Waarom pesten leerlingen eigenlijk? Veel onderzoek richt zich op de cijfers, maar een recente studie van de Universiteit van Hong Kong duikt dieper in de belevingswereld van scholieren. Het onderzoek werpt een nieuw licht op pesten als een ‘adaptieve strategie’ om om te gaan met stress, een disfunctionele thuissituatie en – opvallend genoeg – intense verveling.
Emoties als de schakel
Het onderzoek, uitgevoerd door Yuanmei Dong en gepubliceerd in het Asian Journal of Criminology, combineert twee belangrijke criminologische theorieën om pestgedrag te verklaren. Enerzijds de General Strain Theory, die stelt dat stressfactoren leiden tot negatieve emoties die vervolgens ontladen worden via deviant gedrag. Anderzijds de Edgework Theory, die verklaart waarom individuen risico’s opzoeken voor de kick en een gevoel van controle.
De centrale conclusie is dat emoties de cruciale link vormen tussen de omgeving van een kind (zoals school en gezin) en het uiteindelijke pestgedrag.
De bronnen van spanning
Scholieren staan onder grote druk, wat leidt tot zogenaamde "structureel geconditioneerde emoties". De belangrijkste bronnen van deze spanning zijn:
- Academische druk: De enorme focus op examenresultaten en de angst om te falen.
- Verwachtingen van anderen: De strijd om te voldoen aan de hoge eisen van ouders en leraren.
- Familiale stress: Conflicten thuis of een gebrek aan emotionele steun, waardoor de thuissituatie geen veilige haven meer is.
- Verveling: Een monotoon schoolsysteem zonder creatieve prikkels zorgt voor een gevoel van zinloosheid.
Twee paden naar pestgedrag
Volgens het onderzoek kiezen leerlingen voor pesten via twee verschillende motivaties:
- Verlichting van negatieve emoties: Pesten fungeert als een emotionele uitlaatklep. Leerlingen die zich vernederd, boos of machteloos voelen door hun omgeving, gebruiken pesten om deze frustratie te uiten.
- Het najagen van emotionele beloningen: Pesten wordt ook ingezet als een vorm van 'vrijwillig risicogedrag'. Het biedt spanning, een gevoel van superioriteit en een manier om de dagelijkse sleur te doorbreken. Het vermijden van straf geeft de pester daarbij een gevoel van prestatie en controle.
Het onderzoek benadrukt dat pesten vaak wordt gekozen omdat het een onmiddellijke en goedkope methode is die beide functies tegelijkertijd kan vervullen: het verlicht de pijn én geeft een kick.
Relevantie voor de Nederlandse context
Hoewel dit specifieke onderzoek is uitgevoerd in een Chinese stad (Lanzhou), zijn de onderliggende mechanismen zeer relevant voor de Nederlandse onderwijspraktijk, al zijn er belangrijke nuances.
Waarom dit onderzoek relevant is voor Nederland:
- Universele theorieën: De gebruikte theorieën over stress en risicogedrag zijn universeel menselijk. Ook in Nederland ervaren jongeren prestatiedruk en kunnen zij zich vervelen in een gestandaardiseerd schoolsysteem.
- Focus op verveling: In Nederland wordt pesten vaak gezien als een gebrek aan empathie of een machtsstrijd. Dit onderzoek wijst op verveling als een belangrijke drijfveer. Dit biedt Nederlandse scholen een extra handvat: het verrijken van het curriculum met zinvolle buitenschoolse activiteiten kan preventief werken.
- Gezinsdynamiek: De rol van de thuissituatie als 'buffer' tegen schoolstress is een universeel concept dat ook voor Nederlandse jeugdzorg en leraren essentieel is bij het signaleren van problemen.
Waarom we voorzichtig moeten zijn met de vergelijking:
- Culturele verschillen: Het onderzoek benadrukt de invloed van de Confuciaanse cultuur, waarin gehoorzaamheid aan autoriteit en het 'bewaren van het gezicht' centraal staan. In Nederland is de communicatie tussen leerling, ouder en leraar doorgaans platter en opener.
- Extreme examendruk: De Chinese focus op het toelatingsexamen voor de universiteit is vele malen intenser dan de Nederlandse CITO- of eindexamendruk. De "structurele spanning" kan in Nederland dus anders van aard zijn.
- Verschillende copingmechanismen: In de bron wordt vermeld dat Chinese slachtoffers vaker wordt verteld dat "er twee nodig zijn om te dansen" (eigen schuld), wat emotionele internalisering versterkt. De Nederlandse aanpak is vaker gericht op actieve interventie en het weerbaar maken van slachtoffers.
Conclusie: Dit onderzoek herinnert ons eraan dat pesten niet altijd voortkomt uit pure slechtheid, maar vaak een misplaatste poging is van een kind om emoties te reguleren. Door niet alleen naar het gedrag te kijken, maar ook naar de onderliggende stress en verveling, kunnen we in Nederland effectievere antipestprogramma's ontwikkelen.

