Plagen en Pesten | Verschil | Kenniscentrum Pesten

084-0035994

Foutmelding

You may not view this site from your current location.

Plagen en Pesten | Verschil | Kenniscentrum Pesten

Er is een groot verschil tussen plagen en pesten. Als je geplaagd wordt, kun je altijd terugplagen. Dan komen er geen problemen. Plagen is niet gemeen, plagen is grappig. Om plagen kun je lachen en een volgende keer is een ander aan de beurt.Toch moet je met plagen ook opletten. Als hetzelfde kind lang geplaagd wordt, dan vindt diegene dat misschien niet meer leuk. En dan is het pesten. Er zijn ook gevoelige kinderen die niet goed tegen plagen kunnen en dat eerder als pesten ervaren. Het is belangrijk dat je daar goed op let. 

Het verschil tussen plagen en pesten

Als je geplaagd wordt, kun je altijd terugplagen. Daar ontstaan geen problemen van. Plagen is niet gemeen, plagen is voor alle partijen grappig. Om plagen kun je lachen, niet iedere keer dezelfde is aan de beurt. Plagen is ook meestal 1 tegen 1 en is makkelijk te stoppen.
Het is niet zo dat je met plagen niet op hoeft te letten opletten. Als dezelfde persoon lang of veel geplaagd wordt, dan kan het zijn dat de ontvanger het niet meer leuk vindt. En dan is het pesten geworden.

De ontvanger bepaalt of het Plagen of Pesten is. De zender kan het nog net zo leuk bedoelt of gezegd hebben, de ontvanger bepaald.

Bij Pesten is de sfeer negatief en er is altijd sprake van meer tegen één. Er is sprake van een machtsverschil, het slachtoffer is niet in staat tegen de sterkere partij (pestkop met meelopers) te verweren. Pesten is altijd gemeen bedoeld en het kan niet in je eentje worden gestopt. 

‘Iemand wordt gepest wanneer hij of zij herhaaldelijk en langdurig wordt blootgesteld aan negatieve handelingen door één of meer personen’.

Deze definitie is door verschillende bronnen aangevuld met de volgende criteria:

  • er is sprake van een negatieve bedoeling;
  • de negatieve handelingen zijn structureel en tegen dezelfde persoon gericht;
  • er is sprake van machtsongelijkheid. Pesters staan hoger in de sociale groepshiërarchie en/of hebben meer medestanders dan de gepeste.

Wanneer er niet wordt voldaan aan één of meerdere van deze criteria kan er sprake zijn van plagen of ruzie. Dat is echt iets anders dan pesten, maar het verschil is niet altijd in één oogopslag te zien. Door alert te zijn op signalen en deze goed te interpreteren kan onderwijspersoneel beter inschatten of het gaat om pesten.

Als je het niet fijn, of vervelend vindt wat iemand doet dan is het geen plagen, maar PESTEN!
 

De verschillen tussen plagen en pesten in een overzicht 

PLAGENPESTEN
Gebeurt af en toeGebeurt vaak en lang
Iedereen is gelijk. Eerst plaagt de één en dan plaagt de ander weerEén of meer kinderen spelen de baas
Het gaat heen en weerGaat altijd één kant op met vaak hetzelfde slachtoffer
Voor de lolGemeen bedoelt
Je kunt zeggen als het niet meer leuk isHet is moeilijk of niet te stoppen
Voor iedereen is het leukVoor de één is het leuk maar voor de ander niet



Belangrijk om te onthouden: De ontvanger bepaalt of het plagen of pesten is!

 

Wanneer wordt plagen pesten? 'Het gaat er niet om wat jij doet, maar hoe het bij de ander binnenkomt'

Wanneer gaat een onschuldige grap te ver en valt iets onder pestgedrag? Het lijkt een moeilijke vraag, waar geen eenduidig antwoord op te geven is. Toch is het antwoord volgens directeur Patricia Bolwerk van Stop Pesten Nu juist heel simpel.

"Je vertoont pestgedrag als ook maar één iemand dat gedrag niet fijn vindt", zegt directeur en oprichter Patricia Bolwerk van Stop Pesten Nu. "Mensen zeggen wel eens: 'ik plaag met zo nu en dan een ruw randje', maar dat soort plagen bestaat niet. Op het moment dat er 'een ruw randje' aan zit, is het pestgedrag. Door plagen wordt niemand verdrietig."

Kijk naar de ander

Per klas worden zo'n twee tot drie leerlingen dagelijks gepest, zegt Stop Pesten Nu. Op de werkvloer zijn zo'n 500 duizend mensen jaarlijks slachtoffer van pesten. En ook bij ouderen komt het voor: een op de vijf ouderen in het bejaardentehuis wordt gepest.

"Het gaat er niet om wat jij wel of niet doet, het gaat erom hoe dat bij een ander binnenkomt." Dat maakt pesten zo complex, zegt onderwijsdeskundige Marcel van Herpen.

Spannend

"Jij gaat er niet over of je pest of niet", legt hij uit. "Daar gaat de ander over. Het verschil tussen pesten en plagen hangt niet af van wat jij erover zegt, denkt, vindt of voelt. Dat hangt af van hoe het aan de andere kant beleefd wordt. Wat voor jou een grapje is, kan voor iemand anders vervelend zijn."

"Als jij met vrienden bent, kun je elkaar voor rotte vis uitmaken, dat kan grappig zijn. Dat heeft niets met pesten te maken. Maar op het moment dat er bijvoorbeeld culturele verschillen zijn, of wanneer iemand het gevoel heeft dat hij of zij niet bij de groep hoort, dan worden grapjes heel spannend."

Pesten voorkomen

Wat volgens Bolwerk belangrijk is op scholen, is dat leerkrachten niet in lange gesprekken terechtkomt met leerlingen over pesten. "Reageer op het moment dat het gebeurt", raadt ze aan. "Uit onderzoek blijkt dat kinderen dat het fijnst vinden. Het is effectief. Daarnaast hebben leerkrachten vaak de tijd niet om lange gesprekken te voeren met vragen zoals: waarom doe je dit, hoe is dat gekomen, etcetera."

Pesten komt voor op plekken waar mensen zich niet veilig voelen, zegt Bolwerk. Waar je als leerkracht kunt reageren op pestgedrag, moet je dat in omgevingen met volwassen op dezelfde manier doen. "Je moet je oren en ogen ophouden. En als je iets ziet wat iemand anders niet fijn vindt, zeg je meteen op dat moment: 'Wat ik hier zie, vind ik niet oké. Ik accepteer dat niet'. Als iets een vreemd gevoel bij je oproept, is dat ook zo."

Empathisch vermogen ontwikkelen

Deze vaardigheid om het te signaleren moet je volgens Van Herpen al vroeg ontwikkelen. "Dat kan alleen maar als er in een vroeg-schoolse ontwikkeling, vanaf de basisschool, kinderen geleerd wordt het perspectief van anderen in te nemen. En dat ontbreekt op heel veel scholen."

Omdat bijna alle scholen met vaste programma's werken, krijgen kinderen vaak allerlei vaardigheden aangeleerd, zowel cognitief als sociaal-emotioneel. "En daar gaat het helemaal niet over", zegt hij. "Het gaat erom dat je in een activiteit, waar je iets aan het doen bent dat voor jou goed of fijn is, rekening houdt met hoe dat voor anderen zal zijn. Het is het ontwikkelen van je empathische vermogen."

Week tegen Pesten

Het is niet voor niks (afgelopen) deze week de Week tegen Pesten. Uit onderzoek blijkt dat in de eerste 6 weken van het schooljaar de groepsindeling wordt bepaald. In deze weken kun je nog invloed uitoefenen voor een positieve sfeer in de groep. Vandaar dat de Week tegen Pesten nu begint.

'Mijn kind pest niet'

Op scholen is het lastige dat er veel mensen bij betrokken zijn. De leerkrachten, de leerlingen, maar zeker ook de ouders. Bolwerk ziet dat veel ouders zeggen: 'mijn kind pest niet.' Maar de kans dat je een pester of meeloper hebt als kind, is veel groter dan dat je een gepest kind hebt. "De pesters en meelopers vallen vaak in die 90 procent die niet gepest wordt."

Als ouder kun je ook niet weten dat jouw kind meedoet aan pestgedrag. "Kinderen die thuis hondsbrutaal zijn, zijn in een groep misschien de rustigste kinderen en andersom. Groepsdruk doet zo veel met een kind. Zeg als ouder gewoon als je hoort dat jouw kind pest: wat vervelend, ik ga het gesprek erover aan. En vraag je kind: ik heb gehoord dat je dit doet, waarom doe je dit? Ik accepteer het niet."

Opdracht voor pester en gepeste

Van Herpen ziet het liefst dat kinderen inzicht krijgen, zowel de pester als degene die gepest wordt. Als voorbeeld noemt hij twee kleuters die ruzie maken over een bal. "Je kunt tegen die ene kleuter zeggen: 'ja, ik begrijp wel dat het jouw bal is, maar die heb je zelf weggegooid.'. En tegen die ander kun je zeggen: 'ik begrijp wel dat het jouw bal is, want je zag hem gewoon liggen.' Dat is de kern van de hele interventie."

"In die interventie krijgen allebei de kinderen een opdracht: jij moet zorgen dat je hier tegen gaat kunnen, want er komen nog heel veel mensen die dit soort dingen gaan zeggen", zo krijgt het gepeste kind te horen. "En jij moet zorgen dat je er rekening mee houdt dat iemand anders geen aanstoot kan nemen", is de boodschap aan de pester. "En die opdracht krijgen ze tegelijk", zegt hij met nadruk.

'Sla een keer van je af', werkt niet

"Zeg niet dat jouw kind een keer een duw terug moet geven of van zich af moet bijten", zegt Bolwerk tegen ouders van een gepest kind. "Want als je dat als kind niet durft te doen, voel je je nog een grotere kneus dan je je al voelt omdat je gepest wordt."

Om pesten te stoppen moet meerdere mensen met elkaar iets veranderen. "Begin met het openen van je oren en ogen. Er is altijd iemand die pestgedrag ziet."

 

 
     
    Doelgroep: 
    Bejaarden
    Kinderen en jongeren
    Professionals
    Sport en Vrije Tijd
    Pesten op het werk
    Ouders

    Tip van de redactie

    Tip van onze redactie met interessante informatie over pesten en online pesten (cyberpesten):