Basisonderwijs (groep 6-8)
Doel: Kinderen leren het verschil tussen plagen, pesten en uitsluiting
Situaties om klassikaal te bespreken (of in tweetallen):
- “Elke dag noemen ze mij ‘professor’ omdat ik goede cijfers haal.”
- “Ik mag alleen meedoen als ik iets doms zeg.”
- “Tijdens het groepswerk zegt niemand iets tegen mij.”
- “Ze zeggen dat ik hun vriend ben, maar lachen me steeds uit.”
Vragen:
- Is dit grappig of pijnlijk?
- Zou jij dit leuk vinden als het jou overkwam?
- Wat kun je doen als je dit ziet gebeuren?
Voorbeeldantwoorden:
Situatie 1: verkapte pesterij → bespreek met de klas waarom ‘positief bedoelde bijnamen’ toch kwetsend kunnen zijn.
Situatie 4: emotionele manipulatie → bespreek pestrollen en hoe je kunt helpen.

