Lesidee PO bovenbouw Gedicht: ‘Woorden voor wat je ziet op het plein’

PO bovenbouw Gedicht: ‘Woorden voor wat je ziet op het plein’

Herkenbaar uit de praktijk

Op het schoolplein wordt elke ochtend een potje voetbal gespeeld. De vaste aanvoerders zijn Daan en Roos, die om de beurt hun team mogen kiezen. Elke ochtend wordt Sam als een van de laatsten gekozen, ook al doet hij erg zijn best om aardig te zijn tegen iedereen in de klas. Niemand scheldt Sam uit en niemand duwt hem. Maar als het bijna zijn beurt is om gekozen te worden, kijken sommige kinderen weg of fluisteren ze tegen elkaar. Juf Marieke ziet dat Sam tijdens de pauze vaak alleen langs het hek loopt terwijl anderen samen spelen. Wanneer ze aan de klas vraagt wie er met Sam wil spelen, is het eerst stil, tot Fenna zich meldt. De sfeer in de klas voelt voor Sam al een tijdje zwaar, terwijl er eigenlijk ‘niets ergs’ is gebeurd.

► Download het lesmateriaal

Wat leren kinderen?

  • Zij ontdekken dat wegkijken, fluisteren en als laatste kiezen net zoveel invloed hebben op iemand als plagen of schelden.
  • Zij oefenen met het onder woorden brengen van een gevoel of situatie vanuit een ander perspectief dan hun eigen plek in de klas.
  • Zij ervaren dat een paar goedgekozen woorden net zo veel indruk kunnen maken als een heel lang verhaal.

Waarom deze les?

Onderzoekers die pestsituaties op een schoolplein filmden en bestudeerden, zagen dat kinderen die pesten zagen gebeuren, in slechts een kwart van de gevallen ook echt iets deden om het te stoppen. Meer dan de helft keek passief toe, en een deel deed zelfs mee (O'Connell, Pepler & Craig, 1999). Vervolgonderzoek van Cappadocia, Pepler, Cummings en Craig (2012) laat zien dat kinderen die wél ingrijpen dit vaak doen omdat ze het gewoon niet eerlijk vinden, terwijl kinderen die niets doen vaak denken dat het ‘niet aan hen is’ om iets te zeggen. Een gedicht is een mooie manier om dat gevoel van ‘ik zie het wel, maar zeg niks’ voor het eerst hardop te maken.

Doelgroep en wanneer inzetten

  • Doelgroep: groep 5 t/m 8 (aanpasbaar voor groep 3-4, zie differentiatie)
  • Wanneer inzetten: Week tegen Pesten, kring- of taalles, als opening van een project over de klas als groep

Praktische informatie

  • Duur: 60 tot 70 minuten
  • Doelgroep: groep 5 t/m 8
  • Uitvoerder: groepsleerkracht, vertrouwenspersoon, IB'er
  • Benodigde materialen: pen en papier per kind
  • Werkvormen: individueel schrijven, kringpresentatie, klassikaal gesprek, afspraken maken

Lesopbouw

Tijd

Onderdeel

Werkvorm

0–5 min

Introductie en waarom deze opdracht

Klassikale sprekerstekst

5–15 min

Inspiratie: perspectieven en schrijftips

Klassikale uitleg

15–35 min

Creatieve opdracht: gedicht schrijven

Individueel

35–40 min

Museumkaartje invullen

Individueel

40–55 min

Voorlezen in de kring

Klassikaal

55–70 min

Nadenken en afspraken maken

Individueel en klassikaal

Volledige lesuitvoering

Stap 1 — Introductie

“Vandaag gaan we een gedicht schrijven. Maar niet zomaar een gedicht: een gedicht over iets dat je ziet gebeuren op het schoolplein of in de klas, zonder dat er echt iets ‘ergs’ lijkt te gebeuren. Het maakt niet uit of je gedicht rijmt of lang is. Het gaat om wat jij wilt vertellen. Straks vertel je in een paar zinnen waarom je dit hebt geschreven, en dat is net zo belangrijk als het gedicht zelf.”

Stap 2 — Waarom deze opdracht

“Mensen die hebben onderzocht wat er op een schoolplein gebeurt als er wordt gepest, zagen dat maar een klein deel van de kinderen die het zagen gebeuren, ook echt iets deed. De meeste kinderen keken alleen maar toe. Vandaag ga jij schrijven vanuit iemand die dit ziet gebeuren: de persoon die als laatste wordt gekozen, iemand die wegkijkt, iemand die het wél wil zeggen maar niet durft, of misschien wel het hek van het schoolplein zelf, dat alles ziet.”

Stap 3 — Inspiratie

Mogelijke perspectieven:

  • het kind dat steeds als laatste wordt gekozen
  • een kind dat meelacht maar zich er ongemakkelijk bij voelt
  • een kind dat het ziet gebeuren en niets zegt
  • een kind dat wél iets wil doen, maar niet weet hoe
  • de juf of meester die voelt dat er iets is, maar niet precies weet wat
  • het hek van het schoolplein, dat alles ziet
  • iemand die later, als grote mens, terugdenkt aan deze tijd

Schrijftips (mag, hoeft niet):

  • Je hoeft niet te rijmen.
  • Je gedicht mag maar drie regels lang zijn.
  • Je mag losse woorden gebruiken in plaats van hele zinnen.
  • Je mag opschrijven wat je ziet en hoort, zonder woorden als ‘verdrietig’ of ‘boos’ te gebruiken.
  • Je mag één zin steeds herhalen.
  • Je mag schrijven vanuit een voorwerp in plaats van een persoon.

Stap 4 — Creatieve opdracht

Kinderen schrijven 20 minuten lang een kort gedicht vanuit het gekozen perspectief. De leerkracht loopt rond en helpt kinderen die vastlopen met vragen zoals: ‘Wat zou diegene nu horen?’, ‘Wat zou diegene het liefst willen zeggen?’

Sommige kinderen hebben aan het einde nog maar een paar woorden, of maar één zin. Dat is geen probleem. Vraag: ‘Vertel eens, wat wilde je hiermee zeggen?’ Dit sluit aan bij een echte ervaring tijdens een gastles: een leerling zat het grootste deel van de les met een leeg vel papier voor zich. Vlak voor het einde zette hij één groot zwart kruis op het papier en zei: ‘Iedereen begint als een mooi wit blad, maar pesten zet een zwart kruis door je leven.’ Die ene zin zei meer dan een heel lang verhaal. Vertel dit voorbeeld gerust aan je klas voordat de opdracht begint.

Stap 5 — Museumkaartje

Ieder kind vult onderstaand kaartje in en leest dit voor vóór of na het voorlezen van het gedicht.

Museumkaartje — gedicht

Vanuit wie of wat heb ik geschreven?

 

De belangrijkste zin uit mijn gedicht:

 

Dit wil ik dat de klas hierbij voelt:

 

 

Stap 6 — Presenteren

In de kring leest ieder kind zijn of haar gedicht voor, of de leerkracht leest het voor als een kind dat liever heeft. Er is geen beoordeling en geen ‘beste gedicht’. De klas luistert stil en zegt na ieder gedicht samen ‘dankjewel’.

Stap 7 — Nadenken (reflecteren)

Laat ieder kind onderstaand werkblad invullen. Jonge kinderen mogen dit ook mondeling met de leerkracht doen.

Denkblad — gedicht

1. Welk gedicht van jezelf of een klasgenoot bleef je bij?

 

 

2. Wat kun jij deze week doen als je ziet dat iemand niet wordt gekozen of buitengesloten?

 

 

3. Wat hoop je dat een klasgenoot doet als jij zelf een keer niet wordt gekozen?

 

 

 

Stap 8 — Vertalen naar de eigen klas

Voer een kort gesprek in de kring: ‘Wat zagen we terug in de gedichten van vandaag? Gebeurt dit ook weleens in onze klas, bijvoorbeeld bij het kiezen van teams of groepjes?’

Stap 9 — Samen afspraken maken

De klas bedenkt samen twee of drie afspraken die echt te doen zijn, bijvoorbeeld: ‘we kiezen teams om de beurt op een andere manier, zodat niemand steeds als laatste wordt gekozen’, of ‘als iemand alleen loopt op het plein, vraagt iemand of hij of zij mee wil doen’. Vul de afspraken in op onderstaand blad.

Afspraak

Wie let erop / helpt hierbij

Wanneer kijken we terug (datum)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stap 10 — Hoe houden we ons hieraan

Kies samen twee kinderen die de afspraken de komende weken in de gaten houden en er iedere week even over vertellen in de kring. Plan over vier weken een moment om terug te kijken.

Let op tijdens de les

  • Welke kinderen schrijven niets, welke kinderen schrijven juist heel veel.
  • Wie kiest opvallend voor het perspectief van het kind dat wordt buitengesloten; dit kan wijzen op een eigen ervaring.
  • Leg dit soort observaties rustig vast voor een eventueel gesprek onder vier ogen.

Veelgemaakte denkfouten

  • Denken dat het gedicht mooi moet klinken om waardevol te zijn.
  • Denken dat kiezen voor het perspectief van ‘iemand die niets zegt’ betekent dat een kind zelf iets fout heeft gedaan.
  • Denken dat de afspraken vanzelf blijven bestaan zonder er nog eens op terug te komen.

Differentiatie

  • Groep 3-4: laat kinderen mondeling vertellen in plaats van schrijven, of laat ze één woord of een tekening maken in plaats van een heel gedicht.
  • Groep 7-8: mag uitdagen tot een langer gedicht of een gedicht met een herhalende regel.
  • Kinderen die niet goed kunnen schrijven: mogen tekenen wat ze bedoelen en dit mondeling toelichten.

Evaluatie

Terugblik — gedicht

1. Vond je het leuk om op deze manier over dit onderwerp na te denken?

 

 

2. Welke afspraak ga jij zelf goed onthouden?

 

 

3. Wat zou je aan deze les anders willen doen?

 

 

 

Checklist voorbereiding

☐  Pen en papier per kind geregeld.

☐  Kring klaargezet in het lokaal.

☐  Museumkaartjes en denkblad gekopieerd of digitaal klaargezet (sjablonen in dit document).

☐  Tijd gereserveerd om samen afspraken te maken (niet overslaan).

☐  Terugkijkmoment over vier weken ingepland.

Bronnen

O'Connell, P., Pepler, D., & Craig, W. (1999). Peer involvement in bullying: Insights and challenges for intervention. Journal of Adolescence, 22(4), 437–452. https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0140197199902385

Cappadocia, M.C., Pepler, D., Cummings, J.G., & Craig, W. (2012). Individual Motivations and Characteristics Associated With Bystander Intervention During Bullying Episodes Among Children and Youth. Canadian Journal of School Psychology, 27(3). https://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/0829573512450567

Stop Pesten Nu: www.stoppestennu.nl

Week tegen Pesten 2026: https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

 

 

Onderwijssoort: 
PO / Primair onderwijs - basisonderwijs