Er zijn drie preventieniveaus die bijdragen aan de aanpak van gedragsproblemen en pesten, vanuit zowel individueel als groepsgericht perspectief. Deze niveaus worden toegepast in een planmatige aanpak om een veilig en ondersteunend schoolklimaat te creëren.
1. Primaire preventie
Doelgroep: Dit niveau richt zich op alle leerlingen in de klas. Het heeft als doel problemen te voorkomen voordat ze ontstaan.
Inhoud en aanpak: Het omvat een algemene, universele aanpak gericht op het creëren van een sociaal veilige schoolomgeving. Concrete maatregelen zijn onder andere:
Goed klassenmanagement.
Een planmatige aanpak van groepsvorming. Groepsvorming doorloopt verschillende fasen, zoals forming, storming, norming en performing, waarbij de leerkracht een cruciale rol speelt in het sturen van een positieve dynamiek.
Systematische aandacht voor sociaal-emotioneel leren (SEL). SEL omvat drie groepen competenties:
Ik-competenties: Deze richten zich op zelfbewustzijn en emotieregulatie. Leerlingen leren de signalen van hun lichaam herkennen, hun emoties benoemen met adequate woordenschat, en strategieën toepassen om met heftige emoties om te gaan.
Jij-competenties: Deze focussen op empathie en sociale vaardigheden. Leerlingen leren zich verplaatsen in de gevoelens en gedachten van anderen, omgaan met afwijzing en kritiek, en opkomen tegen pesten en sociale uitsluiting.
Wij-competenties: Dit zijn morele competenties die gaan over waarden, normen en overtuigingen. Leerlingen maken keuzes die goed zijn voor zowel henzelf als anderen, en leren constructief problemen oplossen.
Een preventieve groepsaanpak van pesten. Dit omvat het actief sturen op veiligheid, taalgebruik en groepsdynamiek.
Effectiviteit: Deze aanpak is doorgaans voldoende voor 85-90% van de leerlingen.
2. Secundaire preventie
Doelgroep: Dit niveau is bedoeld voor 7-10% van de leerlingen die een verhoogd risico lopen op het ontwikkelen van gedragsproblemen. Het gaat vaak om lichte, herhalende vormen van probleemgedrag, zoals kletsen, geluiden maken of clownesk gedrag.
Inhoud en aanpak: De interventies en strategieën op dit niveau zijn gericht op het neutraliseren van de situatie door middel van een kortdurende, intensieve aanpak. Het doel is om te voorkomen dat deze problemen escaleren naar ernstigere gedragsproblemen, waardoor tertiaire preventie nodig zou zijn.
3. Tertiaire preventie
Doelgroep: Dit niveau is gericht op de 3-5% van de leerlingen die onvoldoende baat hebben bij de primaire en secundaire preventiemaatregelen. Het betreft leerlingen met ernstig ordeverstorend en regelovertredend gedrag, soms als gevolg van een gedragsstoornis.
- Inhoud en aanpak: De aanpak op dit niveau begint met een gedragsfunctieanalyse ("Waarom doen ze wat ze doen?"). Daarna volgt extra ondersteuning die zeer nauw aansluit bij de specifieke ontwikkelingsbehoeften van de leerling. Hierbij kunnen meerdere partijen betrokken zijn, zoals leerkrachten, ouders, klasgenoten, het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB), professionals uit de gezondheidszorg, familieleden en externe hulpverlening. Deze intensieve maatregelen en interventies staan beschreven in instrumenten zoals een "groepsplan gedrag".
Een sterke focus op primaire preventie kan de behoefte aan meer specifieke en intensieve interventies op de hogere niveaus verminderen. Dit draagt bij aan een veilig, inclusief klassenklimaat en vermindert de kans op stigmatisering.

