeerd, terwijl groepsleden direct op elkaar reageren. Wanneer de leerling iets vraagt, blijft het stil. Zodra iemand anders een bericht plaatst, gaat het gesprek verder. - Bewust verkeerde of geen informatie geven
Een leerling krijgt geen informatie over een gewijzigde afspraak, een opdracht, een locatie, een kledingafspraak of een gezamenlijke activiteit. Achteraf wordt gezegd:
“Dat stond toch in de app?”
“Dat wist iedereen.”
“Je had het gewoon moeten vragen.” - Online afspreken zonder één leerling
Leerlingen bespreken zichtbaar een feestje, uitje, gameavond of ontmoeting waar één leerling niet voor is uitgenodigd. Foto’s en filmpjes worden daarna gedeeld op een manier die de uitsluiting extra zichtbaar maakt. - Uitsluiten tijdens online games
Een leerling mag niet deelnemen aan een team, server, clan, groepsopdracht of online spel. De leerling wordt uit het spel verwijderd, niet uitgenodigd of telkens als laatste gekozen. - Buitensluiten bij een schoolopdracht
Een projectgroep maakt een eigen chat aan, maar voegt één groepslid niet toe. De leerling ontvangt daardoor geen taakverdeling, wijzigingen of bestanden. Later krijgt die leerling het verwijt dat de bijdrage onvoldoende was. - Iemand onzichtbaar maken
Groepsleden spreken met elkaar af om één leerling niet meer te volgen, te blokkeren, niet te taggen of nergens meer op te reageren. Hierdoor wordt de leerling digitaal geïsoleerd. - Uitsluiting als straf
Een leerling wordt uit een groep verwijderd omdat diegene iets zou hebben gezegd, niet met de groep meeging of contact had met iemand die binnen de groep niet wordt geaccepteerd.
Voorbeeld: “Jij praat nog met haar, dus jij hoeft ook niet meer in deze groep.”
Hoe herken je online buitensluiten in de klas?
Docenten zien meestal niet rechtstreeks wat er in WhatsApp-groepen en op sociale media gebeurt. De gevolgen kunnen wel zichtbaar worden in gedrag, samenwerking en groepsverhoudingen.
Mogelijke signalen zijn:
- Een leerling weet regelmatig niet wat binnen de groep is afgesproken.
- Een leerling wordt niet gekozen of toegelaten tot groepjes.
- Andere leerlingen kijken naar elkaar of beginnen te lachen wanneer de leerling iets zegt.
- Een leerling kijkt gespannen, verdrietig of boos naar de telefoon.
- Een leerling verwijdert berichten of legt de telefoon snel weg wanneer iemand in de buurt komt.
- De sfeer verandert zodra een bepaalde leerling binnenkomt.
- Leerlingen verwijzen naar “de app” zonder uit te leggen welke app zij bedoelen.
- Een leerling krijgt het verwijt niet te hebben gereageerd op informatie die nooit is ontvangen.
- Een leerling raakt steeds verder geïsoleerd van klasgenoten.
- De prestaties of deelname van een leerling veranderen plotseling.
- Een leerling wil niet meer samenwerken, naar school of aan activiteiten deelnemen.
- Een leerling zegt: “Iedereen zit in die groep, behalve ik.”
- Leerlingen gebruiken zinnen als: “Dat is buiten school”, “Dat was maar een grap” of “Wij mogen toch zelf weten wie we toevoegen?”
Eén signaal bewijst niet dat er sprake is van online buitensluiten. Een combinatie van signalen en een terugkerend patroon vraagt wel om nader onderzoek.
Waarom merken docenten online buitensluiten vaak niet op?
Online buitensluiten is meestal niet luid, openlijk of fysiek zichtbaar. Veel gedrag vindt plaats op privételefoons, in besloten groepen of buiten schooltijd. Ook leerlingen die weten wat er gebeurt, vertellen dit niet altijd. Zij kunnen bang zijn om zelf te worden buitengesloten, hun positie in de groep te verliezen of als verrader te worden gezien.
Onderzoek dat vanuit de Rijksuniversiteit Groningen wordt beschreven, laat zien dat verborgen vormen van pesten, waaronder roddelen, buitensluiten en cyberpesten, door leerkrachten moeilijk worden herkend. In het aangehaalde KiVa-onderzoek herkenden leerkrachten slechts een deel van de leerlingen die werden gepest. Daarom is het belangrijk dat docenten niet wachten op volledig bewijs of op een officiële melding. Veranderingen in groepsgedrag, samenwerking, communicatie en sociale posities kunnen aanleiding zijn om verder te kijken.
Online buitensluiten is een groepsproces
Online buitensluiten gaat meestal niet alleen over degene die buitensluit en degene die wordt buitengesloten. Andere leerlingen hebben eveneens invloed.
Binnen de groep kunnen leerlingen:
- Het initiatief nemen om iemand niet toe te voegen.
- Een leerling uit de groepsapp verwijderen.
- Instemmen met het aanmaken van een tweede groep.
- De uitsluiting aanmoedigen met reacties, likes of lachende emoji’s.
- De informatie uit de verborgen groep gebruiken.
- Zwijgen omdat zij bang zijn zelf te worden buitengesloten.
- De buitengesloten leerling steunen.
- De uitsluiting bespreekbaar maken bij een docent.
- Aangeven dat iedereen die bij de groep hoort ook toegang moet krijgen tot noodzakelijke informatie.
Pesten ontstaat en blijft bestaan binnen een sociale context. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen benadrukken dat de groep voor een groot deel bepaalt óf er wordt gepest en hoe daarop wordt gereageerd. Meelopers, versterkers, verdedigers en buitenstaanders kunnen het gedrag laten voortduren of helpen stoppen. De aanpak moet daarom niet uitsluitend worden gericht op de leerling die wordt buitengesloten en de leerling die het initiatief nam. De groepsnorm moet veranderen.
Wat doet online buitensluiten met een leerling?
Online groepscontact is voor veel leerlingen nauw verbonden met hun dagelijkse sociale leven. In groepsapps worden niet alleen grappen en persoonlijke berichten gedeeld, maar ook schoolinformatie, afspraken, foto’s en activiteiten. Wanneer een leerling structureel wordt buitengesloten, krijgt diegene steeds opnieuw de boodschap:
- “Jij hoort er niet bij.”
- “Wij bepalen wanneer jij mag meedoen.”
- “De rest weet meer dan jij.”
- “Niemand komt voor jou op.”
De leerling kan daardoor onzeker, gespannen, verdrietig, boos of wantrouwend worden. Ook kan de leerling voortdurend de telefoon controleren uit angst iets te missen, zich terugtrekken of juist fel reageren. Dat zichtbare gedrag kan vervolgens door anderen worden gebruikt om de leerling als “lastig”, “dramatisch” of “overgevoelig” neer te zetten.
Daarom is het belangrijk niet alleen te reageren op de zichtbare emotie van de leerling, maar te onderzoeken wat eraan voorafging.
Is verwijderen uit een WhatsApp-groep altijd pesten?
Nee. Er kunnen praktische of begrijpelijke redenen zijn waarom iemand niet in een bepaalde groep zit. Een privévriendengroep hoeft bijvoorbeeld niet iedere klasgenoot toe te voegen. Het wordt problematisch wanneer uitsluiting:
- Bewust tegen een bepaalde leerling wordt ingezet.
- Onderdeel is van een terugkerend patroon.
- Wordt gebruikt om iemand te vernederen, controleren of sociaal te isoleren.
- Gevolgen heeft voor school, samenwerking of veiligheid.
- Door een groep wordt gebruikt om de positie van een leerling te verzwakken.
- Niet door de leerling zelf kan worden gestopt.
- Een belangrijk verschil bestaat tussen een privégesprek en een groep die feitelijk een functie voor de klas vervult. Wanneer via een groepsapp noodzakelijke schoolinformatie, taakverdelingen of wijzigingen worden gedeeld, mag een leerling daarvan niet afhankelijk worden gemaakt zonder gelijke toegang tot die informatie.
“Het gebeurde buiten schooltijd” is geen reden om niets te doen
Online buitensluiten kan ’s avonds, in het weekend of buiten het schoolgebouw plaatsvinden. De gevolgen komen echter vaak mee de klas in.
Wanneer leerlingen elkaar op school ontmoeten, samenwerken en dezelfde sociale verhoudingen meenemen, is online gedrag niet volledig los te zien van de schoolcontext. De spanning, onzekerheid en groepsverdeling kunnen invloed hebben op:
- De veiligheid in de klas.
- De deelname aan lessen.
- De samenwerking.
- De leerprestaties.
- Het schoolbezoek.
- De relatie tussen leerlingen.
- De bereidheid om hulp te vragen.
Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen stellen dat pesten ook wanneer het via internet of buiten de directe aanwezigheid van de docent plaatsvindt, onderdeel blijft van een groepsproces dat op school kan worden aangepakt.
Wat kun je als docent direct doen?
Neem de melding serieus
- Reageer rustig en zonder direct te oordelen.
- Zeg bijvoorbeeld:
- “Goed dat je dit vertelt. Ik wil eerst precies begrijpen wat er gebeurt.”
- “Ik hoor dat jij meerdere keren niet bent toegevoegd of bent verwijderd. Ik ga met jou bekijken wat er nodig is.”
- Vermijd uitspraken als:
- “Zet je telefoon dan gewoon uit.”
- “Maak zelf een nieuwe groep.”
- “Misschien bedoelen ze het niet zo.”
- “Je kunt niet verwachten dat iedereen bevriend met je is.”
- Deze reacties kunnen de leerling het gevoel geven dat diegene zelf verantwoordelijk is voor het stoppen van het groepsgedrag.
Breng het patroon in kaart
Onderzoek wat er precies is gebeurd:
- Om welke groep of groepen gaat het?
- Wie beheert de groep?
- Wie is toegevoegd en wie niet?
- Hoe vaak is de leerling verwijderd of genegeerd?
- Welke berichten, afspraken of informatie zijn gemist?
- Wat gebeurde er vóór de uitsluiting?
- Wie weten ervan?
- Wie deden mee?
- Wie zagen het gebeuren?
- Wie probeerden te helpen?
- Wat zijn de gevolgen in de klas?
Vraag niet alleen naar afzonderlijke screenshots. Onderzoek ook de groepscontext en de herhaling.
Bewaar relevante informatie
Vraag de leerling om relevante berichten, groepsnamen, data en screenshots niet direct te verwijderen. Leg alleen vast wat noodzakelijk is voor het onderzoeken van de situatie. Verspreid screenshots niet onnodig onder collega’s, ouders of leerlingen. Bescherm de privacy van alle betrokkenen en volg het geldende schoolbeleid.
Bescherm de leerling tegen verdere uitsluiting
Bespreek welke directe maatregelen nodig zijn om verdere schade te voorkomen. Denk aan:
- Zorgen dat noodzakelijke schoolinformatie via een officieel kanaal beschikbaar is.
- Tijdelijk extra toezicht houden op samenwerking en groepsindeling.
- Voorkomen dat de leerling alleen tegenover de hele groep komt te staan.
- Een vast aanspreekpunt afspreken.
- Op korte termijn opnieuw contact opnemen met de leerling.
Vraag niet aan de leerling om zelf in de groepsapp uit te leggen waarom de uitsluiting moet stoppen. Dit kan de kwetsbare positie verder vergroten.
Stem af met de mentor of anti-pestcoördinator
Online buitensluiten kan onderdeel zijn van een groter patroon. Stem daarom af wie de regie heeft en welke informatie nodig is. Voorkom dat de leerling het verhaal steeds opnieuw aan verschillende medewerkers moet vertellen.
Spreek betrokken leerlingen afzonderlijk
Voer niet direct een gezamenlijk gesprek tussen de leerling die wordt buitengesloten en de leerlingen die buitensluiten. In een gezamenlijk gesprek kan het machtsverschil opnieuw zichtbaar worden. De leerling kan zich onder druk gezet voelen om het gedrag te relativeren of snel te vergeven. Vraag betrokken leerlingen afzonderlijk:
- “Wat gebeurt er in deze groepsapp?”
- “Hoe is besloten wie wel en niet werd toegevoegd?”
- “Wat gebeurde er toen deze leerling werd verwijderd?”
- “Wie had dit kunnen stoppen?”
- “Wat deed jij op dat moment?”
- “Welke gevolgen denk je dat dit voor de ander heeft?”
- “Wat ga jij doen om ervoor te zorgen dat dit stopt?”
Richt de aanpak op de groep
Maak duidelijk dat de norm niet alleen geldt voor degene die op de knop “verwijderen” heeft gedrukt. Ook leerlingen die meedoen, aanmoedigen, informatie gebruiken of bewust niets doen, beïnvloeden het groepsproces. Benoem zonder de gemelde leerling aan te wijzen:
- “Ik zie dat online communicatie invloed heeft op de samenwerking en veiligheid in deze klas. Daarom bespreken we niet wie iets heeft gemeld, maar welke afspraken voor iedereen gelden.”
- “In deze klas gebruiken we groepsapps niet om iemand te isoleren, onder druk te zetten of noodzakelijke informatie te onthouden.”
- “Iedereen heeft invloed op wat in een groep normaal wordt. Niet meedoen, steun geven en hulp halen zijn ook manieren om online buitensluiten te stoppen.”
Wat kun je tegen de klas zeggen?
Wanneer je online buitensluiten in de klas bespreekt, noem je niet de naam van de leerling die de melding heeft gedaan of wordt buitengesloten. Een mogelijke docenttekst:
- “Online buitensluiten lijkt soms klein. Iemand niet toevoegen, uit een groep verwijderen of bewust niet reageren gebeurt met een paar klikken. Voor degene die wordt buitengesloten kan de boodschap heel duidelijk zijn: jij hoort er niet bij.
- Online buitensluiten gaat niet alleen over degene die een groep beheert. Iedereen die meedoet, lacht, de informatie gebruikt of ziet wat er gebeurt, heeft invloed. In deze klas spreken we af dat groepsapps en sociale media niet worden gebruikt om iemand te vernederen, onder druk te zetten of noodzakelijke informatie te onthouden.
- Je hoeft niet met iedereen bevriend te zijn. Je bent wel verantwoordelijk voor hoe je met anderen omgaat. Wanneer je ziet dat iemand doelbewust wordt buitengesloten, kun je niet meedoen, de leerling steunen of hulp vragen bij een volwassene.”
Wat kun je zeggen wanneer leerlingen reageren met “wij mogen zelf weten wie er in onze groep zit”?
Een passende reactie is:
- “Bij een privévriendengroep bepalen jullie zelf met wie jullie contact hebben. Maar wanneer een groep wordt gebruikt voor de klas, een schoolopdracht of informatie die iedereen nodig heeft, gelden andere afspraken.
- Ook in een privéchat mag een groep niet worden gebruikt om iemand doelbewust te vernederen, sociaal te isoleren of tegen anderen op te zetten. We kijken daarom niet alleen naar wie er in de groep zit, maar ook naar wat de bedoeling, het patroon en de gevolgen zijn.”
Wat moet je niet doen?
- Alleen zeggen dat de leerling de groep moet verlaten
Daarmee verdwijnt de digitale omgeving, maar niet het groepsproces. De uitsluiting kan op school en in andere online groepen doorgaan. - De leerling verantwoordelijk maken voor bewijs.
Een leerling hoeft niet eerst een volledig dossier aan te leveren voordat een docent signalen serieus neemt. Screenshots kunnen helpen, maar geven niet altijd de volledige context weer - Direct de hele klas confronteren met de melding.
Wanneer leerlingen kunnen herleiden wie iets heeft verteld, kan de uitsluiting verergeren. Bescherm de leerling en benoem gedrag en groepsnormen zonder de bron bekend te maken. - Een verplichte excusesronde organiseren.
Een snel excuus betekent niet automatisch dat het gedrag stopt of dat de groepsverhoudingen veranderen. Eerst moet duidelijk zijn wat er gebeurde, welke rollen leerlingen hadden en wat nodig is om herhaling te voorkomen. - Alle aandacht richten op de leerling die werd buitengesloten
Vraag niet uitsluitend wat de leerling anders kan doen, hoe diegene weerbaarder kan worden of waarom aansluiting niet lukt. Online buitensluiten wordt veroorzaakt en in stand gehouden door gedrag binnen de groep. De oplossing ligt daarom niet alleen bij degene die wordt buitengesloten. - Alleen de beheerder van de groepsapp aanspreken
De beheerder kan technisch iemand hebben verwijderd, maar andere leerlingen kunnen hebben aangedrongen, aangemoedigd, meegedaan of geprofiteerd van de uitsluiting. Onderzoek alle relevante rollen. - Online buitensluiten bij groepsopdrachten voorkomen
Bij groepsopdrachten kan online buitensluiten directe gevolgen hebben voor beoordeling en studievoortgang.- Laat schoolopdrachten daarom niet volledig afhankelijk zijn van particuliere WhatsApp-groepen. Zorg voor een officieel kanaal waarin alle groepsleden toegang hebben tot:
- De taakverdeling.
- Deadlines.
- Bestanden.
- Wijzigingen.
- Afspraken.
- Individuele bijdragen.
- Laat schoolopdrachten daarom niet volledig afhankelijk zijn van particuliere WhatsApp-groepen. Zorg voor een officieel kanaal waarin alle groepsleden toegang hebben tot:
Controleer tijdens het project niet alleen het eindproduct. Bespreek tussentijds met ieder groepslid:
- Welke taak voer jij uit?
- Welke bijdrage heb jij al geleverd?
- Welke informatie heb jij ontvangen?
- Welke besluiten heeft de groep genomen?
- Waar loop jij tegenaan?
- Kun jij deelnemen aan alle communicatie die nodig is?
Zo wordt eerder zichtbaar wanneer een leerling buiten de communicatie wordt gehouden of wanneer de samenwerking niet gelijkwaardig verloopt.
Preventieve afspraken voor WhatsApp en sociale media
Maak samen met leerlingen concrete afspraken over online groepscommunicatie. Een algemene regel als “we zijn aardig online” is onvoldoende duidelijk. Bespreek bijvoorbeeld:
- Voor schoolinformatie gebruiken we een officieel en toegankelijk kanaal.
- Niemand wordt voor de grap uit een school- of projectgroep verwijderd.
- We maken geen verborgen groep om één klasgenoot buiten te sluiten.
- We delen geen screenshots om iemand belachelijk te maken.
- We spreken elkaar aan wanneer een groepsapp wordt gebruikt om iemand te isoleren.
- We sturen noodzakelijke informatie niet alleen via een privéchat.
- We halen hulp wanneer online gedrag niet veilig zelfstandig kan worden gestopt.
- Degene die hulp vraagt, is niet verantwoordelijk voor het veroorzaken van het probleem.
Maak daarnaast duidelijk wat leerlingen wél kunnen doen:
- Niet meedoen aan een verborgen uitsluitingsgroep.
- Vragen waarom iemand ontbreekt.
- Noodzakelijke informatie ook rechtstreeks delen.
- Een buitengesloten leerling laten weten dat diegene niet alleen staat.
- Het gedrag melden bij een docent, mentor of anti-pestcoördinator.
- Screenshots bewaren wanneer dat nodig is om hulp te krijgen.
Verschillen per onderwijssoort
Primair onderwijs
Bij jongere leerlingen zijn groepsapps vaak gekoppeld aan ouders, games, klassencontact of buitenschoolse activiteiten. Leerlingen begrijpen niet altijd volledig welke gevolgen herhaald verwijderen, blokkeren of negeren heeft. Gebruik concrete voorbeelden en eenvoudige vragen:
- “Wat gebeurt er met iemand als bijna iedereen in de groep zit, behalve die ene leerling?”
- “Wie kan helpen als iemand steeds wordt verwijderd?”
- “Wat kun jij doen zonder jezelf in gevaar te brengen?”
Voortgezet onderwijs
In het voortgezet onderwijs spelen status, groepsdruk, vriendschappen en de mening van leeftijdsgenoten een grote rol. Uitsluiting gebeurt vaker indirect en kan worden verpakt als humor, conflict of persoonlijke keuze. Bespreek niet alleen regels, maar ook:
- Waarom leerlingen zwijgen.
- Wat het oplevert om bij de dominante groep te horen.
- Hoe een like, lachreactie of stilte de uitsluiting versterkt.
- Hoe leerlingen veilig steun kunnen geven.
- Waarom online en offline groepsgedrag met elkaar verbonden zijn.
Middelbaar beroepsonderwijs
In het mbo kan online buitensluiten plaatsvinden binnen klassen, projectgroepen, opleidingen en stagegroepen. Studenten worden soms geacht zelfstandig te functioneren, waardoor docenten minder snel zicht krijgen op problematische groepsprocessen. Let vooral op:
- Studenten die niet worden meegenomen in projectcommunicatie.
- Ongelijke toegang tot bestanden en afspraken.
- Studenten die individueel al het werk doen.
- Uitsluiting van informele opleidings- of stagegroepen.
- Online conflicten die de aanwezigheid en studievoortgang beïnvloeden.
Zelfstandigheid betekent niet dat studenten online uitsluiting zonder ondersteuning moeten oplossen.
Wanneer is extra ondersteuning nodig?
Schakel de mentor, anti-pestcoördinator, zorgcoördinator, het ondersteuningsteam of de schoolleiding in wanneer:
- De uitsluiting structureel of ernstig is.
- Meerdere leerlingen betrokken zijn.
- De leerling bang is om naar school te komen.
- De leerling sterk verandert in gedrag, stemming of aanwezigheid.
- Er bedreigingen, discriminatie, vernedering of verspreiding van beeldmateriaal bijkomen.
- De situatie ondanks eerdere interventies doorgaat.
- Ouders en school sterk van inzicht verschillen.
- De veiligheid van een leerling niet kan worden gegarandeerd.
- De situatie de draagkracht of deskundigheid van de docent overstijgt.
Leg vast wie verantwoordelijk is voor de aanpak, welke afspraken zijn gemaakt en wanneer wordt geëvalueerd.
Veelgestelde vragen over online buitensluiten
- Wat is online buitensluiten?
Online buitensluiten is het bewust beperken van iemands deelname aan digitale groepscommunicatie, contacten, informatie of activiteiten. Dit kan gebeuren via WhatsApp, Snapchat, TikTok, Instagram, Discord, online games en andere digitale omgevingen. - Is iemand niet toevoegen aan een WhatsApp-groep altijd cyberpesten?
Nee. Niet iedere privéchat hoeft voor iedereen toegankelijk te zijn. Het kan cyberpesten worden wanneer één leerling bewust, herhaaldelijk en vanuit een machtsverschil wordt buitengesloten, vernederd of geïsoleerd. - Wat is een verborgen groepsapp?
Een verborgen groepsapp is een tweede of afzonderlijke groep waarvan één of enkele leerlingen niet weten dat deze bestaat of waartoe zij bewust geen toegang krijgen. Zo’n groep kan worden gebruikt voor privécontact, maar ook om leerlingen buiten te sluiten, over hen te praten of informatie bij hen weg te houden. - Wat kan een docent doen bij buitensluiten in een groepsapp?
Neem de melding serieus, onderzoek het patroon, bescherm de leerling, verzamel noodzakelijke informatie en stem af met de mentor of anti-pestcoördinator. Spreek betrokken leerlingen afzonderlijk en richt de aanpak ook op de groepsnorm en de rol van omstanders. - Moet een school iets doen als het online buitensluiten buiten schooltijd gebeurt?
Wanneer het online gedrag gevolgen heeft voor de veiligheid, samenwerking of deelname op school, kan de school het niet los zien van de schoolcontext. De groepsverhoudingen en gevolgen komen immers mee de klas in. - Waarom vertelt een leerling online buitensluiten soms niet?
Een leerling kan bang zijn dat de situatie erger wordt, dat screenshots worden verspreid, dat klasgenoten boos worden of dat diegene als verrader wordt gezien. Ook kan een leerling denken dat volwassenen niets kunnen doen omdat het gedrag online plaatsvindt. - Wat kunnen klasgenoten doen tegen online buitensluiten?
Klasgenoten kunnen weigeren mee te doen, vragen waarom iemand ontbreekt, noodzakelijke informatie delen, steun geven, de groepsnorm benoemen en hulp vragen bij een volwassene. Zij hoeven het probleem niet alleen op te lossen. - Hoe bespreek je online buitensluiten zonder de gemelde leerling bekend te maken?
Benoem het gedrag, de gevolgen en de groepsnorm zonder namen te noemen. Zeg dat online communicatie invloed heeft op de veiligheid en samenwerking in de klas en dat de afspraken voor iedereen gelden. - Wat is het verschil tussen een conflict en online buitensluiten?
Bij een conflict zijn partijen meestal relatief gelijkwaardig en kunnen zij voor zichzelf opkomen. Bij pesten is sprake van herhaling, een machtsverschil en moeite om het gedrag zelfstandig te stoppen. Een conflict kan wel overgaan in online buitensluiten wanneer een groep zich tegen één leerling keert. - Hoe voorkom je buitensluiten tijdens online groepsopdrachten?
Gebruik een officieel kanaal voor schoolinformatie, maak individuele bijdragen zichtbaar en controleer tussentijds of ieder groepslid toegang heeft tot afspraken, bestanden en taakverdelingen. Beoordeel niet alleen het eindproduct. - Online buitensluiten stoppen vraagt om de hele groep
Online buitensluiten is niet alleen een digitaal probleem tussen twee leerlingen. Het is vaak onderdeel van een groepsproces waarin verschillende leerlingen invloed hebben op wat normaal wordt gevonden. - Een effectieve aanpak richt zich daarom op:
- De veiligheid van de leerling die wordt buitengesloten.
- Het gedrag van leerlingen die het initiatief nemen.
- De rol van meelopers en aanmoedigers.
- De stilte van leerlingen die het zien gebeuren.
- Het versterken van leerlingen die steun geven.
- Een duidelijke en consequente groepsnorm.
- Daadkrachtig handelen door docenten en andere onderwijsprofessionals.
Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen onderstreept dat pesten als groepsproces moet worden aangepakt en dat docenten invloed hebben op de normen in de groep. Daadkrachtig optreden en het activeren van leerlingen die niet met het pesten instemmen, kunnen helpen om de sociale opbrengst van pesten te verkleinen.
Over Stop Pesten Nu
Stop Pesten Nu is het landelijke kennis-, informatie- en expertisecentrum over pesten en online pesten. Wij bieden docenten, mentoren, anti-pestcoördinatoren, scholen en andere onderwijsprofessionals betrouwbare informatie, praktische materialen en opleidingen voor het herkennen, voorkomen en aanpakken van pesten en cyberpesten.
Binnen Stop Pesten Nu staat één uitgangspunt centraal: pesten aanpakken als groepsproces, met de hele groep of klas.
Meer kennis en handelingsmogelijkheden nodig?
Bekijk de informatie, lesmaterialen, trainingen en opleidingen van Stop Pesten Nu en de Stop Pesten Nu Academy over:
• Cyberpesten herkennen en aanpakken.
• Pesten als groepsproces.
• Online groepsdruk.
• De rol van omstanders.
• Trainingen voor docenten en mentoren.
• De basis- en verdiepingscursus Anti-pestcoördinator.
• Sociale veiligheid in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs.
Bronnen
- Huitsing, G., Lodder, G.M.A., Browne, W.J., Oldenburg, B., Van der Ploeg, R. en Veenstra, R. Anti-pestprogramma’s voor het voortgezet onderwijs: ingrediënten voor effectief ingrijpen. Rijksuniversiteit Groningen.
- Huitsing, G. en Veenstra, R. Het KiVa-antipestprogramma: samen pesten tegengaan op Nederlandse basisscholen. Rijksuniversiteit Groningen.

