Doel: Leerlingen leren sociale signalen herkennen die kunnen wijzen op buitensluiten of pesten.
Benodigdheden: Print met situaties (zie onder), stiften, groot vel of digibord
Situaties (voorleesvorm):
- Bij gym kiest iedereen iemand, maar één kind blijft over.
- Tijdens de pauze lacht een groepje kinderen telkens als een ander kind in de buurt komt.
- In de kring zegt een leerling niets, elke keer als zij aan de beurt is.
Opdracht:
- Wat zie je gebeuren?
- Wat zou het kunnen betekenen?
- Wat zou je kunnen doen?
Voorbeeldantwoorden (voor leerkracht):
- “Misschien voelt dat kind zich buitengesloten.”
- “Ik zou kunnen vragen of hij mee wil doen.”
- “Ik zou het zeggen tegen de juf.”
Toelichting voor docent:
Vermijd het woord “pesten” meteen — focus eerst op observeren en verwoorden. Daarna pas op gevoel en actie.

