Doel: Oefenen met ingrijpen als je iets verdachts ziet.
Gebruik: Speel na in groepjes. Geef rollen: zien, doen, reageren.
Situatie:
Een kind zegt iets in de klas. Eén leerling trekt gekke gezichten. Twee anderen giechelen. Het kind zegt niets meer.
Vragen na het rollenspel:
- Wat zag je gebeuren?
- Wat zou jij kunnen doen in het echt?
- Wat helpt jou om iets te durven zeggen?
Voorbeeldreacties leerling:
- “Ik zou zeggen: doe normaal, luister even.”
- “Ik zou het na school tegen de juf zeggen.”
“Misschien kun je vragen: wil jij iets zeggen?”

