​Pesten in de klas voorkomen: Hoe groepsdynamiek en de leraar het verschil maken | Stop Pesten NU

​Pesten in de klas voorkomen: Hoe groepsdynamiek en de leraar het verschil maken

Pesten komt voor op alle schoolniveaus: van het knutselhoekje in groep 3 tot de studieruimte in het MBO. Maar pesten is geen simpel conflict; het is een complex groepsproces, gevoed door sociale normen, status en de dynamiek tussen leerlingen. Begrijpen hoe dit werkt, is onmisbaar voor wie pesten wil voorkomen en een positieve groepscultuur wil bouwen.

Wat is pesten precies en waarom gebeurt het overal?

Pesten wordt gezien als opzettelijke, herhaalde agressie tegen een kwetsbaarder individu (Garandeau et al., 2022). Dit kan fysiek zijn, zoals duwen op het schoolplein in het PO, maar ook verbaal: schelden of iemand belachelijk maken in een WhatsApp-groep op het VO. In het MBO kan het zich subtieler uiten, bijvoorbeeld door iemand structureel te negeren tijdens groepsopdrachten of vervelende bijnamen te gebruiken.

Het machtsverschil is altijd aanwezig. Pesters zoeken vaak naar een manier om zichzelf hoger op de sociale ladder te zetten, ten koste van een ander.

De rol van de klas: Normen, populariteit en afwijzing

  • In het primair onderwijs (PO) zie je vaak dat kinderen groepsvorming starten rond kleine ‘cliques’. Denk aan de populaire groep die altijd samen speelt en de leerling die structureel wordt buitengesloten bij spelletjes.
  • In het voortgezet onderwijs (VO) wordt pesten vaak gekoppeld aan status: de ‘stoere’ leerlingen die online roddels verspreiden of iemand vernederen in de kantine. Hier speelt de bullying-popularity norm een grote rol; pesten kan juist gezien worden als een manier om populair te blijven.
  • In het MBO zien we soms dat pesten gebeurt in de vorm van sociaal uitsluiten binnen praktijkgroepen of door subtiele opmerkingen in de klas, vaak versterkt door groepsdruk en de wens om bij een bepaalde vriendengroep te horen.

Leerlingen die aardig gevonden worden (likability) of populair zijn, hebben meer invloed en durven soms eerder een slachtoffer te verdedigen. Toch hangt dit sterk af van de norm in de groep: als de klas het pestgedrag stilzwijgend goedkeurt, is de drempel om in te grijpen veel hoger.

Waarom kinderen en jongeren niet altijd ingrijpen: Het bystander effect

In een groep durft bijna niemand het voortouw te nemen. Dit fenomeen — het bystander effect — speelt al op jonge leeftijd, maar wordt sterker in het VO en MBO, waar sociale afwijzing nog zwaarder weegt (Barhight et al., 2017). In de praktijk betekent dit dat in groep 6 kinderen soms naar een volwassene gaan als iemand wordt gepest, maar in 3 havo vinden leerlingen het vaak gênant om ‘de klikspaan’ te zijn. In het MBO kan het zelfs leiden tot apathie: studenten denken dat het ‘erbij hoort’ of dat het slachtoffer zich maar moet ‘harden’.

De gouden weken: Cruciaal voor alle schooltypes

De eerste weken van het schooljaar, de gouden weken, zijn dé kans om groepsnormen te sturen (Karels, 2024). In het PO betekent dit bijvoorbeeld samen klasregels opstellen met kleurrijke posters en kennismakingsspelletjes spelen. In het VO kan het gaan om een brugklaskamp of gezamenlijke projecten waarin iedereen samenwerkt, zodat leerlingen elkaar leren kennen buiten vaste vriendengroepjes om. In het MBO kan het bijvoorbeeld betekenen dat docenten praktijkopdrachten gebruiken om studenten in wisselende duo’s of kleine groepen te zetten, zodat vaste patronen worden doorbroken. Ook informele activiteiten, zoals een introductieweek met gezamenlijke lunches of sportdagen, helpen om drempels te verlagen en onderlinge verbondenheid te versterken.

Hoe pesten zich verspreidt: Groepsnetwerken in de praktijk

  • De bully selection hypothesis laat zien dat leerlingen die samen iemand pesten vaak hechte vrienden worden (Rambaran et al., 2020). Bijvoorbeeld in het PO zie je dat twee kinderen die samen een klasgenoot belachelijk maken bij de gymles, buiten school ineens beste vrienden worden.
  • In het VO kan een leerling die eerst passief toekeek, later zelf actief gaan pesten omdat hij zich wil bewijzen tegenover populaire klasgenoten — een voorbeeld van de bully influence hypothesis.
  • In het MBO is het soms subtieler: studenten die bijvoorbeeld afspreken om tijdens een groepsproject het werk van één student te negeren of sarcastisch te bekritiseren, wat later uitgroeit tot een soort ‘standaardgrap’ in de klas.

Effectieve strategieën voor pesten voorkomen in de klas

Een sociale normen interventie werkt in alle schooltypes, maar kan net wat anders worden toegepast. In het PO kun je posters maken waarop staat dat ‘de meeste kinderen pesten afkeuren’. In het VO kan dit bijvoorbeeld via presentaties door opinieleiders of influencers binnen de school. In het MBO kan het werken via peer-to-peer workshops waarin studenten hun eigen ervaringen delen. Daarnaast is autonomie-ondersteunend onderwijs een krachtige methode (Yoo et al., 2025). In het PO betekent dit dat leerlingen bijvoorbeeld zelf mogen meedenken over beloningen of klastaken. In het VO kan dit via keuzevrijheid bij opdrachten of zelfgekozen projecten. In het MBO speelt autonomie een nóg grotere rol, omdat studenten zelfstandigheid en verantwoordelijkheid willen ontwikkelen. Door deze ruimte te bieden, voelen ze zich gezien en gemotiveerd om positief gedrag te tonen.

De leraar als regisseur: Verschillen per schooltype

Leraren hebben in elk type onderwijs een andere positie. In het PO zijn ze vaak de vaste vertrouwenspersoon; kinderen zien hen soms als tweede ouder. In het VO verschuift de rol meer naar die van begeleider of coach, terwijl in het MBO de docent vaak ook fungeert als mentor en loopbaanbegeleider. Een PO-leerkracht kan al vroeg signalen oppikken tijdens het buitenspelen of in de kring. Een docent in het VO moet alert zijn op subtiele signalen, zoals sociale media-drama’s of veranderingen in groepsopdrachten. In het MBO kan het helpen om tijdens stagebezoeken en praktijklessen extra aandacht te besteden aan groepsdynamiek, omdat daar pesten soms buiten het zicht van school gebeurt.

 

Conclusie: Pesten stoppen in elke schoolomgeving vraagt maatwerk

Pesten is geen losstaand probleem van ‘vervelende kinderen’, maar een groepsproces dat diep geworteld zit in sociale relaties en status. Of het nu gaat om een basisschoolklas, een brugklas of een MBO-groep, de aanpak vraagt maatwerk en oog voor detail. Door te investeren in de gouden weken, sociale normen expliciet te maken en autonomie te ondersteunen, kan de leraar — ongeacht schooltype — het verschil maken. Uiteindelijk geldt: een veilige klas bouw je niet in een dag, maar elke dag opnieuw.