Herkenbaar uit de praktijk
Tijdens een gastles van twee uur over pesten zat een leerling het grootste deel van de les met een leeg wit vel papier voor zich. Hij deed niets, terwijl klasgenoten om hem heen druk aan het tekenen, schilderen en knippen waren. De begeleider liep meerdere keren naar hem toe. Vlak voor het einde van de les pakte de leerling een zwarte stift en zette één groot kruis dwars over het papier. Toen hem gevraagd werd wat hij daarmee bedoelde, zei hij: ‘Iedereen begint als een mooi wit blad papier, maar pesten zet een zwart kruis door je leven.’ Dat ene gebaar zei meer dan menig uitgebreid kunstwerk die dag. Deze les is gebouwd rond precies dat inzicht: soms zegt één klein gebaar meer dan een heel uitgebreid werk.
Wat leren kinderen?
- Zij ontdekken dat een boodschap over pesten net zo goed, of beter, kan worden overgebracht met een heel klein gebaar als met een uitgebreid kunstwerk.
- Zij oefenen met het vertellen van hun eigen boodschap, ongeacht hoe goed ze kunnen tekenen of schilderen.
- Zij ervaren dat ieder werkje evenveel aandacht krijgt.
Waarom deze les?
Onderzoek naar kindertekeningen van Cathy Malchiodi laat zien dat kinderen gevoelens en ervaringen die ze moeilijk onder woorden kunnen brengen, vaak wél kunnen laten zien in een tekening of ander beeldend werk, en dat dit kinderen helpt om er greep op te krijgen (Malchiodi, Understanding Children's Drawings). Dat geldt zeker voor iets ingewikkelds als pesten en buitensluiten: een tekening, schilderij of klein gebaar kan iets duidelijk maken dat in woorden lastiger is.
Doelgroep en wanneer inzetten
Doelgroep: groep 3 t/m 8
Wanneer inzetten: Week tegen Pesten, als verdiepende afsluiting na een van de andere lessen, of los in te zetten
Praktische informatie
Duur: 70 tot 90 minuten, afhankelijk van materiaalkeuze en droogtijd van verf
Doelgroep: groep 3 t/m 8
Uitvoerder: groepsleerkracht
Benodigde materialen: papier, verf en kwasten, stiften, oude tijdschriften voor collage; materiaalkeuze is vrij, ook een leeg vel met één element mag
Werkvormen: individueel werken, presenteren in de kring of als kleine tentoonstelling
Lesopbouw
Tijd | Onderdeel | Werkvorm |
|---|---|---|
0–10 min | Introductie: het verhaal van het witte blad | Klassikale sprekerstekst |
10–15 min | Waarom deze opdracht en inspiratie | Klassikale uitleg |
15–55 min | Creatieve opdracht: werkje maken | Individueel |
55–65 min | Museumkaartje | Individueel |
65–80 min | Presenteren | Klassikaal |
80–90 min | Nadenken en afspraken maken | Individueel en klassikaal |
Volledige lesuitvoering
Stap 1 — Introductie
“Ik wil beginnen met een verhaal. Tijdens een les over pesten zat een leerling het grootste deel van de tijd met een leeg wit vel papier voor zich. Hij deed niets. Vlak voor het einde zette hij één groot zwart kruis op het papier en zei: ‘Iedereen begint als een mooi wit blad, maar pesten zet een zwart kruis door je leven.’ Dat ene gebaar zei meer dan een heel uitgebreid kunstwerk. Vandaag maak jij iets dat een boodschap vertelt over pesten. Een leeg vel met één lijn mag. Een helemaal beschilderd vel mag ook. Het enige dat telt, is dat je zo meteen kunt vertellen wat je ermee bedoelt.”
Stap 2 — Waarom deze opdracht
“Sommige dingen zijn moeilijk om in woorden te zeggen, maar makkelijker om te laten zien in een tekening of schilderij. Daarom mag je vandaag laten zien wat je bedoelt, in plaats van het alleen op te schrijven.”
Stap 3 — Inspiratie
Geef geen voorbeeld, maar wel deze ideeën:
- Je mag met verf werken, met potlood, met een schaar en tijdschriften, of met iets anders.
- Je mag je hele vel gebruiken, of maar een klein stukje.
- Je mag maar één kleur gebruiken.
- Je mag iets kapotmaken, zoals scheuren of kreukelen, als onderdeel van je werk.
- Je mag een leeg vel inleveren met daarop precies één ding.
- Je hoeft niets ‘af’ te maken.
Stap 4 — Creatieve opdracht
Kinderen maken 40 minuten lang een werkje dat een boodschap vertelt over pesten, vanuit een eigen idee: een eigen ervaring, iemand anders, de klas, of een gevoel.
Loop rustig langs kinderen die niets doen. Vraag niet ‘waarom doe je niks’, maar ‘waar denk je aan, wat wil je hiermee zeggen, ook als er nog niets op het papier staat?’ Soms komt het antwoord pas op het laatste moment, zoals in het verhaal van het zwarte kruis.
Stap 5 — Museumkaartje
Dit onderdeel hoort er echt bij. Kinderen die moeite hebben met schrijven, mogen dit mondeling vertellen aan de leerkracht.
Museumkaartje — beeldend werkje |
Titel van mijn werkje:
|
Wat heb ik gebruikt?
|
Wat wil ik hiermee vertellen?
|
Stap 6 — Presenteren
De werkjes liggen of hangen door het lokaal. De klas loopt rustig rond en kijkt naar elk werkje en het kaartje ernaast. Er is geen ‘mooiste werkje’.
Stap 7 — Nadenken (reflecteren)
Denkblad — het witte blad |
1. Welk werkje, van jezelf of een klasgenoot, was heel klein maar zei heel veel?
|
2. Als jij zelf iets zou moeten kiezen om te laten zien hoe het in onze klas voelt, wat zou dat zijn?
|
3. Wat zou je willen dat er in plaats daarvan komt te staan?
|
Stap 8 — Vertalen naar de eigen klas
Bespreek: ‘Wat zou er in plaats van het zwarte kruis moeten komen in onze klas? Wat hebben we daarvoor nodig?’
Stap 9 — Samen afspraken maken
De klas bedenkt samen een klein, positief symbool of een afspraak die het tegenovergestelde van het zwarte kruis laat zien.
Afspraak | Wie let erop / helpt hierbij | Wanneer kijken we terug (datum) |
|---|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Stap 10 — Hoe houden we ons hieraan
Spreek af wie ervoor zorgt dat het gekozen symbool of de afspraak zichtbaar blijft. Plan over vier weken een moment om terug te kijken.
Schoolbrede zichtbaarheid: een wisselende tentoonstelling
Kies een vaste plek in de school, bijvoorbeeld de gang bij de aula, waar iedere maand werk van een andere groep hangt, steeds met de museumkaartjes erbij. De volgorde van groepen ligt vooraf vast, zodat elke groep een beurt krijgt. Kinderen van de groep die aan de beurt is, mogen andere kinderen kort rondleiden en vertellen wat de werkjes betekenen.
Let op tijdens de les
- Kinderen die lang niets doen: dit is oke, niet forceren.
- Kinderen die een heel klein werkje maken en dit moeilijk vinden om toe te lichten: bied een gesprekje onder vier ogen aan.
Veelgemaakte denkfouten
- Denken dat een kind dat ‘niets’ heeft gemaakt niet heeft meegedaan.
- Denken dat een uitgebreid werkje automatisch een sterkere boodschap heeft.
- Denken dat het museumkaartje niet zo belangrijk is als het werkje zelf.
Differentiatie
- Groep 3-4: laat het museumkaartje mondeling invullen samen met de leerkracht.
- Groep 7-8: mag een uitgebreidere toelichting schrijven of het werkje combineren met een kort gedicht.
Evaluatie
Terugblik — het witte blad |
1. Wat vond je van deze manier om over pesten na te denken?
|
2. Wat deed het verhaal van het zwarte kruis met jou?
|
3. Welke afspraak ga jij zelf goed onthouden?
|
Checklist voorbereiding
☐ Materialen beschikbaar en vrij te kiezen: verf, papier, stiften, tijdschriften voor collage.
☐ Ruimte voor droogtijd indien met verf wordt gewerkt.
☐ Museumkaartjes en denkblad gekopieerd of digitaal klaargezet.
☐ Ruimte gereserveerd om de werkjes rustig te bekijken.
☐ Schoolbrede tentoonstellingsplek en volgorde van groepen afgestemd met collega's.
Bronnen
Malchiodi, C.A. (1998). Understanding Children's Drawings. Guilford Press. https://www.guilford.com/books/Understanding-Childrens-Drawings/Cathy-Ma...
Stop Pesten Nu: www.stoppestennu.nl
Week tegen Pesten 2026: https://www.stoppestennu.nl/week-tegen-pesten-2026-stop-pesten-nu-0

