Herkenbaar uit de praktijk
In de groepsapp verschijnt een foto van Sem. Hij kijkt vreemd op de foto en onder het beeld staat: “Wanneer je weer niets begrijpt.” Binnen enkele minuten reageren drie leerlingen met lachende emoji’s. Iemand schrijft: “Deze moet op TikTok.” Twee leerlingen sturen de foto door naar een andere groep. Nora ziet het bericht. Zij vindt het gemeen, maar reageert niet. Ze denkt dat iemand anders er wel iets van zal zeggen. Amir typt: “Laat hem gewoon”, maar verwijdert zijn reactie voordat hij deze verstuurt. Hij is bang dat de anderen hem saai zullen vinden. Sem leest alle berichten. Hij verlaat de groepsapp niet, omdat hij bang is dat de anderen dan zonder hem verder praten. De volgende ochtend zegt iemand in de klas: “Kijk, daar heb je de meme.” Een paar leerlingen lachen opnieuw. Online pestgedrag blijft niet alleen bestaan door degene die een bericht plaatst. Ook liken, delen, doorsturen, lachen, zwijgen en wegscrollen beïnvloeden wat er gebeurt. Iedere online omstander heeft invloed op de digitale groepsnorm.
► Download Lesmateriaal PO gr 6-8 Stop en scroll
Jouw klik beïnvloedt de hele online groep
Wat leren leerlingen?
Na deze les kunnen leerlingen:
- verschillende vormen van online pestgedrag herkennen;
- uitleggen hoe liken, delen, reageren en zwijgen online gedrag kunnen versterken;
- onderscheid maken tussen stoppen, veilig bewaren, melden en steun geven;
- beschrijven waarom doorsturen schadelijk kan zijn, ook wanneer iemand het “alleen laat zien”;
- veilige acties kiezen voor online omstanders;
- passende interventiezinnen gebruiken;
- uitleggen wanneer hulp van een volwassene noodzakelijk is;
- concrete afspraken formuleren voor een veilige groepsapp.
Waarom deze les?
Cyberpesten kan bestaan uit het plaatsen, versturen of delen van schadelijke, kwetsende, onjuiste of vernederende inhoud. Digitale inhoud kan snel een groot publiek bereiken en op meerdere apparaten of platforms terugkomen. Daardoor kan één bericht telkens opnieuw schade veroorzaken. (StopBullying.gov)
Online omstanders vormen een belangrijk onderdeel van het groepsproces. Zij kunnen schadelijk gedrag versterken door te liken, reageren, delen of materiaal verder te verspreiden. Zij kunnen ook steun geven, het gedrag melden en weigeren mee te doen. Onderzoek beschrijft online omstanders daarom niet als één passieve groep, maar als deelnemers die verschillende rollen kunnen aannemen. (PMC)
Jongeren grijpen gemakkelijker in wanneer zij het gedrag herkennen, zich verantwoordelijk voelen, weten wat zij kunnen doen en vertrouwen hebben in hun eigen mogelijkheden. De les richt zich daarom op kleine, concrete en veilige acties in plaats van op de algemene opdracht om “gewoon op te komen voor iemand”. (PubMed)
Doelgroep
Groep 7 en 8 van het primair onderwijs.
Wanneer inzetten?
Deze les kan worden ingezet:
- als preventieve les over sociale veiligheid;
- wanneer leerlingen actief zijn in groepsapps, games of sociale media;
- wanneer kwetsende beelden, memes of opmerkingen worden doorgestuurd;
- wanneer leerlingen online gedrag afdoen als “maar een grapje”;
- wanneer leerlingen wel zien wat er gebeurt, maar niet weten hoe zij kunnen reageren;
- na een incident, mits echte namen en details niet klassikaal worden besproken;
Praktische informatie
Onderdeel | Informatie |
|---|---|
Duur | 55 minuten |
Doelgroep | Groep 7 en 8 |
Uitvoerder | Leerkracht, intern begeleider of pedagogisch professional |
Benodigde materialen | Dit lesdocument, bord of digibord, pennen en afgedrukte werkbladen uit deze les |
Groepsindeling | Individueel, tweetallen en groepjes van drie of vier |
Werkvormen | Keuzechallenge, chatanalyse, groepsopdracht en individuele reflectie |
Voorbereiding | Lees de casus en antwoorden. Print Werkblad 1 en Werkblad 2 voor iedere leerling. Schrijf STOP, BEWAAR, MELD en STEUN op het bord. |
Wetenschappelijke onderbouwing
Cyberpesten gebruikt digitale technologieën, zoals berichtenapps, sociale media, websites, games en mobiele telefoons. Voorbeelden zijn kwetsende inhoud plaatsen, vernederende beelden verspreiden, iemand doelbewust buitensluiten of zich online als iemand anders voordoen. Digitale inhoud kan worden gekopieerd, opgeslagen en opnieuw verspreid. (StopBullying.gov)
Online omstanders kunnen het gedrag rechtstreeks versterken door een kwetsend bericht te liken, erop te reageren of het door te sturen. Ook passiviteit kan door de afzender worden uitgelegd als acceptatie. Tegelijkertijd kunnen omstanders het patroon onderbreken door niet mee te doen, steun te geven, bewijs veilig te bewaren, het bericht te melden en hulp te halen. (StopBullying.gov)
Onderzoek onder jongeren noemt onder meer steun geven, advies vragen, rapporteren en assertief verdedigen als mogelijke reacties van online omstanders. Niet iedere directe confrontatie is veilig. Een leerling kan daarom ook indirect helpen, bijvoorbeeld door privé steun te geven of samen met een volwassene te melden. (PubMed)
Empathie, moreel oordeel en vertrouwen in de eigen handelingsmogelijkheden hangen samen met meer helpend omstandergedrag. Alleen weten dat cyberpesten verkeerd is, is daarom niet voldoende; leerlingen moeten ook haalbare handelingsmogelijkheden oefenen. (PMC)
Lesopbouw
Tijd | Onderdeel | Werkvorm |
|---|---|---|
0–5 min. | Introductie en veiligheidsafspraak | Klassikale instructie |
5–12 min. | Stop of Scroll?-challenge | Individuele keuzeopdracht |
12–18 min. | Vier online acties | Interactieve uitleg |
18–34 min. | Casus: De meme van Sem | Chatanalyse |
34–43 min. | De veilige reactiecode | Groepsopdracht |
43–51 min. | Printbare werkbladen | Individuele verwerking |
51–55 min. | Reflectie en evaluatie | Exitopdracht |
Volledige les
1. Introductie en veiligheidsafspraak – 5 minuten
Sprekerstekst
“Vandaag onderzoeken we wat er gebeurt wanneer online een kwetsend bericht, een gemene opmerking of een vernederende foto verschijnt. Veel mensen denken dat alleen degene die het bericht plaatst verantwoordelijk is. Toch beïnvloedt iedere klik de situatie.
Een like kan laten zien dat de groep het grappig vindt. Doorsturen kan het publiek groter maken. Een lachende emoji kan extra vernederend zijn. Niets doen kan begrijpelijk zijn wanneer iemand bang is, maar het verandert de situatie meestal niet.
We gaan vandaag oefenen met vier mogelijke acties: stoppen, bewaren, melden en steunen. Dat betekent niet dat je altijd openbaar moet reageren. Veilig helpen kan ook privé of samen met een volwassene. We gebruiken alleen de verzonnen voorbeelden uit deze les. We openen geen echte groepsapps en noemen geen namen uit onze groep. Wanneer jij iets herkent, kun je na de les afzonderlijk met mij praten.”
Veiligheidsafspraken
Schrijf op het bord:
- We openen geen echte berichten of accounts.
- We noemen geen namen uit onze groep.
- We sturen kwetsend materiaal nooit opnieuw rond.
- We hoeven geen persoonlijke ervaring te delen.
- Bij bedreiging, chantage of direct gevaar halen we onmiddellijk een volwassene.
Docentinstructie
Vraag leerlingen niet om eigen schermafbeeldingen klassikaal te laten zien. Daardoor kan schadelijk materiaal opnieuw worden verspreid en kan de leerling opnieuw worden blootgesteld.
Observatiepunten
Let op leerlingen die:
- zeggen dat online gedrag niet echt is;
- liken of doorsturen volledig onschuldig noemen;
- denken dat melden hetzelfde is als klikken;
- bang zijn om uit een groepsapp te worden verwijderd;
- aangeven dat volwassenen online problemen erger maken;
- zichtbaar gespannen reageren op foto’s, memes of groepsapps.
2. Stop of Scroll?-challenge – 7 minuten
Docentinstructie
Lees iedere situatie voor. Leerlingen steken één tot vier vingers op:
- scrollen of niets doen;
- openbaar reageren;
- privé steun geven;
- hulp halen of melden.
Vertel vooraf dat soms meer dan één reactie passend is.
Situatie 1
Iemand plaatst een foto waarop een klasgenoot met gesloten ogen staat. Er staat geen kwetsende tekst bij. De klasgenoot heeft wel eerder gezegd dat foto’s alleen met toestemming gedeeld mogen worden.
Antwoordmodel
Passende reacties zijn:
- vragen of toestemming is gegeven;
- de plaatser privé vragen de foto te verwijderen;
- de leerling op de foto informeren;
- een volwassene betrekken wanneer verwijderen wordt geweigerd.
Uitleg
Niet iedere ongewenste foto is automatisch cyberpesten. Toestemming, bedoeling, reactie en herhaling moeten worden onderzocht. De foto kan wel een grens overschrijden.
Situatie 2
Onder een filmpje van Dani schrijft iemand: “Wat een loser.” Vier leerlingen liken de opmerking.
Antwoordmodel
Veilige acties zijn:
- de opmerking niet liken;
- Dani privé steun geven;
- de opmerking via het platform melden;
- een volwassene informeren;
- eventueel rustig schrijven: “Deze reactie is kwetsend. Verwijder hem.”
Veelgemaakte denkfout
“Een like is maar één klik.”
Correctie
Een like kan sociale goedkeuring zichtbaar maken en anderen aanmoedigen ook mee te doen.
Situatie 3
In een groepsapp schrijft iemand: “Niemand reageert meer op Yara.” Daarna blijft het stil wanneer Yara een vraag stelt.
Antwoordmodel
- wel op Yara reageren;
- niet meedoen aan de oproep;
- het bericht veilig bewaren zonder het verder te verspreiden;
- steun geven;
- een volwassene informeren.
Uitleg
Hier wordt de groep actief aangestuurd om iemand te negeren. Dat maakt de rol van de omstanders direct zichtbaar.
Situatie 4
Een leerling stuurt jou een vernederende foto en schrijft: “Kijk hoe grappig. Niet doorsturen.”
Antwoordmodel
- niet doorsturen;
- niet reageren met een lachende emoji;
- eventueel één schermafbeelding veilig bewaren als bewijs;
- het materiaal melden;
- een volwassene inschakelen;
- de afgebeelde leerling steunen.
Veelgemaakte denkfout
“Ik stuurde het alleen door om te laten zien wat er gebeurde.”
Correctie
Ook met een goede bedoeling kan doorsturen het publiek vergroten. Laat bewijs rechtstreeks op het eigen apparaat aan een vertrouwde volwassene zien.
3. Vier online acties – 6 minuten
Schrijf op het bord:
STOP – BEWAAR – MELD – STEUN
Sprekerstekst
“STOP betekent dat je zelf niet meedoet. Je liket niet, deelt niet, plaatst geen emoji en maakt geen nieuw grapje. Wanneer het veilig voelt, kun je ook zeggen dat het bericht moet stoppen.
BEWAAR betekent dat je noodzakelijk bewijs veilig vastlegt. Dat kan bijvoorbeeld met één schermafbeelding waarop de afzender, datum en inhoud zichtbaar zijn. Bewaren betekent niet dat je het naar vrienden stuurt. Laat het rechtstreeks aan een vertrouwde volwassene zien.
MELD betekent dat je hulp inschakelt. Je kunt een bericht rapporteren via het platform en een ouder, leerkracht of andere vertrouwde volwassene informeren. Bij bedreiging, chantage, seksuele beelden, discriminatie of direct gevaar moet een volwassene onmiddellijk worden ingeschakeld.
STEUN betekent dat je degene die geraakt wordt niet alleen laat. Je kunt privé schrijven: ‘Ik zag wat er gebeurde. Het is niet jouw schuld. Zal ik met je meegaan om hulp te vragen?’ Steun geven betekent niet dat jij het probleem alleen moet oplossen.”
Controlevragen
- Waarom bewaren we soms bewijs? Antwoord: Zodat een volwassene of platform kan zien wat er precies is gebeurd.
- Waarom sturen we het bewijs niet naar vrienden? Antwoord: Daarmee kan het kwetsende materiaal verder worden verspreid.
- Moet je altijd openbaar reageren? Antwoord: Nee. Privé steun geven, melden en hulp halen kunnen veiliger zijn.
- Wie is verantwoordelijk voor het onderzoek en de veiligheid? Antwoord: Volwassenen en de school dragen daarvoor verantwoordelijkheid.
4. Casus: De meme van Sem – 16 minuten
Casus
De klas heeft een groepsapp waarin bijna alle leerlingen zitten. Op dinsdagavond plaatst Levi een foto van Sem. De foto is tijdens de gymles gemaakt toen Sem struikelde. Onder de foto staat: “Nieuwe sportkampioen.” Mats reageert met drie lachende emoji’s. Tess schrijft: “Maak hier een sticker van.” Levi maakt de sticker en plaatst hem opnieuw. Binnen enkele minuten gebruiken vijf leerlingen de sticker in de app. Nora ziet de berichten. Zij vindt het vervelend voor Sem, maar wil geen ruzie met Levi. Daarom doet zij niets. Amir schrijft: “Verwijder dit”, maar wist zijn bericht voordat hij het verstuurt. Hij stuurt Sem wel privé: “Trek het je niet aan.” Sem schrijft in de groepsapp: “Kunnen jullie stoppen?” Levi antwoordt: “Rustig, het is maar een grap.” Daarna plaatst Mats de sticker nog twee keer. Tess maakt een poll met de vraag: “Moet de sticker blijven?” Zeven leerlingen stemmen voor en twee leerlingen stemmen tegen. Nora maakt een schermafbeelding en stuurt die naar haar beste vriendin, die niet in de klas zit. Haar vriendin stuurt de afbeelding door naar iemand van de sportclub. De volgende ochtend kent ook een leerling uit een andere klas de sticker. In de klas vraagt de leerkracht waarom Sem niet wil meedoen met gym. Levi zegt dat Sem slecht tegen grapjes kan. Enkele leerlingen knikken. Amir kijkt naar zijn tafel. Nora vertelt niets, omdat zij bang is dat Levi ontdekt dat zij een schermafbeelding heeft gemaakt.
Opdracht
Laat groepjes de vragen beantwoorden. Geef acht minuten werktijd en bespreek de antwoorden daarna klassikaal.
Vraag 1 – Welke online handelingen versterken de situatie?
Antwoordmodel
- de foto zonder toestemming plaatsen;
- een vernederend onderschrift toevoegen;
- lachende emoji’s plaatsen;
- voorstellen om een sticker te maken;
- de sticker maken en gebruiken;
- de poll plaatsen;
- voor het behouden van de sticker stemmen;
- na Sems stopverzoek doorgaan;
- de schermafbeelding naar een vriendin sturen;
- het materiaal verder laten verspreiden.
Uitleg
Online versterken bestaat niet alleen uit zelf een kwetsend bericht maken. Ook liken, stemmen, reageren, kopiëren en delen vergroten de zichtbaarheid en sociale beloning.
Vraag 2 – Welke groepsrollen zijn zichtbaar?
Antwoordmodel
- Levi: begint en herhaalt het schadelijke gedrag.
- Mats: versterkt het gedrag met emoji’s en herhaald gebruik.
- Tess: vergroot het bereik en maakt er een groepskeuze van.
- Leerlingen die de sticker gebruiken of voor stemmen: versterken de groepsnorm.
- Nora: ziet dat het schadelijk is, maar blijft eerst passief en verspreidt later onbedoeld het bewijs.
- Amir: wil helpen, maar durft niet openbaar te reageren; hij geeft wel beperkte privésteun.
- Sem: vraagt duidelijk om te stoppen.
- Zwijgende leerlingen: laten de bestaande groepsnorm ongemoeid.
- Leerkracht: ziet een mogelijk gevolg, maar kent de online voorgeschiedenis nog niet.
Uitleg
Groepsrollen beschrijven gedrag op een bepaald moment. Het zijn geen vaste etiketten.
Vraag 3 – Waarom is “het is maar een grap” geen voldoende uitleg?
Antwoordmodel
- Sem heeft duidelijk gevraagd om te stoppen.
- Het materiaal wordt herhaald gebruikt.
- Het publiek wordt steeds groter.
- De grap gaat ten koste van één leerling.
- Sem lijkt zich minder veilig te voelen bij gym.
- De reactie van de groep maakt de vernedering groter.
Veelgemaakte denkfout
“Zolang de plaatser het grappig bedoelt, kan het geen pesten zijn.”
Correctie
De bedoeling is één onderdeel. Ook herhaling, effect, groepsreacties en het machtsverschil zijn belangrijk.
Vraag 4 – Wat deed Nora goed en wat had anders gekund?
Antwoordmodel
Goed:
- zij herkende dat het gedrag schadelijk was;
- zij maakte bewijs zichtbaar.
Anders:
- zij had de schermafbeelding niet naar een vriendin moeten sturen;
- zij had het bewijs rechtstreeks aan een vertrouwde volwassene kunnen laten zien;
- zij had Sem privé steun kunnen geven;
- zij had het bericht kunnen melden;
- zij had samen met Amir hulp kunnen halen.
Uitleg
Bewijs bewaren is iets anders dan bewijs verspreiden.
Vraag 5 – Wat kan Amir veilig doen?
Antwoordmodel
- zijn openbare reactie alsnog plaatsen wanneer dat veilig voelt;
- samen met Nora of een andere leerling naar de leerkracht gaan;
- Sem schrijven dat het niet zijn schuld is;
- aanbieden mee te gaan bij het melden;
- het bericht rapporteren;
- stoppen met reageren op de sticker;
- concreet vertellen wat hij heeft gezien.
Passende voorbeeldzinnen
- “Sem heeft gevraagd te stoppen. Gebruik de sticker niet meer.”
- “Ik zag dat de foto en sticker herhaald werden gedeeld.”
- “Ik ga dit melden, omdat het niet stopt.”
- “Sem, ik zag wat er gebeurde. Zal ik met je meegaan naar de leerkracht?”
Vraag 6 – Wat moet de leerkracht doen?
Antwoordmodel
De leerkracht:
- spreekt Sem afzonderlijk;
- vraagt wat er is gebeurd en of het nog doorgaat;
- beoordeelt de directe veiligheid;
- bekijkt noodzakelijk bewijs zonder het verder te verspreiden;
- spreekt betrokken leerlingen afzonderlijk;
- zorgt dat de foto, sticker en kopieën worden verwijderd waar mogelijk;
- maakt duidelijk dat liken, delen en stemmen bijdragen aan het groepsproces;
- voorkomt openbare schuldtoewijzing of een gedwongen klassikaal excuus;
- betrekt ouders en schoolleiding volgens het schoolbeleid;
- controleert later opnieuw of het gedrag is gestopt.
Interventiezinnen
- “Sem heeft duidelijk gevraagd te stoppen. Verder gebruik van de afbeelding is niet toegestaan.”
- “Verwijder de foto en sticker van je eigen apparaat en deel ze niet opnieuw.”
- “Een like, stem of emoji kan schadelijk gedrag versterken.”
- “Laat het bewijs rechtstreeks aan mij zien; stuur het niet verder.”
- “Ik onderzoek afzonderlijk wat ieder heeft gedaan en gezien.”
- “We spreken morgen en volgende week opnieuw om te controleren of het gestopt is.”
Veelgemaakte denkfout
“De leerkracht moet de hele chat klassikaal op het digibord zetten.”
Correctie
Daardoor wordt het materiaal opnieuw getoond en kan de vernedering groter worden. Gebruik alleen de noodzakelijke informatie en bespreek betrokkenheid afzonderlijk.
5. De veilige reactiecode – 9 minuten
Opdracht
Ieder groepje kiest bij iedere situatie één combinatie van acties:
- S: Stop zelf met versterken.
- B: Bewaar noodzakelijk bewijs.
- M: Meld bij platform of volwassene.
- T: Toon steun.
Situatie A
Een leerling wordt één keer per ongeluk niet toegevoegd aan een nieuwe groepsapp.
Antwoordmodel: Eerst vragen wat er is gebeurd en de leerling toevoegen. Nog geen conclusie trekken. Bij herhaling: B, M en T.
Situatie B
Een klasgenoot wordt bewust uit de app verwijderd nadat diegene vraagt om te stoppen met beledigende opmerkingen.
Antwoordmodel: S, B, M en T.
Situatie C
Een onbekend account dreigt een privéfoto openbaar te maken.
Antwoordmodel: Niet onderhandelen of betalen. B, M en T. Direct een vertrouwde volwassene inschakelen. Bij acuut gevaar volgt de volwassene de geldende meld- of hulpverleningsroute.
Situatie D
Iemand stuurt een gemene meme door met de tekst: “Kijk wat zij over Noor plaatsen.”
Antwoordmodel: Niet verder sturen. S, B, M en T. Bewijs rechtstreeks aan een volwassene tonen.
Situatie E
In een game wordt een speler uitgescholden nadat die een fout maakt.
Antwoordmodel: S en T. Gebruik de blokkeer- of meldfunctie wanneer het doorgaat. Betrek een volwassene bij herhaling, bedreiging of ernstige taal.
6. Printbaar werkblad 1 – Chatdetective > zie downloadlesmaterialen
Naam: __________________________________ Datum: ________________
Lees het fictieve chatgesprek
18.42 – Finn: Wie heeft die presentatie zo verpest?
18.42 – Dex: Vraag dat maar aan Mila
18.43 – Zoë: Hahaha.
18.43 – Mila: Ik deed gewoon mijn deel.
18.44 – Dex: Niemand reageert meer op haar.
18.44 – Finn: Deal.
18.45 – Mila: Serieus?
18.46 – Yara: …
18.47 – Dex: Kijk, ze blijft typen.
18.48 – Mila: Kunnen jullie stoppen?
18.48 – Finn: Het is maar een grap.
18.49 – Yara, privé aan Mila: Ik vind het niet leuk wat ze doen.
1. Welke berichten of reacties versterken de uitsluiting?
……………………………………………………………………………………………………..
……………………………………………………………………………………………………..
2. Wie hebben invloed op de situatie en hoe?
……………………………………………………………………………………………………..
……………………………………………………………………………………………………..
3. Wat doet Yara al goed?
……………………………………………………………………………………………………..
4. Wat kan Yara daarnaast veilig doen?
……………………………………………………………………………………………………..
……………………………………………………………………………………………………..
5. Schrijf één openbare interventiezin.
……………………………………………………………………………………………………..
6. Schrijf één privébericht aan Mila.
……………………………………………………………………………………………………..
7. Welke informatie moet een volwassene krijgen?
……………………………………………………………………………………………………..
……………………………………………………………………………………………………..
7. Printbaar werkblad 2 – Mijn STOP-plan
Naam: __________________________________ Datum: ________________
Wanneer ik online kwetsend gedrag zie:
STOP
Ik versterk het gedrag niet door:
☐ te liken
☐ te delen
☐ een lachende emoji te plaatsen
☐ een nieuwe grap toe te voegen
☐ mee te stemmen tegen iemand
Mijn eigen voorbeeld:
……………………………………………………………………………………………………..
BEWAAR
Ik bewaar alleen noodzakelijk bewijs door:
……………………………………………………………………………………………………..
Ik stuur het bewijs niet door, omdat:
……………………………………………………………………………………………………..
MELD
Drie volwassenen bij wie ik terechtkan:
- ………………………………………………………………………………………………..
- ………………………………………………………………………………………………..
- ………………………………………………………………………………………………..
Een zin waarmee ik hulp kan vragen:
……………………………………………………………………………………………………..
STEUN
Een privébericht dat ik kan sturen:
……………………………………………………………………………………………………..
Een veilige groepszin die ik kan gebruiken:
……………………………………………………………………………………………………..
Onze belangrijkste groepsapp-afspraak
……………………………………………………………………………………………………..
Antwoordmodel bij de werkbladen
Werkblad 1 – Chatdetective
Vraag 1
Versterkende reacties zijn:
- Dex wijst Mila aan;
- Zoë lacht mee;
- Dex roept op om niet meer te reageren;
- Finn stemt daarmee in;
- Dex maakt opnieuw een opmerking wanneer Mila typt;
- Finn bagatelliseert het stopverzoek.
Vraag 2
- Dex neemt initiatief en stuurt de groep aan.
- Finn bevestigt en versterkt de uitsluiting.
- Zoë beloont het gedrag door te lachen.
- Yara ziet wat er gebeurt en kan helpen.
- Andere stille deelnemers kunnen de norm doorbreken door wel te reageren.
- Mila vraagt duidelijk om te stoppen.
Vraag 3
Yara erkent privé dat het gedrag niet goed is. Daarmee laat zij Mila weten dat niet iedereen het gedrag accepteert.
Vraag 4
Yara kan:
- publiek zeggen dat Mila niet genegeerd moet worden;
- samen met Mila hulp halen;
- het bericht melden;
- bewijs rechtstreeks aan een volwassene tonen;
- de volgende dag controleren hoe het met Mila gaat.
Vraag 5
Mogelijke zinnen:
- “Mila heeft gevraagd te stoppen. Laat haar met rust.”
- “Iedereen mag hier reageren.”
- “Iemand bewust negeren is niet grappig.”
- “Ik doe hier niet aan mee.”
Vraag 6
Mogelijke privéberichten:
- “Ik zag wat er gebeurde. Het is niet jouw schuld.”
- “Zal ik samen met jou naar de leerkracht gaan?”
- “Ik heb niet meegedaan en wil je helpen dit te melden.”
Vraag 7
Een volwassene moet weten:
- wat er letterlijk is geschreven;
- wanneer het gebeurde;
- wie deelnamen;
- dat Mila vroeg om te stoppen;
- of het gedrag vaker voorkomt;
- of het nog doorgaat;
- wat Mila nodig heeft om zich veilig te voelen.
Werkblad 2 – Mijn STOP-plan
Beoordeel of de leerling:
- geen schadelijke inhoud verder verspreidt;
- weet hoe noodzakelijk bewijs veilig wordt bewaard;
- minimaal drie bereikbare volwassenen noemt;
- een concrete hulpvraag formuleert;
- een steunend privébericht schrijft;
- een korte, veilige groepszin kan gebruiken;
- een uitvoerbare groepsafspraak formuleert.
8. Reflectie en evaluatie – 4 minuten
Laat leerlingen individueel antwoorden:
- Welke online reactie kan schadelijk gedrag versterken zonder dat iemand zelf een kwetsend bericht schrijft?
- Wat is het verschil tussen bewijs bewaren en bewijs verspreiden?
- Welke veilige actie past het beste bij jou?
- Wanneer moet je onmiddellijk een volwassene inschakelen?
- Welke groepsapp-afspraak wil jij invoeren?
Sprekerstekst bij de afsluiting
“Online pesten is een groepsproces. De afzender heeft invloed, maar de groep bepaalt mede hoeveel aandacht, bereik en steun het bericht krijgt. Iedere like, emoji, stem, reactie en doorgestuurd bericht verandert de situatie.
Veilig helpen betekent niet dat je altijd alleen of openbaar moet ingrijpen. Je kunt stoppen met versterken, noodzakelijk bewijs bewaren, het gedrag melden en de ander steunen. Een kleine actie kan de groepsnorm veranderen.
Onthoud daarom vier woorden: stop, bewaar, meld en steun.”
Exitopdracht
Laat iedere leerling de zin afmaken:
“Wanneer ik online kwetsend gedrag zie, is mijn eerste veilige stap …”
Observatiepunten voor de leerkracht
Let op leerlingen die:
- doorsturen als neutraal gedrag beschouwen;
- denken dat verwijderen uit een app altijd onschuldig is;
- melden verwarren met klikken;
- geen vertrouwde volwassene kunnen noemen;
- zichzelf verantwoordelijk maken voor het hele probleem;
- aangeven dat zij bang zijn voor digitale vergelding;
- vertellen dat kwetsend materiaal ook buiten school circuleert;
- bedreiging, chantage of seksuele beelden noemen.
Volg bij een concrete melding direct het schoolbeleid. Bespreek de melding niet in de groep.
Veelgemaakte denkfouten
Denkfout | Correctie |
|---|---|
“Online is het minder echt.” | Online gedrag kan door bereik, herhaling en permanente kopieën juist lang doorwerken. |
“Ik plaatste alleen een emoji.” | Een emoji kan zichtbaar goedkeuring geven en het gedrag versterken. |
“Ik stuurde het alleen door als bewijs.” | Laat noodzakelijk bewijs rechtstreeks aan een volwassene zien. |
“Niet reageren betekent dat ik neutraal ben.” | Zwijgen kan begrijpelijk zijn, maar verandert het gedrag meestal niet. |
“Ik moet openbaar de strijd aangaan.” | Privé steun, melden en samen hulp halen kunnen veiliger zijn. |
“Blokkeren lost alles op.” | Blokkeren kan bescherming geven, maar stopt verspreiding door anderen niet automatisch. |
“Melden is klikken.” | Melden is hulp organiseren wanneer iemand mogelijk niet veilig is. |
“Na verwijderen is het opgelost.” | Controleer of kopieën bestaan, de verspreiding stopt en de leerling zich weer veilig voelt. |
Docenttips en interventiezinnen
- “Laat de inhoud op je eigen apparaat zien; stuur haar niet naar mij of anderen door.”
- “Ik noteer wat noodzakelijk is en voorkom verdere verspreiding.”
- “Een stopverzoek is duidelijk. Daarna doorgaan is geen wederzijdse grap.”
- “We onderzoeken niet alleen wie begon, maar ook wie likete, deelde, stemde of steun gaf.”
- “Jij hoeft dit niet alleen op te lossen.”
- “Ik vertel welke vervolgstappen ik neem.”
- “Verwijder het materiaal waar mogelijk, maar wis noodzakelijk bewijs niet voordat een volwassene het heeft beoordeeld.”
- “We controleren later opnieuw of de verspreiding daadwerkelijk is gestopt.”
Differentiatie
Voor groep 7
- Behandel alleen de casus en Werkblad 1.
- Werk met de vier vaste acties STOP, BEWAAR, MELD en STEUN.
- Bied interventiezinnen aan waaruit leerlingen kunnen kiezen.
Voor groep 8
- Laat leerlingen onderscheid maken tussen openbare en privé-interventies.
- Bespreek hoe groepsdruk, populariteit en angst voor verwijdering uit de app gedrag beïnvloeden.
- Laat leerlingen hun groepsapp-afspraak toetsen op haalbaarheid en controleerbaarheid.
Voor leerlingen die moeite hebben met taal
Gebruik zinsstarters:
- “Ik zag dat …”
- “Dit versterkt het gedrag, omdat …”
- “Ik doe niet mee door …”
- “Ik kan hulp vragen bij …”
- “Mijn privébericht is …”
Voor snelle leerlingen
Laat hen een eigen fictieve chat van maximaal tien berichten schrijven met:
- één schadelijk bericht;
- één versterkende reactie;
- één passieve omstander;
- één helper;
- een stopverzoek;
- twee veilige vervolgacties.
Checklist voorbereiding
☐ Ik heb de casus en antwoordmodellen gelezen.
☐ Ik heb beide werkbladen geprint.
☐ STOP, BEWAAR, MELD en STEUN staan op het bord.
☐ Ik open tijdens de les geen echte groepsapps.
☐ Ik weet welke interne meldroute geldt bij cyberpesten.
☐ Ik weet hoe ik handel bij bedreiging, chantage of seksuele beelden.
☐ Ik kan na de les afzonderlijke gesprekken voeren.
☐ Ik bespreek groepsrollen zonder vaste etiketten.
☐ Ik plan opvolging na een concrete melding.
Bronnen
Aliberti, M., Green, M., & Ciairano, S. (2023). Predictors of cyberbystander intervention among adolescents. Journal of Interpersonal Violence.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36416484/
Barlińska, J., Szuster, A., & Winiewski, M. (2018). Cyberbullying among adolescent bystanders: Role of affective versus cognitive empathy in increasing prosocial cyberbystander behavior. Frontiers in Psychology, 9, 799.
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5988850/
DeSmet, A., Veldeman, C., Poels, K., Bastiaensens, S., Van Cleemput, K., Vandebosch, H., & De Bourdeaudhuij, I. (2014). Determinants of self-reported bystander behavior in cyberbullying incidents amongst adolescents. Cyberpsychology, Behavior, and Social Networking, 17(4), 207–215.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24359305/
Hu, Y., Bai, Y., Pan, Y., & Li, S. (2023). Empathy and bystander helping behavior in cyberbullying among adolescents: The mediating role of internet moral judgment and the moderating role of internet self-efficacy. Frontiers in Psychology, 14, 1190111.
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC10508182/
Polanco-Levicán, K., & Salvo-Garrido, S. (2021). Bystander roles in cyberbullying: A mini-review of who, how many, and why. Frontiers in Psychology, 12, 676787.
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC8194816/
StopBullying.gov. Bystanders to bullying. U.S. Department of Health and Human Services.
https://www.stopbullying.gov/prevention/bystanders-to-bullying
StopBullying.gov. What is cyberbullying? U.S. Department of Health and Human Services.
https://www.stopbullying.gov/cyberbullying/what-is-it

