Doel: kinderen leren onderscheid maken tussen echte betrokkenheid en sociaal wenselijk gedrag.
Kaarten met uitspraken (voorbeeldkaarten, printen of projecteren):
- “Je bent slim”
- “Je was goed met rekenen”
- “Jij bent grappig”
- “Je hebt vandaag niemand gepest”
Gespreksvragen:
- Is dit een echt compliment?
- Wat maakt een compliment oprecht?
- Wat zou je liever horen?

