Lesidee PO gr 6-8 Les 1 Hoe maken we onze klas een veilige klas?

PO gr 6-8 Les 1 Hoe maken we onze klas een veilige klas?

Leerdoel: aan het eind van deze les kunnen leerlingen minstens drie subtiele situaties benoemen die de sfeer in de klas beïnvloeden, en begrijpen zij dat een veilige klas ontstaat door het gedrag van de hele groep, niet door het gedrag van één leerling.

Doelgroep: leerlingen van groep 6, 7 en 8 (9 tot 12 jaar).

Duur: 50 minuten, klassikaal met een individuele opdracht op het werkblad.

Plaats in de reeks: les 1 van 5. Deze les legt de basis: leerlingen leren subtiele situaties herkennen die de sfeer in de klas beïnvloeden, voordat in latere lessen dieper wordt ingegaan op groepsdruk, keuzes en klasafspraken.

Benodigdheden: een kring van stoelen of een plek op de grond, het werkblad voor iedere leerling, pen of potlood.

Wetenschappelijke basis

Onderzoek van René Veenstra en Gijs Huitsing (Rijksuniversiteit Groningen) laat zien dat pesten geen probleem is tussen twee leerlingen, maar een groepsproces waarin de hele klas een rol speelt. Leerlingen zitten niet vast in één rol: wie vandaag meeloopt, kan morgen verdedigen. Hun gedrag hangt af van de sociale netwerken en de groepsnormen op dat moment. Daarom leren leerlingen in deze les niet wie de pester of het slachtoffer is, maar welk gedrag de sfeer in de klas beïnvloedt (Veenstra & Huitsing, Rijksuniversiteit Groningen).

Onderzoek naar schoolklimaat en het gedrag van omstanders laat bovendien zien dat leerlingen eerder geneigd zijn iemand te verdedigen wanneer zij de sfeer in hun klas als veilig ervaren. Deze les bouwt daarom aan die veilige sfeer, als fundament voor de rest van de lessenreeks (School Climate and Bullying Bystander Responses, PubMed Central).

Bron voor achtergrondvisie: stoppestennu.nl.

Voorbereiding voor de docent

  • Zet de stoelen in een kring, of vraag leerlingen op de grond te gaan zitten, zodat iedereen elkaar kan zien.
  • Print het werkblad voor iedere leerling.
  • Lees de docentkaarten aan het eind van dit document door voordat je start.
  • Spreek van tevoren met jezelf af dat je in deze les geen namen laat noemen: het gaat om situaties, niet om personen.

Lesverloop

1. Opening (5 minuten)

Ga in de kring staan of zitten. Spreek rustig en zonder haast.

Welkom bij de eerste les over onze klas. [pauze - kijk de kring rond] De komende weken gaan we samen ontdekken wat onze klas een fijne en veilige plek maakt. Niet omdat er iets mis is met onze klas, [rustige toon] maar omdat elke klas leuker wordt als je er samen over nadenkt.

Vandaag kijken we naar iets dat je misschien nog nooit zo goed hebt gezien: kleine dingen die de sfeer veranderen. Niet alleen grote dingen zoals pesten of ruzie, [korte pauze] maar ook heel kleine dingen. Een blik. Een stoel die niet vrij is. Een appje waar je niet bij staat.

Ik ga je zo een aantal situaties voorlezen. [nadruk, langzaam] Bij elke situatie mag je even nadenken: gebeurt dit weleens in onze klas? Je hoeft geen namen te noemen. Het gaat om de situatie, niet om de persoon.

2. Kernoefening - situaties herkennen (20 minuten)

Lees onderstaande situaties één voor één voor, met een korte stilte na elke situatie. Vraag na elke situatie: 'Handen omhoog wie dit weleens heeft gezien of meegemaakt, ergens, niet per se in deze klas.' Vermijd het aanwijzen van leerlingen en ga niet in op wie het deed. Bevestig alleen: 'Dit gebeurt dus vaker, en dat is precies waarom we deze lessen doen.'

Situatie 1. Iemand komt de klas in en zoekt een plekje. Een groepje schuift net iets te laat opzij. [pauze] Handen omhoog: heb jij dit weleens gezien?

Situatie 2. In een groepsapp wordt een grapje gemaakt. Iedereen lacht mee, maar niemand vraagt of diegene over wie het gaat het ook grappig vindt. [pauze]

Situatie 3. Er wordt een foto gedeeld waar bijna de hele klas op staat getagd, behalve één iemand. [pauze]

Situatie 4. Iemand vertelt iets, en een klasgenoot kijkt expres een andere kant op. [pauze]

Situatie 5. Bij het kiezen van teams voor gym is er een groepje dat altijd als laatste gekozen wordt, en niemand zegt daar iets van. [pauze]

Situatie 6. Iemand maakt een opmerking die niet aardig is, en de rest van de groep lacht, zonder zelf iets gezegd te hebben. [pauze, rustige toon]

Sluit dit onderdeel af met de volgende zin, en laat hier bewust ruimte voor stilte.

Je ziet: geen van deze situaties is heel groot. Niemand duwt, niemand scheldt. [nadruk] Maar samen bepalen deze kleine dingen wel hoe veilig onze klas voelt. En het mooie is: jij kunt daar zelf iets aan doen, ook met hele kleine dingen.

3. Rollen zijn gedrag, geen etiket (10 minuten)

Dit onderdeel is bedoeld om te voorkomen dat leerlingen zichzelf of elkaar een label geven. Benoem dit expliciet.

Niemand van jullie is 'een meeloper' of 'een held'. [rustig, met nadruk] Iedereen kan op verschillende momenten iets anders doen. Vandaag loop je misschien mee omdat je niet weet wat je moet zeggen. Morgen zeg je misschien wel iets. Dat maakt jou geen ander soort mens, het is gewoon een keuze die je op dat moment maakt.

Daarom gaan we het in deze lessen niet hebben over wat voor type jij bent. We hebben het over: welke keuze maak jij in deze situatie?

4. Werkblad (10 minuten)

Deel het werkblad uit. Laat leerlingen dit individueel invullen. Loop rond en help waar nodig, zonder mee te lezen over de schouder van leerlingen die dat liever niet willen.

5. Vaste afsluiting (5 minuten)

Deze afsluiting keert in elke les van de reeks op dezelfde manier terug. Herhaling zorgt ervoor dat leerlingen weten wat ze kunnen verwachten en dat de les niet zomaar stopt bij het belsignaal.

Stap 1. Wat heb je vandaag ontdekt? [wacht twee of drie reacties af]

Stap 2. Wat vond je lastig aan deze les? [wacht twee of drie reacties af]

Stap 3. Wat ga jij deze week zelf proberen? Dit mag je voor jezelf houden, je hoeft het niet hardop te zeggen. [korte stilte]

Stap 4. Volgende week beginnen we hiermee: wie heeft iemand iets zien doen dat past bij een veilige klas? Denk daar deze week alvast over na.

 

Werkblad leerling

Naam (optioneel, mag ook alleen voor jezelf): ____________________

1. Welke van de situaties uit deze les herken jij? Schrijf er minstens één op.

 

 

 

2. Waarom denk je dat zoiets de sfeer in een klas kan veranderen, ook als niemand iets naars zegt?

 

 

 

3. Noem een kleine situatie die jij zelf weleens hebt gezien, ergens, waar de sfeer door beïnvloed werd.

 

 

 

4. Wat ga jij deze week zelf proberen? (Dit hoef je niet te delen met de klas.)

 

 

 

 

 

Antwoordmodel voor de docent

Dit werkblad heeft geen goed of fout antwoord. Gebruik onderstaande voorbeelden om te beoordelen of een leerling het onderwerp begrepen heeft, en om suggesties te geven aan leerlingen die vastlopen.

Vraag 1 - voorbeeldantwoorden

  • Iemand die niet aangekeken wordt tijdens een gesprek.
  • Een stoel die net niet vrijgemaakt wordt als iemand erbij wil komen zitten.
  • Een appje of foto waar iemand expres niet bij betrokken wordt.

Vraag 2 - kern van een goed antwoord

Een leerling begrijpt de kern als hij of zij benoemt dat kleine, onopvallende dingen zich opstapelen en dat iemand zich daardoor toch buitengesloten kan voelen, ook zonder dat er iets gezegd wordt.

Vraag 3 - beoordeling

Elk voorbeeld dat een concrete, herkenbare situatie beschrijft is goed. Ga niet in op namen; vraag door op de situatie zelf als een leerling toch een naam noemt en herhaal dan rustig de afspraak van het begin van de les.

Vraag 4 - beoordeling

Er is geen goed of fout antwoord. Belangrijk is dat de leerling een concrete, kleine en haalbare keuze noemt, bijvoorbeeld 'ik ga deze week naast iemand zitten die alleen zit' in plaats van een vaag voornemen zoals 'ik ga aardiger zijn'.

 

 

Docentkaarten

Print onderstaande kaarten los uit en houd ze binnen handbereik tijdens de les.

Als de discussie uit de hand loopt

Onderbreek rustig, zonder iemand terecht te wijzen: 'Ik merk dat dit onderwerp veel losmaakt, en dat is logisch.'

Breng het terug naar de situatie in plaats van de persoon: 'Laten we het weer over de situatie hebben, niet over wie het deed.'

Als het over een concreet, actueel conflict in de klas gaat: benoem dat dit apart, buiten deze les om, wordt besproken, en kom er zelf op terug.

 

Als de bel gaat voordat je klaar bent

Sla nooit de vaste afsluiting over, ook niet in verkorte vorm.

Kort de kernoefening in tot twee situaties in plaats van zes, en behoud altijd de vier afsluitstappen.

Zeg tegen de klas: 'We maken dit de volgende les even af, dan gaan we daar direct mee verder.'

 

Start volgende les in 3 minuten

Vorige week hebben we gekeken naar kleine dingen die de sfeer in onze klas beïnvloeden.

Wie wil er kort vertellen: heb je deze week iets gezien of gedaan dat paste bij een veilige klas?

(Wacht twee of drie reacties af, bevestig kort en positief, ga daarna verder met de nieuwe les.)

 

 

Bronnen

Veenstra, R. & Huitsing, G. Bullying in classrooms: Participant roles from a social network perspective. Rijksuniversiteit Groningen, Onderzoeksportaal. https://research.rug.nl/en/publications/bullying-in-classrooms-participa...

School Climate and Bullying Bystander Responses in Middle and Secondary School. PubMed Central. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC9015685/

Stichting Stop Pesten Nu. www.stoppestennu.nl

Onderwijssoort: 
PO / Primair onderwijs - basisonderwijs