Gebruik maximaal 2 vragen per moment. Formuleer ze altijd vanuit “wij als groep”, niet vanuit “de pester” of “het slachtoffer”.
- Wat doen wij als iemand iets verdrietigs meemaakt in onze klas?
- Hoe zorgen we ervoor dat iedereen er écht bij hoort?
- Wat doen wij als iemand zich anders kleedt of gedraagt?
- Hoe weet jij dat je veilig bent in de groep?
- Wat kun je doen als je niet durft te helpen, maar wel ziet dat iets niet goed is?.
Afsluitend groepsgesprek: ‘Wat willen wij afspreken?’
Doel: de groep formuleert eigen gedragsafspraken op basis van signalen die besproken zijn.
Werk als volgt:
- Vraag: “Wat vinden wij belangrijk voor onze groep?”
- Schrijf alle reacties op het bord, zonder oordeel.
- Kies samen 3 concrete afspraken die iedereen begrijpt en uitvoerbaar vindt.
Voorbeelden:
- “We lachen niet als iemand iets fout doet.”
- “We laten niemand alleen staan op het plein.”
- “Als we iets zien dat niet klopt, zeggen we het tegen de juf of meester.”
- “We praten met elkaar, niet over elkaar.”
- “Als iemand sorry zegt, kijken we hoe we het samen beter kunnen doen.”
Laat deze afspraken groot ophangen in het lokaal, en verwijs ernaar bij incidenten.

