Herkenbaar uit de praktijk
In groep 7 zit Yuna al een tijdje alleen aan tafel tijdens het overblijven, terwijl de rest van de klas in groepjes van vier of vijf zit. Niemand heeft ruzie met Yuna gehad. Maar telkens als ze bij een tafel wil aanschuiven, is er toevallig geen plek meer. Milan ziet het wel gebeuren en denkt er soms over om te vragen of Yuna bij hem komt zitten, maar durft het niet omdat hij bang is zelf minder mee te mogen doen met de rest. Er is geen ruzie, geen geschreeuw, geen zichtbaar incident. Maar wie goed kijkt, ziet een patroon dat zich elke dag herhaalt.
Wat leren kinderen?
- Zij leren subtiele signalen van buitensluiten (geen plek meer aan tafel, niet worden gevraagd) te herkennen en in beeld te brengen.
- Zij oefenen met het vertellen van een verhaal in plaatjes in plaats van alleen met woorden.
- Zij ervaren dat meerdere personages in een verhaal een eigen rol hebben: niet alleen ‘de pester’ en ‘het slachtoffer’, maar ook wie het ziet gebeuren.
Waarom deze les?
Onderzoek van Huitsing en Veenstra (2012, Rijksuniversiteit Groningen) naar pestgedrag in klassen laat zien dat er in een groep meerdere rollen zijn: niet alleen de leerling die pest en de leerling die gepest wordt, maar ook leerlingen die meedoen, leerlingen die toekijken, en leerlingen die de gepeste leerling verdedigen. Het gedrag van deze omstanders blijkt cruciaal voor het in stand houden of juist doorbreken van een pestpatroon. Een stripverhaal is een goede manier om al deze rollen naast elkaar zichtbaar te maken, ook als er geen ruzie of duidelijk incident is.
Doelgroep en wanneer inzetten
Doelgroep: groep 5 t/m 8
Wanneer inzetten: Week tegen Pesten, taal- of tekenles, na een periode waarin buitensluiten speelt
Praktische informatie
Duur: 70 minuten
Doelgroep: groep 5 t/m 8
Uitvoerder: groepsleerkracht
Benodigde materialen: het stripvakjes-werkblad uit dit document, kleurpotloden of stiften
Werkvormen: individueel of in duo's tekenen, klassikaal presenteren
Lesopbouw
Tijd | Onderdeel | Werkvorm |
|---|---|---|
0–5 min | Introductie en waarom deze opdracht | Klassikale sprekerstekst |
5–15 min | Inspiratie: rollen en tekentips | Klassikale uitleg |
15–45 min | Creatieve opdracht: stripverhaal tekenen | Individueel of duo's |
45–50 min | Museumkaartje | Individueel of duo's |
50–65 min | Presenteren | Klassikaal |
65–70 min | Nadenken en afspraken maken | Individueel en klassikaal |
Volledige lesuitvoering
Stap 1 — Introductie
“Vandaag maak je een stripverhaal van zes plaatjes over iets dat op het schoolplein of in de klas kan gebeuren, zonder dat er geschreeuwd wordt of ruzie is. Het gaat er niet om wie het beste kan tekenen. Het gaat om het verhaal dat je wilt vertellen. Je mag ook met heel simpele poppetjes tekenen: een rondje met een streepjeslichaam mag ook.”
Stap 2 — Waarom deze opdracht
“Onderzoekers die naar pesten in klassen keken, zagen dat er in een klas niet alleen een pester en iemand die gepest wordt is, maar ook kinderen die meedoen, kinderen die toekijken, en kinderen die opkomen voor een ander. Al die rollen zie je vandaag terug in je stripverhaal.”
Stap 3 — Inspiratie
Mogelijke situaties (kies er één, of bedenk een eigen situatie):
- iemand die geen plekje meer vindt aan tafel tijdens het overblijven
- iemand die als laatste wordt gekozen bij een spel
- iemand die een appje niet terugkrijgt in de klassengroep
- iemand die een grapje maakt ten koste van een ander, en hoe de klas daarop reageert
Tekentips:
- Je mag met heel simpele poppetjes werken.
- Je mag een vakje leeg laten als dat past bij je verhaal.
- Je mag gedachtewolkjes gebruiken voor wat een personage denkt maar niet zegt.
- Je mag het verhaal vertellen zonder tekst, alleen met plaatjes.
Stap 4 — Creatieve opdracht
Kinderen werken individueel of in duo's en tekenen hun verhaal in onderstaande zes vakjes.
Vakje 1
Tekst/geluid:
| Vakje 2
Tekst/geluid:
| Vakje 3
Tekst/geluid:
|
Vakje 4
Tekst/geluid:
| Vakje 5
Tekst/geluid:
| Vakje 6
Tekst/geluid:
|
Stap 5 — Museumkaartje
Museumkaartje — stripverhaal |
Titel van mijn stripverhaal:
|
Wie zijn de personages?
|
Wat wil ik dat de klas hiervan leert?
|
Stap 6 — Presenteren
De stripverhalen worden neergelegd of opgehangen. De klas loopt rustig langs alle strips, of ieder kind laat zijn of haar strip kort zien in de kring. Er is geen ‘beste strip’.
Stap 7 — Nadenken (reflecteren)
Denkblad — stripverhaal |
1. Welk stripverhaal van een klasgenoot bleef je bij?
|
2. Welke rol (meedoen, toekijken, opkomen voor een ander) herken jij het vaakst bij jezelf?
|
3. Wat kun jij deze week doen als je ziet dat iemand geen plekje kan vinden?
|
Stap 8 — Vertalen naar de eigen klas
Bespreek: ‘Welke situatie kwam vaker voor in de stripverhalen van vandaag? Herkennen we dat in onze eigen klas?’
Stap 9 — Samen afspraken maken
De klas maakt twee of drie afspraken, bijvoorbeeld: ‘als er geen plek meer is aan een tafel, schuiven we op in plaats van nee te zeggen’, of ‘als je ziet dat iemand alleen zit, ga je even kijken of alles goed gaat’.
Afspraak | Wie let erop / helpt hierbij | Wanneer kijken we terug (datum) |
|---|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Stap 10 — Hoe houden we ons hieraan
Kies twee kinderen die de afspraken de komende weken in de gaten houden. Plan over vier weken een moment om terug te kijken.
Let op tijdens de les
- Welke kinderen kiezen een situatie die dicht bij hun eigen ervaring lijkt te liggen.
- Welke kinderen vinden het moeilijk om een verhaal met meerdere personages te bedenken.
Veelgemaakte denkfouten
- Denken dat het stripverhaal er professioneel uit moet zien.
- Denken dat een verhaal alleen over pesten gaat als er geschreeuwd of geduwd wordt.
- Denken dat de afspraken vanzelf blijven bestaan zonder terug te kijken.
Differentiatie
- Groep 5: laat kinderen in duo's werken en minder vakjes gebruiken (bijvoorbeeld vier in plaats van zes).
- Groep 8: mag uitgebreidere dialogen of een langer verhaal met meer vakjes maken.
Evaluatie
Terugblik — stripverhaal |
1. Vond je het leuk om op deze manier een verhaal te vertellen?
|
2. Welke afspraak ga jij zelf goed onthouden?
|
3. Wat zou je aan deze les anders willen doen?
|
Checklist voorbereiding
☐ Stripvakjes-werkblad gekopieerd (in dit document).
☐ Kleurpotloden of stiften klaargezet.
☐ Museumkaartjes en denkblad gekopieerd of digitaal klaargezet.
☐ Ruimte om de strips te presenteren of op te hangen.
☐ Terugkijkmoment over vier weken ingepland.
Bronnen
Huitsing, G., & Veenstra, R. (2012). Bullying in classrooms: Participant roles from a social network perspective. Aggressive Behavior, 38(6), 494–509. https://www.rug.nl/staff/g.e.huitsing/huitsing_veenstra_ab_2012.pdf
Stop Pesten Nu: www.stoppestennu.nl
Week tegen Pesten 2026: https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

