Pesten in het woonzorgcentrum begrijpen en aanpakken | Stop Pesten NU

Pesten in het woonzorgcentrum begrijpen en aanpakken

Pesten wordt vaak geassocieerd met kinderen op het schoolplein, maar de realiteit in de ouderenzorg is ernstiger dan velen denken. Onderzoek toont aan dat maar liefst 20% van de bewoners in woonzorgcentra regelmatig slachtoffer is van pestgedrag door medebewoners. Dit percentage is zelfs twee keer zo hoog als op Nederlandse basisscholen. Omdat de gevolgen voor het welzijn en de gezondheid van ouderen ingrijpend zijn, is een proactieve aanpak van cruciaal belang.

Wat is pesten onder bewoners?

In de ouderenzorg wordt vaak gesproken over 'relationele agressie'. Het gaat om het systematisch uitoefenen van psychische of fysieke mishandeling tegenover een bewoner die zich niet kan verdedigen.

​Onderstaande voorbeelden helpen bij het herkennen van zowel openlijke als verborgen pesterijen

Verbale en psychologische pesterijen

Dit zijn vaak de meest voorkomende vormen die de sfeer op een afdeling kunnen vergiftigen:

  • Roddelen en zwart maken: Het opzettelijk verspreiden van kwaadaardige geruchten of tegen een slachtoffer zeggen dat "niemand hem of haar mag".
  • Krenkende opmerkingen en sneers: Het voortdurend bekritiseren of omlaag halen van een bewoner, bijvoorbeeld door iemand een "zeikerd" te noemen.
  • Sarcasme en spot: Het belachelijk maken van iemands gedrag, uiterlijk of beperkingen, zoals lachen om iemand die moeite heeft met netjes eten.
  • Dreigende taal: Het verbaal intimideren of bang maken van medebewoners.
  • Sociale uitsluiting en isolatie

Deze vorm van pesten tast direct de menselijke waardigheid en de behoefte aan verbondenheid aan:

  • Territoriumdrift: Het systematisch bezet houden van plekken aan de eettafel of in de koffiehoek ("Nee, daar mag jij niet zitten, dat is de plek van Truus!") om nieuwkomers of ongewensten te weren.
  • Collectief negeren: Het weigeren om te praten met een bewoner of het collectief negeren van iemand tijdens gezamenlijke activiteiten zoals sjoelen of kaartspelletjes.
  • Subtiele uitsluiting: Het opzettelijk overslaan van een specifieke bewoner bij het uitdelen van traktaties, zoals een plakje cake bij een verjaardag.
  • Zich afkeren: Heel subtiel de rug toekeren of wegkijken zodra een specifieke bewoner de kamer binnenkomt of "goedemorgen" zegt.
  • Fysieke en materiële intimidatie

Hoewel minder vaak voorkomend dan op scholen, komen fysieke vormen van agressie zeker voor:

  • Blokkeren van de weg: Het bewust in de weg staan of de doorgang versperren met een rollator, bijvoorbeeld bij liftdeuren of in smalle gangen.
  • Materiële pesterijen: Het opzettelijk leeg laten lopen van de banden van een rollator of het verstoppen van persoonlijke eigendommen.
  • Intimidatie met de lift: Net voor iemands neus de liftdeur dichtdrukken.
  • Fysiek geweld: In ernstige gevallen komt schoppen, slaan, spugen of zelfs het overgieten met een emmer water voor.
  • Subtiele non-verbale signalen

Zorgpersoneel moet alert zijn op de lichaamstaal van zowel de pester als het slachtoffer:

  • Blikken en gebaren: Het geven van afkeurende of dreigende blikken, fronzen als iemand spreekt of dreigende lichaamstaal aannemen.
  • Gedrag van het slachtoffer: Bewoners die plotseling hun kamer niet meer uitkomen (vluchtgedrag), trillen of zenuwachtig worden tijdens de maaltijd, of angstig en somber overkomen.
  • Let op: Soms lijkt pestgedrag onbedoeld, bijvoorbeeld wanneer iemand zich genegeerd voelt terwijl de ander in feite slechtziend of slechthorend is. Ook kan hersenschade door dementie leiden tot ontremd gedrag waarbij bewoners onbewust kwetsende of racistische opmerkingen maken. Het is daarom cruciaal om altijd de achterliggende oorzaak en de wilsbekwaamheid van de pester te onderzoeken voordat er wordt ingegrepen.

De rol van groepsdynamiek

Pesten is bijna altijd een groepsfenomeen dat voortkomt uit specifieke processen binnen een bewonersgroep.

  • Machtstrijd en hiërarchie: Een woonzorgcentrum kan soms aanvoelen als een 'apenrots'. Door het overlijden van bewoners of de instroom van nieuwkomers wordt het evenwicht voortdurend verstoord, wat een strijd om de macht kan triggeren.
  • Het zondebokmechanisme: Frustraties over verlies van autonomie of gezondheid worden soms geprojecteerd op één zwakker groepslid.
  • Het 'spiegel-effect': De sfeer onder bewoners weerspiegelt vaak de cultuur in het zorgteam. Een onveilig team waar geroddeld wordt, mist de morele antenne om pestgedrag tussen bewoners te signaleren.
  • Dementie en gedragsveranderingen: Bij hersenschade kan het empathisch vermogen achteruitgaan, waardoor bewoners onbedoeld kwetsende of racistische opmerkingen maken.

Hoe herkent u signalen?

Slachtoffers durven pesten vaak niet aan te geven uit schaamte of angst voor verergering. Let daarom op de volgende signalen:

  • Teruggetrokken gedrag: Een bewoner vlucht steeds vaker naar de eigen kamer en vermijdt gezamenlijke maaltijden of uitjes.
  • Emotionele veranderingen: Plotse somberheid, angst, zenuwachtig trillen of onverklaarbare huilbuien.
  • Lichamelijke klachten: Veranderingen in eetlust, slaapproblemen of 'onbegrepen' somatische klachten.

Aanpak en interventie

Een veilige leefomgeving vereist een actieve houding van zowel personeel als familie.

  • Implementeer een pestprotocol: Maak duidelijk wat de regels zijn, hoe er gemeld kan worden en welke sancties er volgen bij herhaling.
  • Goede introductie: Begeleid nieuwe bewoners intensief tijdens de eerste weken en stel ze actief voor aan de groep om uitsluiting te voorkomen.
  • Maak het bespreekbaar: Organiseer informatieavonden voor medewerkers, bewoners en familie om bewustwording te creëren.
  • Omgevingsinterventies: Gebruik kleinere tafels in de eetzaal of deel groepen anders in om 'kliekjesvorming' en spanningen te verminderen.

Wegkijken is geen optie. Het aanpakken van pesten is niet alleen een morele plicht, maar ook een wettelijke verantwoordelijkheid in het kader van goede zorg.