Doel: Bewustwording van rollen en impact.
Gebruik: In tweetallen of groepjes van 4-6.
Aanpak: Eén situatie per groep, rollenspel spelen, daarna reflectie.
Voorbeeldsituatie 1 (PO/VO)
Situatie: Tijdens het buitenspelen wordt een leerling consequent als laatste gekozen bij een spel. Eén leerling zegt: “Jij mag van mij wel in het andere team, hoor… als ze je daar wíllen.”
Rolverdeling:
- Pester (die de opmerking maakt)
- Assistent (die het bevestigt)
- Meeloper (lacht of zwijgt)
- Slachtoffer
- Verdediger (die iets probeert te zeggen)
Nabespreekvragen (met docentantwoorden):
- Wie voelde zich machtig? Waarom?
“De pester, omdat die bepaalt wie erbij hoort.”
- Wat had je als verdediger kunnen zeggen?
“Bijvoorbeeld: ‘Iedereen speelt gewoon mee. Doe normaal.’”
- Wat zou de leraar kunnen doen zonder iemand te laten verliezen?
“Groepsgesprek, rollen benoemen, situatie losmaken van personen.”
Voorbeeldsituatie 2 (MBO):
Situatie: Tijdens een project zegt één student telkens dat een andere “toch nooit iets snapt.” Anderen lachen. De student trekt zich steeds meer terug.
Nabespreekvragen:
- Wat gebeurt er hier op groepsniveau?
“De rest zwijgt of lacht mee. De norm wordt: het is oké om iemand af te maken.”
- Wat kan een student doen als hij dit ziet gebeuren?
“Iets zeggen als: ‘Laat hem gewoon z’n werk doen’, of steun geven achteraf.”
- Hoe maak je het als docent bespreekbaar zonder schuld?
“Door te praten over groepsrollen en impact, zonder meteen te beschuldigen.”

